|
Draai om je oren Boekrecensie |
home |
||
|
| |||
|
Krachtig boek met zwakke plekken 'De kracht van muziek', zeg dat wel. De power en het plezier spatten van de pagina's. Ongeveer zoals auteur Michael Varekamp ook zingt en trompet speelt. Zoals de ondertitel al aangeeft, staan zijn avonturen in New York, de hoofdstad van de internationale jazz, centraal.
Hij kwam er voor het eerst als bleu ventje, leerde gaandeweg muzikanten kennen en is inmiddels geaccepteerd als gelijke onder de gelijken. Zo ontmoeten we in dit boek trompettist Roy Hargrove, maar Varekamp beschrijft in zijn boek ook oudere reuzen als Louis Armstrong en Miles Davis, die eveneens in de stad woonden en werkten. Alles is geschreven in een soepele, enthousiaste en enthousiasmerende stijl. In dit verband moet ik ook Varekamps gesproken columns noemen in zijn programma 'Congo Square' op de Concertzender/World of Jazz. De daarin gedraaide muziek, overigens voor het merendeel niet afkomstig uit New Orleans, is eveneens prima voor lijf en leden. Dit alles is rijk geïllustreerd in het boek - al zijn sommige afbeeldingen wel wat krap afgedrukt, naar mijn smaak. En de eindredactie had ook wat strakker gekund. Maar goed, zelfs in de zogeheten kwaliteitskranten struikel je tegenwoordig over de grammaticale oneffenheden. Een prima en laagdrempelig boek, lijkt mij, om bijvoorbeeld cadeau te doen aan een beginnende jazzliefhebber. En muziektheorie is iets voor op het conservatorium. Hiphopvader? Geen idee waar Varekamp het idee vandaan heeft dat Louis Armstrong dol was op zijn geboorteplaats. '...als zijn drukke agenda het toeliet en hij was in de buurt van New Orleans, dan bracht hij steevast een bezoek aan het weeshuis waar hij opgroeide om daar een dutje te doen op zijn oude lievelingsbankje.' Een prachtig beeld, maar de realiteit is dat Satch New Orleans jarenlang gemeden heeft als de pest. Dat begon in 1931, toen de verloren en inmiddels beroemde zoon een triomfantelijke terugkeer zou maken in de Suburban Gardens. Doch de omroeper liet de dansers in de bomvolle zaal en de luisteraars thuis weten dat hij het niet op kon brengen om "that nigger" aan te kondigen, om vervolgens schielijk het podium te verlaten. Pas met zijn All Stars zou Armstrong er weer regelmatig gaan optreden. Zwarte intellectuelen, blanke filantropen
Toen Yolande een paar jaar later met de dichter Countee Cullen trouwde, een boegbeeld van de Renaissance, was dat aanleiding voor een feest zonder weerga. 'Not since the convening of the Estates-General at Versailles at the eve of the French Revolution had such a rainbow of hats, bonnets, feathers, and gowns, waitcoats, jewelry, and gleaming footwear been seen,' schreef David Levering Lewis in zijn biografie over DuBois. Het lot besliste dat het huwelijk van korte duur was, al was het alleen maar omdat Cullen homoseksueel bleek te zijn. Countee Cullen met zijn gezwollen poëmen raakte betrekkelijk snel in de vergetelheid. Tegen die tijd, o ironie, was Lunceford de populairste en meest gerespecteerde bandleider in het Zuiden van de Verenigde Staten. Als het zo uitkwam stuurde hij zijn eigen tweemotorige Cessna Model T-50 van gig naar gig (nadat hij zijn eerste Aeronca in de poeier had gevlogen). Mevrouw Lunceford moest zich tevreden stellen met haar Fairchild. Doch we dwalen af, merk ik. 'De Kracht van Jazz' is een prima boek, maar bij sommige dingen die als feiten worden gepresenteerd kunnen een paar korreltjes zout geen kwaad. 'De kracht van muziek: In het voetspoor van Michael door New York City', door Michael Varekamp, Willem Post & Ton Wienbelt | Uitgave: Studio 92a, 2026 |
|