|
Draai om je oren Festivalverslag |
home |
||
|
| |||
|
Gent Jazz Festival 2016 Dag 1 Editie 15 van Gent Jazz belooft een topper te worden qua opkomst, want in tegenstelling tot vorig jaar, toen enkele avant-garde zwaargewichten uit Chicago het moesten stellen met een beperkt kransje geïnteresseerden, zat het kot al vol vanaf dag 1. Het was dan ook de dag waarop de meest bejubelde jazzmessias van de laatste jaren zijn opwachting maakte, terwijl ook een andere klepper, die een paar jaar geleden nog tekende voor een oorverdovend spektakel, opnieuw van de partij was. Genoeg ingrediënten om er meteen een hoogdag van te maken, al leek wat terughoudendheid achteraf ook geen slecht idee. Festivalverslag in woord (Guy Peters) en beeld (Cees van de Ven, Geert Vandepoele)
Doe zoiets voor een paar seconden (het zou bij een later concert nog eens passeren), en het is een geinig ideetje. Melk het uit, en het is een flauwe gimmick. En als je er vervolgens enkel mee duidelijk maakt dat je muzikaal geen bal te vertellen hebt, dan wordt het gewoon irritant. Wat begon met een slome, bluesy groove ging zo uitmonden in het soort kleffe stadionmuzak die ze enkel in de VS willen (of durven) bestempelen als 'funky'. Iets dat misschien vanuit de onderbuik kwam, maar zonder nuance of zeggingskracht gebracht werd. Hier en daar een scheut jazzpop, een strakke wending en een notenkakker op gitaar die techniek en snelheid verwarde met zeggingskracht. Een beetje jammer voor de pianist, die in het begin van de set een mooie solo uit de handen schudde, maar op z'n best was dit een onthutsende teleurstelling van een artiest die veel, veel beter kan. Op z'n slechtst lag er een walvis te sterven.
Bassist Kaveh Rastegar schoot na de opener in de verdediging met de melding dat de band zichzelf niet kon horen. Geen idee of dat zo'n onoverkomelijk probleem is op die Garden Stage, maar dat hengelen naar sympathie wérkte wel en doorheen de volgende twee stukken vond de band z'n draai. Het blaaswerk werd vinniger, de funk werd vetter en eenmaal aanbeland bij 'Nerd Mountain' begon de boel te smeulen. Een verdwaald trompeteffect joeg ons even de stuipen op het lijf, maar onnodig, want de band speelde met goesting, er werd uitgepakt met behendige tempowissels en ook de sax kon een ferm stukje scheuren. Kortom: de band wakker en wij ook. De twee volgende sets zagen we niet, maar als de zes op dat elan zijn verder gegaan, moet het uiteindelijk wel vuurwerk opgeleverd hebben. Snelsnel terug naar de grote tent, waar het Wout Gooris Trio, winnaar van de vorige Jong Jazztalent Gent, met gastsaxofonisten Erwin Vann en Haden Chisholm net begonnen was. Op papier was dit de 'braafste' band van de dag, en in werkelijkheid ook, maar snel werd duidelijk dat dat geen bezwaar hoeft te zijn. Het in 2015 verschenen 'Current' liet ook al horen dat pianist Gooris samen met bassist Nathan Wouters en drummer Stijn Cools een eigen hoekje gevonden had, waar jazz, minimalisme en schuchter ingezette elektronica elkaar gevonden hadden. Gooris had voor dit concert gewerkt aan een nieuwe reeks composities, en die klonken, vermoedelijk ook door de aanwezigheid van Vann (tenorsax) en Chisholm (asltsax), een stuk jazzier dan de triomuziek.
