Draai om je oren
Interview



home  
    
    
 

George Hudson (1910-1996) - The hippest

"George's band was the hippest, and everybody knew it. His charts were serious. And he didn't have much patience." Woorden van trompettist en bugelblazer Clark Terry in zijn autobiografie. Tussen 1945 en 1948 was hij, met tussenpozen, lid van George Hudson and His New Music. In de jaren veertig, vijftig, zestig, zeventig en tachtig werd die als de beste, meest bijdetijdse bigband van St. Louis beschouwd. De trompettist maakte er zijn debuut en werd uiteindelijk muzikaal leider.

tekst: Eddy Determeyer, maart 2024
foto's: Roscoe Crenshaw, William P. Gottlieb e.a.

In elke grote stad in de Verenigde Staten had je in de jaren veertig wel een plaatselijk populair orkest dat het nimmer tot nationale aandacht heeft opgeschopt. In Chicago zat bijvoorbeeld de bigband van trompettist King Kolax, die het boek van Billy Eckstines orkest had overgenomen. Tenorist John Coltrane heeft er nog een tijd bijgezeten. De Harlem Playgirls uit New York hadden de naam de International Sweethearts of Rhythm uit Mississippi eruit te swingen. Het George Hudson orkest stond erom bekend dat het alle arrangementen van gastvocalisten haarscherp uitvoerde en was dus favoriet van alle beroemdheden die op hun tournees St. Louis aandeden. Er werd dagelijks gerepeteerd.

Aan de overkant van de Mississippi, in Madison, een noordelijke wijk van St. Louis, woont de voormalige trompettist en orkestleider. Hij houdt domicilie aan het eind van een stoffige en bultige straat, naast een sportveld waar zwarte scholieren joggen. Het terrein hoort bij de Lovejoy Highschool, waar Hudson les heeft gegeven. "Daar zijn veel goede muzikanten vandaan gekomen," knikt de 82-jarige naar het schoolveld. Aan de andere kant van het huis staat zijn auto geparkeerd. Nee, geen futuristische Hudson Hornet, maar een Oldsmobile. Het nummerbord meldt GHJAZZ.

In Stonewall, Mississippi stond zijn wieg en daar begon hij op zijn zesde met pianoles. "Ik ging in Birmingham naar school. Ik woonde in Mobile, Alabama, maar daar zat ik niet op school. Van mijn moeder moest ik naar een school in Birmingham, zij zat in een organisatie die die school ondersteunde. Daardoor kwam ik er terecht. Daar hadden we goede onderwijzers, voor muziek, voor alles."

Ik heb begrepen dat het onderwijssysteem qua muziek destijds op de zwarte scholen superieur was aan dat op de blanke. Klopt dat?

"Dat klopt. Dat had te maken met een andere wijze van financiering."

Na de piano kwam het slagwerk, een blauwe maandag. Je merkt het nog als er stiltes in het gesprek vallen, als hij na moet denken over een naam. Dan trommelt hij met zijn knokige knokkels op het tafelblad. Als om zijn geheugen vooruit te helpen.

Uiteindelijk raakte George verslingerd aan de trompet. Hij maakte er zijn debuut mee in het schoolorkest en klom daar op tot muzikaal leider. Tijdens zijn middelbare schooltijd in Pittsburgh, op Westinghouse High, begon George met optredens, met het Comedy Club Orchestra. Dat was eind jaren twintig. Tijdens de vakanties kwam hij thuis in Alabama. Daar speelde hij in een jeugdorkest waarin Erskine Hawkins, de latere trompettist en bandleider, met de bekkens sloeg. In 1928 deed hij eindexamen.

