Draai om je oren
Festivalverslag



home  
    
    
 

Stranger Than Paranoia
donderdag 24, zondag 27, maandag 28 & dinsdag 29 december 2015, Paradox, Tilburg

De editie van 2015 was reeds de 23ste van het festival Stranger Than Paranoia, met dit jaar nog meer locaties, nog meer dagen en nog meer optredens. In vier steden - naast hoofdlocatie Paradox in Tilburg deed ook dit jaar weer De Toonzaal in 's-Hertogenbosch mee, voor de tweede keer het Amsterdamse Bimhuis en voor het eerst dit jaar Brebl in Nijmegen - werd in totaal zeven lange avonden aan muziek verzorgd door een zeer divers aantal musici.

door Ben Taffijn / foto's: Louis Obbens & Cees van de Ven

Want dat kenmerkt de aanpak van Paul van Kemenade, altsaxofonist en organisator van dit festival: alle aspecten van de muzieksoort 'jazz' komen aan bod. Van mainstream tot (zeer) experimenteel en van rock- en pop-gerelateerd tot aan allerhande niet-westerse muziekstromingen. Het zorgt ervoor dat als je de vier dagen in Tilburg meemaakt, je als luisteraar een caleidoscopisch beeld krijgt van de muzieksoort. Tevens slaagt Van Kemenade er ieder jaar weer in om een écht grote act naar Nederland te halen. Dit jaar was dat Archie Shepp, die met zijn kwartet twee optredens in Tilburg en één in Amsterdam verzorgde.

Archie Shepp is inmiddels 78 en naar zijn bezoek werd reikhalzend, maar ook wel met spanning uitgekeken. Shepp staat nu niet bepaald bekend als een toegankelijk persoon en verder is het met een musicus van deze leeftijd altijd maar weer afwachten of de muziek ook kwalitatief nog wat voorstelt. Nu, na twee concerten in Paradox kunnen we de balans opmaken en stellen dat deze twee concerten behoren tot het beste dat we in 2015 hoorden! En dat is niet overdreven. Niet alleen was Shepp in opperbeste stemming, hij wist het publiek - een twee keer zo goed als uitverkocht Paradox - ook nog eens in vervoering te brengen met zijn spel op de tenor- en altsax, met zijn zang en met zijn verhalen.

De meesterlijke wijze waarop hij zijn solo in het aan pianist Elmo Hope opgedragen stuk 'Hope 2' vormgeeft, helder als glas en met een groot gevoel voor detail, maakt duidelijk dat Shepp tot de allergrootste jazzsaxofonisten behoort. Dit niveau hoor je maar zelden. Ook Ellingtons 'Don’t Get Around Much Anymore' speelt dit kwartet met grote klasse. Shepp blaast hier loepzuiver, helder, zangerig en met veel swing zijn partij. De kwaliteit van dit optreden wordt echter mede bepaalt door de drie andere leden van het kwartet. De vaste ritmetandem met bassist Reggie Washington en drummer Steve McCraven zorgt voor een stomende groove, waarop het heerlijk soleren is. Voor Shepp, maar zeker ook voor de uitstekende Franse pianist Carl-Henri Morisset, die met grote regelmaat lange, sprankelende notenslierten produceert. Trefzeker en swingend.

In dit optreden neemt Shepp ons mee op een reis door de geschiedenis van de jazz en, zoals Shepp het placht te noemen, van de Afro-Amerikaan. Zo staat hij in het concert van zondag en uitgebreider in dat van dinsdag stil bij zijn grootmoeder, die geboren werd in de tijd van de slavernij. Hij legt uit dat de slaven natuurlijk geen instrumenten hadden en dat zij hun eigen lichaam als percussie gebruikten, waarna McCraven voor een indrukwekkende demonstratie zorgt van wat Shepp bedoelt. Aansluitend heft hij 'Revolution' aan, waarin hij uitvoerig memoreert aan de roerige geschiedenis van de Afro-Amerikaan. Zijn stem is rauw, maar met veel gevoel en dynamiek. Hier gebeurt iets bijzonders, dat voel je.

