Draai om je oren
Jazz en meer - Interview



home  
    
    
 

Benjamin Herman:
"Vernuftige modulaties of andere kleine geintjes: daar is Weller helemáál niet mee bezig."

In zijn tienerjaren stond saxofonist Benjamin Herman in Paradiso vooraan bij The Jam, de gitaargroep rond Paul Weller. Nu toert diezelfde Paul Weller met saxofo-nist Benjamin Herman in de blazerssectie. Op 25 oktober jl. speelde Weller met een deels Nederlandse band in het Utrechtse Vredenburg.

door Remco Takken, oktober 2004

Benjamin Herman"Het is een mooie gig natuurlijk, zo'n tournee met Paul Weller. Ik speel ook op zijn nieuwe cd 'Studio 150'. Dat moet je op z'n Nederlands uitspreken, want die studio ligt in Amsterdam! Sinds The Style Council experimenteert Paul Weller met verschil-lende studio's en hij was al vaker in Amsterdam geweest. Alleen nog nooit voor een langere periode. En inderdaad, het is ook een hele leuke studio. De technicus, Joeri Saal, is erg goed."

Hoewel Benjamin Herman strikt genomen niet helemaal eerste keus was - Weller was op zoek naar Candy Dulfer - is het toch een mooie com-binatie. In essentie zijn beide muzikanten mods in hart en nieren: goed gekleed en met een fijne neus voor jazz, soul en andere dansmuziek met stijl. "Candy was op tournee met Prince, en ze was zo vriendelijk mijn telefoonnummer door te geven aan Paul Weller. Toen ik werd gebeld sprong ik een gat in de lucht. Mijn vriendin, die een grote fan is, werd helemáál gek. Ooit stond ik vooraan bij The Jam in Paradiso. In die tijd zat ik diep in de Engelse scene. Alles op Stiff Records volgde ik helemaal, en ook een groep als The Jam. En nu had ik een van die jeugdhelden aan de lijn."

Covers of standards?
Op het nieuwe Paul Weller-album, 'Studio 150', is Benjamin Herman te horen in een grotendeels Nederlandse blazerssectie met Louk Boudesteijn (van Beef), David Kweksilber en Jan van Duikeren. Samen met Willem Friede, arrangeur en toetsenist van het New Cool Collective, maakte Benjamin Herman de arrangementen. Platenmaatschappij V2 neemt het jazzy woord 'standards' in de mond, maar is het bij een popzanger niet beter om te spreken van een coveralbum? "Ja, dat vind ik ook, het is popmuziek met soulinvloeden," zegt Benjamin Herman. "Maar het leuke is dat hij niet klakkeloos de hitjes uit zijn jeugd heeft na willen spelen. Het zijn dan ook niet zozeer zijn invloeden van vroeger, maar meer songs waar hij 'iets mee kon doen'. Hij heeft oude, soms vrij obscure songs met een bepaald gevoel bij elkaar gezocht. Wat me opviel, is dat hij soms specifieke geintjes van de componist juist heeft weggelaten. Ik vond het wel grappig. Vernuftige modulaties of andere kleine geintjes: daar is Weller helemáál niet mee bezig. Wat je dan overhoudt is heel basic. Het resultaat is hartstikke goed."

Voor doorgewinterde Weller-fans zal het geen verrassing zijn. Met zijn vroegere groepen The Jam en The Style Council nam Weller al coverversies op van songs van The Who, The Kinks en Anita Baker. "Wat erg gaaf is, is het feit dat hij nog doet aan b-kantjes zoals je dat vroeger had bij singeltjes. In Amsterdam hebben we er ook weer een paar opgenomen. 'Needles And Pins' hebben we bijvoorbeeld bewust als 'singles-achterkantje' opgenomen, dat staat niet op de gewone cd," aldus Benjamin Herman.

