
Cd
John Coltrane Quartet - 'Live In France July 27 & 28, 1965 - The Complete Concerts' (AMG Records, 2010)
Opname: juli 1965
Slechts weinig figuren uit de jazzwereld spreken zo tot de verbeelding als John Coltrane. Als saxofonist veroverde deze in 1957 de wereld met zijn album 'Blue Train' en hij bleef vanaf toen gestaag aan populariteit winnen. Zijn verhaal eindigt, tragisch genoeg, reeds tien jaar later, wanneer hij op 17 juli 1967 plots sterft aan leverkanker. In de tien jaar tussen 'Blue Train' en 'Expression', één van zijn laatste albums, doorloopt Coltrane in ijl tempo een immense evolutie. Hij erft de modale jazz van Miles Davis' 'Kind Of Blue' (waarop hij nota bene zelf meespeelt) en evolueert vanaf begin jaren zestig zeer duidelijk richting de free jazz. Intussen heeft zijn kwartet met pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison (dat eind 1965 onvermijdelijk uit elkaar spatte, omdat Coltrane een ander soort jazz voor ogen had dan Tyner en Jones) mythische proporties aangenomen. Geregeld verschijnen nog nieuwe releases van het legendarische kwartet, waaronder deze live-set uit Frankrijk.
Vooral de datering van deze opname doet menig jazzfanaat watertanden. Eind 1965 zou het Coltrane-kwartet zoals het er ruim vijf jaar had uitgezien, ophouden te bestaan. In de fase waarin het kwartet hier vereeuwigd werd, was Coltrane reeds aan het opnemen met andere muzikanten en barstte hij harmonisch totaal uit zijn voegen. Dat 'stapje verder' is af en toe te horen. Het kwartet zit kortom op het uiterste van zijn kunnen en nooit eerder legden de muzikanten de lat zo hoog voor elkaar.
De legende wil dat Coltrane gevraagd werd om in Frankrijk zijn absolute meesterwerk 'A Love Supreme' voor te stellen. Het Franse publiek reageerde echter niet altijd even enthousiast en op 26 juli 1965 werd hij publiekelijk uitgejouwd, omdat zijn optreden in een nachtclub amper dertig minuten duurde. Eenzelfde risico wilde Coltrane in het vervolg niet meer lopen, waardoor op deze cd - een weergave van de concerten die hij de twee volgende dagen speelde in Frankrijk - vooral 'veiliger' repertoire te horen is.
Hoewel, veilig? 'Live In France' bevat onder andere twee versies van Coltrane's geroemde compositie 'Ascension', een werk dat in freejazz-kringen aanbeden wordt. De albumversie die dag op dag een maand eerder opgenomen was, bevatte een hele resem extra muzikanten. Deze beide kwartetversies zijn kaler, maar lopen eveneens over van de ongebreidelde energie. De Fransen kenden het werk echter nog niet, en toen een recensent na het concert aan Coltrane vroeg hoe het stuk heette, zou die iets gemompeld hebben waar de journalist 'Blue Valse' van maakte. Vandaar beide titels op de ommezijde van de kaft. De eerste versie bevat een bijzonder potige improvisatie van Coltrane zelf. Tyner bouwt een mysterieuze solo op naar een spannend hoogtepunt, terwijl Jones een naar zijn kunnen ondermaatse drumpartij neerzet. De tweede avond lijkt Tyner zijn piano kapot te rammen in een bikkelharde solo, die Garrison poëtisch compenseert met een lang uitgesponnen bijdrage. Coltrane zelf mag besluiten, met zelfs naar zijn doen duivels genoegen.
Het Coltrane-kwartet speelde die avonden echter vooral gekend repertoire. Opener 'Naima' is bijvoorbeeld één van Coltrane's lijfstukken, dat hier in een ijzingwekkend krachtige versie ten gehore wordt gebracht. Alleen Coltrane soleert, met de typische verbetenheid en overgave die men van hem kan verwachten. 'My Favorite Things' wordt met ongewoon veel pit uitgevoerd. McCoy Tyner kent de akkoorden door en door en steekt een diepe, ietwat melancholische swing in zijn zware improvisatie. De solo van Coltrane barst anderzijds (vooral in het slotsegment) totaal uit zijn voegen en illustreert dat het huidige kwartet inderdaad aan zijn zwanenzang toe was. Van 'Afro Blue' is helaas het begin verloren gegaan, waardoor de luisteraar slechts een segment van de uitvoering in handen krijgt. De solo van Tyner is echter eens te meer zeer begeesterd, terwijl Coltrane een majestueus slot breidt aan de compositie.
