Barney Kessel
"Wel, ik begon genoeg te krijgen van het studiowerk toen sommige van de oudere krachten gingen wegvallen, of iets anders begonnen. En de hele houding van Hollywood werd minder creatief. Het ging er steeds meer om formules te bedenken, om geld binnen te halen. Nou is er nooit een tijd geweest dat ze in Hollywood geen geld wilden verdienen. Maar dan probeerden ze met creativiteit geld te maken. Denk aan al die fantastische films, die fantastische muziek. Aan al die wonderbaarlijke dingen die uit Hollywood kwamen en die standaard werden voor de hele wereld. Dat was omdat mensen die excelleerden de kans kregen creatief aan het werk te gaan. En die moesten gewoon ook wat verdienen."
tekst: Eddy Determeyer
foto's: Vernon Hyde e.a.
"Op een gegeven moment begonnen ze mensen in te huren met erg weinig ervaring of die geen opleiding hadden genoten. Die gingen dus scores voor films maken terwijl ze daar erg weinig kaas van hadden gegeten. Sommige van die oude meesters kwamen te overlijden. En het publiek zelf was ook aan het veranderen. Dat waren nieuwe, jonge mensen die hun eigen helden zochten. Met andere woorden: die mensen gingen naar films kijken met muziek die door een jonge rockband was gescoord. Dat die jonge rockgroep geen idee had hoe ze muziek voor een film moest schrijven deed er niet toe."
"Rock heeft de muziek niet slechts in algemene zin in de achteruit gezet. Ze heeft ook de morele maatstaven en de ethische normen verlaagd. Niet per se dus in de muziek zelf, maar waar die muziek voor staat. Het betrof jonge mensen die te onvolwassen waren om alles te beseffen. Ontwikkelingen die mensen richting promiscuïteit dreven, tot buitensporig drugsgebruik. Muziek heeft die kracht, omdat je met jonge mensen te maken hebt die hun eigen ideeënwereld nog niet hebben ontwikkeld. Voor een oudere persoon werkt dat anders."
Aan het woord is niet ouderling G. Kwabbe Gzn (Dwarsgestreept Versteld Verband), in zijn wekelijkse inleiding voor de bijbelclub. Dit zijn uitspraken van Barney Kessel, de gitaarvirtuoos. In de jaren vijftig en zestig was hij lid van de 'Wrecking Crew', een pool van doorgewinterde muzikanten die van alle markten thuis waren en die werden ingehuurd wanneer er een platensessie, een televisieshow, reclamejingles of een filmscore lag te wachten. Dagelijkse kost - en vaak waren dat drie schnabbels per dag. Vier, soms. Tijdens een platensessie met het duo Sonny and Cher, in 1967, die de hit 'The Beat Goes On' opleverde, een liedje op één akkoord, moet hij na twee en een half uur hebben opgemerkt, Winston Churchill parafraserend: "Nooit eerder hebben zovelen zo weinig gespeeld voor zoveel geld." Vrij fluks werden er vier miljoen stuks van weggezet, wereldwijd.
Hedonistisch leven
Barney Kessel (1923-2004) werd in Muskogee, Oklahoma geboren, waar hij zichzelf leerde gitaarspelen. Ook Charlie Christian, die de eerste elektrische gitarist van belang zou worden, groeide in Oklahoma op. Hij was vijf jaar ouder dan Barney.
"Ik was zeer zeker door hem beïnvloed en voelde dat ook zo. Maar dat was veertig jaar geleden en mensen veranderen nu eenmaal. Je leert van alles. Ik heb lang genoeg geleefd om veel dingen mee te maken die hij gemist heeft. Gewoon door mijn leven te leven en dingen over muziek te leren. Bijvoorbeeld: ik ben arrangeur en hij was dat niet. Orkestrator is hij nooit geweest. Componist - dat wél. Hij schreef inderdaad wat songs [of was dat toch Leslie Sheffield, zijn orkestleider in Oklahoma City? E.D.] Ik heb zéker niet mijn hele leven geprobeerd net als hem te klinken. Maar voor mijn gevoel was hij wel mijn muzikale vader. Dan ben ik nog steeds de zoon. Ik ging dus mijn eigen weg, maar onderging wel invloeden van hem. Maar van Lester Young, Charlie Parker, Nat King Cole net zo goed."