Bepaalde energie
Tijdens de sessies ging het er heel losjes aan toe. Herman: "Het is typisch Paul Weller, alleen zijn het nu niet zijn eigen stukken. Wellers manier van opnemen was echt een eye-opener voor mij. Hij is volgens mij op zoek naar een bijzondere vibe. Het ging hem meer om het vastleggen van de uitvoering. We deden een paar takes, dan ging het om een bepaalde energie. Daar werden dan later dingen bijgevoegd." In totaal is Paul Weller drie keer in Amsterdam geweest voor de opnames van 'Studio 150': "De eerste keer was in oktober 2003, daarna in januari en de derde was in mei van dit jaar."

Paul WellerDe taak van Benjamin Herman ging verder dan alleen saxofoonspelen. "Weller had voor de allereerste repe-tities eigenlijk alleen met zijn drummer afgesproken, dus ik moest ook nog wat andere muzikanten regelen. In dat stadium was hij echt nog dingen aan het uit-proberen. Het is heel opvallend dat hij wat betreft blazers totaal niet voor perfectie gaat. Voor Neder-landse begrippen tenminste: het moet toch al gauw twintig keer over bij een 'normale' studiosessie. ‘Misschien kun je die solo tóch nog een keertje over doen, want hij moet hoger en harder’, weet ik veel. Het leuke van Paul, met de producer erbij, is dat ze toch vooral bezig zijn met de goeie vibe, en niet of alles spatgelijk is ingespeeld. Het is leuk om mee te maken dat zo'n wereldster niet zozeer voor de per-fectie gaat. Dat is overigens ook wat Candy Dulfer mij ooit vertelde over Prince, de eerste keer dat ze iets voor hem in moest spelen. Hij zei gewoon: ‘Speel maar even met de band mee, dan kijk ik wel of het geluid goed is’. Toen deed ze dat, en Prince zei: ‘OK, dank je wel, we zijn klaar!’"

Jan van Duikeren, de Nederlandse trompettist in Paul Wellers groep, vroeg op een gegeven moment zelf een bepaald nummer een keertje over te doen. Hij had niet hele-maal strak gespeeld. "Weller ging helemaal op in de muziek, hij had het niet gemerkt. Misschien als je conservatoriumstudent bent, dat je je er aan ergert. Maar je zag Weller al een beetje bedenkelijk kijken: meestal stond alles er toch in twee keer op? Hij vroeg ons in de control room te komen luisteren. En je voelde dat hij zich een beetje schaamde over het feit dat hij het écht niet hoorde. Voor hem stond de essentie er op: het hoefde niet over. Hij verontschuldigde zich nog: ‘Oi da no wot the fuck yer talking about...’'

Notenpoeperij
Dat losse, dat ligt Benjamin Herman wel? "Ik heb daar inderdaad discussies over met andere muzikanten. Mijn eigen jazzplaten neem ik ook zo op, 'Café Alto' en 'Plays Jaki Byard' bijvoorbeeld. 'Plays Misha Mengelberg' was zelfs een live-opname. Dat heb ik altijd gepraktizeerd: kom op, jongens, oren open en spelen. En dan als leider niet je eigen onzekerheid afreageren op de muzikanten of de studio. Waar het op neerkomt is dat het niet altijd beter wordt als je alles wilt gladstrijken."

Echt veel solo's en improvisaties komen er niet voor in de muziek van Paul Weller, en aan jazz-achtige notenpoeperij lijkt hij al helemaal een hekel te hebben. Benjamin Herman: "Het gaat er nooit om hoeveel noten je speelt. Als ik dat gevoel heb bij bepaalde muziek, ja, ik luister daar dus gewoon niet naar. Op het conservatorium denken sommigen misschien dat ze voor hun leraren moeten spelen, dat het allemaal perfect moet zijn. Daar halen ze dan hun kick uit. Zo heb je ook muzikanten die van die snelle ingewikkelde dingen leuk vinden, liefst in zevenkwartsmaat. Daar gaat echt niemand voor zijn lol naar luisteren, is mijn mening."