Ook 'Impressions' werd op beide avonden gespeeld, een stuk dat eveneens al vijf jaar bij Coltrane op de agenda stond. De eerste opname van het nummer opent met een tien minuten durende, hypervirtuoze solo van Garrison, die wellicht uitsluitend door basfanaten naar waarde kan geschat worden. Wat volgt is een typisch staaltje Coltrane-beklemming, dat de luisteraar moeiteloos meeneemt naar de heiligste regionen van de jazz. De tweede versie is minder helder qua geluid, maar Tyners solo klinkt nog steeds bijzonder krachtig en Coltrane's improvisatie laat eens te meer weinig overeind. Als het Franse publiek 'A Love Supreme' niet kon smaken, wat moest het dan hiermee aanvangen?
Een belangrijke vraag is hoe 'Live in France' gekaderd kan worden binnen het oeuvre van Coltrane. Wel, het is een bijzonder interessant hebbeding voor de doorwinterde fans en een boeiende aanvulling op het materiaal dat reeds bestaat uit de slotperiode van het klassieke Coltrane-kwartet. Alleen zijn er ook veel andere uitvoeringen van dit repertoire op de markt van eenzelfde niveau, en met een betere geluidskwaliteit. Vooral op de tweede avond gaan immers veel nuances verloren en klinkt de opname nog eens twintig jaar ouder dan ze in feite is. Coltrane en zijn begeleidende trio overleven het stoffige karakter van de opname probleemloos, maar de korrelige sound werpt een spijtige schaduw over het zeer vurige concert. Een steengoed album nochtans, maar zeker geen must.
Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be(Jan-Jakob Delanoye, 5.3.10) - [print]
- [naar boven]

Concert
Pelgrimstocht en polonaise bij Gatecrash
vrijdag 12 februari 2010, Paradox, Tilburg
Op dit moment toert trompettist Eric Vloeimans met zijn Fugimundi door de VS en Canada. Wat moet het gelukzalig zijn om in diverse bezettingen en bands je veelzijdigheid te kunnen tonen!
Kenmerkend voor het geluid van Gatecrash zijn de elektronische effecten die gebruikt worden op de trompet van Vloeimans en de keyboards van Jeroen van Vliet. Mede daardoor heeft de band een geheel eigen geluid en heeft Gatecrash inmiddels een permanente plek veroverd in de harten van de (steeds groeiende schare) jazzfans. Hun eerste cd 'Gatecrashin’' werd niet voor niets onderscheiden met een Edison Award! Na de opvolger 'Hyper' verscheen in september 2009 'Heavens Above', welke tijdens dit concert werd geïntroduceerd.
Het is natuurlijk niet eenvoudig om een eerder succes te evenaren of zelfs te overstijgen. Dat blijkt ook wel uit de nogal uiteenlopende recensies over de laatste cd. Maar volgens mij is het deze dynamische band zeer wel gelukt om daar iets moois aan toe te voegen. Prachtige nieuwe composities als 'Snow' en 'Floratone' werden tijdens dit uitverkochte concert afgewisseld met Gatecrash-krakers als 'Hyper' en 'Prince Of Darkness', die door het publiek met veel enthousiasme en luid applaus werden ontvangen.
