|
Draai om je oren Festivalverslag |
home |
||
|
| |||
|
10 Jaar JazzCase In het pinksterweekend kon de jazzliefhebber vele kanten uit, met maar liefst vier festivals in het Vlaamse landsgedeelte. In Gent overlapten twee dagen Ham Sessions en vijf dagen gratis Citadelic, in Herentals was er op zondagavond het gratis Jazz in Thals en op vrijdag en zaterdag was er 10 Jaar JazzCase in Neerpelt. En dan hebben we het nog niet over het Moersfestival in Duitsland of concerten in pakweg Brussel en Oostende. een verslag door Danny De Bock & Robert Kinable / foto's: Cees van de Ven
De figuur van Paul Van Gysegem kreeg een centrale plaats in het gebeuren met een tentoonstelling van sculpturen van de beeldhouwer, alsook visuele partituren en documenten die zijn pioniersrol illustreerden voor de free jazz in Vlaanderen. Hij sloot op zaterdag in de namiddag het gratis luik af met een improvisatie die de jazzy boswandeling 'Follow The Red Line' afrondde. Het festival trapte vrijdagavond af met een optreden van Osama Abdurasol. De Irakese muzikant resideerde samen met zijn echtgenote Helena Schoeters, bassist Henk de Laat en percussionist Renato Martins al sinds een week in Dommelhof, waar in alle rust aan nieuw materiaal werd gewerkt.
Slechts in één nummer haalde Osama de ud boven, de Arabische luit, en dan doet zijn muziek erg denken aan het werk van de Tunesische udspeler Brahem Anouar. Daar waar de muziek van Osama wat uitbundiger is, is deze van Anouar wat serener en meditatiever. Al bij al een mooi concert waarbij muziek duidelijke geen grenzen kent, noch wat de muzikanten zelf betreft, noch wat de muziek betreft. Wereldmuziek in een jazzy kleedje. En toch sloeg de vonk niet helemaal over op het aanwezige publiek. Was het omdat de muzikanten lichtjes gespannen waren, omdat het om een volledig nieuw repertoire ging dat voor de eerste maal voor een publiek werd gebracht en ze zich inhielden? Was het omdat percussionist Martins voor de eerste maal met de anderen meespeelde? Ongetwijfeld zullen de nummers na enkele concerten aan vlotheid en kracht winnen.
Het concert startte overweldigend, waarbij de drie muzikanten elkaar heftig musicerend opzochten. Pianist Eric Vermeulen en Paul Van Gysegem vonden elkaar al vlug, maar het duurde even vooraleer drummer Giovanni Barcella aansluiting vond en op dezelfde golflengte zat. Totale improvisatie met tegen elkaar op botsende klanken, waarbij een enorme spanningsboog werd opgebouwd. Muziek als een vloedgolf en zonder rustpunten, die je bij de keel greep en sprakeloos achterliet. Mooi was ook de gedrevenheid van Van Gysegem, om te zien hoe hij als tachtigjarige op zijn contrabas heftig tekeerging. Alle muzikale grenzen werden vakkundig gesloopt. Vermoedelijk is Van Gysegem ook sterk beïnvloed door de muziek van de Duitse componist en grootmeester van de hedendaagse klassieke muziek Karlheinz Stochausen, want een aantal van zijn geëxposeerde beeldhouwwerken zijn genoemd naar muziekstukken van deze hedendaagse kunstenaar. Geen muziek die je in romantische sferen brengt, maar muziek die in al zijn heftigheid confronteert en al je muzikale conditioneringen overhoop haalt. Die namiddag begon Llop met Erik Bogaerts op saxofoon, Benjamin Sauzereau op gitaar, Brice Soniano op contrabas en Jens Bouttery aan de drums met elektronica. Die laatste speelde zich al in de kijker toen hij afstudeerde aan het Conservatorium van Brussel en met zijn eindproject The Dubtapes mocht rondtrekken. Hij speelt ook met Benjamin Sauzereau in zijn Jens Maurits Orchestra, waarmee hij in 2016 het cd-boek 'They Do It For A Reason' uitbracht. Met Erik Bogaerts zitten de gitarist en de drummer ook in de groep Les Chroniques De l'Inutile. Llop begonnen zij als trio dat wat later een kwartet werd met Brice Soniano (3/4 Peace, Carate Urio Orchestra, Rawfishboys). In 2015 maakten ze in deze bezetting opnamen in een oude kerk in Zweden, die in mei van dit jaar uitkwamen op de cd 'J, Imp' (El Negocito). Bogaerts verbleef in 2014 enkele maanden in Zweden op uitnodiging van ARNA, een organisatie die kunst en natuur samenbrengt. Hij schreef daar toen ook stukken voor zijn groep Mephiti.
