|
Draai om je oren In memoriam |
home |
||
|
| |||
|
Gerald Wilson, de laatste grote swing-bigbandleider door Eddy Determeyer
Het is nog drie dagen te gaan en de bigband van het conservatorium heeft de vier uur die vandaag zijn uitgetrokken voor de repetitie met Gerald Wilson hard nodig. Na de tour de force praat de componist nog even na met drie studenten. "Jazz speel je niet soft," benadrukt hij. Hij brengt zijn handen bij elkaar. "Jazz is pow!" en zijn armen schieten omhoog. Tijdens het optreden op het North Sea Jazz Festival speelt de bigband zijn werk perfect. Een Spaans nummer, dat ooit voor het orkest van trompettist Dizzy Gillespie werd geschreven, krijgt alle nuances. En wanneer de studenten puntgave uitvoeringen van 'Hi Spook' en 'Yard Dog Mazurka' laten horen, nummers die Wilson bijna een halve eeuw eerder met het orkest van Jimmie Lunceford op de plaat zette, stoot een oudere jazzliefhebber zijn buurman aan, enthousiast en ontroerd: had je dat gedacht, dat je dat nog eens zou meemaken? Live? Het is de vraag of de bigband van het Koninklijk Conservatorium ooit harder heeft geswingd dan die elfde juli 1999.
Gerald Stanley Wilson werd geboren in Selby, Mississippi, in een muzikaal gezin. Als kind maakte hij kennis met de klassieken, Mozart, Beethoven, Paderewski, maar ook met de vroege New Orleans jazz van Jelly Roll Morton, King Oliver en Papa Celestin. Op zijn elfde - hij speelde toen al piano - schafte hij zich voor $ 9.95 via een postorderbedrijf een trompet aan. Daar de scholen van Selby een zwarte student bitter weinig te bieden had, doorliep hij de middelbare school in Memphis. Toevallig het instituut waar zijn latere werkgever Jimmie Lunceford eerder muziekleraar was geweest en als eerste ter wereld een studie jazzmuziek had opgezet. Aan de gerenommeerde Cass Tech in Detroit scherpte hij zijn muzikale vaardigheden verder en in die stad begon hij ook te schnabbelen. Zijn vaardigheden bleven niet onopgemerkt. Trompettist, zanger en arrangeur Sy Oliver verliet in 1939 het orkest van Lunceford en ging voor trombonist Tommy Dorsey werken. Trummy Young, stertrombonist en zanger bij Lunceford, maakte zijn baas opmerkzaam op de jonge trompettist in Detroit, die ook zong en arrangeerde. Lunce zond hem een telegram en aangezien de band van Chick Carter, waar Wilson op dat moment aan verbonden was, spoedig ontbonden zou worden, hapte hij toe. Hij kende de band: elke keer dat die in Detroit optrad, was hij van de partij geweest en hadden de muzikanten hem op het podium laten zitten. Doch toen de nieuwe aanwinst de band in actie hoorde, Oliver zat er nog bij, werd hij letterlijk misselijk van de zenuwen en moest dezelfde Trummy Young hem terugbrengen naar het hotel. Luncefords orkest was niet alleen een van de hardst swingende en populairste zwarte bigbands, het bezat ook een ongeëvenaarde precisie.
Na zijn militaire diensttijd startte Wilson in 1944 zijn eigen orkest, waarvan de stijl min of meer gemodelleerd was naar die van Lunceford. Met tussenpozen zou hij dat zeventig jaar op de been houden. Van meet af aan was het zeer succesvol, hij had een paar kleine hits en trok volle zalen. Maar op het moment dat hij voor de keuze stond de begeleidingsband te worden van saxofonist en zanger Louis Jordan óf van de nauwelijks minder populaire comedian Rochester, besloot Wilson zijn bigband te ontbinden. Niemand die daar wat van begreep, zijn boekingskantoor wel het minst. Voor tonnen stonden er optredens gepland, maar de bandleider vond dat hij in feite nog niet klaar was voor het grote werk. Hij zette zich weer aan de studie van de klassieken en nam een job als sideman van saxofonist en trompettist Benny Carter. Hij ging arrangeren voor de orkesten van Duke Ellington, Count Basie en Dizzy Gillespie en was een drijvende kracht achter de fusie van de zwarte en blanke vakbonden van Los Angeles. Er was zelfs een tijd dat Gerald Wilson de muziek helemaal links liet liggen om zich op het nobele kruideniersvak te storten. Koffiebonen in plaats van muzieknoten. Vanzelfsprekend hield hij dat niet lang vol.
Met de dood van Gerald Wilson hebben we een van de laatste directe links naar de Swing Era verloren. Maar ook een bescheiden man, die nochtans donders goed wist wat hij waard was. Een Mensch. |
|