Sound of Europe verlegt nog steeds grenzen
Het cross-overfestival Sound of Europe in Breda vierde dit jaar zijn zevende editie. Het programma was sterk, maar de opkomst bleef helaas wat achter. Het festival wil de grenzen tussen stijlen, labels en generaties overstijgen en een visitekaartje afgeven van de meest avontuurlijke geïmproviseerde muziek uit Europa. Het overstijgen van culturele grenzen zit immers in het DNA van Europa. Ook in Nederland is de diversiteit binnen de geïmproviseerde muziek al zichtbaar op de conservatoria. De huidige generatie musici komt van overal en zorgt voor kruisbestuiving op het hoogste niveau van de jazz, zoals een week eerder te horen was tijdens de Orange Jazz Days.
North Sea Jazz Festival, zaterdag 10 oktober 2026, diverse locaties, Breda
Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sophie Conin
Bij Sound of Europe is de improvisatie de gemene deler die alle concerten verbindt, zowel bij de drie uitverkoren studenten van Generation Next als bij de gevestigde musici die in sommige gevallen al hun stempel drukken op het Europese muzieklandschap. Het festival besloeg dit jaar drie dagen. Dit verslag gaat over de tweede dag.
In de middag was het de beurt aan de volgende generatie. Het Generation Next-traject laat zien waarom dit festival ook een belangrijke kweekvijver is. De gekozen talenten, allen student aan het Tilburgs conservatorium dat deel is van Fontys Academy of the Arts, krijgen een budget en professionele begeleiding om voor Sound of Europe een concert van een uur samen te stellen. Ze kiezen zelf de gastmusici met wie ze willen samenwerken, zonder limieten. Eerder zetten bijvoorbeeld Sanne Rambags, Kika Sprangers en Rogier Telderman via dit traject hun eerste stappen. Op vrijdag was het festival al geopend door Generation Next-pianist Jelle Willems met zijn tiny choir-project. In opdracht van jazzpodium Paradox schreef Willems een suite op teksten van Ines Pereira. Deze suite werd met twee stemmen en een sterk ensemble vertolkt.
Op zaterdagmiddag lieten twee andere studenten horen en zien waar volgens hen de toekomst ligt. Pianist Omar Soliman koos voor een kwartet dat klonk alsof het al jaren samenspeelde, terwijl de musici elkaar pas tijdens de soundcheck voor het eerst ontmoetten. In de geïmproviseerde muziek is dat niet ongebruikelijk. Bij de traditionele jazz was er een repertoire dat iedereen kende en vaak op gehoor samen speelden. Nu is zelfs de vrijste 'jazz' een combinatie van gedegen arrangementen en ruim plaats voor solo's, en dat vaak met weinig voorbereiding. Gelukkig draaiden de gevestigde musici die het jonge talent aanvulden daar hun hand niet voor om.
Solimans repertoire, deels geschreven voor de gelegenheid, levert toegankelijke fusion. Het is nog zonder tekst, maar de melodieën zijn zo sterk dat je er de stem als het ware bij kunt denken. Alleen de basgitaar is elektrisch, de piano akoestisch, maar een Fender Rhodes had er ook goed bij gepast. In de handen van Jeroen Vierdag (basgitaar) krijgen de stukken een latin-groove. Drummer Wouter Kühne begint een van de stukken met een melodische verkenning van het vel van zijn floortom, door met de stokken op het vel te drukken. Het ritme gaat langzaam in verschillende tonen over in de melodie, die door de piano wordt opgepikt. In een ander stuk draagt de bas de melodie en soleert daarna als een gitaar, waarna saxofonist Jesse Schilderink zijn persoonlijke toets toevoegt met een zuchtende, ademende, uitgesponnen solo. Ook Soliman zelf komt goed uit de verf met lange, lyrische en goed opgebouwde improvisaties. Hij werkte eerder met Schilderink samen, onder meer in het orkest van zanger Dennis van Aarsen. Dit korte, eenmalige concert in het kader van Generation Next geeft een voorproefje van wat we nog van hem kunnen verwachten.