'Floratone' is geschreven door drummer Jasper van Hulten, die hiertoe geïnspireerd werd door een workshop van Steve Coleman. Hij gebruikte de typische Coleman-ritmiek om een speciale sound te creëren. Het werd een kunstwerkje met ingewikkelde ritmische changementen, waarmee hij nog maar eens zijn enorme talent toont. Vloeimans zet aan het einde van deze compositie nog eventjes een zinderende impro neer. Drumtalent wordt mijns inziens niet enkel bepaald door het kunnen toepassen van ingewikkelde ritmische kunstjes, maar juist ook door het 'klein' en toch onmisbaar te kunnen zijn. Het bewijs dat Van Hulten dat talent heeft, levert hij onder meer in 'Snow', een prachtige compositie van gevoelspianist Van Vliet, waarin Vloeimans zó mooi bij de tere melodie blijft, dat je er werkelijk een brok in de keel van krijgt. De door Van Vliet toegepaste elektronische effecten geven het geheel iets sinisters en spiritueels. Spiritualiteit als inspiratiebron is trouwens een wederkerende component in composities van dit bijzondere viertal.
Als je het over onmisbaarheid hebt, mag de naam van bassist Gulli Gudmundsson niet ontbreken. Zijn bescheiden aanwezigheid verhult bijna zijn karakteristieke aandeel in de muziek die Gatecrash zo speciaal maakt. In 'Pèlerinage' (bedevaart, pelgrimstocht) begint Gudmundsson met een regelmatige bastoon als van een hartslag of voetstappen. Steeds in een strak ritme herhalend. Van Vliet en Van Hulten vallen in. Vloeimans speelt een bijna door de ziel snijdende, van dramatiek doorspekte melodie, langzaam aanzwellend tot de misère van het voetvolk voelbaar is en je bijna bezwijkt. Zeer geloofwaardig. Geheel in tegenstelling tot bovenstaande staat in 'Fète De La Musique' vrolijkheid centraal. In Breda resulteerde het in een polonaise. Hier ging het publiek echter niet verder dan het opstaan uit de stoel en meedeinen op de feestmuziek. Het plezier aan weerskanten was er niet minder om!
Wat Gatecrash componeert en speelt is echt, en het doel bereikt het publiek. Het is voelbaar. Mensen raken geëmotioneerd en worden blij. Ook op het podium. Zoiets kun je als band alleen bewerkstelligen met een gezonde dosis integriteit en muzikaal talent. Techniek alleen is niet voldoende. Met een onverklaarbare aanwezigheid van aantrekkingskracht misschien?
Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.
(Donata van de Ven, 3.3.10) - [print]
- [naar boven]

Nieuws
Jazz Maastricht Masters 2010
Als traditioneel sluitstuk van het internationaal cultuurfestival 'TijdensTefaf' presenteert Jazz Maastricht op vrijdag 19 en zaterdag 20 maart de achtste editie van de Jazz Maastricht Masters. Het festival is een ontmoeting van artiesten op wereldniveau met de beste artiesten uit de Euregio rond Maastricht. Het brengt een sterk afwisselend en toegankelijk programma, waarin plaats is voor gevestigde namen én aanstormende talenten.
Op vrijdag brengen het Duitse pianotalent Pablo Held energieke en avontuurlijke jazz. Daarna brengt de Noorse trompettist, componist en producer Nils Petter Molvær de avond naar hogere atmosferen met zijn cross-over sound van jazz, hiphop en elektro. De geroutineerde Amerikaanse jazzdiva Sheila Jordan treedt op met de jonge Duitse zangeres Sabine Kühlich. De headliner van de vrijdag is gitaarvirtuoos Kurt Rosenwinkel met zijn Standards Trio.
Op zaterdag presenteert Jazz Maastricht het Jean-Luc Ponty & Wolfgang Dauner Duo. Deze pioniers op viool en piano in het jazzrockgenre brengen een intiem concert op het hoofdpodium. De avond krijgt een twist met de humor en het speelplezier van het Italiaanse duo Musica Nuda en talent van het Conservatorium Maastricht brengt volgens traditie een thematische voorstelling. De headliner zaterdag is de Kameroense bassist/zanger Richard Bona, die vorig jaar tijdens Gent Jazz veel indruk maakte in het Richard Galliano All Star Quartet.
Kijk voor meer informatie op de website van Jazz Maastricht. Draai om je oren zal verslag doen van dit festival.
