Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




The Unplayables / Ben Sluijs Quartet & Erik Vermeulen - 'Harmonic Integration'
(W.E.R.F., 2008)

Opname: 2007

Er was een tijd dat Ben Sluijs verweten werd dat hij academisch speelde: voorspelbaar, braaf en erg trouw aan de traditie. Dat die labels sinds enkele jaren in de kast mogen blijven, daarvan vormt 'Harmonic Integration' het duidelijke bewijs. Voor deze plaat breidde Sluijs zijn kwartet uit met pianist Erik Vermeulen. Klavierspelers die in een klavierloze context geïntegreerd worden, het blijft een gevaarlijk bezigheid. Het gevaar om louter het geluid vol te spelen is niet denkbeeldig, maar Vermeulen en de ambitieuze composities van Sluijs smoren het gevaar voor het zich kan aandienen.

'Harmonic Integration' is geen spektakel, noch voer voor vingerknippers. De muziek klinkt gedurfd en volwassen. Er wordt geflirt met atonaliteit en dissonantie, maar alles blijft spontaan en toegankelijk, ook door de fijne sound en de gecontroleerde decibels. De muziek is niet free, ook geen klassieke jazz, maar pakt en fascineert wel. Nu eens is die vrij van metrum, dan weer ligt er een (vaak verstoorde) swingritmiek onder. De onvoorspelbare melodieën kunnen cerebraal-kamerbreed of nerveus zijn, en het totaalgeluid strekt zich uit van intieme kamermuziek tot een stevige sound. Wat hierbij opvalt is dat de uitersten nooit extreem gehanteerd worden. Zo klinkt 'Harmonic Integration' niet alleen waardig, maar ook consequent, ondanks de verschillende invalshoeken die gebruikt worden.

Saxofonisten Ben Sluijs en Jeroen Van Herzeele gedragen zich als muzikale tweelingbroers; beiden moeten het hebben van hun melodische en harmonische vindingrijkheid en niet van effecten. Dit geeft de muziek iets gesloten, maar nooit gezocht moeilijk. De manier waarop ze als duo functioneren in 'Deux Conns' is wondermooi. Na een unisono gespeeld thema (wat ze ook op andere tracks uitmuntend doen) schuiven ze geleidelijk aan uit elkaar: eerst nog imiterend, daarna elk een eigen weg zoekend. Sluijs fladdert energiek en melodisch bovenaan, terwijl Van Heerzele's rustigere benadering goed uitkomt in het lagere register.

Zeker even indrukwekkend is de tandem Cabras-Patrman, die perfect kracht en nuance weet te versmelten. Zo slagen ze er in om op 'Where Is The Joy' de hele groep te versmelten tot een continue stroom geïmproviseerd geluid, waar niemand uit kan ontsnappen. Niemand, behalve Erik Vermeulen, die zich in zijn nerveuze gedaante losmaakt van de rest. Zo weet de pianist voor de verschillende tracks steeds de juiste toon te treffen: vrij en impulsief, zachtjes neerdwarrelend of afgemeten als een klassieke pianist. Deze laatste kwaliteit maakt van het titelnummer, ingezet door het lyrische, atonale duo Vermeulen-Sluijs (op dwarsfluit), misschien wel de mooiste track van de plaat: hedendaagse klassieke muziek vol impressionistische verwondering.

Een opmerkelijke gast op dit album is de geest van John Coltrane, die zich manifesteert in de uitwaaierende ritmesectie met uitdeinende melodieën van de altsax ('Scalewise') en de afrosfeer op 'Twinkling Darkness'. Het ritmisch gelaagde arrangement van dit laatste nummer is puur genieten: een donkere, tweestemmige basriff, gestapelde ritmische patronen, repetitieve pianonoten die in de diepte resoneren, een rondvliegende dwarsfluit en het aan- en afrollen van de saxofonisten. Het mag duidelijk zijn dat Ben Sluijs nog steeds zijn traditie kent, maar de tijd dat dit zijn grootste verdienste was, is duidelijk voorbij.

Meer zien en horen?
Op de
website van Ben Sluijs kun je drie hierboven besproken nummers van deze cd beluisteren. Klik op 'Tracks' voor 'Scalewise', 'Twinkling Darkness' en 'Where Is The Joy?'. Op deze plaats is tevens een videoclip te zien van 'Mali', een liefst 18 minuten durende tour de force van het Ben Sluijs Quartet.

(Koen Van Meel, 9.10.08) - [print] - [naar boven]



Concertserie: Wereldvrouwen in jazz

Het Tilburgse podium Paradox heeft komende weken een aantal opvallende concerten met het gemeenschappelijke thema 'Wereldvrouwen in Jazz'. Alle concerten beginnen om 21.00 uur. Het spits zal aanstaande zaterdagavond worden afgebeten door de Libanese zangeres Rima Khcheich, een nieuwe ster uit het Midden-Oosten. Haar groep bestaat verder uit Tony Overwater (bas), Maarten van der Grinten (gitaar) en Joshua Samson (percussie). Het onlangs uitgebrachte album 'Falak' krijgt overal lovende kritieken.

Een week later, op zaterdag 18 oktober, is het de beurt aan de Israëlische ladido-zangeres Yasmin Levy. Deze opvallende zangeres maakt momenteel een bliksemcarrière en haar album 'Mano Suave' behoort tot de best verkopende cd's in de categorie wereldmuziek van afgelopen jaar. Verder geeft Levy die week nog concerten in grote zalen als Vredenburg, Oosterpoort en Melkweg. Een unieke kans om deze wereldster op een intiem podium te zien optreden. Dit optreden is onderdeel van het jaarlijkse Jiddisj Festival (17, 18 en 19 oktober).

Afsluitend is op vrijdag 14 november een concert van Esra Dalfidan met haar groep Fidan. Zij mengt haar Turkse afkomst bewust met de liefde voor westerse pop en jazz. Met haar band Fidan brengt ze een mengeling van subtiele Turkse melodieën, afwijkende ritmes en steeds weer nieuwe wendingen in harmonie. Traditie wordt gelinkt aan experiment. Dalfidan won vorig jaar het zevende Nederlands Jazz Vocalisten Concours. Onlangs verscheen 'Colors', de veelbelovende debuut-cd van de zangeres. Een mooie, veelkleurige kijk op Dalfidans talent. Verder in haar groep Tobias Klein (basklarinet), Franz von Chossy (piano), Clemens van der Feen (contrabas) en Uli Genenger (drums).

