Memories of Sem
Sem van Gelder, eigenaar van platenspeciaalzaak Swingmaster, die zondag 7 juni op 77-jarige leeftijd in een verpleeghuis overleed, was mijn oudste Groninger vriend. We leerden elkaar in 1970 kennen, in jongerencentrum Chappaqua, dat ik bestierde. Ik programmeerde daar namelijk naast pop, country & western, happenings en films ook jazz. Met name contemporaine jazz: Theo Loevendie, de Instant Composers Pool, Loek Dikker, alles wat maar een beetje aan de orde was. De vaste hippieclientèle vond dat maar zo-zo. Die was al content wanneer er een keer per avond Buffalo Springfield werd gedraaid. (Het was de eerste tent in Groningen waar onbekommerd geblowd werd.) Wat wel beviel: Hans Dulfer en de Perikels - zo maakte Groningen kennis met Surinaamse jazz en kaseko.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Recordstores.love e.a.
Sem kon smakelijk vertellen over de keer dat tenorist Dexter Gordon er geprogrammeerd stond. Zo tegen negenen was de band er, inclusief de ster. Die laatste keek even rond en verdween weer. Het werd tien uur: geen Dexter. De zaal begon al een beetje te morren - maar ja, iedereen wist dat Dex nimmer op tijd was. Om half elf gingen we de buurt in concentrische cirkels verkennen en zo belandden we in café Havenzicht, dat destijds nog niet door studenten ontdekt was. Aan de stamtafel zat Dexter gemoedelijk met de autochtonen te kouten en had al geleerd dat je "nog aine!" naar de bar moest roepen teneinde een frisse vulling te bekomen. De weg naar Havenzicht, de enige 'fatsoenlijke' kroeg binnen een straal van driehonderd meter, had hij ongetwijfeld sneller gevonden dan wij. Enfin, na elven begon de saxofonist aan een gedenkwaardig optreden. De bezoekers - niemand was weggelopen! - lieten zich niet onbetuigd en na afloop bleef Dex nog even gezellig naborrelen. Hij knikte goedkeurend toen ik hem een hoes van een Billy Eckstine-lp liet zien met daarop de bezettingen die ik uit diverse bronnen bijeengesprokkeld had, zette zijn handtekening en speelde op de piano bedachtzaam het thema van 'I Want To Talk About You.' Sem was er bijna altijd bij, hoewel die extreme impro niet echt zijn ding was. Hij kon niet tegen artiesten zonder veel talent die maar wat raak speelden. Een beetje avontuurlijke bop en mainstream, daar voelde hij zich het best bij.
We kwamen wel bij elkaar over de vloer. Ik herinner me dat de Van Gelders in Paddepoel woonden, een buitenwijk van de stad. Ma Van Gelder was echt zo'n Jiddische momme, spontaan en gul en warm, terwijl pa zich overwegend aan de rand van het gezin leek op te houden. Sems jongenskamer (hij was net uit militaire dienst) werd gedomineerd door drie of vier volwassen platenbakken. Zijn lp's stonden niet gewoon netjes in een kast, maar hij had van die bakken die je wel in platenwinkels zag. Toen al.
In financieel opzicht was Chappaqua volstrekt onvoldoende gefundeerd en het stond bovendien letterlijk midden in een woonwijk. Door de vele ramen en ontluchtingsgaten kon de buurt elke avond volop meegenieten van het gebodene. Zodat het een klein wonder was dat we het toch nog twee jaar volhielden.
Daarna, zo rond 1973, stapten we min of meer gelijktijdig de horeca in. Sem in de White Horse, het café van zijn vader en ik begon muziekkafee Lenting, een straat verderop. We kwamen bij elkaar de povere omzetten verbrassen en beraamden plannen voor de Groninger Rhythm and Blues Nights, waarbij we, al dan niet in samenwerking met het undergroundcentrum VERA - destijds eveneens nieuw - platenavonden organiseerden. Ook kwam Gerry Teekens uit Twente langs, zijn Morrisje tot op de uitlaat gevuld met lp's. De verkoop die hij in de White Horse en Lenting genereerde zal zeker hebben bijgedragen aan de oprichting van zijn platenlabel Criss Cross.
