Draai om je oren
Festivalverslag



home  
    
    
 

Terug in de gospelschoot

Zou het dan toch echt waar zijn? Dat de zwarte muziek altijd uiteindelijk afkomstig was uit de kerk en daar nog steeds door wordt gevoed? Ziehier de historische feiten. Tijdens de eerste Great Awakening, de min of meer ondergrondse godsdienstige uitbarsting in de jaren dertig van de zeventiende eeuw in de Verenigde Staten, zou naar verluidt de luidste en meest enthousiaste geloofsbeleving te vinden zijn geweest in de tenten van de zwarte slaven. De zwarte spiritual beleefde zijn hoogtepunt in de jaren na de burgeroorlog, toen koren van Afrikaans-Amerikaanse universiteiten en kerken die liederen gingen verspreiden. Eerst in de Verenigde Staten, maar al snel ook in Europa.

New Orleans Jazz & Heritage Festival, april 2026
Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst

De Fisk Jubilee Singers deden ook Nederland aan, in 1877 voor de eerste keer. Overigens is het goed te bedenken dat deze studenten volgens de overlevering naar een uitgesproken Europese stijl streefden. Op dat moment gold de zwarte kerk al een tijd als de enige vrijplaats waar de gelovigen hun emoties, frustraties en vreugde de vrije teugel konden geven. De gospelmuziek zoals wij die kennen ontwikkelde zich honderd jaar geleden. Dat was de periode dat de zwarte muziek ook echt ging swingen, eerder dan de jazz of de blues. Niet voor niets noemden de oldtimers in New Orleans de backbeat, de accenten op de tweede en de vierde tel, voor de oorlog de christian beat.

En zo zie ik mezelf ook dit jaar weer terugkeren in de moederschoot van de gospelmuziek, in de daarvoor opgerichte Gospel Tent van het jaarlijkse Jazz And Heritage Festival op de drafbaan van New Orleans. Precies als 43 jaar geleden, toen ik voor het eerst oog in oor stond met de cultuur van de Crescent City. Natuurlijk, het was ook geweldig om al die oude helden in levenden lijve te horen. Red Tyler, Earl King, Deacon John, Jessie Hill, Tommy Ridgeley, Lee Dorsey en de Dirty Dozen Brass Band. Destijds was dat het hemelbestormende jeugdige koperorkest dat de straatmuziek infuseerde met bebop en funk. Anno 2026 staat het nog steeds op het Jazz Fest. Verder is iedereen dood, inmiddels.

Het Edna Karr High School Gospel Choir laat zijn optreden uitmonden in een hemelbestormend krijsen. Daar draaien de Singing Mustangs van Eleanor McCain hun hoefjes ook niet voor om. Maar hun muziek is verfijnder, de diverse stemmen kleuren helderder. En zoals het St. Mary's Academy Gospel Choir erbij beweegt: niet spatgelijk als in een ouwe Busby Berkeley-film, maar meer als één levend en ademend organisme. De solisten schoppen allemaal even hoog.

Zo streden 43 jaar geleden het Praise His Name Choir en de Smoothe Family Of Slidell om de erepalm, concludeer ik als de oude cassettebandjes die ik destijds maakte weer eens afluister. (Gewoon op zolder, je moet alleen even weten waar en hoe diep je moet graven.) Heel bijzonder, die snerpende vocalen van Praise His Name. Als tot op het bot versleten remschijven die tegen elkaar worden geperst. Betty Boop tot de derde macht. Bij de familie Smoothe valt de interactie op tussen de solisten en het opmerkelijk genuanceerd en gedetailleerd zingende koor. Er is veel variatie in de liederen en de structuur daarvan - en de waanzinaria's zijn niet van de lucht.

Meetrommelen
Welkom op het New Orleans Jazz and Heritage Festival 2026, dat zoals gewoonlijk zo'n 475.000 bezoekers trok. Op dertien podia kon je je vergapen aan jazz-, blues-, gospel- en cajunacts, terwijl de muziek van Jamaica dit jaar een eigen paviljoen had.

Je kunt van Amerika veel zeggen, maar het muziekonderwijs hebben ze daar heel wat beter op orde dan wij hier in Nederland. Met name op de zwarte scholen. De Black Magic Drumline zag het levenslicht in 2007, op Xavier University. Met drie toms, een tweezijdig bespeelde bastrommel en bekkens serveerden de muzikanten een pittige mix van zo'n beetje alle (straat)ritmes die je maar kunt bedenken. Van zoals het tweehonderd jaar geleden op Congo Square geklonken zou kunnen hebben tot contemporaine urban en hiphop. Daarbij voeren de muzikanten aantrekkelijke choreografietjes uit.

Twee jongens uit het publiek zouden graag willen meetrommelen met de Da Truth Brass Band, getuige het bordje dat ze vóór het podium hoog houden. Het is een opmerkelijk gezelschap, Da Truth. Met vier trombones, twee sousafoons en vijf man ritme is er ruimschoots voldoende sonoriteit en stuwkracht, dat laat zich raden. Voor het evenwicht doen er ook nog drie trompettisten mee. De jongelui met het bordje krijgen geen kans. Jammer.

De modernste muziek van het festival was van de hand van pianist, saxofonist, componist, producer en muziekdocent Harold Battiste (1931-2015). Sommige van de oudere muzikanten van de Jesse McBride Big Band hebben nog les van hem gehad. De titel van het stuk heb ik niet verstaan, maar de blazers bliezen hier veelkleurige wolken de tent van WWOZ in, al dan niet volledig zonder ritme. WWOZ 90.7 FM, dat is de plaatselijke radiozender die 24/7 veel jazz, rhythm & blues, gospel en cajun uitzendt.

Het is altijd mooi weer op het Jazz Fest. Nou ja, er is ook wel eens zo'n laatste oordeel-onweder geweest waar de stad beroemd voor is. Mijn eerste keer, 43 jaar geleden, was het nog een paar graden warmer dan dit jaar en ik vond dat ik zo wel naar het festival kon gaan, in mijn t-shirt, zonder hoed en zonder beschermende oliën. Zonnebrandcrème was voor watjes. Ja toch? Welnu, toen ik 's avonds terugkeerde naar mijn logeeradres waren mijn armen vuurrood en zo opgeblazen als die van Popeye. Gelukkig had de vrouw des huizes een of ander gris-gris zalfje waardoor de zwellingen 's anderdaags verdwenen waren. Als bij toverslag, inderdaad.

Nu had ik een vriendin aan mijn zijde die zonder ophouden het uitspansel aftuurde en bij de minste dreiging van ultraviolet een kwak op mijn armen deponeerde.