En dan: stijgende koorts voor Kamasi Washington, die duidelijk onthaald zou worden als een echte headliner. Voor het eerst liep de tent zo goed als vol en hoorde je kreetjes van opwinding. En eigenlijk wel terecht, want het album 'The Epic' en een knoert van een livereputatie hebben ervoor gezorgd dat Washington geldt als een van dé cruciale jazzmuzikanten van het moment. Ook al is zijn muziek niet echt vernieuwend, hij staat er toch maar straffe stoten mee uit te halen en weet door zijn composities, vibe en presence een nieuwe publiek bij de jazz te krijgen. Dat is iets waar een festival als Gent Jazz enkel de vruchten van kan plukken (we zagen deze keer ook heel wat jong volk op de weide). Maar wat werd het uiteindelijk? De staande ovatie achteraf wees op een game, set & match. Was het dat ook? Nou, nee. Echt niet. Dat een band op gejuich wordt onthaald voor er een noot gespeeld is, geen probleem. Maar dat eerste half uur, waarin prijsbeesten 'Change Of The Guard' (u kan 'm vast al even meefluiten) en 'Askim' meteen aan elkaar geregen werden, was in hetzelfde bedje ziek als tijdens het concert in de AB vorig jaar. Toen kregen we dat echter gecompenseerd door dat tomeloze enthousiasme en een elektrisch geladen sfeer. Nu klonk het, mede dankzij de 'hulp' van een geluidsman die al z'n knoppen richting podium schoof, als een pompeuze monoliet. Een brok van geluid waar geen speld tussen te krijgen was. Die twee drummers hakten er als een stel slagers op los, Washington zelf kon een straf eindje soleren en de rest van de band haalde ook alles uit de kast, maar het was allemaal compleet dichtgetimmerd, liet geen ademruimte. En hoe vinnig ook werd overgeschakeld van dwingende groove naar losse swing, het mankeerde zo spontaniteit en levendigheid.
Een paar jaar geleden deed trompettist Ibrahim Maalouf wat we bassist Avishai Cohen ook zagen doen op Jazz Middelheim: de tent volledig op z'n kop zetten met een uitbundige, gulle en perfect georkestreerde set op maat van een groot publiek. Weinig spontaan en erg berekend, maar ook dodelijk efficiënt. Daar hoeft niks mis mee te zijn, maar het zorgde er wel voor dat we van Maalouf niet bepaald een concert verwachtten dat het moest hebben van finesse of van de lange beweging. Maar dan lazen we dat hij voor zijn 'Kalthoum'-programma (een ode aan Egyptische zangeres Oum Kalthoum, die beschouwd werd als een van de grote stemmen van de Arabische wereld, en stierf in 1975) de akoestische toer op ging en onder meer bassist Scott Colley en saxofonist Mark Turner zou meebrengen. Muzikanten die eerder bekend staan om hun gestileerde en ingetogen aanpak, dan het uitbundige en rockgeoriënteerde. En het werd ook heel wat anders: opnieuw een set waarmee Maalouf een groot publiek kon inpakken, maar de exotische insteek en suiteachtige structuur bleef verteerbaar en werd met verve uitgevoerd.
Gaandeweg kwamen ook passages aan bod waarin de band feilloos een paar climaxen op poten zette, en dan zag je wel weer die parallel met Cohen. Weliswaar met dat verschil dat deze performance veel coherenter bleef. Het werd ook duidelijk dat de band hier serieus aan gewerkt had, want ook al bestond de suite uit een structuur die muzikanten van dit kaliber snel in de vingers hebben, toch was de manier waarop ze de passages aan elkaar naaiden en soms versnellingen, vertragingen en wendingen inlasten, best indrukwekkend. Er vielen immers geen partituren te bekennen. Maalouf was trouwens niet té gulzig, want net zoals Turner ervoor al een stap achteruit had gezet, leidde een daverende triopassage tot een nieuwe, onvermijdelijke ontlading. Verfijnd was het dan al lang niet meer, maar zodra de band belandde bij die extatische, emotionele herneming in de finale begreep je wel waarom een mens hierdoor uit z'n dak gaat.
Dat leidde tot een feestje dat zo'n anderhalf uur aanhield en de kleine tent omvormde tot een dansvloer die de Bijlokesite uit zijn evenwicht gebracht moet hebben. Skinner en Rochford haakten in elkaar met een vanzelfsprekende souplesse en onstuitbare swing waar die twee van Washington een puntje aan konden zuigen, terwijl de blazers elk een unieke rol vervulden. Hutchings door eindeloos te variëren op repetitieve thema's, soms met een haast blaffende sound en schrille uitschieters. Cross door de rol van stuwende bas op te nemen, wat soms een geweldig opruiend effect had. Door om te schakelen van kleine effecten naar heftig pompende baslijnen gaf hij de al opzwepende muziek, die regelmatig herinnerde aan werk van Tony Allen/Fela Kuti en Steve Reid, een enorme turbo boost die elke keer beantwoord werd door extatische kreten vanuit het publiek. Een enkele keer stond hij minutenlang een diepe noot te blazen die de tent in trance bracht, als was het een meedogenloos doordreunende technobeat. Dit verslag verscheen ook op Enola.be Klik hier voor een fotoverslag van dag 1 van Gent Jazz 2016 door Cees van de Ven. |
|