"De klaslerares vroeg iedereen wat hij wilde doen bij de diploma-uitreiking. 'Een trompetsolo blazen,' zei ik. Ik was de eerste trompettist in het schoolorkest. Maar dat gaf problemen, een van de docenten zag dat niet zitten. Het was een blanke school. Maar ik moest en zou die solo spelen. Mijn tante wilde wel eens horen waarom ik dat niet kon, die wilde altijd het naadje van de kous weten. Ze werkte bij een mevrouw die getrouwd was met een inspecteur van het onderwijs. Daar ging ze mee praten. Ze wilde dus weten waarom ik geen trompetsolo kon blazen bij de uitreiking. Dat wist-ie niet, zei hij, maar hij zou dat wel even uitzoeken. Hij naar die school, dat-ie die jongen wel eens die solo wilde horen blazen. Het was zó gepiept, ik kwam op het programma te staan en blies mijn solo."

Vervelend

"Toen ik nog op school zat was Louis Armstrong mijn grote voorbeeld. Daarna kon ik bij een orkest in Cincinnati beginnen, bij Zack Whyte. Oliver Sy zat ook bij die band, die schreef ervoor. Een heel goed orkest."

Ik heb gehoord dat ze zelfs ooit een battle hadden met het orkest van Jimmie Lunceford en dat Lunceford het onderspit dolf.

"Klopt. Lunceford was toen al heel goed. Een andere band die we vervolgens tegenkwamen was Trent. Alphonso Trent, daar ging ik mee werken."

Die band had de naam het beste orkest te zijn??

"Een van de beste, ja. Daarmee hielden we ook battles. De band van Hayes Pillars zag ons in Cincinnati en daar heb ik later ook bijgezeten. Wij, de Trent band, waren aan het spelen toen zij binnenkwamen. Ze deden vervelend, lieten ons links liggen, maar wij leerden hun een lesje. We speelden toen niet het repertoire dat wij hen wilden laten horen. 's Avonds lagen wij aan kop. Het was een goed orkest, maar wij hadden het beste, geen punt. Wij hadden de beste muzikanten, met Sy Oliver."

Verdienden jullie goed, destijds?

"Niet bepaald goed, maar je kon er van leven."

U stapte dus van het ene orkest over naar het volgende.

"Als ik een band goed vond bleef ik erbij. Na Trent ging ik bij Pillars werken, Jeter-Pillars. Die hadden dat orkest in Cleveland opgericht. Daar werkte ik met hen en ging er uiteindelijk ook weer weg. Toen kwam ik in St. Louis terecht."

Wie arrangeerde er voor dat orkest, Jeter-Pillars?

"We hadden een aantal arrangeurs, goede arrangeurs. Sy Oliver heeft er ook veel voor geschreven. Nee, zelf zat hij er niet bij. Hij werkte in Cincinnati."

Schreef Sy toen al dingen zoals hij later voor Lunceford zou doen?

"Ja."

Glamoureus

Vergeleken met het 'gewone' bestaan was het leven van een muzikant glamoureus, toen iedereen midden in die crisisjaren zat. Niemand had geld, maar muzikanten konden reizen, hadden jobs. Hoe zag de scene er uit? Deden jullie one-nighters?

"Ja, one-nighters. Radio-optredens, maar niet voor promotiedoeleinden."

Mevrouw Hudson, die in een hoekje van de kamer een tijdschrift zit te lezen, doet een duit in het zakje. Ze helpt haar echtgenoot ook met namen van muzikanten en plaatsen. Mrs. Hudson: "Mond-tot-mondreclame. Mensen vertelden elkaar welke bands er speelden."

In Kansas City maakte de trompettist ook korte tijd deel uit van de Blue Devils en het Bennie Moten orkest. "Ik was er bij toen Moten kwam te overlijden. Ik zat in Kansas City die week. Ik werkte toen met de Blue Devils van Walter Page. Daarna kwam ik bij Moten. De toporkesten in Kansas City waren die van Moten en George Lee. Daarna ging ik weg, naar St. Louis, waar ik bij de Jeter-Pillars band kwam."

Wat was volgens u het beste orkest waarmee u gewerkt heeft?