"Ik speelde in een orkest in Oklahoma City, waar hij vandaan kwam. Hij zat bij het combo van Benny Goodman, maar op dat moment werkte die groep niet. En iemand, een kelner in die club, vertelde me dat Charlie Christian in de stad was en dat hij hem zou bellen om langs te komen. Dus hij kwam daar, ik ontmoette hem; voor mij was hij wat The Beatles voor kinderen waren. Ik had de leeftijd om een idool te hebben en hij was mijn idool. Hoe dan ook, ik ontmoette hem en hij bleek heel aardig, speelde met ons orkest en daarna brachten we drie dagen met elkaar door, we speelden en praatten en dat was de enige keer dat ik hem zag."
"Hij leefde een erg hedonistisch leven, was erg geïnteresseerd in de dames en in high worden. Ik denk dat hij dat allemaal als onderdelen van de muziek beschouwde. Over muziek dacht hij overigens wel degelijk na. Maar dat het dus bij de muziek hoorde of dat het hem zelfs hielp."
"Ik ben elektrische gitaar gaan spelen voordat ik van Charlie Christian had gehoord. Ik speelde met veel muzikanten in Oklahoma, waar ik vandaan kom en waar ik nu ook weer woon. Met muzikanten die hem hadden gehoord en met hem hadden gewerkt. Zij vertelden me dan hoe hij speelde, wat hij deed. Ik kocht mijn eerste elektrische gitaar plus versterker voor $150, samen."
"Eddie Durham beïnvloedde mij niet omdat ik hem om te beginnen niet had gehoord en verder volgde hij een ander pad. Hij speelde riffs zoals blazers die spelen; Charlie Christian zette zijn eigen lijnen uit. In zijn geval was het niet zozeer wat hij zei, maar hoe hij het zei. Terwijl Eddie Durham - toen ik hem eenmaal hoorde en hij was goed, prachtig - maar hij speelde dus dingen zoals blazers dat zouden doen."
Mel Tormé slapie
Kessels eerste professionele orkest was dat van comedian Chico Marx, in 1943. "Wanneer wij de muziek speelden was dat heel serieus. Een prachtig orkest, beautiful orchestra. Maar in die theatershows was onze eerste taak de achtergronden voor Chico Marx te leveren. Hij stapte dan naar voren voor zijn grappen. Chico speelde piano en had zo'n hoedje op zoals orgeldraaiers die droegen. Doorgaans werkten we in theaters, maar ook wel in danszalen. En dan kwam hij halverwege het dansen naar voren om zijn show te doen. Wij hadden verschillende arrangeurs, maar de voornaamste was Paul Villepigue. Prachtige arrangeur. Mel Tormé en ik waren slapies, wij kwamen tegelijkertijd bij het orkest." [Tormé over Kessel, in zijn autobiografie 'It wasn't all Velvet': 'A new, gangly kid, Barney Kessel, a chinless wonder on the guitar, a "country boy" far slicker than all the city slickers in the band, a Pollock discovery as I was, a neophythe who paralyzed the band with his brilliance on his instrument.'] "Een bigband," vervolgt Barney Kessel, "We hadden zes saxofoons, acht koperblazers, vier man ritme en een vocal group. Wat we ook wel deden waren wat zangnummers die door Mel Tormé waren gearrangeerd. Veel songs die van Glenn Miller stamden, zoals 'Chattanooga Choo Choo', maar dan in een compleet ander arrangement. Met andere teksten en in een andere bewerking. Dat deed niemand. We hadden liedjes waarvan je onmiddellijk dacht: dat is Glenn Miller, maar dan op 'n andere manier. Niet die sound, niet dat arrangement. Maar die arrangementen waren dus prachtig en goed uitgevoerd. Ik bedoel, met prima muzikanten. Sommigen ware afkomstig uit andere bigbands. Onze pianist was Marty Napoleon, die met Louis Armstrong gespeeld heeft; George Wettling, die je kunt horen op 'I Can't Get Started With You' van Bunny Berigan; Marty Marsala, hij en zijn broer waren in New York bekende muzikanten. Ben Pollack was de muzikaal leider. Ik bedoel, het was een orkest dat prachtig klonk. Solide, fijne arrangementen, die goed werden uitgevoerd."
"Mijn eerste plaatopnamen waren, dacht ik, met Artie Shaw. In dat ene jaar namen we veel nummers op. Soms neem je veel platen op, zoals met Oscar Peterson, maar ik zat slechts tien maanden bij hem. Als mensen al die platen horen denken ze misschien dat het om vele jaren ging. Destijds maakten we gewoon veel platen. Net zoals met Artie Shaw, en vervolgens een aantal met Charlie Barnet."
