Charles Davis - Drie of vier keer per avond ontslagen
Saxofonist Charles A. Davis (20 mei 1933 - 15 juli 2016) groeide op in de Swing Era en maakte zijn professionele debuut in het combo van souljazzorganist Brother Jack McDuff. Maar hij speelde ook meer contemporaine jazz met onder anderen Sun Ra, Steve Lacy en Cecil Taylor.
tekst: Eddy Determeyer, juni 2024
foto's: OhWeh, Francis Wolff e.a.
Midden jaren vijftig werkte hij met de vocalisten Dinah Washington en Billie Holiday. In die tijd met Washington maakte hij deel uit van het huisorkest van het Apollo Theater in Harlem, dat onder leiding stond van saxofonist Rueben Phillips.
"Eens kijken, wie zat er nog meer in die band? De muzikanten van Dinah waren aan het orkest van het Apollo toegevoegd. De vaste muzikanten werden door ons vervangen, want ze hadden al een bariton in die band. Julian Priester zat er op trombone bij en Fip 'Fortunatus' Ricard (trompet). Jack Wilson speelde piano, Richard Evans op gitaar. O, plus een bastrompettist, sorry, een bastrombonist. En Eddie Chamblee op tenor. Met hem was Washington destijds getrouwd. Ik zat dus bij dat zevenmansorkest."
Was het tof om met The Queen te werken?
"O ja."
Het was een aparte dame, toch?
"Nou... ze wist gewoon wat ze wilde en handelde daarnaar. Ik werkte ook met Billie Holiday en Ben Webster voordat ik met Dinah op tournee ging.
Maar Dinah was heel bijzonder. She didn't take no for an answer, didn't she?
"Er waren wel meer dames die geen 'nee' duldden. Ook vandaag de dag nog. Wat dat betreft had ze wel wat van de dames van tegenwoordig who don't take no for an answer. Ze had een eigen wil. Maar het verschil tussen die dames en Dinah was dat Dinah echt kon zingen. That's the difference. Ze raakte je op het podium en daarbuiten. Ze wist zichzelf echt te verkopen. Dinah was zeer aanwezig. Ik had veel plezier bij haar."
Je noemde Billie. Was ze anders dan Dinah?
"Zo verschillend als dag en nacht. Niet zozeer qua persoonlijkheden, dat kan ik niet zeggen. Wat ze wilden lieten ze wel weten. Ze hadden een soortgelijk doel. Wat dat betreft was er geen verschil. Qua persoonlijkheid waren er toch wel verschillen."
Was Billie Holiday als persoon een meer romantische vrouw? Afgaande op haar liedjes was ze dat.
"Maar Dinah had daar meer van! (lacht). Geen idee wie meer romantisch aangelegd was. Het waren twee verschillende vrouwen die hetzelfde nastreefden. Als ze op het podium stonden, wilden ze dat alles gebeurde zoals zij dat wilden."
Was het een groot genoegen om met die dames te werken?
"Het was geen groot genoegen, het was een onuitsprekelijk genoegen. Bij Billie Holiday zat Ben Webster er ook nog bij. We mogen Ben niet vergeten als we het over dat genoegen hebben. Bij Dinah kreeg ik soloruimte. Zo werd ik in feite deel van de geschiedenis. Niet dat ik dat toen besefte. Voor mij was het gewoon werk."
Mickey Mouse horloge
Vind je het niet jammer dat je je destijds nog niet realiseerde dat je...
"Hoe had dat dan gemoeten?"
Het gebeurde allemaal onder je neus.
"Maar hoe had ik me dat dan moeten realiseren? Je wist toch niet dat je ergens deel van uitmaakte? Dan had ik mijn Mickey Mouse horloge ook moeten bewaren. You're not aware. Je doet niet iets waarvan je van tevoren weet dat het onderdeel van de geschiedenis wordt."
Toch moet je soms het gevoel hebben gehad dat wat er om je heen gebeurde...
"Ik begrijp wel wat je bedoelt. Zo'n gevoel had ik misschien wel, maar ik had meer problemen met mezelf, met de realiteit diep binnenin me. Ik streefde ernaar een beter persoon te worden. Dat was de werkelijkheid waarmee ik te maken had. Ik was iemand die in een soort shock verkeerde."
Heb je wel eens ruzie gehad met de dames?
"Waarom?"
Wel, had Dinah niet de naam dat ze snel ruzie met mensen had?
"Soms kreeg ik drie of vier keer per avond ontslag. Maar dat werd altijd bijgelegd. Ik werd ook drie keer door iemand uit het publiek ontslagen: 'You're fired!' Het enige probleem dat ik met Dinah heb gehad was dat ik zenuwachtig was toen ik bij de band kwam. Vanwege de zenuwen liep ik er de kantjes vanaf. 'Ik ga je ontslaan,' zei ze, 'kun je afkoelen."
Een eigen pad
"We hadden wel wat repetities gehad, maar alles was zo nieuw voor mij. Net als toen ik mijn album met Sun Ra ging opnemen. Hij was op zich wel schappelijk, niet zoals je hem misschien van later kent. Ik heb het nu over het begin. Zijn muziek was moeilijk te lezen. Dat was niet eenvoudig. Maar ik liet me niet kennen."
Daar zat John Gilmore al bij, en Marshall Allen?
"Dit was vóór Marshall. John Gilmore, Pat Patrick. Arthur Doyle, Dave Young, Hobart Dotson. Dat was vóór Marshall."
Was Sun Ra toen al met die Afrikaanse aanpak bezig, met die percussie en die gewaden?