"Alphonso Trent had een geweldig orkest. Bij Trent was ik echt gelukkig, het was een heel aardige band en we speelden in de goede zalen. In Texas zaten we in het Adolphus Hotel. Hij kwam uit Fort Smith, Arkansas."

Was Texas niet de basis voor de band?

"Nee, Fort Smith, Arkansas. Als een tournee was afgelopen gingen we daarheen. Daar bleven we dan tot we weer op pad gingen."

Na zijn periode bij de Jeter-Pillars band, die hij verliet vanwege een geldkwestie, stelde de trompettist in 1942 een eigen bigband samen, George Hudson and his Modern Music. Daarmee werkte hij in de grootste theaters en danszalen van St. Louis en toerde hij door het land.

Was het spelen in het Zuiden anders dan in het Noorden?

"Als we in het Zuiden optraden, hadden ze dikke touwen met de witten aan de ene kant en de zwarten aan de andere. Dwars door de ruimte."

En sprongen er dan ook lui over zo'n touw?

Mrs. Hudson: "Dan hadden die een probleem."

Tarieven

Wat betaalde u? Weet u nog wat de muzikanten vingen? Waren er verschillende tarieven?

Mrs. Hudson: "Vijftig cent in de week!"

Vijftig cent in de week?! Kom op, nou heeft u het over de vorige eeuw, toch?

"Geen idee waar ze dat vandaan heeft."

Mrs. Hudson: "Ik herinner me dat wanneer iemand te laat op het podium stond, dat die dan vijftig cent in de week kreeg, of vijftig cent voor die avond, zoiets. Om diegene een lesje te lezen."

"Dat heb je goed. Maar ik ben vergeten hoeveel dat was. Met Pillars in The Plantation ving ik vijfentwintig dollar."

Waren er dan geen aparte tarieven voor de lead players, voor de solisten?

"Nee. Ik had een bassist gehuurd die onderwijzer was geweest. Die managede het orkest en het geld. Die zou je de straw boss kunnen noemen. Maar die betaalde iedereen, mijzelf inbegrepen."

Wie was de eigenaar van het orkest?

"Dat was ikzelf. Geen kantoor. Ik had wel een vertegenwoordiger in New York."

Er moest wel geïnvesteerd worden, in uniformen en dat soort zaken?

"O ja. Wij zagen er piekfijn uit. Our band dressed like mad."

Mrs. Hudson: "Moesten de jongens hun eigen uniformen betalen?"

"Wij betaalden onze uniformen zelf, ja. Een voorval zal ik nooit vergeten. Clark [Terry] zat in de stad waar wij speelden. Zelf was hij toen niet meer bij ons. Hij vogelde uit waar wij zaten, stapte naar binnen en zag dat een van de muzikanten geen uniform aanhad. Hij zag dat gelijk toen hij binnenkwam: 'Wat mankeert jou? Waar is jouw uniform?'"

Weet u nog wie dat was?

Mrs. Hudson: "Bunny."

"Bunny, ja dat was Bunny. Een gast die ik hier op deze school les heb gegeven."

Bunny Bluiett?

"Ja, die had ik dus hiernaast nog les gegeven. Toen hij nog klein was. Klarinet. Tot hij naar de middelbare school ging."

Waarom heeft u zelf niet meer platen opgenomen? Afgezien van die een of twee sessies? Kreeg u geen aanbiedingen?

"We gingen van hier naar New York, waar we in het Apollo zouden spelen. En we stopten in Cincinnati om op te nemen. Maar je vraag is waarom ik niet meer platen heb gemaakt?"

Mrs. Hudson: "Hij wilde alleen maar spelen hahaha! Anything but playing!"

Gewoon elke dag? U had wel een grotere naam kunnen hebben. In het algemeen gesproken moesten bands immers platen in de jukebox hebben. Maar u zat daar dus niet achteraan?

"Nee, we speelden constant in theaters en dat soort zalen."

Eigen arrangementen

U had altijd genoeg werk?

