Draai om je oren
Festivalverslag



home  
    
    
 

Gent Jazz Festival 2014 Dag 3

De derde dag van Gent Jazz leek op papier de sterkste, met een eigenzinnig Belgisch trio, een weinig naar Europa afzakkende bigband en een oude vos die zichzelf nog maar eens aan het heruitvinden is. Nu zijn verwachtingen er natuurlijk ook om niet ingelost te worden, maar gelukkig ging het op zaterdag even anders. Of net niet, natuurlijk.

Een festivalverslag in woord (Koen Van Meel) en beeld (Cees van de Ven).
Zaterdag 12 juli 2014, De Bijloke, Gent.

Zo explosief als Ibrahim Maalouf de tweede festivaldag in de concerttent afgesloten had, zo verstild opende 3/4 Peace de derde. Saxofonist Ben Sluijs leidde het concert in met zijn bekende, subtiele en sappige toon, die een vrij omhoog en omlaag kringelde melodie op de luisteraars losliet. De verfijning waarmee hij speelde, zowel qua toon als wat betreft het eigenzinnige verloop van de lijn die geen duidelijke ankerplaats meekreeg, zou een constante worden in een concert dat qua muzikaliteit zijn gelijke nog niet gekend had op deze editie van Gent Jazz.

Pianist Christian Mendoza vulde Sluijs zangerige toon al even voorzichtig aan en samen produceerden de twee een klankwolk van breekbare schoonheid, die ook met het aanschuiven van bassist Brice Soniano niet geschaad werd. Buiten enkele vlagen van melodische eensgezindheid bleven de muzikale lijnen eerder vaag, alsof de muzikanten elkaar af en toe een knipoogje gaven, maar voor de rest een heel eigen richting insloegen. Opener 'Flying Circles' klonk dan ook als Coltrane op kamermuziekniveau met een minimum aan decibels, maar een maximum aan focus en zeggingskracht.

Die fijnbesnaardheid hield de groep vol in 'Unlike You', waarin Sluijs zijn lichtvoetige fascinatie voor Lee Konitz liet horen. Nu net iets duidelijker in het tempo bleef de muziek wel een wazig randje bewaren. Opnieuw liet ze zich zo niet in de voor de hand liggende schema's vatten en net daar lag mee de onweerstaanbare charme van de groep. Zonder opzichtig aan de regels te morrelen, wisten ze die bij momenten elegant te negeren, waardoor er een heel specifiek samenspel ontstond dat, gedragen door de knappe composities, voor een beklijvende set zorgde: vrij zonder free te klinken.

Die benadering klonk ook door in 'Aarada', gebaseerd op een toonladder van Messiaen, waarin de dwarsfluit van Sluijs de sfeer van het Verre Oosten opriep. Dit uiterst kwetsbare beeld werd mooi bijgetreden door Soniano, die met kleine detailveranderingen in de baslijn speelde en Mendoza, die dankzij een heel voorzichtige aanslag de kristalheldere atmosfeer van zijn collega's in ere hield. Een soortgelijk gevoel voor dosering liet deze laatste optekenen in het voorzichtig swingende 'Hope'. Zonder noemenswaardige steun van de linkerhand speelde Mendoza met de rechts een melodie die heel bescheiden begon, maar ingenieus openvouwde: opnieuw zonder in overdrive te schieten, maar met een geweldige flair voor opbouw.

Zo had de groep weinig nodig om indruk te maken en vooral te ontroeren. Tegelijkertijd klonken ze zonder ook maar ergens te bruuskeren heel zelfzeker. Mocht er zoiets bestaan als een imaginair stijldansen voor anderhalve koppels, dan zou de concurrentie verdraaid sterke papieren mogen hebben om 3/4 Peace van de overwinning te houden. Zelfs met een wat partijdige scheidsrechter.