Inmiddels was de stichting Jazz in Groningen opgericht; zowel Sem als ik hebben een tijd in het bestuur gezeten. Via de stichting kwam er geld voor concerten, aanvankelijk in VERA, later in Jazzcafé De Spieghel. Dat waren de topjaren, met week in week uit echt de beste bands en solisten. Een artiest die nimmer in De Spieghel had gestaan was ófwel van het kaliber van Miles Davis óf kon beter een echt baantje gaan zoeken. Een enkele keer was het, inclusief de openbare workshopbijeenkomsten, drie keer in een week raak in de Peperstraat.
Samen met blueskenner Leo Bruin was Sem in 1978 de platenzaak Swingmaster begonnen, pal naast de Stadsschouwburg. Het was daar voornamelijk klein, een soort Kienholz, maar dan in het echt. Vooral het achterkamertje, met de 78-toeren platen, genoot mijn warme belangstelling. Niet zelden sloop ik na zo'n bezoek stiekem naar mijn werkkamer, met voor tweehonderd gulden aan verworven schatten.
Swingmaster ging ook on the road, met name naar het Haagse North Sea Jazz Festival. Organisator Paul Acket vond namelijk dat zo'n platenstand er per se bijhoorde. De Groningers hoefden niet eens huur te betalen. Ze hadden verreweg de grootste en meest interessante muziekkraam. Na afloop keken Sem en Leo elkaar dan verbluft aan: de omzet van drie dagen Den Haag overtrof de totale jaaromzet van de winkel weer eens!
Een niet onbelangrijke bijvangst van het festival was een fris meisje, Jacqueline Reisel, die Jiddische en ladinoliedjes zong en cello speelde. Daar kon zo'n grappig jazzgastje ook nog wel bij, moet ze gedacht hebben, ze trouwden en kregen twee muzikale zonen.
Hij liet nooit zo duidelijk merken dat hij best trots was op de verrichtingen van 'de jongens', zoals hij Gideon en Ben onveranderlijk noemde. Maar dat was natuurlijk wel degelijk het geval. Soms verduidelijkte hij: "Gideon gaat verder in de studie Psychiatrie", of "Bennie zit weer eens in New York". Het was nooit Ben, altijd Bennie.
Het joodse geloof speelde voor zover ik dat kan beoordelen nooit een grote rol, al hadden de jongens allebei bar mitswa gedaan. De reis met Jackie naar Israël was op een grote deceptie uitgedraaid. Zo'n mooi land dat zo verziekt was.
Sem en ik hebben ook jarenlang gedeejayd tijdens de ZomerJazzFietsTour. Dat deden we met 78-toeren platen, het echte spul, en we probeerden elkaar af te troeven met de ene obscure Freddie Mitchell na de andere geheimzinnige Dave Van Dyke. Het eindresultaat was onveranderlijk dat de tent op het sportterrein van Garnwerd droop van het zweet en danste op het gras.
Een bezoek aan Swingmaster had altijd iets van een familieritueel. Je kwam er natuurlijk voor de platen, maar stiekem nog meer voor Sem. In een hoekje bij het raam, aan het oog onttrokken door een muur van cd's, had hij een soort dorpspomp geïnstalleerd. In vier fauteuils konden de bezoekers praten over muziek en roddelen over de jazzgemeenschap. Sem matste je ook altijd - en hij gaf je de indruk dat hij dat speciaal voor jou deed. Zo tikte ik een jaar geleden een zeer zeldzame 78-er van Herbie Fields uit 1945 op de kop. In nieuwstaat en nimmer heruitgebracht, met daarop de eerste solo's van ene Miles Davis. Het is de bedoeling dat Timeless Records in dit Miles Davis-jaar het vroege werk van de trompettist uit gaat brengen. Dat verhaal heb ik op deze plaats al eens uit de doeken gedaan.
Sem, die ongetwijfeld een onmetelijke platencollectie moet hebben vergaard, was altijd nieuwsgierig naar onbekende helden. Zo was organist Baby Face Willette een tijdlang favoriet. Daarnaast was hij ook voetbalfanaat. Het WK heeft hij dus niet meer meegemaakt. Wanneer een van u binnenkort onverhoopt komt te overlijden (dief in de nacht!), kan die dan de eindstanden even aan Sem doorgeven?
Dankjewel, Semmel, voor alles - en niet in het minst je humor.