Draai om je oren
Jazz en meer - Rubriek



home  
    
    
 

De Vinyl Vitrine van vijfenvijftig jaar geleden

door Peter Smids, december 2009
foto: Sjaak Ramakers

Sportliefhebbers zijn gek op lijstjes, en Amerikaanse sportfanaten, met hun gespitstheid op statistische gegevens, gaan daarin nog weer verder dan Europese liefhebbers. Maar ook film-, muziek- en literatuurliefhebbers zijn dol op lijstjes. Al gaat het bij de artistieke lijstjes meestal niet om feiten, records en cijfers, maar om smaak, emoties en vooroordelen. Je kunt ze gebruiken als geheugensteuntjes of als handige boodschappenlijstjes, maar ook als wegwijzers door onbekend terrein. Als je redelijk goed bent ingevoerd en je jezelf als een kenner mag beschouwen, breekt het moment aan dat je andermans lijstjes gaat beschouwen als een toetssteen van smaak en eruditie. En dan is ieder nieuw lijstje een pleidooi waarmee je hartstochtelijk kunt instemmen of een bewijs van intellectueel onvermogen dat je kunt neersabelen.

Ook ik ga me nu voegen in het gilde der lijstenmakers. Het lijstje dat ik tot nu toe overal zo smartelijk heb gemist, ga ik voortaan maar zelf maken, een zo volledig mogelijke lijst met langspeelplaten die in een bepaalde maand zijn opgenomen. Het lijkt mij leerzaam om te weten wie er in een bepaalde maand in de opnamestudio's actief zijn geweest, en daar de laatste hand hebben gelegd aan een album. Door naar compleetheid te streven zou je met zo'n lijstje een evenwichtig beeld kunnen bieden van de staat van de jazz in die periode.

In welk jaar zou je moeten starten met het bieden van een dergelijk maandoverzicht? Zestig jaar geleden (in 1949) kwamen de eerste Dial-platen van Charlie Parker op de markt, maar de eerste lp's van Bud Powell en van Dizzy Gillespie verschenen pas in 1950. Met andere woorden: lp's waren schaars, en ze werden vaak ook nog gevuld met materiaal dat afkomstig was van oudere 78-toeren platen. Pas rond het midden van de jaren vijftig was de lp een redelijk vertrouwd artikel geworden, hoewel er toen nog steeds jazz werd uitgebracht op 78-toeren platen en op 45-toeren ep's. Ook maakte men van twee 25-cm lp's vaak een ogenschijnlijk splinternieuwe 30-cm lp.

Zo rond het midden van de jaren vijftig beginnen de musici en de producers steeds beter te begrijpen welke kansen een lp in artistiek opzicht biedt; je hoeft je niet langer gehinderd te voelen door de traditionele drie-minuten-grens, en omdat je in totaal veertig minuten tot je beschikking hebt, kun je bijna een volwaardige set vastleggen. Een bezoek aan de studio is niet langer het vastleggen van een paar succesnummers; je moet met een goed uitgebalanceerd programma aantreden. Een bijkomend voordeel van de lp is dat de schijf onbreekbaar is. Daarnaast kun je met de voorkant van de hoes mooie dingen doen (denk aan David Stone Martin), terwijl er op de achterkant ruimte is voor opnamedata, bezettingen, biografische gegevens en toelichtingen.

Na enig wikken en wegen heb ik ervoor gekozen om als startmoment december 1954 te nemen: de productie van lp's had toen al een behoorlijke vlucht genomen, december '54 is precies vijfenvijftig jaar geleden, en ik vind 55 een heel mooi getal; veel mooier en intrigerender dan 60 of 50.

Hoe krijg je een overzicht van opnamesessies uit een bepaalde maand - in dit geval: december 1954 - boven water? Ik had werkelijk geen flauw idee. Mijn eerste ingeving: 'Jazz Milestones' van Ken Vail erop naslaan. In dit boek staan de belangrijkste gebeurtenissen op jazzgebied per jaar gerangschikt, ook de opnamedata van lp's. Via Vail had ik een aardig lijstje, maar aan de hand van cd's in mijn eigen collectie ontdekte ik al snel dat hij niet compleet was. Toen heb ik de jaargangen 1955 en 1956 van Metronome en DownBeat erop nageslagen. Bovendien heb ik de beschikking over de discografieŽn van een aantal interessante jazz-labels: Atlantic, Blue Note, Debut, Prestige, Riverside, Savoy en Verve. En ook op internet heb je betrouwbare bronnen; met name de door drie Japanse discografen samengestelde discografie Jazzdisco.org bleek een ware Fundgrube.

