|
Draai om je oren Jazz en meer - Interview |
home |
||
|
| |||
|
Dick de Graaf: Op zoek naar de allesomvattende essentie "Het is ijskoud in Rotterdam. Terwijl het begin maart is. In het Rotterdamse Doelencafe arriveert kleumend Dick de Graaf. Hij is op de fiets. Zeven en een halve kilometer. En dat voor een interview. Toch heeft hij er zin in en steekt ogenblikkelijk van wal. door Jacques Los, mei 2005
"Rond mijn zeventiende luisterde ik veel naar de radio en raakte geïnteresseerd in de jazz. Ik woonde toen in Hilversum en heb veel concerten in de studio's bijgewoond. In die tijd zag ik mensen als Rob van den Broeck, Dick Vennik en Jasper van 't Hof. Ik speelde al wat jaren een beetje gitaar en slagwerk, maar ben toen overgestapt op de dwarsfluit. Een vriend van me ontdekte toen, ietsje later, de impro-scene in Amsterdam met Willem van Manen, Misha Mengelberg en Willem Breuker. Rond die tijd begon het radioprogramma Sesjun in de Boerenhofstede in Laren. Ik heb daar natuurlijk reusachtig veel jazzgrootheden gezien: Dexter Gordon, Ben Webster, Monty Alexander... te veel om op te noemen. En de talloze Nederlandse vedetten." "Met jongens uit de buurt maakten we al zo'n beetje moderne jazz, impro-jazz was het meer, maar het zag er toen toch niet naar uit dat dat mijn professie zou worden. En ik was ook wel opgegroeid met het idee dat het maar beter was een vak te leren. Ik las ook erg graag en schreef wel eens wat, dus ging ik in Utrecht naar de universiteit om Nederlands te studeren. Dat bleek een desillusie. Verschrikkelijk, die analytische manier om met teksten om te gaan... brrr! Ik vond dat helemaal niks. Het heeft mijn plezier in lezen tot op de dag van vandaag geheel vergald. Ik had nota bene de hele Nederlandse literatuur voordien gelezen: Reve, Mulisch, Claus, Hermans, Campert, noem maar op. Ik was destijds helemaal kapot van het lezen van 'De Avonden'. Dat hakte er toen in. Ik vond het fantastisch. Maar ineens kon ik geen boek meer zien. Gelukkig kon ik qua studie switchen naar de opleiding 'taalbeheersing'. Daar kon ik beter mee uit de voeten." "Iedere dinsdagavond ging ik naar de jazzconcerten in 't Hoogt in Utrecht. Heel vaak speelde Gijs Hendriks daar. Ik heb toen nauwelijks concerten gemist. Hendriks heeft in 1977 met enkele anderen de Stichting Jazz Utrecht (SJU) opgericht. Je begrijpt dat de jazz m'n leven zo zachtjes aan begon te beheersen. Op een gegeven moment raadde een studievriend, die inmiddels hoogleraar Nederlands is geworden, mij aan saxofoon te gaan spelen. Hij bezat zelf een oude sax en had mij er wel eens op laten spelen. Dat ging wel lekker. Ik had wel een feeling voor die toeter. Ik kreeg te horen dat er in de saxsectie van de big band van de muziekschool plaats vrij kwam voor een tenorsaxofonist. Mijn vriend en ik zijn toen ogenblikkelijk met een geleende auto naar Parijs gereden om een saxofoon aan te schaffen. Ik heb daar een Selmer Mark VII gekocht. Daarmee kwam ik terecht in de big band." "Vanaf dat moment ben ik als een bezetene gaan spelen en studeren. Ik wilde alleen nog maar met die saxofoon bezig zijn. Ik kon 's ochtends op de muziekschool studeren, 's middags ging ik door naar het cantoraat om verder te