|
Draai om je oren Festivalverslag |
home |
||
|
| |||
|
Stranger Than Paranoia De editie van 2015 was reeds de 23ste van het festival Stranger Than Paranoia, met dit jaar nog meer locaties, nog meer dagen en nog meer optredens. In vier steden - naast hoofdlocatie Paradox in Tilburg deed ook dit jaar weer De Toonzaal in 's-Hertogenbosch mee, voor de tweede keer het Amsterdamse Bimhuis en voor het eerst dit jaar Brebl in Nijmegen - werd in totaal zeven lange avonden aan muziek verzorgd door een zeer divers aantal musici. door Ben Taffijn / foto's: Louis Obbens & Cees van de Ven
Archie Shepp is inmiddels 78 en naar zijn bezoek werd reikhalzend, maar ook wel met spanning uitgekeken. Shepp staat nu niet bepaald bekend als een toegankelijk persoon en verder is het met een musicus van deze leeftijd altijd maar weer afwachten of de muziek ook kwalitatief nog wat voorstelt. Nu, na twee concerten in Paradox kunnen we de balans opmaken en stellen dat deze twee concerten behoren tot het beste dat we in 2015 hoorden! En dat is niet overdreven. Niet alleen was Shepp in opperbeste stemming, hij wist het publiek - een twee keer zo goed als uitverkocht Paradox - ook nog eens in vervoering te brengen met zijn spel op de tenor- en altsax, met zijn zang en met zijn verhalen. De meesterlijke wijze waarop hij zijn solo in het aan pianist Elmo Hope opgedragen stuk 'Hope 2' vormgeeft, helder als glas en met een groot gevoel voor detail, maakt duidelijk dat Shepp tot de allergrootste jazzsaxofonisten behoort. Dit niveau hoor je maar zelden. Ook Ellingtons 'Don’t Get Around Much Anymore' speelt dit kwartet met grote klasse. Shepp blaast hier loepzuiver, helder, zangerig en met veel swing zijn partij. De kwaliteit van dit optreden wordt echter mede bepaalt door de drie andere leden van het kwartet. De vaste ritmetandem met bassist Reggie Washington en drummer Steve McCraven zorgt voor een stomende groove, waarop het heerlijk soleren is. Voor Shepp, maar zeker ook voor de uitstekende Franse pianist Carl-Henri Morisset, die met grote regelmaat lange, sprankelende notenslierten produceert. Trefzeker en swingend.
Shepp was dus een schot in de roos, maar dat geldt voor meer in dit overvolle festival. Zo waren er de ontmoetingen tussen musici die normaal gesproken nooit samen op het podium staan. Donderdag 24 december begon ermee. Jacq Palinckx en Maurice Leenaars, de een uit de experimentele hoek, de ander bekend als flamencogitarist. Een groter verschil is bijna niet denkbaar. In een trio met Van Kemenade spelen ze drie stukken, waarbij de eigenheid van eenieder volledig aan bod komt. Zo begint 'Blamb!', een speciaal voor deze gelegenheid geschreven stuk van Palinckx, met een zoetgevooisd duet tussen Palinckx en Leenaars, tot Palinckx het genoeg vindt en de groove erin gooit. Van Kemenade beantwoordt deze actie met scheurende uithalen op zijn altsax. De ontmoeting tussen Bert van den Brink en Oscar Jan Hoogland mag in dit kader evenmin onvermeld blijven. Ze hadden er duidelijk zin in om de draad weer eens op te pakken, maar nu in een andere setting. Hoogland kreeg in het verleden immers nog les van Van den Brink. Beiden aan de vleugel, met de ruggen naar elkaar toe, spelen ze de sterren van de hemel in wat het midden houdt tussen een concert en een clownsact. Met name als beiden, dwars op hun pianokruk zittend, beide piano's bespelen in een swingende set!
Maar het meest experimenteel is het optreden van het POW Ensemble. En dat begint reeds met de bezetting. Geen bas, maar een tuba en geen slagwerk, maar een tapdanser. Verder een sax, elektronica - véél elektronica - en een klassieke sopraan. En dan de muziek. Luc Houtkamp heeft het programma 'Stein' gebaseerd op het boek 'Tender Buttons' van de Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein en hij loodst ons met sopraan Stephanie Pan, tapdanser Peter Kuit en tubaïst Axel Schappert op fenomenale wijze door haar teksten heen. De stijl refereert aan de musical, het circus, het variété en de dance – Houtkamp en de zijnen schuwen het ritme duidelijk niet, afgewisseld met dwarse en schurende improvisaties. Waarbij Pan zingt, lispelt, schmiert, schreeuwt en krijst, terwijl ze uitzinnig omgaat met Steins woorden. Maar echt bijzonder is Kuit. Want waar zie je nog een tapdanser? En heus, hij is de slagwerker. Ritmisch en harmonieus legt hij de accenten in de nummers, zichzelf flitsend in het zweet tappend.
Datzelfde geldt voor het Mehmet Polat Trio. De drie musici, twee afkomstig uit Turkije en één uit Mali, hebben elkaar hier, in Nederland ontmoet. En dat is een belangrijk weetje. De Turkse muziek en de Malinese muziek hebben immers evenveel onderling gemeen als de muziek van deze beide culturen met die van onze cultuur: niets. En toch, dat hoor je niet. De Malinese kora en de Tukse ud en ney, het past wonderlijk goed bij elkaar. Hier wordt op zeer hoog niveau gemusiceerd en geïmproviseerd. Het publiek is er terecht stil van.
|
|