Klik
hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 9.10.08) - [print] - [naar boven]





Vocale jazz centraal op Branche Eemjazz
Robin McKelle, Wouter Hamel & Young Sinatras, zaterdag 4 oktober 2008, Theater De Flint, Amersfoort

Met Robin McKelle, de nieuwe Amerikaanse jazzontdekking, Wouter Hamel en de Young Sinatras lag de nadruk tijdens het Branche Eemjazz Festival op het vocale werk. McKelle is al vergeleken met Ella Fitzgerald en - ja hoor, daar kon je op wachten - Billie Holiday. Maar met die diva's heeft ze weinig van doen. Eerder past ze met haar ietwat bluesy, hesige stem in de Anita O'Day-Chris Connor traditie. Ze is in ieder geval uit het goede hout gesneden: geen spoortje van een eventueel singer/songwriter-syndroom, hoewel ze ook eigen materiaal zingt. Tussen het werk van de componisten van het Great American Songbook vallen die eigen nummers nog wat weg, maar dat kan een kwestie van tijd zijn.

Het duet met pianist Alain Mallet in 'Lullaby Of Birdland' was spannend, echt jazz. Tekenend was, dat ook de Holiday-nummers 'Don’t Explain' en 'Lover Man' authentiek McKelle waren. Ze zong tevens liedjes van Ella Johnson en Louis Jordan – ik zou haar wel eens met een bluesprogramma willen horen. Het bigband-arrangement dat Willie Murillo voor haar eerste cd van 'Bei Mir Bist Du Schön' vervaardigde, was heel slim naar de triobezetting vertaald. Het wees vooruit naar haar derde plaat, waarop ze door kleinere groepen begeleid zal worden dan op de eerste twee.

Wouter Hamel blijft boeien. In tegenstelling tot McKelle zingt hij overwegend eigen materiaal en die liedjes zijn catchy – substantiële niemendalletjes zou je kunnen zeggen, wanneer dat niet zo denigrerend zou klinken. Hamel is ook een rasentertainer, die van een statisch geladen microfoon een onderhoudende act kan maken. Hij moet alleen uitkijken dat hij niet gaat galmen. Met de uitsmijter, Horace Silvers 'Filthy McNasty', bevestigde hij zijn status als 2008-hipster.

De Young Sinatras lieten de Silver-sfeer nog even doorklinken. Paul van Kessel is een prima zanger, maar zijn aanpak is traditioneler dan die van ex-Sinatra Hamel. Van Kessel is ook niet zo'n podiumdier als die laatste. Dat neemt niet weg dat ook bij de Young Sinatras sprake is van in wezen orthodoxe swing, die naar de poppy 21ste eeuw is getransformeerd.

(Eddy Determeyer, 8.10.08) - [print] - [naar boven]





Rein de Graaff's Bebop Boek #1
Lee Morgan, een markante trompettist


"Het tragische van Lee Morgan is dat hij, evenals Donald Byrd, toch nooit de nieuwe Clifford Brown is geworden. Hoezeer de platenmaatschappijen er hun best ook voor deden. Desondanks is Morgan een van de meest markante figuren uit de geschiedenis van de jazztrompet."

Draai om je oren presenteert het eerste deel van een nieuwe serie, 'Rein de Graaff’s Bebop Boek', waarin pianist Rein de Graaff telkens een belangrijke muzikant uit de jazzgeschiedenis in de schijnwerpers zet. In het eerste deel is het de beurt aan de veel te vroeg overleden trompettist Lee Morgan. Klik
hier om het te lezen.

(Maarten van de Ven, 6.10.08) - [print] - [naar boven]





Afgeladen café Wilhelmina getuige van dertig jaar Jazzpower
Jazzpower: The 3rd Decade, jubileumconcert met Gatecrash en Gutbucket, maandag 29 september 2008, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

"Wauw, zoveel bezoekers bij een jazzconcert op maandag! Hebben jullie morgen een nationale feestdag?" Saxofonist Ken Thomson van het New Yorkse kwartet Gutbucket kon er niet over uit hoe druk het was bij het dubbelconcert waarmee Jazzpower zijn dertigste verjaardag vierde. Het was inderdaad een feestelijke avond, ook al door de woorden van wethouder Mittendorff. Zij vond dat er in een stad als Eindhoven plaats moest zijn voor een dergelijk podium.

De concertbezoekers zullen het hartgrondig met haar eens geweest zijn. Zowel Gutbucket als de groep Gatecrash rond trompettist Eric Vloeimans oogstten luidruchtige bijval van het publiek. Gatecrash draaide voornamelijk rond het lyrische spel van Vloeimans, met toetsenist Jeroen van Vliet als vunzig ronkende motor. Op zijn Fender Rhodes, voorzien van allerhande wankele klankkastjes, kleurde hij het geluid van de groep steeds anders in. Vloeimans, van zijn kant, bouwde lange bogen. Hij begon vaak ingehouden en dromerig, om gaandeweg energie te verzamelen voor melodieën die uit hun emotioneel geladen voegen kraakten.

Gutbucket was wilder en ruiger van opzet. Sommige nummers waren in een ommezien voorbij. Het zwaartepunt lag bij Thomson en gitarist Ty Citerman, die in onwaarschijnlijk snelle partijen gelijk oprenden en tegen elkaar afketsten. Als Citerman niet met de saxofoon meeholde, trok hij met galmende klanken van zijn gitaar een glanzende sluier over de muziek.

De ritmesectie van bas en drums steeg ver uit boven een ondersteunende rol. Met enige hulp van de gitaar hielden zij de groep binnen de grenzen van hoog en strak gespannen rock. Toch was het Thomson die de ogen van het publiek naar zich toe trok met de maniakale bewegingen waarmee hij de virtuoze buitelingen van zijn spel benadrukte. En het publiek juichte en joelde.

Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

(René van Peer, 6.10.08) - [print] - [naar boven]





Midden-Oosten meets jazz in Rima Kcheich Group

De Libanese Rima Khcheich is de nieuwe ster uit het Midden-Oosten. Als opvolgster van Feiruz, de wereldberoemde zangeres uit Libanon, spreekt Khcheich de nieuwe Libanese generatie aan. Ze belichaamt de hoop voor deze groep mensen, die na vele jaren oorlog en conflicten op zoek zijn naar een nieuwe Libanese identiteit.

