Uitersten, overgave en passie bij Gent Jazz
Dertien festivaldagen dit jaar, met een bijzonder breed aanbod. Dat vraagt om keuzes, en die maakte ik. Op 10 juli bezocht ik het festival als liefhebber, samen met mijn partner. We genoten van een aangename dag met onder anderen José James, Madeleine Peyroux en Ibrahim Maalouf. Voor Draai om je oren koos ik voor 12 juli, met op het programma: Kin Gajo, Ganavya, Steve Coleman & Five Elements, Tigran Hamasyan en het Branford Marsalis Quartet.
Gent Jazz, zaterdag 12 juli 2025, Bijlokesite, Gent
Tekst: Johan Pape | Foto's: Sebastiaan Pelgrim
Het persbeleid is dit jaar aangepast. De organisatie is minder scheutig met accreditaties, vooral richting fotografen. Dat is jammer. Waar ik andere jaren steevast veel Nederlandse collega's tegenkwam, was ik dit keer de enige afgezant uit Nederland. Ik vermoed dat er dan ook weinig berichtgeving over dit festival in de Nederlandse media zal verschijnen. Zonde, want ik ben juist altijd benieuwd naar wat ik zelf mis op de dagen dat ik er niet ben. Ook miste ik de samenwerking met Draai om je oren-fotograaf Cees van de Ven, die jarenlang schitterende fotoverslagen van Gent Jazz maakte. [Vandaar dat we noodgedwongen foto's gebruiken van festivalfotograaf Sebastiaan Pelgrim, nvdr]
De openingsact van de dag was het trio Kin Gajo, met tenorsaxofoon, accordeon en drums. Als winnaars van de titel Jong Jazztalent Gent 2024 kregen zij niet alleen tienduizend euro voor hun project, maar ook een plek op Gent Jazz 2025. Onder leiding van accordeonist Stan Maris verkent de band de grenzen tussen jazz en instrumentale hiphop, met als opvallend concept de integratie van Japanse mangakunst in hun liveshows. Ze brachten een nieuwe suite, die veelbelovend klonk: origineel, met sprankelende momenten, al klonk het geluid soms wat dik en papperig door de baspartijen op accordeon. Saxofonist Werend Van Den Bossche maakte indruk, terwijl de accordeon in de begeleiding iets te nadrukkelijk aanwezig was. Het gebruik van elektronica voegde een interessante extra laag toe. De tent was nog niet helemaal gevuld, het applaus bleef beschaafd en een toegift bleef uit. Het concert was dan ook voortijdig afgelopen.
Ondertussen stond op de Garden Stage het Joe Webb Trio. Deze jonge pianist - die via onder meer Ronnie Scott's, Blue Note China en Jazzwoche Burghausen in Gent belandde - bleek een uitstekende keuze voor deze intiemere setting. Met nummers als 'Gute Nacht Wurst' en 'Gone With The Wind' bracht het trio een luchtige, fijne sfeer.
Ganavya was vervolgens aan de beurt op de Main Stage. Geboren in New York, opgegroeid in Tamil Nadu (India), weet ze met haar zang de traditionele vertelkunst harikatha naar het heden te tillen. Ze werkte eerder met grootheden als Esperanza Spalding, Vijay Iyer en Shabaka Hutchings. Wat een verrassend mooi, ingetogen concert leverde ze hier af. Hoewel de teksten voor mij onbegrijpelijk waren, kwam het rechtstreeks binnen. Haar stem is doordrenkt van zeggingskracht. Helaas bleek opnieuw hoe luidruchtig de trap naar het balkon is - vooral storend tijdens de fragiele passages. Dat blijft toch een pijnpunt bij dit soort concerten. Maar het was het enige smetje op een verder betoverend optreden.
Terwijl Joe Webb aan zijn tweede set begon, genoot ik van een biertje en maakte me op voor Steve Coleman & Five Elements. Ik had hoge verwachtingen - eerder was ik zwaar onder de indruk van dit gezelschap. De start was veelbelovend: Coleman en trompettist Jonathan Finlayson voelden elkaar perfect aan. Toch leek Finlayson dit keer sterker in vorm dan de altsaxofonist. En toen stapte Branford Marsalis onverwacht het podium op om een stuk mee te spelen. Waar ik vuurwerk verwachtte, bleef het steken in aftasten. Marsalis verdween even snel als hij gekomen was. Hoe anders was dat twee jaar geleden, toen Terence Blanchard het podium betrad bij Marsalis' eigen concert: dat moment was magisch. Coleman leek dit keer te worstelen. Hij mompelde iets over een slopend tourschema - van Mauritius en Tbilisi naar Gent - en de bijbehorende jetlag. Twee keer verliet de band voortijdig het podium. Begrijpelijk, maar het gevoel overheerste dat er meer in had gezeten.
Op de Garden Stage stond inmiddels het Zoh Amba Sun Ensemble. Amba is saxofonist, fluitist en componist, veelgevraagd en nog piepjong. Ze groeide op in Tennessee, waar sporen van het diepe zuiden nog doorklinken in haar spel. Sinds haar doorbraak op de New Yorkse jazzpodia geldt ze als een van de snelst rijzende sterren in de freejazz-scene. Haar debuut 'O, Sun' werd geproduceerd door John Zorn. In Gent liet haar ensemble een krachtig, soms rauw, altijd uitgesproken geluid horen - zwevend tussen noise en devote hymnes. Het publiek viel in twee kampen uiteen: wie zich openstelde, werd gegrepen, wie daar minder mee had, zocht andere oorden op.
En dan de grande finale: het Branford Marsalis Quartet, met hun bewerking van het iconische album 'Belonging' van Keith Jarrett. Ik heb het kwartet al vaker gezien, en ze hebben me nog nooit teleurgesteld. Ook nu weer: overgave, energie, finesse. Wat een samenspel na al die jaren! Elk bandlid virtuoos, elkaar aanzettend, uitdagend en ruimte gevend. 'The Windup' werd schitterend uitgevoerd: trouw aan het origineel, maar met een onmiskenbare Marsalis-twist. Pianist Joey Calderazzo verdient een speciale vermelding: zijn interpretatie van Jarrett is subliem en toch vol eigenheid. Ook in ballads als 'Solstice' overtuigde het kwartet volledig. De ritmesectie - met Eric Reeves op bas en de onvermoeibare Justin Faulkner op drums - was net zo indrukwekkend. Een staande ovatie en een weergaloze toegift konden niet uitblijven.
Op weg naar de uitgang, na een lange dag vol uitersten en muzikale ontdekkingen, kwam ik nog langs het optreden van Steven Bernstein's Sexmob. Twee aanstekelijke nummers gehoord, en ik wist genoeg: een perfecte afsluiter voor deze dag. Maar met nog ruim anderhalf uur rijden voor de boeg besloot ik dat het mooi was geweest.