Draai om je oren
Festivalverslag



home  
    
    
 

North Sea Jazz wordt vijftig - Part 2

In de documentaire 'The Artist Take, North Sea Jazz 50' vertelt Herbie Hancock wat het festival voor hem betekent: "Het is een deel van mijn eigen geschiedenis, en het publiek hier is altijd 'hongerig' naar muziek." Die honger voel je overal. Het is het verbindende element dat als positieve energie over het festivalterrein hangt. Zoveel smaken, leeftijden en achtergronden, maar iedereen is hier vanwege diezelfde liefde voor muziek.

North Sea Jazz Festival, zaterdag 11 juli 2026, Ahoy, Rotterdam
Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens

Op de eerste dag is Jon Batiste de ongekroonde koning van deze 'gospel'. Voor hij gaat jammen bij The Roots, sluit hij zijn eigen concert af met vingeroefeningen op de vleugel die achteloos uit zijn mouw schudden: Beethoven, bop en pop wisselen elkaar af en tonen zijn grenzeloze talent. Daarna grijpt hij een melodica en beweegt zich als een topfitte danser tussen het publiek. Het wordt een massale liefdeshymne die geen moment melig wordt en die precies de NSJ-sfeer vastlegt. Dat fenomeen herhaalt zich dagelijks, in wisselende zalen en genres.

Ook zaterdag voel je het, bij Ronald Snijders' Bigi Yari-concert. Bigi Yari is Surinaams voor 'groot jaar', ter ere van de 75ste verjaardag van onze meesterfluitist. Hij speelt met zijn Extended Band, het ensemble van muzikanten met wie hij soms al jaren samenwerkt. Snijders geeft, net als Batiste, een dwarsdoorsnede van genres die in zijn vertolking versmelten. Muziek is muziek en heeft geen label nodig: een volksliedje, reggae, klassieke stukken, composities van zijn vader, of zijn eigen jazzfusion, waarin de fluit als toverstokje de beentjes naar de dansvloer stuurt. De band maakt er een feest van, en de sprankelende improvisaties zorgen dat het elke keer anders klinkt.

Ook dag twee levert serieuze logistieke problemen op voor wie alles wil proeven. Kies je voor Snijders, of voor de ode aan de heropstanding van Miles Davis, die Marcus Miller en de andere musici van 'We Want Miles!' op hetzelfde moment in zaal Nile brengen? De hervertelling van een oude lp is inmiddels een echte trend. Vorig jaar kregen we al de prachtige nieuwe uitvoering van 'Belonging', oorspronkelijk van Keith Jarrett , herboren door het Branford Marsalis Quartet, met dezelfde zeggingskracht.

De mooiste reïncarnatie van dit jaar is zonder twijfel Pat Metheny's Bright Size Life, een album dat, net als het festival, vijftig jaar oud is en alleen maar jonger uit zijn wedergeboorte opstaat. Metheny zelf lijkt geen dag ouder dan toen hij met Joni Mitchells 'Shadow And Light'-tour bij een enorm poppubliek doorbrak. Die jeugdigheid heeft ongetwijfeld te maken met zijn zelfgekozen rol: de amateur, de liefhebber die alles onbevooroordeeld tegemoet treedt.

Voor de heruitvoering bracht North Sea Jazz hem samen met dirigent en componist-arrangeur Tyn Wybenga, die de opdracht kreeg de lp te arrangeren voor zijn Brainteaser Orchestra (voorheen AM.OK). Als specialist op het snijvlak van moderne klassieke muziek, jazz en elektronica is Wybenga een ware erfgenaam van de Amsterdamse avant-garde van vijftig jaar geleden. Mengelberg, Breuker, Andriessen en Van Manen komen als vanzelf in gedachten. Bij NPO Soul & Jazz vertelt Wybenga over het maakproces en de eer om dit project te mogen doen. Het past volledig bij de missie van North Sea Jazz: juist deze ongebruikelijke maar logische samenwerkingen bewijzen dat geïmproviseerde muziek springlevend is.