Tien jaar geleden ontmoette de zangeres bassist Tony Overwater in Yuri Honing's Orient Express. Er ontstond een intense samenwerking en vriendschap, waarbij de muzikale en culturele achtergronden een inspiratiebron vormen voor een nieuwe en eigen vorm van muziek. Een en ander resulteerde in de onlangs uitgebrachte cd 'Falak' van de Rima Khcheich Group.

Deze week geeft deze band - naast Khcheich bestaande uit Yuri Honing (saxofoon) Maarten van der Grinten (gitaar), Tony Overwater (contrabas) en Joost Lijbaart (drums) - drie concerten in Nederland. Aanstaande donderdag 9 oktober in het Lindenberg Theater, Nijmegen; vrijdag 10 oktober in het Bimhuis, Amsterdam; en zaterdag 11 oktober in Paradox, Tilburg.

Meer zien en horen?
Op de MySpace-pagina van Rima Khcheich kun je luisteren naar de track 'Haflet Taraf'. Van dit nummer is ook een fraai gechoreografeerde videoclip gemaakt, die je hier kunt bekijken. Een eenmalige gratis aanmelding bij Facebook is daarvoor wel vereist.

(Maarten van de Ven, 6.10.08) - [print] - [naar boven]





Magistraal uitgevoerde free jazz
Globe Unity Orchestra, vrijdag 26 september, Bimhuis, Amsterdam

Ruim 40 jaar bestaat het Globe Unity Orchestra. Op 3 november 1966 debuteerde het orkest onder leiding van pianist Alexander von Schlippenbach op het Berlin Jazz Festival. De groep werd samengesteld door het Gunter Hampel Kwartet, Manfred Schoof Kwintet en Peter Brötzmann Trio bij elkaar te voegen. Behalve genoemde namen speelden ook onder anderen Willem Breuker en Gerd Dudek in het Globe Unity Orchestra. Gedurende de volgende jaren ontstond een pool van Amerikaanse en Europese muzikanten die regelmatig in het orkest speelden, waaronder Anthony Braxton, Steve Lacy, Johannes Bauer, Evan Parker, Enrico Rava, Kenny Wheeler, Ernst-Ludwig Petrowsky en Paul Lovens.

Het huidige orkest herbergt nog steeds musici van de eerste periode: de saxofonisten Parker, Petrowsky en Dudek, trompettist Schoof, trombonist Bauer en drummer Lovens. Het zijn de eerste generatie free-jazz muzikanten. De helft van de band bestaat dan ook uit zestigplussers: Parker (64), Petrowsky (75), Dudek (70), Schoof (72), Lovens (61) en Von Schlippenbach (70). Die respectabele leeftijd stond de heren niet in de weg energieke free jazz van hoog niveau te produceren.

In twee sets werd gedemonstreerd dat louter improvisatie en samenspel voortreffelijk klinkende muziek kan voortbrengen. De rieten, trompetten en trombones stonden in lijn in drie groepen opgesteld en musiceerden zowel collectief als in afzonderlijke secties. Er werd zowel subtiel als heftig geblazen, opbouwend van vier keer pianissimo naar vier keer forte. Tijdens solo's werden door de verschillende groepen spontane riffs ingezet. Dat alles werd smaakvol bij elkaar gehouden door Von Schlippenbachs zeer inventieve akkoordenbegeleiding en de elkaar goed aanvullende en stuwende drummers Paul Lovens en Paul Lytton.

Basklarinettist Rudi Mahall was de prominente aanjager van de collectieve inzetten van vooral de saxofoonsectie, waarop door het koper - mede dankzij 'ouwe rot' Manfred Schoof - adequaat werd gereageerd. Aldus ontvouwde zich instant composing van grote klasse. Vanuit de collectieven kwamen de musici stuk voor stuk naar voren om te soleren. Opvallende solisten waren Rudi Mahall, vingervlug en krijsend op de basklarinet, altist Ernst-Ludwig Petrowsky en schuiftrompettist Axel Doerner. Na de pauze lag het solistisch accent vooral op het per groep en duo collectief improviseren. Indrukwekkend was vooral de duo-improvisatie van veteranen Evan Parker en Gerd Dudek, beiden op tenorsax.

In de geest van Ornette Colemans 'Free Jazz' uit 1961 en John Coltrane's 'Ascension' uit 1965 werd deze avond in het Bimhuis de free jazz door het Globe Unity Orchestra magistraal uitgevoerd.

(Jacques Los, 4.10.08) - [print] - [naar boven]





Sofia Ribeiro & Marc Demuth - 'Dança Da Solidão' (CD Baby, 2006)
Opname: 2005

'Dança Da Solidão' werd in oktober 2005 live opgenomen in L'Inouï te Luxemburg, in dezelfde periode dat Sofia Ribeiro haar opwachting maakte in de finale van de 1st Brussels International Young Jazz Singers Competition. Ze eindigde uiteindelijk op een zeer verdienstelijke tweede plaats.

Haar Portugese roots indachtig prijken op dit debuutalbum naast jazzstandards, waaronder aparte interpretaties van onder meer 'You’d Be So Nice To Come Home To', 'Blame It On My Youth' en 'Nature Boy', ook een handvol Braziliaanse songs. Verder enkele fado's en een popnummer dat afkomstig is uit de soundtrack van 'Bagdad Café' ('I’m Calling You').

De openingstrack, het bekende 'Vera Cruz' van Milton Nascimento, zet meteen de toon voor een eenzame dans tussen de stem van Sofia en de contrabas van Marc Demuth. Het spel van de Luxemburger straalt kracht uit. Nu is de combinatie stem–contrabas allerminst een evidentie. Je zou eerder een harmonisch instrument verwachten (een piano of gitaar bijvoorbeeld). Demuth haalt alles uit de kast om de nodige variatie te brengen. Mede dankzij de brede repertoirekeuze krijgt de verveling geen kans. Het duo brengt de songs terug tot hun essentie en gaat daarin inventief te werk.

Deze recensie verscheen eerder in Jazzmozaïek.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Sofia Ribeiro, waar je drie tracks van dit album kunt beluisteren: 'O Gente Da Minha Terra', 'Black Coffee' en 'You’d Be So Nice To Come Home To'.