studeren, 's avonds kon ik vaak terecht in de studio van de bibliotheek en 's nachts ging ik naar het bureau Studievaardigheden - ik had daar de sleutel van - en ging ik verder. Al die fanatieke studie resulteerde in het feit dat ik anderhalf jaar later op het conservatorium zat. Ik hield me erg veel met techniek bezig en ging ook naar zo veel mogelijk workshops. Workshops door Herman de Wit, Gijs Hendriks, Arnold Dooyeweerd en in Rotterdam naar John Tchicai. Ik liep alles af. En ging zo veel mogelijk naar concerten. Ik had het voordeel dat al de formidabele saxofonisten als Rudy Brink, Gijs Hendriks, Ferdinand Povel, Hans Dulfer, Johnny Griffin en Dexter Gordon regelmatig in Utrecht speelden. Ik keek toen ook hóe die mensen speelden, op welk merk saxofoon, met welke mondstukken en ik trachtte de vingerzettingen te ontdekken. Ik ging dan naar Gijs Hendriks voor mondstukken. Hij trok een la open die vol lag met alle mogelijke mondstukken en dan kocht ik er weer een bij hem. Zo was ik er mee bezig. Gijs is trouwens een enorme inspiratiebron voor mij geweest en nog steeds. Ik respecteer hem enorm als stilist en voor de manier waarop hij zich heeft ingezet voor de moderne jazz. "
"Zoiets was het met Gijs Hendriks ook, hoewel die mij het vuur erg aan de schenen heeft gelegd. Daar ben ik overigens achteraf erg blij om. Dat gebeurde in zijn workshops. Ik heb dus niet echt saxofoonles van Gijs gehad, want hij gaf toen nog geen les. Ik heb altijd gevonden dat hij een bijzondere toon had en nog heeft. Vooral op alt- en sopraansax heeft hij een heel mooi geluid. Hoewel, op bariton vind ik hem echt onverslaanbaar. Als hij een ballad speelt, en niet alleen op bariton, ga je aan wezenlijke dingen denken. In het begin kon ik daar helemaal niet tegen, dan liep ik weg. Zo intens was dat. Zo puur. Zo emotievol. Schitterend. Laatst heb ik hem nog gezien op de Rotterdamse lokale tv. Ik vond het onverminderd sterk. Je merkt dat, als mensen ouder worden, een bepaalde energie en vitaliteit minder wordt. Daarvoor in de plaats komt de allesomvattende essentie. Dat hoorde ik bij Gijs. Ik hoop dat iets dergelijks bij mij ook is te horen." "De periode 'Maiden Voyage' duurde tot circa '83; toen ging ik in de Frank Grasso Big Band spelen. Elke vrijdagnacht speelden we van 1 tot 4 uur in het Odeon theater. Iedereen kwam daar naartoe. We hadden als gastsolisten o.a. Hans Dulfer, Ferdinand Povel, Dee Daniëls, Mathilde Santing en Josee Konings. Ook de solisten in het orkest kregen van Grasso alle vrijheid en ruimte. Binnen die big band ontstonden ook weer diverse formaties, o.a. met bassist Tjitse Vogel, die ik al kende uit mijn Utrechtse tijd. Hij heeft me geleerd dat jazzimprovisatie niet zomaar wat aanklooien is. Enfin, uit die big band ontstond ook het Amstel Octet met onder anderen Evert Hekkema, Vince Benedetti, Hein van de Geyn en John Engels. Ondertussen zat ik voor mijn eindexamen conservatorium. Ik deed voor de SJU wat workshop-achtige dingen met Albert van Veenendaal of alleen. Tezelfdertijd was Hein van de Geyn bezig in Arnhem een opleiding lichte muziek op te zetten. Hij vroeg me of ik daar saxofoondocent wilde worden. Dat is voor mij het begin geworden van een lange 