Draai om je oren
Jazz en meer - Interview



home  
    
    
 

Donald Fagen:
Superster dankzij bijgestelde jazzambities

Donald Fagen en jazz lijken een onverenigbaar iets. Maar toch schurkt de meest creatieve wederhelft van het legendarische duo Steely Dan aan tegen zijn grote voorbeelden Miles Davis en Charlie Parker. Zijn nieuwe soloalbum 'Morph The Cat' nam hij zelfs op met louter jazzcats. "Ik heb geprobeerd een groots jazzmuzikant te worden, maar mijn vingers deden niet wat mijn hoofd wilde. Dan moet je die ambitie laten varen."

door Jean-Paul Heck, juni 2006

Donald Fagen schreef, produceerde en voerde in het verleden samen met Walter Becker grootse muziek uit met Steely Dan. Albums zoals 'Aja', 'The Royal Scam' en 'Katy Lied' hebben na ruim een kwart eeuw de tand des tijd moeiteloos doorstaan. Maar in 1981 kwam Fagen opeens in zijn uppie met de plaat 'The Nightfly' op de proppen. Het werd een sensatie. De muziekmedia meenden dat de verzameling uitgekiende songs het beste was dat de excentrieke New Yorker ooit had gemaakt. Weer een kwart eeuw later is er Fagens derde solo-uiting met de vreemde titel 'Morph The Cat'. Waar 'Kamakiriad' uit 1993 de klasse van 'The Nightfly' nergens evenaarde, daar benadert hij met dit schijfje erg dicht het eenzaam hoge niveau van zijn solodebuut. 'Morph The Cat' is volgens Fagen het laatste deel van een drieluik. "Op 'The Nightfly' was ik de jonge optimist die verlangend naar de toekomst keek, maar al met littekens van het verleden op mijn ziel liep. 'Kamakiriad' was de transitie in mijn leven, de worsteling om volwassen te worden. Nu is er het geluk, maar wel met uitzicht op de dood. Ik verlang niet naar de dood maar ben er wel klaar voor als hij langskomt. Dan geef ik 'm eerst op zijn flikker en daarna lopen wij hand in hand het leven uit. 'Morph The Cat' is dan ook niets minder dan mijn verkapte afscheidsbrief."

Nadat Steely Dan in 2000 zowel commercieel als artistiek een verrassend geslaagde comeback maakte met de cd 'Two Against Nature', greep Fagen zijn vrije tijd aan om nieuwe songs uit te werken. De man die in de jaren tachtig een schrijversblok van ruim 10 jaar moest overwinnen, is productiever dan ooit tevoren. "Sinds ik getrouwd ben, is het wat rustiger in mijn hoofd. Ik durf weer schaapjes te tellen als ik naar bed ga. Mijn vrouw is mijn baken, mijn rustgever en mijn kompas. Ik weet het, het klinkt verschrikkelijk klef, zeker uit mijn mond. Maar het is de waarheid die ik met plezier heb leren accepteren." Fagen zegt dat de laatste tien jaar de onrust is verdwenen. Dat heeft veel te maken met zijn tweede huwelijk, maar zeker ook met de comeback die Steely Dan in 1998 maakte. Fagen en Becker zijn nooit vijanden van elkaar geweest en in de beste tijden zelfs echte bondgenoten. "Wij lieten ons niet uiteendrijven door het succes. Daar waren Walter en ik gewoon een beetje te slim voor. Daarnaast hebben wij een onderlinge humor die werkelijk niemand begrijpt. Onderling respect is er altijd geweest. Toen 'The Nightfly' platina werd, was Walter de eerste die met een bos bloemen op de stoep stond. Het was weliswaar een graftak, maar toch. Alsof hij wilde zeggen: proficiat met je mooie succes, maar daarmee heb je tevens Steely Dan meteen begraven."

Fagen en Becker deelden vanaf het allereerste begin een grote passie voor jazzmuziek. Omdat ze zelf niet de absolute technische kennis hadden om echte jazzcats te worden, huurden ze vanaf de debuutplaat 'Can’t Buy A Thrill' uit 1972 de beste jazzmuzikanten in die in New York en omgeving te krijgen waren. De saxofonisten Phil Woods, Michael Brecker en Wayne Shorter, de gitaristen zoals Lee Ritenour en Larry Carlton, het zijn maar een paar van de namen die voorbijkwamen. Dat de jazzelite op zijn beurt Steely Dan weer apprecieerde, werd wel duidelijk toen Woody Herman in 1978 een album uitbracht waarop hij louter composities van het duo onderhanden nam. Ook op 'Morph The Cat' is het aandeel uit de jazzhoek weer groot. "Ik wilde dat er op het album geen muzikanten mee zouden doen die zich slechts bezighouden met popmuziek. Door te werken met jazzmuzikanten kun je voor jezelf continu de lat een stukje hoger liggen. Tegelijkertijd weet ik donders goed dat mijn platen en die van Steely Dan nauwelijks door jazzfanaten worden gekocht, maar meer door liefhebbers van popmuziek met een sophisticated smaak."