(Dirk De Gezelle, 4.10.08) - [print] - [naar boven]





Toots zonder weerga op dertigste editie Jazz Hoeilaart
Toots Thielemans Quartet, woensdag 24 september 2008, De Bosuil, Jezus-Eijk

Voordat de maestro het toneel betrad, werd vanavond uitvoerig stilgestaan bij en postuum eer verleent aan de grondlegger van Jazz Hoeilaart, Albert Michiels, die in mei van dit jaar op 85-jarige leeftijd overleed. Jazz Hoeilaart, begonnen als lokaal festival tijdens de Hoeilaartse druivenfeesten, is onder zijn bezielende leiding geworden tot een festival met een internationale reputatie. Met als belangrijkste kenmerk het internationale jazzconcours voor aanstormend talent (zie Meer weten?).

Jean 'Toots' Thielemans, die dit jaar 86 wordt, verzorgde op de eerste dag het openingsconcert met zijn kwartet. Samen met Karel Boehlee (piano), Hein van de Geyn (contrabas) en Dré Pallemaerts (drums) speelde hij een maxi-concert, zonder pauze en zonder weerga! En het talrijke publiek kreeg waar voor zijn geld. Het werd getrakteerd op talrijke juweeltjes uit het American Songbook. Een medley met 'I Love You Porgy', 'Summertime' en 'It Ain’t Necessarily So' klonk vertrouwd, maar had voldoende eigenheid. Als ode aan Thelonious Monk vervolgde Mr. Toots solo met een breekbare uitvoering van 'Round About Midnight'.

Het technisch virtuoze spel mag dan misschien zijn afgenomen, maar in elke single note en elke gespeelde frase doorklinkt zijn rijke jazzverleden en persoonlijke zeggingskracht. Dat was ook het geval in Paul Simons compositie 'I Do It For Your Love'. Thielemans blijft een fenomeen en of hij nu speelt of spreekt: uit respect behoor je vanzelfsprekend te zwijgen. Dat ondervond pijnlijk een dame op de voorste rij, die hem met haar gebabbel zodanig stoorde dat hij haar even vermanend toesprak, waarna hij met de filmuziek uit 'Midnight Cowboy' vervolgde. 'Bluesette' begon in een langzaam tempo in vieren en ging over in onversneden swing met een ronduit zalige bassolo van Van de Geyn. Het stuk kantelde naar een latin feel en hier pakte Pallemaerts solistisch gedecideerd en boeiend uit.

De chemie met smaakmaker en uitmuntend begeleider Boehlee, gepokt en gemazeld bassist Van de Geyn en de alom geprezen Pallemaerts was uitstekend. Thielemans liet hen royaal soleren en een aandeel hebben in het succes. "En wa goan we nu spele?" vroeg Toots. "Autumn Leaves", stelde Boehlee voor. Het werd een uitvoering met veel ruimte, golvende dynamiek en raak geplaatste spaarzame, essentiële noten van de meester. Boehlee op synthesizer kleurde met langgerekte akkoorden toegevoegde waarden in. Abrupt volgde een deel met uiterst zacht spel op piano, een geplukte bas in vieren, ruisende brushes van Pallemaerts en Thielemans met broos, beeldend spel. Een uitvoering die je sprakeloos naar adem deed snakken!

Na het horen van Louis Armstrong koos Thielemans in 1942 voor een beroep als musicus. Daarom volgde tot slot nog diens overbekende 'What A Wonderful World'. En om de wens naar die wereld wat extra kracht bij te zetten, werd het een intimistische en sobere uitvoering, die tot denken aanzette. De korte en bondige versie eindigde in een morendo pianissimo. Het bedankapplaus was lang, oprecht en zeer terecht!

Klik hier voor een fotoverslag.

Meer weten?
Uit 59 kandidaten uit 20 verschillende landen (voor jazzgroepen bestaande uit musici die niet ouder zijn dan 30 jaar) selecteerde een internationale jury uit de preselectie zes finalisten. Het Mid West Quartet werd zaterdagavond in gemeenschapscentrum De Bosuil in Overijse uitgeroepen als laureaat van Jazz Hoeilaart Intern'l Contest. De winnende groep eindigde voor het Spaans-Nederlandse César Latorre Trio en het Kristian Brink Quartet uit Denemarken. Op de vierde plaats eindigde de Oostenrijkse groep Playgrounds, gevolgd door Hornstrom uit Duitsland en het Piotr Orzechowski Quartet uit Polen.

(Cees van de Ven, 2.10.08) - [print] - [naar boven]





Bar Kokhba - 'Lucifer, Book Of Angels Vol. 10' (Tzadik, 2008)
Opname: 2007

Bar Kokhba is waarschijnlijk het beste wat John Zorn te bieden heeft: een ensemble met louter sterspelers uit de New Yorkse muziekscene dat bijzonder toegankelijk klinkt. Op het eerste gehoor lijkt het wel easy listening, maar Zorn is met dit ensemble niet uit op een gemakkelijke glimlach: hier wordt hard gewerkt. Op hoog niveau wordt er gesoleerd over de inmiddels wel bekende jiddische thema's van Zorn.

Meer dan welkom is de inbreng van gitarist Marc Ribot, die in het openingsstuk klinkt als Grant Green, maar ook graag de surfgitarist uithangt en in het stuk 'Gediel' de discussie met drummer Joey Baron aangaat. Percussionist Cyro Baptista brengt op zijn beurt weer subtiele Braziliaanse invloeden in. Bar Kokhba swingt en ontroert. Een regelrechte aanrader.

(Eric van Rees, 2.10.08) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag Jazz Middelheim 2008: Dag 4
zondag 17 augustus 2008, Park Den Brandt, Antwerpen

Verslaggever Koen Van Meel en fotograaf Cees van de Ven waren getuige van de vierde en laatste dag van Jazz Middelheim. De programmering was even divers als interessant, met optredens van het Andy Bey Trio, het Robin Verheyen International Quartet, het Trio Muhal Richard Abrams/George Lewis/Roscoe Mitchell en als afsluiter het Wynton Marsalis Quintet.

Klik hier voor een verslag in woord en beeld van de derde dag.