(Cees van de Ven, 3.3.10) - [print]
- [naar boven]

Cd
New York Art Quartet - 'Old Stuff' (Cuneiform, 2010)
Opname: oktober 1965
Het New York Art Quartet was midden jaren zestig maar een kort leven beschoren. Onder leiderschap van altsaxofonist John Tchicai en trombonist Roswell Rudd hield de groep het slechts anderhalf jaar vol in 1964 en 1965, waarbij ze er evenwel in slaagden twee uitstekende albums af te leveren: 'New York Art Quartet' en 'Mohawk'. De drummerstoel was tijdens die periode min of meer steeds bezet door Milford Graves, terwijl verschillende bassisten de revue passeerden, waaronder Reggie Workman en Lewis Worrell. De beperkte discografie - in 2000 nam de groep wel nog een reüniealbum op - heeft ondertussen voor wat mythevorming gezorgd, en net daarom is de vondst van live-opnames uit 1965 een wel heel speciale gebeurtenis.
Het betreft registraties van twee concerten die de groep gaf in Denemarken, niet lang na het verschijnen van hun debuut in de Verenigde Staten. John Tchicai (zelf een Deen) en co-leider Roswell Rudd lieten zich tijdens deze tournee bijstaan door twee musici die zich op dat moment lieten opmerken in de Europese vooruitstrevende jazzscene. Louis Moholo was Zuid-Afrika ontvlucht met zijn groep The Blue Notes en had zich daarmee in Europa al snel een plaats veroverd bij de top van de avant-garde. Van bassist Finn von Eyben wordt gezegd, dat hij zowat de enige avontuurlijke bassist in Kopenhagen was in die periode, wat zijn status als huurling binnen dit kwartet rechtvaardigt.
Het zijn de twee aanvoerders die de richting aangeven. Lange solopartijen van zowel Tchicai als Rudd zijn het belangrijkste bestanddeel op 'Old Stuff'. Korte thema's en melodieën, vaak gecontrasteerd met een hoog gezamenlijk tempo van bas en drums, zorgen daarbij voor een bebopgevoel, maar dan in een vrijere context. Deze ritmische strakheid die in de meeste tracks domineert, wordt opvallend afgewisseld met vrijere stukken, waarbij er slechts sprake is van een simpele melodieuze frase als centrale as.
Moholo gaat het niet te ver zoeken en spreidt de meest sobere, maar erg doeltreffende partijen voor zich uit. Tempoaanduidingen op het ride-cimbaal en een consequente slag op de tom en snaredrum, vaak is het niet meer dan dat. Von Eyben houdt het als bassist voornamelijk bij de fundamentele taken. Zijn instrument wordt niet zelden als een muzikaal anker uitgegooid en houdt op die manier de drie andere musici binnen hetzelfde parcours, zoals in het lange 'Rosmosis'. Voor de rest vult hij waar nodig de gaten met korte solopartijen, walking bass en veel ritmische accentueringen.
Tchicai en Rudd maken er meestal een sport van om tegen elkaar op te spelen. De twee solerende frontmannen zorgen daarbij niet zelden voor een kletterend spektakel. Het valt op hoe Rudd zijn solo's en andere partijen van veel body voorziet. Zo blaast hij zijn medemaats in een bevlogen moment wel eens van het toneel. Terwijl zijn improvisaties vooral bestaan uit korte, gebalde uitbarstingen, gaat Tchicai duidelijk anders te werk. Hij gaat minder voor een muzikaal effect maar breit zijn ideeën aan elkaar in een eindeloze ketting. De snelheid en de moedwillige toononvastheid waarmee hij dit soms doet, zorgt onder meer in 'Pa Tirsdag' voor een heus vocaliseer-effect. Hoewel het erg leuk is om te horen hoe Rudd en Tchicai elkaar uitdagen door de ander kort te onderbreken of zelfs te imiteren, lijkt het duo de daverende ritmesectie in hun rug echter vaak te vergeten. Er is dan ook zelden sprake van hoogspanning binnen de groepsinteractie, wat waarschijnlijk te wijten is aan de ingehuurde achterhoede.