"Nee. Dit was allemaal vóór die periode. We hebben het nu over de jaren vijftig. Hij had het er wel vaak over. Hij was er al mee bezig, maar had de stap nog niet gezet. Qua uniformen droegen we de standaard smokings, weetjewel. Soms een ander kostuum. Voordat Sun Ra overleed speelde hij Fletcher Henderson en evergreens. Veel mensen beseften dat niet. Die kenden alleen de andere kant van hem. Terwijl hij ook 'Stardust' speelde. Mijn nummer was de song 'How Am I To Know.' John Gilmore zong 'East Of The Sun', daar had ik ook een solo in. Voor Transition namen we een nummer op dat 'Two Tones' heette. Ik had dat geschreven. Twee baritons, met Pat Patrick."
Vond je hem (Sun Ra) destijds niet vreemd, van het padje af?
"Ze volgden hun eigen pad. Wat voor ons vreemd is, is volgens anderen normaal. Hij had iets van Stravinsky kunnen uitvoeren en dat dan laten ontsporen, hèhèhèhè! Soms is het een kwestie van tijd, op een willekeurig ogenblik is men nog niet klaar voor bepaalde zaken."
Aan muziek verslaafd
Charles Davis werd geboren in Goodman, Michigan en kreeg zijn muzikale vorming toegediend door niemand minder dan de legendarische 'Captain' Walter Dyett. Die was verbonden aan de DuSable School of Music in Chicago. Dat was in de periode 1948-50.
"Toen ik nog op de basisschool zat ging ik al naar dansavonden. Daar zag ik Gene Ammons en Tom Archia en al die lui. Von Freeman, de Freeman Brothers. Plus John Jenkins en Chris Anderson en Wilbur Ware en Ike Day. Die heb ik alleen maar meegemaakt, zelf maakte ik nog geen deel uit van wat er op het podium gebeurde. Zo raakte ik aan muziek verslaafd. Er waren nog andere plekken voor jongelui die zich er wat meer in wilden verdiepen. Dat waren de livebands in het Regal Theater. Daar zat ik altijd op de eerste rij, daar zag en luisterde ik naar Count Basie."
Dus je maakte echt het einde van de bloeiperiode van de bigbands mee?
"Het was niet het einde. Count Basie zag ik in de jaren vijftig. In de jaren veertig had ik Dizzy Gillespie al gezien, Louis Armstrong, Stan Kenton. En ik herinner me dat ik als kleine jongen Jay McShann met Charlie Parker zag. Destijds was hun vocalist Walter Brown een succes, met 'Hootie Blues' en 'Confessin' The Blues.' Zo zag ik Jay McShann met een Charlie Parker die soleerde. Ik herinner me de plaat vaagjes. Ook die van Louis Jordan en Nat Cole en Duke Ellington. Wie nog meer? Dizzy Gillespie, Buddy Johnson - vanwege Ella - en Artur Prysock. En 'I Love You, Yes I Do'- Bull Moose Jackson. Cootie Williams en Lucky Millinder."
Cootie had Eddie Vinson toch?
"Eddie Vinson, klopt. Met 'Cherry Red'. Lucky Millinder had Bull Moose met 'I Love You, Yes I Do'. So that was another reality of being there. Je kende dus platen van Louis Jordan en dan zag je hem in het Regal. Maar ik zag ook Erroll Garner, Nat Cole. Wie nog meer? Even denken. Lloyd Glenn. En entertainers als Lionel Hampton met Illinois Jacquet. Die heel vaak. Die maakten het volk waanzinnig. Dus ik zag er heel wat, een hoop herinner ik me niet eens meer. Mensen konden solo's meeneuriën. Melodieën én de solo's. Het leefde meer op buurtniveau."
Groot en helder
Om terug te keren naar de bariton: wie was de eerste die een grote indruk maakte? Was dat Harry Carney?
"Nee. Wat mij betreft: ik heb Harry Carney gezien, maar die maakte niet zoveel indruk als Leo Parker. That's when I really got impressed, when I heard Leo Parker. Ik speelde toen nog alt, luisterde naar Charlie Parker. Maar dat raakte me dus, daardoor schakelde ik over naar bariton. En ik speelde ook tenor. Ik heb op de tenor van John Gilmore gespeeld, op die van Johnny Griffin, Nicky Hill. Ik heb altijd tenorsax gespeeld. Nog steeds."
Bij de baritonspelers van vandaag de dag zit niemand met zo'n groot geluid als Leo?
"Nee. Plus zijn helderheid. Serge Chaloff had ook zo'n fraai geluid. En Tate Houston en Mack Easton. Parker maakte ook plaatopnamen met Illinois Jacquet. Dat was het begin, 'Mutton Leg'. Ik heb New York wel zien veranderen. Ik kwam daar in 1956. Met Dinah was in 1957."
Was Birdland toen niet de belangrijkste club voor moderne jazz?
"In de jaren vijftig? Nee. Birdland was gewoon een club. Er zaten clubs in Brooklyn, in de Bronx. Plus plekken in New Jersey. Je had overal clubs in de jaren vijftig."
Doe je veel sessiewerk?
"Beetje. Ik heb net, vlak voordat ik naar Europa vertrok, een video gemaakt voor E.Y.E. Ken je die? Een vocal group, pop, rock. Twee versies, een Amerikaanse en een Engelse. Voor MTV. Dus wanneer dat uitkomt ben ik een Grote Ster! Zo gebeuren er van tijd tot tijd dingetjes. Ik was muziekbibliothecaris voor Spike Lee's 'Mo' Better Blues'. En ik heb een paar Hall of Fame-optredens gedaan voor het Apollo. Heb je hier (in Europa) ook kunnen zien. Ik was bij de eerste en de tweede. Dit jaar hadden we Chuck Berry, vorig jaar Ray Charles. Marvin Gaye en Lloyd Price kregen ook onderscheidingen."
Interview: Veendam, 28 oktober 1994