"Ja. Ook in Florida (destijds de staat met de meeste zwarte danszalen)."

Was dat het Weinberg circuit? Ralph Weinberg?

"Ik zit te denken aan de gozer die die tent runde. Wij gingen daarheen en speelden er. We logeerden er ook. Die gast had een grote arena, daar kon je helemaal in rondlopen. Hij had daar dus ook plek voor ons om te logeren. Dat was vlak nadat ik mijn orkest organiseerde. We kwamen er terug met... hoe heetten ze, ik probeer op hun naam te komen. Een zwarte groep zangers. Die zaten ook in het Apollo. Daar speelde ik voor."

Gospel? Spiritual?

"Nee, nee."

Mrs Hudson: "The Ravens?"

"Ja, die kwamen uit Florida. The Ravens. Die jongens woonden daar allemaal."

Prachtige groep.

"O ja. Ze hadden ook goeie kerels die voor hen schreven. Die konden er wat van."

Ze hadden een bas als eerste stem. Ik dacht dat die Jimmy Ricks heette. Toerden die met uw orkest?

"Ja. We toerden samen, werkten voor hetzelfde boekingskantoor. Ze waren zeer populair."

Hadden die hun eigen arrangementen die u moest spelen?

"O ja. Er werd voor hen geschreven en die muziek kregen wij, zodat we hen konden begeleiden."

Hadden ze toen al die grote hit, 'Ol' Man River'?

"Ja."

Dus dat moesten jullie avond aan avond spelen?

"O ja. Wij hadden een goed orkest."

Nou hebben we het over het begin van de band, niet? Toen kwam die nieuwe bebop op. En Clark zat er natuurlijk bij. Plus nog wat andere jonge muzikanten die naar die muziek luisterden en dat ook probeerden te spelen, neem ik aan.

"Wij taalden daar niet naar. Dat speelden die anderen. We didn't go for that."

U speelde uw eigen arrangementen. U speelde geen bladmuziek uit de winkel?

"No, we didn't play stocks."

Alleen maar blank publiek

U kwam naar St. Louis en u bent nooit meer weggegaan. Was dat vanwege het werk?

"Wij speelden in de blanke clubs. Alleen maar blank publiek, maar alle entertainers waren zwart. Vaak uit New York afkomstig."

Nu heeft u het over shows, met danseressen en comedians?

"Ja, de heel handel. In The Plantation, zo heette die club. Daar speelden we elke avond als huisorkest."

Mrs. Hudson: "In de Tune Town toch ook?"

"Dat was meer een danszaal. Daar werkten we ook met The Ravens."

Dan komen de foto's tevoorschijn. Zoals van het orkest van de late jaren veertig, met Clark Terry.

"Wel, ik noemde hem geen Clark. Hij was net afgezwaaid van de marine en kwam bij ons. Toen had hij dat matrozenuniform nog aan. Dus zodoende noemde ik hem aanvankelijk 'Bell Bottoms.'"

"Ik was ook gevraagd om voor die marineband te gaan staan, dat orkest waar Clark bijzat. De Navy probeerde mij zo ver te krijgen dat ik dat orkest over zou nemen: ze wilden een zwarte leider."

Er stond een blanke dirigent voor?

"Ja. They wanted a black leader for that band. Dat was een idee van Roosevelt. Ze kwamen met me praten om met dat orkest te gaan werken. Dat zou ik dus gaan doen. Er was een proefoptreden. Het was een goed orkest, maar ik besloot het toch maar niet te doen. We speelden toen in een theater in Chicago, het Regal, en een aantal van de jongens zou met mij meegaan. Maar die besloten uiteindelijk om het niet te doen. They chickened out. Dus toen zei ik, dan doe ik het ook niet. If they aren't going, I wasn't going."

Die Navy band had de naam een goed orkest te zijn. Was die gemixt, met witte en zwarte jongens?

"Nee hoor, volledig zwart."