Wat ongetwijfeld een unieke en waardevolle toevoeging is aan de minimale discografie van het New York Art Quartet, is op muzikaal vlak echter niet bijster bijzonder. De kracht van het duo aanvoerders tilt 'Old Stuff' weliswaar boven de middenmoot, maar zelden komt het viertal hier in de buurt van hun twee eerste studioalbums.
Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be
Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Cuneiform Records kun je van dit album de titeltrack 'Old Stuff' beluisteren.
(Joachim Ceulemans, 2.3.10) - [print]
- [naar boven]

Nieuws
Nieuw festival: Jazz & Sounds
Dinsdag 12 januari 2010 is in Gent een nieuw festival boven de doopvont gehouden. Er werd niet meteen over één nacht ijs gegaan, want in 2008 tastte men het het Blue Note Records Indoor Festival reeds voorzichtig de wateren af. Al gauw bleek echter dat zo'n project te groot was voor één partner, waardoor men in 2009 besloot een sabbatical in te lassen om te herbronnen. Aan de tafel op de persconferentie zaten dan ook vertegenwoordigers van vijf grote Gentse organisaties: Bertrand Flamang van Gent Jazz, Wim Wabbes van Vooruit, Frank Pauwels van De Bijloke, Filip Rathé van het conservatorium en Hendrik Leper van het KASK. We gaan daar nu wel snel over, maar eigenlijk is het lang niet zo vanzelfsprekend dat vijf dergelijke organisaties, elk met hun eigen muzikale visie en programma, elkaar in dit festival hebben gevonden. Het programma dat ze voor het festival in elkaar hebben gestoken, ziet er alvast razend interessant uit.
Jazz & Sounds is een festival voor creatieve muziek, waaronder wordt verstaan dat er bruggen worden gebouwd tussen verschillende actuele muziekgenres, met de nadruk op jazz en hedendaags klassiek (ik verwacht een paar dreigbrieven voor die laatste term). De omschrijving creatieve muziek is geen toeval, want in juni 2009 werd Gent door de UNESCO nog de titel 'Creative City of Music' toegekend. Gent is dan ook een bruisende muziekstad, getuige daarvan de vele muzikanten uit zowat elk muziekgenre die er een onderkomen hebben gevonden.
Het festival vindt plaats in het conservatorium, in De Bijloke, en in Vooruit; voor een aantal projecten wordt - naast de vijf grotere spelers - ook samengewerkt met Stichting Logos, het IPEM en El Negocito. Voor volgende edities is het ook de bedoeling om ook samen te werken met buitenlandse partners en festivals.
Verscheidenheid troef: Impressions Of A Blue Kind en daags nadien Steve Reichs 'New York Counterpoint' voor soloklarinet in de prachtige Miry Zaal (Hoogpoort), Ben Sluijs met Jules Deelder en Remco Campert in de Balzaal (Vooruit), Flat Earth Society met John Watts van Fisher Z in de Theaterzaal (Vooruit), Ellery Eskelin en de dag erna Miroslav Vitous' 'Remembering Weather Report' in de Concertzaal (De Bijloke). Maar ook Peter Brötzmann, Joëlle Léandre, Elliott Sharp en documentaires over Han Bennink, Charlie Haden en Herman Leonard.
Hartverscheurende keuzes zullen gemaakt moeten worden door de vele parallelle sessies: gaat u voor Sluijs/Deelder/Campert of voor saxofoonwonder Colin Stetson, voor Ernst Reijseger of voor Fred Van Hove, voor Thielemans/De Pauw of voor contrabassiste Joëlle Léandre, een van de leidende figuren van de hedendaagse muziekscene? Wij kunnen in elk geval niet zo meteen een keuze maken.
Het ziet ernaar uit dat de lat van bij de eerste editie hoog wordt gelegd. En dat we stevige schoenen zullen aantrekken om al die zalen plat te lopen en ons te laten overdonderen door wat een weldaad aan muzikale impressies wordt. Laat ons u dit splinternieuwe festival meteen met stip aanraden. Niet te missen!
Klik hier voor meer informatie over Jazz & Sounds 2010.
(Bruno Bollaert, 1.3.10) - [print]
- [naar boven]
Lees verder in het archief...