Wybenga gebruikt elektronica om de muziek te ontleden en vervolgens achterstevoren of ondersteboven weer op te bouwen. De karakteristieke Metheny-solo's krijgen alle ruimte, zonder dat 'Bright Size Life' zijn mysterie en identiteit verliest. De combinatie van arrangementen en solo's, van Metheny zelf, maar ook van dit superensemble jonge bandleiders, tilt de plaat, die van begin tot eind wordt gespeeld, naar nieuwe dimensies. Hopelijk is dit concert opgenomen of wordt het elders herhaald, zodat meer mensen het in zijn geheel kunnen ervaren.

Wie bij Metheny blijft hangen, mist Flea & The Honora Band: ander kaliber, maar interessant voor de zoekende luisteraar. De bassist van de Red Hot Chili Peppers heeft een enorme fanbase en cultstatus bij een breed publiek. Het lijkt logisch dat hij de overstap naar jazz maakt, want bij de Peppers valt voor hem weinig meer te groeien. Oude opnames tonen dat hij altijd al de aanwezigheid van een frontman had, en die ongeremde eigenheid is hier onverminderd te zien en te horen. Dat wekt hoge verwachtingen voor wat uit een improviserende samenwerking in de jazzsfeer kan voortkomen. Zijn onderneming staat nog in de kinderschoenen, maar zijn eerste lp 'Honora' is ook in jazzkringen goed ontvangen. Zijn overstap naar de trompet als tweede instrument, een melodie-instrument, zal zijn spel en composities zeker beïnvloeden. In de gaten houden dus.

Wie Cécile McLorin Salvant wilde zien met haar gloednieuwe programma, waarin ze folk, vaudevillejazz en barokmuziek samenbrengt, moet Kiefer, Bill Frisell of Charlie Puth missen, stuk voor stuk acts die je niet elke week in Nederland ziet. Misschien waren de Nederlandse programmeurs voltallig aanwezig, en krijgt het publiek komend seizoen alsnog een kans bij andere concerten.

Salvant is niet alleen een uniek zangtalent met klassiek geschoolde techniek en een groot bereik geholpen door een scherpe tong (zie de hoes van haar album 'Melusine'), maar ze is ook curator van zeldzaam en verrassend repertoire. Als North Sea Jazz' artist-in-residence toonde ze in vier concerten vier compleet verschillende kanten van zichzelf. Zaterdag was dat 'Book Of Ayres', een songbook van luitliederen uit de 16e en 17e eeuw. De combinatie van improvisatie en barok is fris en prikkelend, en Salvant is volledig in haar element: geestig en innemend. Je had bij het hele concert willen blijven en ook dat gaat op de verlanglijst voor volgend seizoen.

Vooruitlopend op zondag was ook haar concert met het Metropole Orkest een hoogtepunt: een integrale uitvoering van het twee weken eerder verschenen album 'With Every Breath I Take'. Het repertoire bestaat dit keer uit bekende nummers uit het American Songbook - 'Sophisticated Lady', 'Send In The Clowns', 'Lush Life', onder meer. Ook 'Barbara Song' van Bertolt Brecht kreeg een beeldschone vertolking, normaliter vloeken in de kerk. Maar dat is het talent van orkest, arrangeur en Salvant samen: de weeklacht van de vrouw die steeds voor Linke Loetje valt, klinkt zelfs in een hagelwitte uitvoering rauw. Wat ontbrak in deze live-uitvoering was een lichte noot, ergens halverwege, om even lucht te geven. Jammer dat 'Les Parapluies De Cherbourg' daarvoor niet werd ingezet. Er is een grens aan hoeveel medeleven je kunt opbrengen bij zoveel kommer en kwel.

Op zaterdag is er, net als op vrijdag, een last-minute wissel in het programma: Fatoumata Diawara vervangt Cassandra Wilson in Amazone, de grootste zaal. Ze stond in 2022 al op North Sea Jazz met haar sound van Malinese folk vermengd met pop en improvisatie, en met sterke solisten in haar band. De gitaarsolo's van Jurandir Da Silva Santana (familie?) klinken met dat typisch Afrikaanse, twangy geluid opzwepend. Diawara beweegt zich als een grand lady over het podium, in een prachtige outfit, en dirigeert vocaal improviserend zowel band als zaal. Het levert weer zo'n geluksmoment op. Met twee Grammy-nominaties op zak bewijst ze haar status als wereldster. Wie het zelf wil meemaken: in november speelt ze in Paradiso.