Meer horen?
Op de website van Jazz Middelheim kun je via een audiostream de concerten van het Andy Bey Trio, het Trio Abrams/Lewis/Mitchell en het Wynton Marsalis Quintet nog eens integraal beluisteren.

(Maarten van de Ven, 2.10.08) - [print] - [naar boven]





Fotoboek 'Jazzportretten'

Een cool-stijlvolle Roy Hargrove. Een olijke Han Bennink. Een verstilde Andrew Hill. Een ontwapenende Diana Krall. En Frank Vaganée als Rembrandt...?! Het zijn zo maar een paar pakkende beelden uit de zestig foto's die zijn verzameld in het eerste boek van amateur-fotograaf en jazzliefhebber Cees van de Ven: 'Jazzportretten'.

De liefde voor muziek en fotografie werd Cees van de Ven bijgebracht door zijn vader. Diens fraaie zwart-witfoto's uit de vijftiger jaren, gemaakt met een 6x6 Rolleicord-toestel, fascineerden hem, en al spoedig sloeg hij zelf aan het fotograferen. De link met de jazz werd daarbij al snel gelegd. Sinds eind jaren negentig is Van de Ven namelijk programmeur voor het 'Jazz at the Crow'-podium in café Kraaij & Balder in Eindhoven en sinds vorig jaar ook voor het podium 'JazzCase' in Provinciaal Domein Dommelhof in Neerpelt. Verder is hij redactioneel medewerker van deze jazzweblog. In het kader van die werkzaamheden bezoekt en fotografeert hij vele jazzconcerten.

In zijn foto's tracht Van de Ven de intensiteit van emoties vast te leggen tijdens het spel: in improvisatie, interactie en rust. Uit de foto's moet vooral betrokkenheid spreken bij de persoon in focus. Door de keuze van het moment, de compositie en de kadering voorziet hij de foto's van een persoonlijke signatuur. Zelf zegt hij erover: "Als horen, kijken en zien samenvallen in het moment van de klik, is dat voor mij vaak een geslaagde jazzfoto."

Stefano Rivoir, een trouwe bezoeker van de fotosite van Van de Ven schreef in een testimonial: "He's great, to me. With his shots, he makes you feel on stage, side by side with the musicians. The intimacy they reveal is kind of unique." Fotograaf en jazzliefhebber Alberto Ferrero schreef: "His passion for music and photography is clear, as well as his sensitivity in taking outstanding moments. For every lover of these two arts, his images are a cornerstone."

Het boek is te bestellen door € 35,- plus € 4,20 verzendkosten over te maken op KBC-rekening 733-0331873-66 ten name van Cees van de Ven, Boonskuilstraat 19 B2, 3910 Neerpelt, onder vermelding van 'Jazzportretten'. Vermeld bij de overschrijving het IBAN-nummer: BE07-7330331873-66 (KBC Belgium) en het BIC-nummer: KREDBEBB. Stuur daarnaast een mail naar ceesvandeven@telenet.be met daarin het gewenste aantal boeken en uw adresgegevens.

(Maarten van de Ven, 1.10.08) - [print] - [naar boven]



Avontuurlijke concertserie Jazz@Lib in de Lindenberg

De Lindenberg, hét Huis voor de Kunsten in Nijmegen, produceert in samenwerking met musicus Bo van de Graaf op de zaterdagdagen 4 oktober, 15 november, 20 december en (volgend jaar) 7 februari de avontuurlijke concertserie Jazz@Lib. Die naam staat garant voor een spannende muzikale belevenis, waarbij alles draait om het experiment. Elk concert wordt gemaakt op de dag van de uitvoering. De spelers weten pas enkele uren voor het concert met wie ze die avond gaan spelen (met uitzondering van het concert op 4 oktober).

De musici die de uitdaging aangaan hebben hun roots in de jazz, pop en wereldmuziek. Elk concert maakt een verrassende cross-over naar een andere discipline. Artistiek leider Bo van de Graaf zocht het avontuur op in dans, film, poëzie en beeldende kunst. Deelnemers zijn onder anderen trombonist Joost Buis, saxofonist Esmee Olthuis, gitarist Jacques Palinckx, percussionisten Hans Hasebos en Joshua Samson, bassist Niko Langenhuisen en pianisten Stormvogel en Stevko Busch.

Voor meer informatie klik
hier.

(Jacques Los, 1.10.08) - [print] - [naar boven]





Een tenorsaxofonist die staat als een huis
Wouter Kiers & Old Quarter Trio, maandag 22 september 2008, Old Quarter, Amsterdam

Hij is bekend van onder andere de band Kiers & De Vries en natuurlijk ook van de halverwege 2005 geformeerde groep Blood, Sweat & Kiers. Vandaar dat vele liefhebbers van het imposante tenorgeluid, dat deze Wouter Kiers gewoon is te produceren, naar deze aangename maandagavondsessie in The Old Quarter togen. Kiers bespeelt inderdaad ongelooflijk spectaculair en op hoog niveau zijn van tijgerprint voorziene tenorsax en was deze keer blij verrast met het Old Quarter Trio te kunnen samenspelen.

Dit basistrio - pianist Thijs Cuppen, bassist Branko Teuwen en drummer Klaas van Donkersgoed - is niet alleen goed op elkaar ingespeeld, maar beschikt ook over een enorme flexibiliteit om solisten van velerlei pluimage en spelend op verschillende instrumenten te begeleiden. Maar met een typering als 'begeleiders' zou ik hen tekort doen, want elk van deze musici staat ook zijn mannetje met aansprekend solowerk.

De straight ahead gespeelde nummers in deze sessie werden consequent door Kiers ingezet, die niet alleen door zijn imposante postuur, spierwitte haardos en glinsterende oorringen behoorlijk de aandacht trok. Want van meet af aan liet hij zijn energieke tenorsound in een grote variëteit aan nummers en stijlen haast aaneengeregen de revue passeren. Hierbij snakten na verloop van tijd niet alleen de vier musici af en toe naar adem; ook de Old Quarter-bezoekers werden steeds enthousiaster. Of men nu een blues speelde, een ballad als 'Polka Dots And Moonbeams', het snelle 'Doxy', 'Besame Mucho', 'Take The "A" Train' of 'What A Difference A Day Made': het maakte allemaal niet uit.