Ook de tweede performance van de middag lichtte een tipje van de sluier. Mare Meijer heeft iets van Kate Bush in haar uiterlijk, en haar stem heeft in de hoogte dezelfde etherische klank. Ze werd ondersteund door doorwinterde instrumentalisten. Altviolist Oene van Geel zou in zijn eentje al een Sound of Europe kunnen vertegenwoordigen. Zijn bijdrage en die van multi-instrumentalist Andrès Hühner, onder meer op basgitaar, kleurden Meijers eigenzinnige stukken. Het is deels poëzie en vertelling, deels Nederfolk-pop-jazz, met Meijer zelf op gitaar, en het levert een boeiende voorstelling op. Jammer dat sommige teksten niet verstaanbaar waren. Met nog drie vrouwen Sarah Louise Raschke, Ema Catarina Lucas en Lauriane Ghils (cello, drums, zang en sax) kreeg het repertoire een theatrale aanpak, die met verdere uitwerking een avondvullende show voor het Chassé Theater kan opleveren.
Zaterdag trapte de bekroonde pianiste Shuteen Erdenebaatar het avondprogramma af. Ze speelde nieuwe muziek van haar komende album 'Bright Folk' en materiaal van haar debuut 'Rising Sun' (2023), waarmee ze de Deutscher Jazzpreis won. Ze vertelde over de achtergrond van haar compositie 'Can You See The Stars I See'. Als kind groeide ze op in Mongolië onder de grote sterrenhemel, en een dierbare herinnering is dat ze 's avonds buiten met haar vader sterren telde en er spelletjes mee speelde. Na afloop waren ook albums van haar duo met bassist Nils Kugelmann te koop. De muziek klinkt even warm als haar uitleg, en drummer Amir Bresler bouwt nestjes, gangetjes en bedjes onder het geluid van piano, bas en saxofoon. Een mooie primeur, met een dag later een optreden in het Bimhuis.
Jasper Høiby volgde met zijn 3Elements-trio, en speelde materiaal van hun meest recente album 'Conversations Of Hope'. Høiby vloog er meteen in met een uptempothema, waarin ook drumster Naíma Acuña goed uit de verf kwam. Pianist Reuben Goldmark nam enkele lange solo's voor zijn rekening. Het geheel ademt als één organisme, en alleen af en toe verraadt een unisono lijn dat er een arrangement achter zit.
De electro-groove sfeer van WAAN sloot de avond af. WAAN is het geesteskind van saxofonist Bart Wirtz en toetsenist Emiel van Rijthoven. Met hun debuut in 2023 trokken ze meteen de aandacht van niemand minder dan Jamie Cullum, en ze kregen twee Edison Jazz-nominaties. Live brengen ze electro-dance-groove, met naast akoestisch drummer Olivier Penu flink wat geprogrammeerde drums, een uitgebreide toetsenopstelling en Matteo Mazzù op basgitaar. Het zou mooi zijn als ze een keertje een gitarist als Teis Semey als gast uitnodigden om het geheel te larderen met een paar lange, scheurende solo's. Misschien is dat een idee voor het festival volgend jaar. Nog meer impromptu kruisbestuiving.
Tenslotte stonden op zondag twee imposante vrouwen op de agenda. De kwaliteit van vrouwelijke jazzmusici is steeds minder een nieuwtje. Het is het resultaat van een ontwikkeling van enkele decennia. Josefine Opsahl bracht een solo celloconcert waarbij zich liet begeleiden door sound design en de live elektronica. Ze sluit aan bij een trend die met name vanuit New York sterk is verspreid. Instrumentalisten verleggen de grenzen van hun instrument door inventief gebruik van de techniek. De Franse saxofoniste Céline Bonacina trad als laatste op, met een trio waarvan drummer Stéphane Galland bij ons vooral bekend is als medeoprichter van Aka Moon. Julian Caetano op keyboards, Fender Rhodes en vocals en Galland versterken de African fusion groove van Bonacina op de baritonsax . Haar aanstekelijk album 'Jump!' is een goed aanknopingspunt voor wie haar wilt ontdekken.
Het idee voor Sound of Europe komt uit de koker van Frank van der Kooij, musicus, programmeur en artistiek leider. Het festival draait om ruimte en openheid: de kleine schaal betekent dat concerten niet tegelijk plaatsvinden, en dat is een aanmoediging om alles te ontdekken en zo de randjes van de geïmproviseerde muziek op te zoeken. De lage opkomst op alle drie de dagen laat zien dat praten over gevestigde orde bij de hedendaagse jazz een contradictie is; ondanks het kaliber van de musici die tijdens Sound of Europe spelen, zijn de acts voor het publiek hier grotendeels onbekend. Streaming, ooit gelanceerd als de redding voor de levende kunst, heeft eerder voor versplintering van aandacht gezorgd dan voor vollere zalen.