Dat Brad Mehldau niet vies is van kleuren buiten de jazzlijntjes, is al jarenlang geen geheim meer. Zelfs wanneer hij met zijn akoestisch trio speelt, sluipt er links of rechts wel een cover van Radiohead of Nick Drake binnen en in een meer elektronisch geluid komt zijn fascinatie voor pop en rock nog gemakkelijker naar voren.

Met Mehliana gaat hij echter nog een stapje verder. In dit project met drummer Mark Guiliana is de akoestische piano dan ook niet meer dan een schakering, naast de klanken van andere keyboards als een Fender Rhodes of een Moog. Pruttelende electro, spacy gezoem en melodietjes in alle mogelijke kleuren maakten van het optreden tijdens Gent Jazz een bonte bedoening, gelukkig zonder dat het geheel een zooitje werd.

Daarvoor lagen de ambities van Mehldau net iets te hoog. Niet zozeer technisch, want ondanks al het hem ter beschikking staande materiaal speelde hij erg to the point, zonder virtuoze ambities, maar met een duidelijk muzikale aanpak. Geheel in de lijn van de elektronische muziek leek hij aanvankelijk vooral in lagen te denken, die gestapeld en afgebouwd werden. Geregeld versneed hij echter de structuur met ander materiaal, waardoor de muziek ook refrein- en strofereferenties en meer contrastwerking kreeg. Hierdoor kon de muziek echt leven, temeer daar ook Guiliana die liet ademen. Tot in het verlammende toe herhaalde basispatronen liet hij achterwege. In plaats daarvan zorgde hij voor een beweeglijke, bij momenten vervaarlijke ritmiek, die wel van een Squarepusher-plaat geplukt leek.

Zo verzeilde het duo meer dan eens in een geluid dat niet misstaan had op de oudere Ninja Tune-releases. Tegelijkertijd bleven Guiliana en Mehldau niet in die omgeving hangen. Zoals de eerste vlot met de muziek meegleed en ook in tragere tempi een rol kon spelen, ging de tweede harmonisch en melodisch een beetje verder dan het gros van zijn in de studio producende collega's . Niet dat hij het allemaal uitpuurde zoals hij dat in een meer traditionele jazzbezetting kan, maar in elementaire patroontjes bleef hij niet hangen, waardoor de composities meer diepgang kregen en de harmonische weg al eens een vreemde kronkel durfde vertonen.

Wanneer het tempo wat zakte kwam even de fusion de neus aan het venster steken, maar verder geraakte die niet. Mehldau en Guiliana mochten er dan enkele malen langs scheren, ze geraakten er nergens in verstrikt, waardoor het concert vlot meer dan een uur kon boeien. Als snoepje - het was tenslotte een jazzfestival - kreeg het publiek op het einde een elektronische versie van 'My Favorite Things', een aardigheidje dat niet op de Mehliana-cd 'Taming The Dragon' terug te vinden is. Het hoogtepunt van de set was het nummer niet te noemen. Daarvoor was er eerder al spannender werk gepasseerd, maar echt door de mand viel het geluid van het duo ook nu niet.

Als er een band was waarvoor bezoekers speciaal naar Gent Jazz moesten afzakken, dan was het wel Darcy James Argue's Secret Society. Bigbands uit de VS laten overkomen is financieel en logistiek geen evidentie en dus was de passage van dit orkest een unieke kans om het eens aan het werk te zien. Niet in het minst omdat de Secret Society geen standaard bigband is. Ze hebben niet de grote stersolisten in huis, spelen niet met de ijzeren discipline van de meer klassieke bands en hebben ook niet de sonore souplesse van het orkest van Maria Schneider. Wat de groep wel van zichzelf heeft, zijn de partituren van Argue. En dat bleek in Gent een aanzienlijk pluspunt.

Op twee stukken na bestond het hele concert uit de bijna een uur durende suite 'Brooklyn Babylon', eigenlijk een multimediaproject, maar in Gent als concertstuk te horen. Voor het gemak vertelde dirigent en componist Darcy James Argue vooraf het verhaal achter het werk. Of de luisteraar daar veel aan gehad heeft, is nog maar de vraag, want hoe meeslepend de muziek ook klonk, zuiver beschrijvend was die niet te noemen, al was het maar omdat die zoveel verschillende klankwerelden opzocht.