Simon Carmiggelt zou van een dergelijk avond gezegd kunnen hebben: "Er ontstond sjeu in de zaak." Want inderdaad, dit was een dergelijke avond waarop alle startongemakken van een nieuwe werkweek van je schouders leken af te glijden.

Kiers juinde de boel dan ook energiek op. Door zijn dynamische spel wist hij zijn medemusici te inspireren en kreeg hij deze avond ook alle toehoorders op zijn hand. Veel applaus en enthousiaste kreten werden zijn deel.

Een geweldige jazzavond in hartje oud Amsterdam.

(Rolf Polak, 1.10.08) - [print] - [naar boven]





Rosenberg Trio & Tim Kliphuis - 'Tribute To Stéphane Grappelli' (FM Jazz, 2008)
Opname: 2007

Het lijdt geen twijfel dat Stochelo Rosenberg een van de beste gitaristen is in het idioom van de zigeunerjazz, ooit tot ontwikkeling gebracht door de legendarische Django Reinhardt. En Tim Kliphuis kan rustig een van de erfgenamen worden genoemd van meesterviolist Stéphane Grappelli, die ooit samen met Reinhardt aan het hoofd stond van de Hot Club de Jazz. Samen zijn ze de aangewezen muzikanten voor een eerbetoon aan Grappelli, met wie het Rosenberg Trio in 1993 triomfen vierde in Carnegie Hall.

Dat eerbetoon is er, ter gelegenheid van Grappelli's 100e geboortedag (hij overleed in 1997). Stijlzuivere Hot Clubjazz, met overtuiging en het gepaste vuur gespeeld. De harmonische en ritmische basis wordt gelegd door slaggitarist Nous'che Rosenberg, een meester in zijn eigen hoekje van deze muziek, en bassist Nonnie Rosenberg (ook een neef, en mede daarom onvermijdelijk – ik zou de Rosenbergs wel eens willen horen met een bassist die iets meer allure meebrengt dan Nonnie, die weliswaar netjes de noten speelt, maar geen diepte in zijn spel heeft).

Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Tim Kliphuis kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'Ol’ Man River' en 'I Surrender Dear'.

(René de Cocq, 1.10.08) - [print] - [naar boven]





Overdonderende rust
John Abercrombie Quartet, donderdag 25 september 2008, Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Een combo met solisten op viool en gitaar doet, zeker in jazzkringen, denken aan dat van Django Reinhardt en Stephane Grapelli. Of dit John Abercrombie voor ogen stond toen hij zijn band samenstelde, is onduidelijk. Wat wel vaststaat, is dat Abercrombie een echte jazzgitarist is, die in menig interview aangeeft te zijn geïnspireerd door Charlie Christiani en Reinhardt. Daarmee is niet gezegd dat de muziek hetzelfde klinkt. Want behalve een man van de traditie is Abercrombie ook zeker een vernieuwer, die even gemakkelijk akkoordenschema's als vrije improvisaties doorloopt. Het verloop van zijn stukken is dan ook vaak dat van een thema, via een los-vast schema van akkoorden, naar een vrij gedeelte. Op zijn laatste album, 'Third Quartet', wordt deze interesse nog eens aangegeven met een uitvoering van Ornette Colemans 'Round Trip'.

Tijdens zijn concert in de Dr. Anthon Philipszaal werd het nog eens bevestigd: de lyriek van Abercrombie, Mark Feldman op viool, Thomas Morgan op bas en Joey Baron op drums is overweldigend. Met name voor de pauze werd er op fluisterniveau gesoleerd, zodat het publiek bij de muzikanten op schoot leek te zitten. Wanneer het al te rustig werd, was daar drumbeest Baron, die met een asymmetrische roffel de boel weer op scherp zette. Waar Baron uitgesproken extrovert is als muzikant, geldt voor Abercrombie het omgekeerde. Ineengezakt met zijn gitaar op schoot is hij het toonbeeld van een ingetogen muzikant die weinig noten nodig heeft om diep in zichzelf en de muziek te graven. Zijn solo's waren rustig en geconcentreerd. Wanneer Abercrombie niet speelde, luisterde hij met gesloten ogen naar Feldman. Deze soleerde in alle registers van zijn viool en wisselde korte statements van veel noten af met meer lyrische, melodische passages. Morgan bleef lange tijd wat op de achtergrond, maar liet zich na de pauze volop gelden in 'Class Trip', een nummer met pizzicato voor bas en viool dat aan Philip Glass deed denken.

Na de pauze namen de muzikanten sowieso meer tijd om hun individuele klasse te tonen. Baron speelde geniaal, zij het wat luid, hetgeen soms wat ten koste ging van de vioolpartij. In 'Vingt-Six', een nummer van het laatste album, revancheerde Feldman zich met een stopchorus die aan een monologue intérieur deed denken. Abercrombie liet nog zien waarom hij, jaren geleden, een veelgevraagd fusiongitarist was. Dit spierballenwerk van de muzikanten was aanstekelijk, maar met name Baron leidde af van waar deze muziek over gaat: luisteren. Het laatste kwart van het concert was dan ook wat teleurstellend.

Pas bij de toegift kwam de groep weer met een hecht samenspel dat de tijd stil leek te doen staan. Toen ook werd duidelijk waarom dit kwartet door velen wordt gezien als het beste dat Abercrombie heeft gehad en als een van de beste kamerjazzensembles van het moment. Wanneer de muzikanten goed naar elkaar luisteren, dan stuwen ze
zichzelf en elkaar tot ongekende hoogten.

(Sybren Renema, 28.9.08) - [print] - [naar boven]





Michael Moore - 'Sweet Ears' (Ramboy, 2008)
Opname: 1996

The Persons is een formatie van Michael Moore uit eind jaren zeventig. Toen experimenteerde hij met het harmonisch gebruik van riffs en grooves van elektrische gitaar. Het materiaal van deze opname, die dateert van mei 1996, is van de laatste bezetting in dit kader, met naast de leider cellist Ernst Reijseger, gitaristen Danny Petrowen en Nick Kingo, bassist James 'Sprocket' Royer en drummer Michael Vatcher.

Deze cd is van een andere orde als de cd '
Holocene', die onlangs verscheen van het Michael Moore Trio. Free jazz, stevig, uitbundig, weird, humorvol en met veel instant composing. Dat alles resulteert in een opzienbarend en afwisselend luisterplezier. Moore is hier een klanktovenaar op altsax, klarinet, basklarinet en melodica.