"Alle orkesten hadden hun eigen karakter. Naar mijn smaak speelde Tommy Dorsey prachtige ballads. Die waren allemaal verschillend. Ik had een voorkeur voor Jimmie Lunceford, Duke Ellington, Count Basie. Benny Goodman had schitterende orkesten. Net als Artie Shaw. Er waren geen problemen tussen zwarte en witte muzikanten. Het is waar dat de blanke orkesten op de 'betere' plekken speelden. Maar daar heb ik destijds nooit veel over gehoord."
Bessensap
"Voor de film 'Jammin' The Blues' waren mijn handen donker gekleurd, met bessensap. Zo leken ze donker. Want daar heb je het weer: het draaide allemaal om geld. Warner Brothers dachten dat wanneer men blanke muzikanten zou zien die met zwarte muzikanten speelden, dat die film dan niet in het Zuiden vertoond kon worden. [Producer] Norman Granz wilde geen zwarte gitarist inhuren. Zijn hele idee was om muzikanten in te schakelen die hem aanstonden. Dat kleur er niet toe diende. Het ging om wat ze konden. Hij wilde Lester Young - er was geen blanke die als Lester Young kon spelen. Het probleem was dat Norman Granz het op zijn eigen manier wilde doen en dat Warner Brothers een product wensten dat ze overal konden vertonen. Zóveel invloed had hij dus niet en de wereld was er toen [1944] nog niet aan toe. Dat was vóór de Civil Rights Bill, voordat dat allemaal aan de orde was."
"Maar er is zóveel waar we over kunnen praten. Want hoe belangrijk muziek ook is, ze is alleen maar een onderdeel van het leven. Ik denk dat het met de muziek tegenwoordig beter gesteld is, omdat het allemaal meer geïntegreerd is. Mensen die alleen maar voor hun muziek leven, missen wat als mens. Vóór we muzikanten zijn, zijn we mensen. Er zijn lui geweest die goede muzikanten waren zonder dat ze complete mensen waren. Dus voor zichzelf hebben ze dan niet genoeg uit het leven gehaald. Maar die gaven de wereld veel. Dan denk ik aan mensen als Charlie Parker. Hij was een genie - behalve dan voor wat betreft een mooi eigen leven. Zéker was hij ongelukkig. Wanneer je twintig kilo te zwaar bent moet je wel ongelukkig zijn, wanneer je alcoholist bent, drugsverslaafd, wanneer je problemen hebt in je huwelijk, gezondheidsproblemen, wanneer je zonder geld zit. Dan kun je wel geniaal zijn, maar een slaapplek heb je niet. Dan moet je wel ongelukkig zijn. Bijna als de persoon die je aankijkt en die je verzekert: het gaat goed met me, wanneer je daarnaar vraagt. Dan denk je bij jezelf, hoezo gaat het goed met jou, terwijl je zo dik bent, waarom zit je jezelf de hele tijd te krabben, waarom heb je zoveel puisten op je gezicht, waarom zijn je tanden geel en waarom lach je niet en als er een hondje op je af komt lopen, waarom aai je dat niet? Je zegt nu wel dat het goed met je gaat, maar alles aan je vertelt me dat het juist niet goed gaat. Zie je? Wat je zegt klinkt zó luid dat ik je niet hoor."
Drie tv's en zwembad
"De muzikale associaties die waardevol waren gaan maar door. Dat is zeer zeker nog niet opgehouden. Ik leef niet in het verleden. Ik heb 45 jaar muziek gemaakt. Het [de muzikale hoogtepunten] zijn er gewoon teveel geweest, in de studio's, in Hollywood. Ik heb in Charlie Parkers orkest gewerkt - hoewel ik niet veel platen met hem heb opgenomen. Ik heb twee keer in zijn band gezeten. Dat waren tournees voor Norman Granz, met Sarah Vaughan. En daarna met Oscar Peterson. Vóór mij had hij Irving Ashby op gitaar. Aanvankelijk speelde hij als duo met Ray Brown. Daarna nam hij er een gitarist bij, dat werd Irving Ashby die bij Nat King Cole had gezeten."