Een plechtstatige opening die transformeerde in een Balkanfanfare, verwijzingen naar repetitieve muziek, een militaire mars (inclusief boven het orkest uitzwevende piccolodiscant) die overging in een verwrongen en mankende wals of een pointillistisch muzikaal tableau dat opgebouwd werd uit schijnbaar los van elkaar staande staccatoklanken: het kwam allemaal voorbij.

Essentieel voor het geluid van de band en het stuk was het uitgebreide arsenaal aan extra instrumenten dat in stelling werd gebracht. Meerdere dwarsfluiten, verschillende typen gitaren, melodica, een trombonist die dubbelt op euphonium en de trompettisten die hetzelfde doen op bugel; het stond de band toe een gevarieerd en minutieus uitgebouwd klankenpalet aan te wenden, dat in de arrangementen maximaal uitgebuit werd.

Met oor voor detail had Darcy James Argue de partijen slim over de muzikanten verdeeld. De manier waarop hij het orkest in 'Construction + Destruction' in waaiervorm liet open- en dichtvouwen en de uitgekiende verdubbeling van de trombonesolist, waardoor diens geluid wel elektronisch bewerkt leek, maakten duidelijk dat hij ondertussen heel goed weet hoe een band werkt. Zeker wanneer het zijn band is, met alle beschikbare extra's. Zo genereerden twee (!) bastuba's in 'Builders' een kelderregister dat doorgaans voor een band als Sunn O))) gereserveerd is. Helemaal aan de andere kant van het spectrum bood het uitgekiende gebruik van verschillende dwarsfluiten dan weer extra mogelijkheden, zoals het doordacht hanteren van de hele groep houtblazers de muziek dan weer van een impressionistische toets voorzag.

Al die mogelijkheden en invalshoeken werden door Argue samengebracht in een compositie die eerder mikte op variatie en schakering dan op een coherente structuur. De orkestraal gedachte delen werden aan elkaar gelast door vrijere passages in kleinere bezetting. Het ontbreken van op langere termijn duidelijk terugkerende thema's maakte de muziek er als geheel ook niet lichter op, maar daar wist de schitterende orkestratie wel een mouw aan te passen. Nu nog hopen dat iemand er ooit in slaagt om 'Brooklyn Babylon' in vol audiovisueel ornaat naar BelgiŽ te krijgen.

Met al het voorgaande was de derde dag van Gent Jazz al de sterkste tot nog toe. Het was aan de ondertussen 67-jarige Dave Holland om met zijn band Prism de kroon op het werk te plaatsen, dan wel de dag te laten uitdoven. Afgaande op het vorig jaar verschenen album kon het de twee kanten uit. De Holland van de tweede helft van de jaren negentig en de eerste helft van de nillies, die met zijn kwintet de verzamelde concurrentie in de vernieling reed, is op deze release immers niet te horen. Met Kevin Eubanks op elektrische gitaar en Craig Taborn op Fender Rhodes krijgt de muziek een elektronische sound, die echter niet zompig genoeg is om meteen naar het beste jazzrockwerk van Miles Davis te kunnen verwijzen. Bovendien houden Holland en de zijnen op 'Prism' de duur van de tracks ook binnen de perken van de welvoeglijkheid, waardoor verregaande uitwerking van het materiaal niet aan de orde is.

Na een sober, maar mooi eerbetoon van de organisatie aan de vorige nacht overleden bassist Charlie Haden, lieten Holland en co horen dat het op het er op podium anders aan toe zou gaan. Heel anders zelfs, want opener 'A New Day' nam koudweg het eerste half uur van de set in beslag. Dit was in de eerste plaats te danken aan een minutenlange, traag openkomende intro die het publiek mee naar het thema loodste: een meesterlijk voorbeeld van spanningsopbouw dat uitliep op een klassiek rondje solowerk. Daarbij vielen vooral een bijzonder gretige Eubanks op en een virtuoze Holland. Die wist de overvloed aan muzikale ideeŽn die hij had perfect te structureren tot een consistent relaas, een voorbeeld van hoe een klassieke solo anno 2014 nog steeds hout kan snijden - en zelfs heel diep.