Shepp was dus een schot in de roos, maar dat geldt voor meer in dit overvolle festival. Zo waren er de ontmoetingen tussen musici die normaal gesproken nooit samen op het podium staan. Donderdag 24 december begon ermee. Jacq Palinckx en Maurice Leenaars, de een uit de experimentele hoek, de ander bekend als flamencogitarist. Een groter verschil is bijna niet denkbaar. In een trio met Van Kemenade spelen ze drie stukken, waarbij de eigenheid van eenieder volledig aan bod komt. Zo begint 'Blamb!', een speciaal voor deze gelegenheid geschreven stuk van Palinckx, met een zoetgevooisd duet tussen Palinckx en Leenaars, tot Palinckx het genoeg vindt en de groove erin gooit. Van Kemenade beantwoordt deze actie met scheurende uithalen op zijn altsax.

De ontmoeting tussen Bert van den Brink en Oscar Jan Hoogland mag in dit kader evenmin onvermeld blijven. Ze hadden er duidelijk zin in om de draad weer eens op te pakken, maar nu in een andere setting. Hoogland kreeg in het verleden immers nog les van Van den Brink. Beiden aan de vleugel, met de ruggen naar elkaar toe, spelen ze de sterren van de hemel in wat het midden houdt tussen een concert en een clownsact. Met name als beiden, dwars op hun pianokruk zittend, beide piano's bespelen in een swingende set!

Ruimte voor het experiment was er eveneens volop. Bijvoorbeeld in de soloset van Konrad 'Conny' Bauer, de Duitse trombonist die hier zijn opwachting maakte met een bastrombone en met behulp van technieken als multiphonics en circular breathing in zijn eentje een compleet blazersensemble neerzet. Met zijn ritmische en melodische stijl, grasduinend in de geschiedenis van de jazz en de muziek uit verre culturen. Zo horen we de invloed van de begrafenismarsen van New Orleans en de vroege swing, maar ook die van de digderidoo en de boventoonzangers.

Maar het meest experimenteel is het optreden van het POW Ensemble. En dat begint reeds met de bezetting. Geen bas, maar een tuba en geen slagwerk, maar een tapdanser. Verder een sax, elektronica - véél elektronica - en een klassieke sopraan. En dan de muziek. Luc Houtkamp heeft het programma 'Stein' gebaseerd op het boek 'Tender Buttons' van de Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein en hij loodst ons met sopraan Stephanie Pan, tapdanser Peter Kuit en tubaïst Axel Schappert op fenomenale wijze door haar teksten heen. De stijl refereert aan de musical, het circus, het variété en de dance – Houtkamp en de zijnen schuwen het ritme duidelijk niet, afgewisseld met dwarse en schurende improvisaties. Waarbij Pan zingt, lispelt, schmiert, schreeuwt en krijst, terwijl ze uitzinnig omgaat met Steins woorden. Maar echt bijzonder is Kuit. Want waar zie je nog een tapdanser? En heus, hij is de slagwerker. Ritmisch en harmonieus legt hij de accenten in de nummers, zichzelf flitsend in het zweet tappend.

En ook de niet-westerse muziek komt ruimhartig aan bod tijdens dit festival. Het kenmerkt altijd weer de ontmoeting tussen saxofonist Paul van Kemenade en pianist Stevko Busch. In Busch' bedachtzame, ritmische spel klinkt de Zuid-Afrikaanse muziek door en hij vormt, mede daardoor, voor Van Kemenade de ideale partner. Gruizig, schurend, met zo nu en dan een scherpe uithaal gaat hij de dialoog aan. Verstild en fragiel trakteert dit duo ons op een bijna spiritueel moment.

Datzelfde geldt voor het Mehmet Polat Trio. De drie musici, twee afkomstig uit Turkije en één uit Mali, hebben elkaar hier, in Nederland ontmoet. En dat is een belangrijk weetje. De Turkse muziek en de Malinese muziek hebben immers evenveel onderling gemeen als de muziek van deze beide culturen met die van onze cultuur: niets. En toch, dat hoor je niet. De Malinese kora en de Tukse ud en ney, het past wonderlijk goed bij elkaar. Hier wordt op zeer hoog niveau gemusiceerd en geïmproviseerd. Het publiek is er terecht stil van.


Klik hier voor een fotoverslag van Stranger Than Paranoia door Louis Obbens. En klik hier voor festivalfoto's door Cees van de Ven.