'basisboterham'." "In 1984 ben ik met mijn eigen band gestart. In het Utrechtse theater Kikker zijn we gestart met bassist Hein van de Geyn, pianist Willem Kühne en drummer Frans van Grinsven. Het begin was wel moeizaam. De pers was in het begin niet al te positief en Hein, die toen al werd gevraagd door mensen als Warne Marsh en Lee Konitz, verliet al snel het kwartet. Eric Calmes kwam voor hem in de plaats. Na een tijdje begon het allemaal lekker te lopen. Met het Amstel Octet hadden we ondertussen al twee platen gemaakt, 'Amstel Crossing' in 1984 en 'Hazy Hucks Featuring Chet Baker' in 1985 en Tom Molkenboer van het Limetree-label vond het ook nodig dat ik een plaat maakte met mijn eigen kwartet. Dat is de plaat 'Hot, Hazy And Humid' geworden uit 1986. Het is een leuke plaat geworden, die ook in Duitsland goed verkocht is. Ik moest natuurlijk wel veel aan de telefoon zitten om optredens te regelen. Dat is niet het allerleukste werk, maar vanzelf gaat het allemaal niet. Ik heb ook respect voor hardcore bellers als Breuker, Paul van Kemenade en Ben van den Dungen. Gelukkig heeft Hanny Kracht (boekingsbureau) ook heel erg veel optredens geregeld. Naast het kwartet ben ik met een septet begonnen. Ik had als componist een bepaald geluid in mijn hoofd, met meer lengte in het geluid en meer stemmen. Met dat septet houd ik me nu al zo'n 17 jaar bezig. Ik vind het componeren en arrangeren minstens zo belangrijk en interessant als het spelen. Ik heb in het totaal een tachtigtal nummers geschreven, waarvan er circa 65 de moeite waard zijn en die dan ook veel gespeeld zijn. Met het septet werk ik hoofdzakelijk projectmatig. Eén van die projecten was bijvoorbeeld het Jimi Hendrix-project.
Met het septet zijn enkele cd's gemaakt, 'November', 'Polder' - uitgebracht door Wim Wigts Timeless-label en goed verkocht in Duitsland - en in 1994 'Heartbeat'." "In 1989 werd ik docent op het Rotterdams Conservatorium. Ik heb ook nog een dikke twee jaar in het door Wim Wigt georganiseerde Glenn Miller Orkest gezeten. Misschien hebben we in die tijd twee concerten met jazzy bigbandstukken gespeeld, maar voor de rest uitsluitend het Miller-repertoire. Toch was het leuk met dat orkest te spelen en te touren. Er zaten ook veel goede muzikanten in, bijvoorbeeld Eric Vloeimans. We hebben altijd reuze veel lol gehad en regelmatig gejamd en uren gekletst over muziek. We speelden voor zalen met 800 tot 3000 mensen. Dat is ook wel kicken, hoor. En die mensen vonden het geweldig. We vlogen naar Zuid-Italië om in het stadstheater van een provinciestad te spelen. De vrouwen in bontjassen stonden je enkels vast te pakken, zo mooi vonden ze het. Ja, dat was toch een prima periode en ervaring. Moet je je voorstellen dat ik, toen ik in die Miller-band speelde, tussendoor een tournee deed met Misha Mengelberg, Arnold Dooyeweerd en John Engels. Hoe contrastrijker kan het zijn?! Maar toen ik stopte met de Glenn Miller Band nam ik me wel voor alleen nog maar echt interessante dingen te doen. Behalve met mijn kwartet en septet speelde ik bij Jasper van 't Hof, Vaalbleek Vocaal en Chazz van Eric Vloeimans. De laatste jaren van de Skymasters heb ik meegemaakt als vervanger voor Ferdinand Povel."