De kwaliteit van het basismateriaal en een topbezetting zorgden voor de rest. Ondanks het feit dat de muziek al ruim tien jaar geleden werd opgenomen, is deze cd nog geheel bij de tijd. Een aanrader voor Michael Moore-adepten en liefhebbers van avant-garde impromuziek die tegen een stootje kunnen.

(Cees van de Ven, 28.9.08) - [print] - [naar boven]





Willem Breuker Kollektief brengt muzikaliteit en speelplezier
donderdag 18 september 2008, SJU Jazzpodium, Utrecht

Na een ernstige ziekte die zo'n twee jaar geduurd heeft, staat Willem Breuker wederom omringd door al zijn saxofoons op de planken met zijn succesvolle Kollektief. Gedurende die periode heeft het Kollektief niet stilgezeten; zonder zijn leider werden in 2006 en 2007 onder meer theaterconcerten gegeven met zangeres Denise Jannah. Verder was er de theaterproductie 'Sophie Tucker', een samenwerking met Loes Luca. Op het North Sea Jazz Festival is Breukers comback dit jaar van start gegaan. Inmiddels zit hij in een tournee die hem in november naar de Verenigde Staten en Canada zal brengen.

In het SJU Jazzpodium steeg het 'Aha-Erlebnis'-gevoel tot grote hoogte. Vooral bij de talloze aanwezige generatiegenoten van Willem Breuker. Meteen vanaf de aftrap van het onstuimige 'Dorst 2' werd de turbofanfare in gang gezet. Kenmerkend voor Breukers composities en orkestraties is een amalgaam van stijlen - bigband swing, bebop, musical, Wagner, levenslied, tango, circusmuziek – resulterend in een compact en vol brassband-geluid. Veel muziekpapier op de standaards met uitgeschreven noten – uiterst bekwaam neergepend, soms verrassend, soms moedwillig kitscherig, vet georkestreerd – maar relatief weinig ruimte latend voor solo's.

Het 'dollen' van de zeventiger en tachtiger jaren heb ik wel gemist. Het vroegere theatrale, de gein, de onzin, de relativering, het sociale engagement: het was er niet meer. Maar goed, de heren zijn een streepje ouder geworden. Gelukkig zijn de muzikaliteit en het speelplezier niet verdwenen.

Na de nogal plichtmatig uitgevoerde eerste twee nummers kwam, middels een furieuze sopraansaxsolo van Breuker, het Kollektief pas echt op gang. Drummer Rob Verdurmen en bassist Arjen Gorter ranselden achter Breukers tierende en gierende solo. De tijden van de krachtige en energieke free jazz keerden terug. Als contrast soleerde Hermine Deurloo daarna passievol op mondharmonica (in de geest van de oude meester Toots Thielemans) in het gevoelige nummer 'Trouw'. Aandoenlijk was het Sinatra-achtige croonen van Breuker in Gordon Lightfoots 'If You Could Read My Mind'. Een bescheiden, licht ironische performance door Breuker, die - met een glas Spa in de hand - deze commerciële soulsong een nonchalant-laconieke vertolking meegaf. De begeleidende instrumentatie was zeer melancholisch en smaakvol.

Naast de merendeels Breuker-originals werd 'Fables Of Faubus' nogal mat uitgevoerd. Deze compositie van Charles Mingus is een statement tegen de Amerikaanse rassendiscriminatie en wordt in diens diverse vertolkingen met kracht uitgevoerd. Het Breuker Kollektief daarentegen produceerde een nogal brave editie van Mingus' protest classic. Hoe anders was het in 'Bob's Gallery + To Europe', met een sprankelend opgebouwde altsaxsolo van Deurloo en een heftige tenorsaxsolo van Maarten van Norden.

Het orkest, dat na 30 jaar nog steeds een icoon is in de vaderlandse naoorlogse jazzgeschiedenis en tot ver buiten de grenzen bekendheid en bewondering geniet, komt het komende seizoen voor het eerst in zijn bestaan niet meer in aanmerking voor subsidie. Dit orkest dat zoveel goodwill heeft opgebouwd en een belangrijk cultureel exportproduct is (in Amerika kent men Breuker wel, maar Plasterk niet) wordt in zijn bestaan bedreigd. Dat mag niet gebeuren. Laat de jazzfanfare nog lang klinken!

Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

(Jacques Los, 26.9.08) - [print] - [naar boven]





Robin Verheyen - 'Painting Space' (W.E.R.F., 2008)
Opname: 2007

Na zijn plaat met Narcissus is 'Painting Time' de tweede cd die de jonge saxofonist Robin Verheyen uitbrengt op het label van De Werf. Met de Amerikaanse toetsenist Bill Carrothers, de Franse bassist Remi Vignolo en de Belgische drummer Dré Pallemaerts bevindt hij zich ditmaal in internationaal gezelschap.

Dat Verheyen sinds midden 2006 in New York woont, heeft er niet voor gezorgd dat zijn muziek uitzinniger geworden is, integendeel. Verheyen en zijn muzikanten spelen vaak gesloten, abstract en bij momenten zelfs ascetisch. Virtuositeit wordt volledig naar de achtergrond gedwongen, samen met dynamische contrasten. De muziek richt zich op melodie en harmonie, wat 'Painting Space' niet meteen tot een schijfje vrolijke achtergrondjazz maakt, waarbij het goed vingerknippen is. Alleen in Wayne Shorters 'Capricorn' wordt er voor een geanimeerde swinggroove gekozen. Bij de meeste andere tracks ligt het tempo eerder laag, als er al van een vast tempo sprake kan zijn.

Als saxofonist vermijdt Verheyen extremen en speelt hij in zichzelf gekeerd, alsof hij zijn weg zoekt en de luisteraar zijn tocht mag volgen. Door deze soberheid krijgen de andere muzikanten volop de kans om hun stempel op de cd te drukken. Vooral Carrothers is nadrukkelijk (maar niet opdringerig) aanwezig: één maal op Fender Rhodes, de andere keren als pianist – al dan niet aan het werk in de klankkast van de piano. Zijn ruimtelijke akkoorden leggen een open basis. Hierop kunnen ook Vignolo en de zoals steeds ritmisch erg onafhankelijk spelende Pallemaerts hun zegje doen. Daardoor wordt 'Painting Space' het werkstuk van een volwaardig kwintet, waarbij de rolverdeling vaak heel vloeiend is.