"Ik heb met Judy Garland en Barbra Streisand gewerkt, met Frank Sinatra, allemaal mooie ervaringen. Spelen met Oscar was zwaar, maar het was ook plezierig. Heel intens. Met Art Tatum heb ik ook gewerkt. Die adoreerde ik – maar ik denk toch dat Art Tatum op zijn best was wanneer hij solo speelde. En wanneer hij niet solo speelde was volgens mij de beste combinatie met Buddy Rich. Omdat er dan in harmonisch opzicht niets in de weg zat. En Buddy Rich had het inlevingsvermogen om met hem te spelen."
"Toen ik voor het eerst in Europa was, zag ik meer verschil tussen Europa en de Verenigde Staten. Tegenwoordig zie ik niet meer zoveel verschillen, alleen gradaties. Als ik tegenwoordig door Europa tour zie ik meer mensen die graag een grote auto willen hebben, drie televisies en een zwembad. Omdat ze dat niet hebben wil nog niet zeggen dat ze dat niet willen. Ze maken er via de televisie kennis mee, plus de films. De wereld zag Hollywood voordat Hollywood de wereld zag. Die invloed. Als mensen dat allemaal zien gaan ze denken dat het zo dient te zijn. Ze vergeten dat het een film is - ze willen het. Ik denk dat het grootste deel van de sociale onrust in Afrika en andere landen met een arme, achtergestelde bevolking, het resultaat is van - of in ieder geval is gevoed door - het televisiekijken. Die zien lui eten en drinken, in mooie kleren, die dure sigaren roken en in auto's stappen. Of dat nou een nieuwsbericht is of een plaatje. Ze vergeten dat het maar om een foto handelt en zeggen bij zichzelf, maar dit wil ik ook! En ik wil het nu. Niks niet wachten tot ik een universiteit heb afgemaakt. Als zij daar dat allemaal hebben, wil ik het ook. Als er geen televisie was geweest zouden ze daar misschien over gedroomd hebben, dan hadden ze wie weet een voorbijkomende foto gezien in een krantje, in zwart/wit, niet in kleur. Als man en vrouw komen ze misschien om van de honger, zeven kinderen, met hun teeveetje in een krotje en dan zien ze dat allemaal: 'dat wil ik ook!' En dat leidt allemaal tot misdaad, tot het smokkelen van drugs. Because they want it now!"
Salade voor of na?
"En we leven in een wereld met steeds minder moreel besef. Er was een tijd dat een woord een woord was. Dat heb je tegenwoordig niet meer. Er wordt misbruik gemaakt van de naïviteit van mensen. En daar slaapt niemand minder om. Met als argument: als ik dit niet steel zal iemand anders dat doen."
"Een muzikant reist veel en dat geeft hem de kans om zich te ontwikkelen. Dat is zeer zeker het geval. Very much. Zelf ben ik in de eerste plaats Amerikaan, maar ook wereldburger. Waar ik ook kom probeer ik te leren. Misschien is er iets in Zwitserland of Holland dat anders wordt aangepakt dan zoals ik het heb geleerd. Soms is dat beter en dan probeer ik me dat eigen te maken, probeer ik dat aan te leren. Zodat het een onderdeel wordt van mezelf. Dat kunnen tien dingen zijn: iets wat ik in Italië heb opgepikt, of in Duitsland, plus iets wat ik van mijn moeder heb geleerd en iets wat ik zelf heb uitgevogeld. Op die manier ben ik wereldburger. In Frankrijk eten ze hun salade na het vlees, in Amerika beginnen we met de salade. Geen van beide is fout of goed."
"Als we naar Charlie Parker luisteren of naar Lester Young, waarom zouden we dan moeten besluiten wie de beste is? Je kunt zeggen wie je voorkeur heeft, maar de 'beste' kun je niet meten. Je kunt bijvoorbeeld stellen dat Charlie Parker een stuk verder ontwikkeld was dan Lester Young - dat kan zo zijn. Maar er zou geen Charlie Parker zijn geweest zonder Lester Young. Hij was een erfgenaam van Lester Young. Kunst is nu eenmaal wat anders dan sport. In de kunsten kun je niet meten wat het beste is, alleen maar zeggen wat je voorkeur heeft. Omdat we allemaal verschillende ideeën over schoonheid hebben. We all have different ideas about beauty. Je kunt in het Louvre in Parijs naar schilderijen kijken en zeggen dat dit de drie belangrijkste schilderijen ter wereld zijn. Terwijl iemand anders kan zeggen: daar zou ik niet eens vis in willen verpakken."
Interview: Amsterdam, 27 september 1984