"Ik heb ook het Europese Soundroots Quartet opgericht met musici uit Italië en Zwitserland. We speelden met dat kwartet een mainstream-achtig repertoire en via een dirigent in Bazel die een Schubertfestival organiseerde, hebben we daar een crossover programma gespeeld waaruit uiteindelijk het Schubert-project is ontstaan met mijn Nederlandse septet. Recentelijk ben ik bezig aan een crossover project met drummer Ruben van Rompaey en enkele musici uit Istanbul. Ruben is zeer geïnteresseerd in Turkse muziek, speelt ook met Turkse musici, en heeft zich de Turkse ritmes aangeleerd. Afgelopen december hebben we ons eerste tourneetje gedaan. De groep heet Istanbul Connection en er is onlangs een cd uitgekomen." "Momenteel ben ik erg bezig met klassieke muziek. Ik koop uitsluitend klassieke cd's. Ik ben nu op zoek naar het complete werk van Koechlin. Ik zoek naar strijkersklanken. Daar probeer ik dan in mijn muziek iets mee te doen. Vorig jaar ben ik met Bartók bezig geweest en daarvoor met Schubert, vandaar het Schubert-project, en Schönberg. Binnenkort gaan we overleggen met welk nieuw project we doorgaan voor het septet. Misschien wordt het wel een Astor Piazolla-project, vooral ook omdat trombonist Hans Sparla uitstekend accordeon speelt. Maar misschien wordt het ook wel een mix, want ik heb ook al wat muziek geschreven van nummers van de Beach Boys. En, misschien wordt het wel heel iets anders. Daar gaan we dan leuk over vergaderen." "Mijn kwartet is enigszins vernieuwd. Harmen Fraanje is inmiddels de pianist. Daar ben ik erg blij mee. Het is ook zijn initiatief dat het kwartet weer nieuw leven wordt ingeblazen. Ik vind zijn manier van spelen geweldig. Ik krijg er nieuwe energie van. Jos Machteld en Hans van Oosterhout completeren het kwartet. Ik heb een tijd met Rob van Kreeveld gewerkt en die vind ik echt te gek. Maar ja, die heeft ook weer veel andere dingen. Daarbij vind ik het verfrissend om met zo'n jonge, zeer talentvolle pianist aan de slag te gaan." "Ik moet wel zeggen dat het de laatste tijd niet meevalt een aaneengesloten tournee te regelen. Vroeger kon je tegen de bandleden zeggen: 'reserveer die periode van 3-4 weken maar'. Dat is nu een stuk minder. Er zijn podia afgevallen en podia die minder concerten programmeren. En het aantal groepen is toegenomen. Ik speel trouwens ook veel als gast bij een bestaand trio of kwartet, zowel nationaal als internationaal. In Boedapest speel ik dan met het trio van Robby Lakatos en in Genua met het Andrea Pozza Trio. We spelen dan mijn repertoire; het repertoire van mijn cd 'Soundroots' en stukken van Joe Henderson en Wayne Shorter, dat soort materiaal. Ik zou ook nog wel weer eens met Albert Veenendaal willen spelen. Het is nu zo'n 25 jaar geleden dat wij met elkaar musiceerden." "Helaas heb ik nog niet in het nieuwe Bimhuis gespeeld. Ik was wel op de openingsavond en zeer onder de indruk van het gebouw. Van het concert heb ik niet zo veel meegekregen, want ik trof zeer veel bekenden en dat betekende dat er veel moest worden bijgekletst. Mensen met wie ik vijftien jaar geleden voor het laatst gespeeld had. Fantastisch was dat. Ik heb wel genoten van de set van Michiel Braam. Hij weet wat hij doet, heeft een unieke benadering en werkt gestaag aan zijn muzikale ontwikkeling en composities. Hij is ook goed projectmatig bezig en heeft een internationale reputatie opgebouwd. Ik spiegel mezelf daaraan. Ik was destijds erg trots dat ik, na het afschuwelijke auto-ongeval waardoor Bob Berg is overleden, werd gevraagd zijn plaats in te nemen als solist op het Spring Festival in Illinois. Soms kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat voor sommige Nederlandse musici de waardering in het buitenland groter is." |
|