Er doken wel eens invloeden op uit rock en psychedelica - even maakten bas en drums het bijna dansbaar – en regelmatig ging het meer richting ambient – wat een vorm van vluchtigheid benaderde die niet zweverig werd, al gaf de muziek wel kans om weg te dromen. De invloed van Bogaerts Scandinavische uitstap heeft daarbij een stempel gedrukt, zoals zijn bewerking van een eeuwenoud Zweeds lied aantoonde. Dat naast de ernst en de daarmee gepaard gaande gevoeligheid nog plaats is voor plezier, maakt het liedje 'Il Pleut' duidelijk, dat Bouttery zong vanachter zijn drumstel. Dit zorgde voor een vrolijke noot, met een grappig samengehaspelde tekst in een mengeling van Frans en Italiaans. Zijn gevoelige manier van aanblazen maakt het verleidelijk om Bogaerts tot op zekere hoogte te vergelijken met Ben Sluijs, maar hij gaat duidelijk zijn eigen weg.
Langs een lang, rood koord ging de wandeling naar een uitvoering door leerlingen van de kunstacademie Noord-Limburg onder leiding van Koen Evens bij twee sculpturen van de kunstenaars Dimph Van Aarken en Harm Meindersma. Hier tekenden Dennis Boonen met elektrische gitaar en Louis Paumen met percussie voor wederkerende motieven, terwijl Tieke Van Winkel met elektronica geluiden opving en die sterk vervormd doorheen de opstelling stuurde. Hier bewonderden we vooral de durf van de jonge muzikanten, want wat eerst intrigeerde werd toch wat langdradig.
In het gebouw, bij een eigen sculptuur, had aan het eind van het parcours Paul Van Gysegem niet gewacht tot iedereen binnen was om zijn solo op contrabas aan te vatten. Het maakte dat je zijn beeldhouwwerk en zijn muzikaliteit letterlijk tegemoet ging. Hij bouwde zijn solo met een opmerkelijke spontaniteit op. Die leek te bestaan uit reeksen van bouwstenen, waarvan binnen de reeks de logica telkens sprekend was, maar het raadselachtig overkwam hoe de ene reeks verband hield met de andere. Toch zat er ergens een regelmaat in de overgangen en maakte hij er een opeenvolging van, die hij met een mooie timing afsloot. In de avond stonden Moker en Samuel Blaser Trio geprogrammeerd, wat deels een weerzien betekende voor JazzCase. Moker had er in een eerdere bezetting opgetreden in 2008 en Samuel Blaser was in 2013 te bewonderen geweest met zijn Consort In Motion. Moker, het kwintet van gitarist Mathias Van de Wiele, kwam in onvolledige gedaante het podium op en zette de avond in met een improvisatie zonder Mathias en zonder drummer Giovanni Barcella, die nog even wegwandelde. Het leek er even op dat Bart Maris op bugel, Jordi Grognard op klarinet en Lieven Van Pee op contrabas de toer opgingen van hedendaags klassieke kamermuziek, maar dat veranderde toen de gitaar en even later de drums present gaven. De impro kreeg een bluesy draai, waar Barcella een versnelling in stak en samen duwden ze de inleidende act in golven voort.
We zagen Moker op zijn best: samen spannende muziekstukken maken, nog eens versterkt door de optimale klank in de zaal. Regelmatig met blues geïnjecteeerd, met uitschieters op een hoog tempo, met veel plezier ritmisch ondersteund op bas en drums, maar ook in verrassende schakeringen en verschijningen. Grognard zorgde op klarinet voor een betoverende diepgang in een tragere passage na een springerig stuk blues dat Van de Wiele speelde op een klassieke gitaar. De gitarist haalde wat later bij 'Dikken Beuk' zelfs een althoorn boven voor een stukje brasspoëzie. Misschien is Moker nu wel op zijn kunstzinnigst - rijper en tegelijk vrijer dan ooit. Alles schoof geweldig in elkaar, ook weer na de rustigere stukken, toen het er weer stevig aan toe ging en Barcella een danserig ritme toevoegde. Hun set beëindigden zij met een ode aan de trash, waarin zij een wilde compilatie maakten van ideeën die perfect aan elkaar kleefden, gaande van uitspattingen over stilte tot punk en weer terug.
Het trio is al enkele jaren een working unit en in Neerpelt naderde het trio het einde van een tournee die hen langs Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, Griekenland en tenslotte België voerde. Het was duidelijk dat ze helemaal op elkaar ingespeeld waren, want de ideeën stroomden als vanzelf - of het was de perfecte uitvoering van een lange, uitgewerkte suite. De intro deed al meteen het begin van een suite vermoeden en het ging ook verder als een intens muzikaal verhaal. Bruun kwam vrij snel even alleen aan slag en een beetje verder kwam de figuur van Ducret op de voorgrond. Hij haalde uit met glibberige gitaarklanken, waardoor hij een vet soort van science fiction-funk in het geheel bracht. Als we het eerste lange nummer in beeld zouden moeten brengen, zou het zich deels in de binnenkant van een teletijdblender afspelen. De trombone stond garant voor vloeiende bewegingen, waartegenover Ducret en Bruun op een heel soepele manier allerhande hoekigere lijnen plaatsten. In deze formatie zonder piano of bas zorgden zij beiden voor een eigenzinnige ritmische begeleiding, die het louter ritmische regelmatig oversteeg.
|
|