De manier waarop de volledige band daarna de drumsolo van Eric Harland oppikte en de eb-en-vloed beweging waarin de muziek op en neer mocht deinen, liet horen dat Prism een echte band was, die ook zonder de cutting edge complexiteit van Hollands' akoestische ensembles kon.

Ook 'Evolution', het tweede stuk in de set, werd van een fraai intro voorzien, hier op pingelende, psychedelische leest geschoeid. Door de uitgepuurde klanknuances die Taborn uit de Fender haalde, verscheen nu wel de bedwelmende sfeer van Miles Davis' 'Bitches Brew', zij het dan in uitgebeende gedaante. Opnieuw was er een speciale rol weggelegd voor de opvallend secuur en ritmisch scherp spelende Eubanks. Nu echter omdat hij zich leek te willen nestelen in afwisselend soul en rock. Dat was echter buiten Harland en Taborn gerekend, die hun collega niet in de comfortabele zetel wilden zetten. Dat Taborn die ook niet voor zichzelf wenste, liet hij horen toen hij vanuit een heel abstract begin bouwde naar een flipperend geluid, dat weer een mooi vertrekpunt werd voor een potje broeierig ensemblespel.

De grote test volgde daarna. Wat in uptempo lukt, durft immers tegen lagere snelheid al eens falen. In de ballade 'The Empty Chair', door Holland opgedragen aan Charlie Haden, bleef Prism echter moeiteloos overeind. Holland liet zijn bas echt zingen en de manier waarop Eubanks met vibrato en soms seconden lang uitgerekte toonverbuigingen speelde, was heerlijk om te horen: wat doorgaans een effect is, werd plots de essentie van de muziek en bleek daar ook voor geschikt.

Liepen de nummers tot dan toe op een catchy thema en in een lekker ritme, met Taborns 'Spiral' werd het voor de muzikanten echt zaak het kopje erbij te houden. De polyritmische en zelfs polymetrische compositie, waarbij baslijn en melodie los van elkaar leken te bewegen, deden denken aan de tegendraadse muziek van Hollands kwintet. Nu was het echter Taborn die aan het stuur van de bus zat en als pianist beide partijen aanstuurde. Dat de groep ondanks de complexiteit van het stuk toch tot het kookpunt kon komen, was het zoveelste bewijs van de klasse die zich op het podium verzameld had. Dat daarvoor zelfs niet de hele band nodig was al evenzeer. Het duet dat Taborn met Eubanks opzette zal menig luisteraar nog lang heugen. Niet omwille van de wild opzwepende dynamiek, want die lieten de twee achterwege. Wel dankzij de gemillimeterde precisie waarmee de twee elkaar als in trance leken te volgen. Toen Taborn zijn solo-exploot stillegde in twee haaks op elkaar staande, repetitieve formules, gaf hij de solistische ruimte aan Harland, waardoor de muziek er een nieuwe zelfstandige laag bijkreeg. Toen tenslotte ook Holland en Eubanks met extra materiaal binnenvielen, was de verbluffende constructie compleet.

Dat 'The Watcher' daarna niet het uitdagende van 'Spiral' had, mocht de band vergeven worden. Al was het maar omdat Holland en zijn collega's er wel in lieten horen dat rockjazz ook op het scherp van de snede gespeeld kan worden, zonder en niet noodzakelijk in lauwe banaliteiten moet vervallen. Waarvan akte.

Dit verslag verscheen ook op Kwadratuur.be

Klik hier voor het fotoverslag van dag 3 van Gent Jazz 2014 door Cees van de Ven.