Benjamin HermanVoor zijn eigen muziek klopt dat heel goed. Benjamin Herman is wel de laatste jazzmuzikant die je kunt verwijten dat hij preten-tieus en nodeloos ingewikkeld doet. Toch wordt hij ook door de jazzcritici en conservatoriumleraren op handen gedragen. "Ik heb dat moeilijk doen nooit geambieerd, ik heb dat nooit leuk gevon-den. Verder vonden de leraren mij wel een goede student. Al heb ik mezelf nooit echt als een student gezien."

Toch studeert hij nog steeds. "Ja, natuurlijk. Hoe iemand een noot aanblaast vind ik vaak veel mooier dan hoe de hele rits noten die erachter komt klinkt. Als je luistert naar Ben Webster, kun je er ontzettend veel van opsteken hoe die gozer een noot benadert. Als je een noot speelt, bijvoorbeeld eerst een hele toon erboven, daarna een hele toon eronder, en dán pas de noot die je wou spelen. Een Ben Webster-trucje, ik zou het eigenlijk even moeten voorspelen op de saxofoon. Ik vind het belangrijk dat je je als muzikant blijft ontwikkelen. Dat je, als je iets moois hebt gehoord, dat je dan die plaat meeneemt naar je studiehok. Het maakt het alleen maar leuker om ook écht te weten wat iets zo bijzonder maakt."

'Wat hij speelt klopt niet'
Benjamin Herman is momenteel bijzonder actief. Challenge Records bracht onlangs de cd 'Heterogeneity' van hem uit, waarop naast de Belgische trompettist Bert Joris ook pianist Misha Mengelberg te horen is. "Misha is te gek. Hij verzint ter plekke nieuwe akkoorden-schema's voor mijn stukken. Het scheelde niet zo heel veel van wat ik zelf had bedacht, maar het was voor de andere muzikanten wel wennen. Ze zeiden: ‘Wat hij speelt klopt niet’. Ik raadde ze toen maar aan gewoon met Misha mee te spelen, want dat was ook hartstikke goed. Je bent iets aan het opnemen en de pianist speelt iets heel anders dan wat op het blaadje staat. Dat was precies wat de muziek nodig had: een onverwachte, eigenwijze twist."

Het is de eerste keer dat Benjamin Herman opnames uitbrengt met een trompettist, als je tenminste de New Cool Collective Big Band even buiten beschouwing laat. "De stukken die we spelen zijn specifiek bedoeld voor twee blazers. Naar aanleiding van een demo die ik had gemaakt heb ik Misha gebeld. Ik vind Bert helemaal te gek trompetspelen, maar ik vind hem ook wel een beetje een 'mooispeler'. Het leek me wel leuk om gewoon een goeie stoorzender, of nee... even wat roet in het eten te gooien. De andere leden van de groep, bassist Jos Machtel en drummer Joost van Schaik, hebben heel veel met de Belgische jazzscene: op Miles Davis gericht. En dat wilde ik absoluut niet. Vandaar dat Misha een goeie was om ertussen te gooien. Die kwam de sessie binnen en wilde geen partijen lezen. Bij hem thuis moest ik het hem allemaal voorspelen. Het zijn allemaal eigen stukken, eentje van Mengelberg, en een soort bonustrack: 'G.W.' van Eric Dolphy."

Dan is er nog een jazzproject met tenorsaxofonist Sjoerd Dijkhuizen. "Die komt dit najaar uit. Die plaat wordt iets straighter dan wat ik met Misha deed. Wel allemaal eigen stukken, Sjoerd heeft voor het eerst van zijn leven gecomponeerd. En ik wil binnenkort ook weer eens iets op vinyl uitbrengen: een singeltje. Jeroen Vierdag speelt basgitaar, Martijn Vink drumt, Wiboud Burkens speelt toetsen. Een 'zeven inch' vol rauwe funk met Ulco Bed, de gitarist van Candy Dulfer."

Een verkorte versie van dit artikel verscheen onlangs in Jazz (Nu) nummer 5-2004
Foto's Benjamin Herman: Cees van de Ven