Toen ik na veel worstelen en zwoegen, deduceren en combineren eindelijk mijn lijstje af had, dacht ik 'ik zal toch eens kijken of ik via de cd-rom van Tom Lord ook inzicht kan krijgen in de maand december 1954'. En, u raadt het al, via het aanklikken van 'Date Search' kreeg ik binnen een halve minuut het overzicht op mijn scherm getoverd, waaraan ik bijna een week had gewerkt. Ik gebruik de discografie van Lord heel intensief, maar ik was me er nooit van bewust geweest dat hij deze zoekmogelijkheid (maand/jaar) ook had geÔnstalleerd. Via het bladeren in tijdschriften, jaarboeken en discografieŽn, en het opsporen en raadplegen van allerlei bronnen op het internet krijg je en passant ook nog een schat aan omgevings- en tijdperkinformatie mee, dus van die omslachtige en buitengewoon arbeidsintensieve speurtocht heb ik absoluut geen spijt, maar het is toch wel een hele geruststelling dat ik het basismateriaal voor het volgende lijstje (januari 1955) binnen dertig seconden tot mijn beschikking zal hebben. Voor je het discografische basismateriaal hebt teruggebracht tot een overzichtelijk lijstje is er overigens nog een heleboel uitzoekwerk aan de winkel.

Wat is er nou zo aardig en informatief aan zo'n maandlijst? Met zo'n lijstje creŽer je een tijdsbeeld van de Amerikaanse jazzplaten-industrie van dat moment. Je kunt er aan zien wie er toen een bezoek hebben gebracht aan de studio's, je kunt zien welke labels actief waren, en ik heb ook uitgezocht of er cd-versies bestaan van alle genoemde lp's. Afgezien van RCA (met Al Cohn en Tony Scott) hebben de grote labels Columbia, Decca en Capitol in december 1954 niets aan jazz gedaan. Het is verheugend om te kunnen concluderen dat er van alle lp-titels die ik heb opgespoord cd-versies (hebben) bestaan, alleen van 'Sam Most Sextet' (Vanguard) is bij mijn weten nooit een cd-uitgave verschenen. In eerste instantie heb ik er niet voor gekozen om de cd-versies met naam en toenaam te vermelden; dat levert weer veel extra tekst op (en het is ook niet de bedoeling om van Draai om je oren een discografische publicatie te maken). Bovendien is de cd-markt nogal dynamisch en grillig, en is het voor een geÔnteresseerde lezer geen heidens werk om via het internet eventuele cd-versies te localiseren.

Het is niet de bedoeling dat ik maandelijks alleen maar met een droog, feitelijk lijstje kom aanzetten, ik ben ook van plan om per maand een paar lp's nader uit te lichten, in de rubriek Frappant Vinyl. Omdat ik nogal veel tijd heb moeten besteden aan de samenstelling van mijn eerste aflevering van Vinyl Vitrine, zijn dat er deze keer slechts twee geworden; ik streef er echter naar om in iedere aflevering van Frappant Vinyl drie of vier lp's voor het voetlicht te brengen.

Peter Smids (1942) is als criticus actief geweest voor True Note (het legendarische huisorgaan van de Rotterdamse Jazzclub B-14), het Rotterdams Nieuwsblad, de Brabant Pers, de Groene Amsterdammer en Jazzwereld. Na zijn rechtenstudie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam was hij ruim drie jaar cultureel ambtenaar in Zwolle, daarna was hij van 1973 tot 1976 adjunct-directeur van Cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen (waar hij verantwoordelijk was voor de eerste drie afleveringen van de Jazz Marathon). Van 1976 tot medio 2001 was hij directeur van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, waar hij tijdens zijn 25-jarige regime altijd een zwaar accent op de jazzprogrammering heeft gelegd. Sinds zijn pensionering is hij weer actief als jazz-scribent.