De harmonische en melodische focus van de plaat komt vooral naar voren in de composities van Verheyen zelf. De soms herkenbare en eenvoudige melodieën worden breed uitgesmeerd, wat vooral in 'Open To Your Love' letterlijk minuten in beslag neemt. Gecombineerd met de vrije metriek en het lichtjes aan- en afrollen van de begeleiding wordt hier de geest van John Coltrane opgeroepen. Echt doorduwen doet Verheyen echter niet, aangezien hij blijft zweren bij korte frases, ook wanneer hij in volle opbouw is. Dat kleine tandje bijsteken had de track en de cd als geheel nog iets meer kracht kunnen geven, een extra dimensie die nu al eens ontbreekt.

Wanneer het kwartet nog verder gaat in de soberheid, zoals in 'Colors In Space' en 'Voice Of The People' (een compositie van Carrothers), wordt de muziek echt ijl. De meest cerebrale track is echter 'Metal Bar – Painting Space', waarin zoveel onuitgesproken blijft, dat wat niet gespeeld wordt minstens even belangrijk wordt als wat er wel te horen is. Wanneer er even niemand echt soleert of de melodie voert, lijkt de muziek stil te staan: niet doods, maar vol spanning.

In het tweedelige 'Facing East' wordt even uit een ander vaatje getapt. De nazinderende inside pianoklanken van Carrothers zorgen voor een mysterieuze onderbouw, die plots plaats maakt voor een stevige drive in de ritmesectie. Het kolken van de begeleiding laat Verheyen in zijn solo haast rondspinnen als een tol, waardoor het kwartet de ruimte even anders schildert. Een welkom moment van afwisseling in een knappe, maar niet voor de hand liggende cd.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Robin Verheyen kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'Facing East - Part 2' en 'Wherever The Path Leads You'.

(Koen Van Meel, 26.9.08) - [print] - [naar boven]





En Sun Ra zag dat het goed was
Sun Ra Arkestra o.l.v. Marshall Allen, zaterdag 20 september 2008, Paradox, Tilburg

Wie Sun Ra zegt, zegt controverse. Glitterpakken, hoofddeksels van nepgoud en een lowbudgetfilm over rassenongelijkheid maken de gemiddelde muzikant niet geloofwaardiger. Laat staan dat een gerecht met de naam moon stew en albums gewijd aan de muziek van Disney en Batman dat doen. Het zijn allemaal punten van discussie rond 'Sonny' Herman Blount, de zelfverklaarde Saturnusbewoner die van 1914 tot 1993 op aarde verkeerde.

Er is ook de andere kant. Bootsy Collins, Cocorosie, Sonic Youth, John Coltrane, Pink Floyd en zelfs breakdance: allemaal zijn ze op een of andere manier stevig door de grabbelton aan ideeën in Ra's muziek beïnvloed. Het was dan ook een geweldig idee het originele Arkestra, aangevuld met jongere muzikanten, naar Nederland te halen voor een week van drie uur durende concerten. Dit alles in het kader van het ZXZW Festival in Tilburg. En geen minuut te laat; de muziek van Ra is muziek die beleefd moet worden, en de leeftijd van de muzikanten doet vermoeden dat dit de laatste keer geweest kan zijn.

De leiding van het Arkestra ligt tegenwoordig in handen van Marshall Allen (84), de altsaxofonist met de geweldige snerpende toon. Samen met onder meer John Gilmore en Pat Patrick gaf hij jarenlang kleur aan Ra's composities. Nu voert hij schreeuwend en tierend de band aan, waarvan hij sinds 1958 lid is, en die zich deze avond (na eerder deze week klassiek Ra-werk te hebben gespeeld) op standards concentreerde.

En hoe?! 'Way Down Yonder In New Orleans', 'How High The Moon', 'Hocus Pocus' (van Fletcher Henderson, Ra's eerste werkgever) en enkele Ra-klassiekers als 'We Travel The Spaceways': alles werd geklutst en de muziek was immer onverwacht. Zelfs voor de muzikanten, want pas tijdens het concert gaf Allen door wat er gespeeld moest worden, zodat veertien man steeds halsoverkop in de muziekpapieren konden gaan rommelen.

De solo's en de muziek waren van hoog niveau. Vooral Allen zelf was verbazingwekkend. Zijn altsax klinkt nog altijd urgent, en door op een EVI (een soort geblazen synthesizer) te spelen, nam hij de last op zich om Sun Ra's partijen in te vullen. Dit hield het geheel geloofwaardig en deed eigenlijk snel het gemis vergeten. Op die manier leek de band nooit achterom te kijken; de behandeling van het repertoire klonk niet versleten. Net zomin als de bandleden dat zijn: saxofonist Knoel Scott speelde, ondanks een gebroken been, al zijn solo's staand, balancerend op zijn goede been.

Hoogtepunten waren er veel, maar met name de emotionele interlude van Allen en pianist Farid Abdul-Bari Barron was adembenemend. Charles Davis, lid van het Arkestra sinds 1955, is ook nog altijd goed in vorm: zijn doordachte tenorsolo's boden een mooi evenwicht voor het overvolle samenspel.

Aan het eind van de ruim drie uur durende set was er nog wat ruimte voor een medley van 'We Travel Spaceways' en 'Space Is The Place', zodat ook de verwachtingsvolle fan in dat opzicht ook nog aan zijn trekken kwam. Die zal niets te klagen hebben gehad, want het concert was een selectie van alles wat het Arkestra ooit tot de beste bigband van zijn tijd maakte.

(Sybren Renema, 24.9.08) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Draai om je oren

Blijf op de hoogte via de

Meer draai om je oren:

Zoek in deze website:

Google

web deze website

Redactieadres
Cees van de Ven
Boonskuilstraat 19 B2
3910 Neerpelt
België
T (0032) 11 74 71 80
M redactie@draaiomjeoren.com

Extra & exclusief
www.flickr.com
cees van de ven's North Sea Jazz 2008 photoset cees van de ven's North Sea Jazz 2008 photoset


Nieuws, tips, suggesties, meewerken? Mail naar de redactie.


Wie zijn er online?




(advertenties)






























[Valid Atom]
(meer informatie)

This page is powered by Blogger. Isn't yours?