De overkill aan perfectie lijkt Fagen van zich te hebben afgeschud. De tijden dat hij grootheden zoals voormalig Dire Straits-gitarist Mark Knopfler voor luttele seconden gitaarwerk een week lang in een studio liet zwoegen, zijn voorbij. Fagen: "Het album 'Gaucho' dat we in 1980 uitbrachten, was het eerste natuurlijke einde van Steely Dan. Het was een verwarrende periode, waarin Walter en ik allebei drugs gebruikten en het vizier niet meer zuiver konden afstellen. We hadden de perfectie zo ver doorgevoerd dat het alleen maar minder werd. Elke creatieve minuut samen was een drama. Ik was na het maken van 'Gaucho' op het punt gekomen dat ik alleen nog maar plezier beleefde aan het schetsmatig ontwikkelen van een idee. Het uiteindelijk schrijven en daarna opnemen van een song ging ik zien als een verplicht nummer."

Met het redelijk opgewekte 'The Nightfly' bevrijdde Fagen in één klap van zijn Steely Dan-verleden. Het was de anti-dosis om in ieder geval weer een normaal mens te worden. "Ik bereikte de grens van waanzin toen ik de studio inging om te werken aan 'The Nightfly'. Ik kwam er echter als herboren uit. Het Steely Dan-album 'Gaucho' (1980) en 'The Nightfly' zijn vrij snel achter elkaar opgenomen en dat betekende dat ik concreet bijna drie jaar continu in de studio had gezeten. Alles wat ik daarna schreef, was in mijn ogen een week later oninteressant en daardoor irrelevant. Ik ben geen muzikant die met een kwalificatie als 'klinkt best aardig' kan leven." Met 'The Nightfly' leek Fagen voor lange tijd een dikke punt achter zijn muzikale ambities te hebben gezet. Hij praatte niet meer met de pers, werd nauwelijks nog in muziekland gespot en over Steely Dan werd al helemaal niet meer gesproken. Volgens Fagen lag dat niet alleen aan hem. "In die tijd had ik een therapeut die mij dag en nacht begeleidde. Hij wilde niet dat ik contact had met de buitenwereld. Achteraf is dat niet slim geweest. Ik ben tien jaar lang een mentale vuilnisbak geweest en veel mensen die mijn niet kenden, dachten dat ik aan de drugs zat. Dat was overigens juist helemaal niet het geval. Maar psychisch was er veel mis. Op 'Gaucho' probeerden wij onze demonen af te schudden, maar daar slaagde ik in ieder geval niet in. Eigenlijk heeft het tot begin jaren negentig geduurd voordat ik het leven weer in een normaal perspectief zag."

Ondanks zijn relatief rustige en overzichtelijke leventje is Fagen niet opeens een vrolijke frans geworden. Als je de teksten van 'Morph The Cat' goed leest, komt er nog veel zwartgallige humor bovendrijven. Zo kan volgens buitenstaanders de titel 'Morph The Cat' op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. 'Morph' zou bijvoorbeeld op morfine kunnen duiden, een medicijn dat Fagen in de jaren tachtig veel gebruikte om zijn rugklachten te bestrijden. Fagen lacht als hij dit hoort, maar wil niets ontkennen. "Ik heb een paar jaar terug veel rugklachten gehad terwijl ik met Steely Dan op tournee was. Met morfine was die pijn nog te verdragen, maar door al die bijwerkingen had ik op het podium soms het idee dat er een heel orkest achter mij zat te spelen. Daarnaast heeft het ook betrekking op de Amerikaanse politiek. We leven in een land met prachtige mensen, maar met net zoveel idioten. Dat krachtenveld was er altijd al, maar met iemand als Bush aan de macht heeft het evenwicht een knauw gekregen. Die onrust voel ik bijna elke dag om mij heen en dat wordt alleen maar versterkt door de wetenschap dat het Amerikaanse volk dit zelf had kunnen voorkomen."

Volgens Fagen heeft Amerika een collectief schuldgevoel, dat nog eens wordt gevoed door de eerdere oorlogen die zijn land uitvocht. "Alle Amerikanen ouder dan 45 jaar hebben tien jaar lang de ellende van de Vietnam-oorlog op televisie voorbij zien komen. Ik stond zelf op de lijst om als soldaat opgeroepen te worden, maar ik had gelukkig een hoog lotnummer waardoor ik niet werd gekozen. Er was in die tijd veel engagement onder mijn leeftijdgenoten. Dat had alles te maken met scholing. Begin jaren zestig was het onderwijsniveau in Amerika erg hoog en dat heeft ook muzikale visionairs zoals Randy Newman, Tom Waits en Ry Cooder opgeleverd. Ik had ook nog eens het geluk dat mijn vader geen televisie kon betalen, waardoor ik was veroordeeld tot het lezen van boeken en het luisteren naar de radio." Het is de basis van de rijkdom aan kennis die Fagen bij Steely Dan en op zijn soloplaten in zijn songs verwerkt. Er is geen nummer zonder dubbele laag of verstopte boodschap. Op 'Morph The Cat' zoekt de in New Jersey geboren ster zelfs contact met zijn grote held Ray Charles. "Op 'What I Do' spreek ik tegen zijn geest, maar kijk ik ook vooruit naar wat komen gaat. Op mijn eerste soloplaat 'The Nightfly' wilde ik mijn jeugd recapituleren. Op 'Kamakiriad' probeerde ik na mijn depressie met mezelf en de wereld in het reine te komen. 'Morph The Cat' is de samenvatting van mijn leven, verpakt in catchy liedjes. Of het popmuziek of jazzmuziek is? Ik zou het niet weten en het interesseert mij eigenlijk ook geen bal."

Dit artikel verscheen eerder in Jazzism.
Op dit artikel berust copyright! © 2006 Jean-Paul Heck