Gelijktijdig speelt in zaal Madeira het Italiaanse Artchipel Orchestra, met gast Michael Moore, de muziek van Misha Mengelberg. Ook dit orkest past volledig in de traditie van de Amsterdamse avant-garde ensembles van vijftig jaar geleden. Michael Moore zat er destijds al vrij snel bij: hij verhuisde in 1982 vanuit Amerika naar Amsterdam en werd vast lid van Mengelbergs Instant Composers Pool (ICP).

Onder leiding van dirigent Ferdinando Faraò speelt het ensemble werk van hun laatste album 'Officine Mengelberg'. Het driestemmige koor, Francesca Sabatino, Naima Faraò en Serena Ferrara, is soms kleurbepalend en vult het ensemble aan met ritmische of melodische vocalisering. Bij andere stukken, mét tekst, klinkt het luchtig en swingend, als "il molleggiato", de bijnaam van zanger Adriano Celentano, die in de jaren 60 dit energieke Italiaanse geluid de wereld over bracht. Een vergelijking met het recent ontbonden I Compani dringt zich soms op. De solo's van het koor, gitarist Giuseppe Gallucci, trombonist Alessandro Castelli, fluitist Carlo Nicita en natuurlijk Michael Moore op klarinet en altsaxofoon, oogsten enthousiast applaus. Elk nummer is anders; de gezamenlijke improvisaties houden de spanning vast, en ook hier wil je de zaal niet verlaten voor het einde.

De enige teleurstelling van de dag is het concert van zangeres Estrella Morente, die zo te horen onder invloed van een producent een 'product' brengt in plaats van een optreden. Misschien is de opzet om het succes van haar eerdere hommagealbum 'Mujeres' te evenaren. Het materiaal komt van haar nieuwste album 'Estrella A Estrellas', haar ode aan de grote nummers en diva's die haar beïnvloedden. 'Ne Me Quitte Pas', 'La Vie En Rose' en 'Gracias À La Vida' krijgen elk een tenenkrommende aanpak waarin oprechte emotie lijkt te ontbreken. Doodzonde, want het ligt niet aan de zangeres of de muzikanten.

Als uitsmijter is er zaterdag de keuze tussen megaster Burna Boy in zaal Nile of het trio Christian McBride/Kenny Barron/Julian Lage in Hudson. Burna Boy blijkt zijn belofte waar te maken, en ook hij bedankt North Sea Jazz en het publiek voor de authentieke "luv" die hij er aantreft.

Voor het DOJO-verslag zijn pianist Kenny Barron en gitarist Julian Lage de voor de hand liggende keuze. Dit optreden kwam tot stand door matchmaker Christian McBride, Lages buurman, die vertelt dat dit de eerste keer is dat Lage en Barron samenspelen. Voor deze gelegenheid speelt McBride, die vaak ook basgitaar bespeelt, uitsluitend contrabas.

Je zou het een 3Gen3-concert kunnen noemen (naar het gelijknamige trio van Pierre Courbois): Barron als vertegenwoordiger van de grondleggersgeneratie, McBride als eminentie van de hardbop én fusion-erfenis, en de 38-jarige Julian Lage als de vernieuwende generatie die alles op zijn kop zet. Lage geldt inmiddels als held voor elke gitarist die nog maar net uit het ei is gekropen. Zo leven jazz en improvisatie voort.

Bij mainstream jazztrio's is het meestal óf gitaar óf piano, dus de verwachting is gespannen: hoe pakken deze drie grootmeesters het moderne jazzrepertoire aan? Bij Lage heb je het gevoel dat hij elke noot ter plekke voor het eerst uit zijn tenen trekt, een onvoorspelbaarheid die elk optreden draagt. Helaas zijn de prikkels van de dag inmiddels zo overweldigend dat de vermoeidheid toeslaat, en na enkele nummers valt het doek voor een dag die nog lang zal nazinderen.

Klik hier voor een fotoverslag van de tweede dag van North Sea Jazz 2026 door Louis Obbens.