Dan bladeren we verder door de albums, met foto's van de band in onder meer The Plantation.

Ik neem aan dat u met alle sterren werkte, met Bill Robinson, The Nicholas Brothers, Dinah Washington.

“Heb ik allemaal mee gewerkt."

Zo te zien had u het naar uw zin in het Apollo, te oordelen naar deze foto's.

"Ik had een jonge pianist die in Pittsburgh, Pennsylvania op school had gezeten, een fantastische pianist. Die moet je kennen."

Mrs. Hudson: "Ahmad Jamal."

"Hij zat in Pittsburgh op dezelfde school als een van mijn zoons. He was tough. Heb je hem wel eens horen spelen?"

Ahmad? Natuurlijk.

"O-ho-ho-ho-ho! Mijn zoon in Pittsburgh had het de hele tijd over hem. Ik liet hem weten dat ik naar Pittsburgh kwam, onderweg naar New York. Hij zei, dan moet je dat joch horen. Dat was in het vakbondsgebouw. Vervolgens nam ik die jongen aan."

Hij noemde zichzelf nog geen Ahmad Jamal, toch? Fritz nog wat.

"Ja, hoe heette hij? Fritz Jones! Dat was het, Fritz Jones. Zo heette hij nog toen hij weer wegging, naar Chicago. Daar had hij een eigen club die heel lekker liep. Maar hij heeft best lang bij mij gezeten voordat hij zijn eigen groep had."

In het Apollo Theater

Speelde uw orkest ook battles met andere bands?

"Als ze langskwamen, ja, hihihi."

Dat was toch meer een kwestie van promotie? Hoe ging dat, hoe overleefde u, wat was dan de uitslag?

"Wel, we deden het niet slecht."

Mrs. Hudson: "Zoals met Illinois Jacquet."

"O ja, dat was grappig. Illinois speelde in het Apollo en ik ook.

In hetzelfde programma.

"Ja. Wij joegen hem het Apollo uit! De manager, de eigenaar van het Apollo was destijds Schiffman. En ik had toen een jonge gast, god hebbe zijn ziel, hij is onlangs overleden... We hadden een nummer in ons repertoire dat we niet meer van hem mochten spelen. Coleman had dat opgenomen."

Niet 'Body And Soul'?

"Dat was het. Wij speelden het, het was ons beste nummer. Vervolgens vroeg Schiffman ons het van ons repertoire te halen. Met onze tenorist scheurden wij hem [Jacquet] aan flarden."

Dat verhaal heb ik al eens gehoord. Babs Gozales vertelde het, hij was erbij geweest. Maar hij wist niet goed meer welke band het was. Hij dacht Jeter-Pillars.

"Het was mijn orkest."

Maar wie was die tenorist dan? Een jonge gast, toch?

"Weasel Parker. 'Body And Soul.' Man, toen wij dat nummer in het Apollo speelden zetten wij de tent op haar kop! Vervolgens kwam Schiffman naar mijn kleedkamer, hij wilde dat wij dat nummer eruit gooiden."

Omdat hij gedoe kreeg met Jacquet?

"He wanted to take that 'Body And Soul' out. Ik zei, 'Ik ben hier gekomen om mijn muziek te spelen en niet om me door u te laten vertellen dat ik mijn beste nummer moet laten vallen.' Ik zei, 'Ik haal het er met alle genoegen uit, maar als ik dat doe neem ik mijn complete orkest mee. Vandaag nog. Dan werk ik niet meer in het Apollo.' Dus dat nummer bleef er in. Die lui die in het Apollo werkten zeiden me: 'Haal dat nummer er niet uit!' Die stonden er vierkant achter. Ik zei, 'Maak je geen zorgen, het blijft erin.'"

Hoe was de verstandhouding met Illinois na dat voorval?

"Geweldig! Hij huurde mijn orkest in toen we in Detroit speelden. Het werd dikke mik, uiteindelijk. Die tenorist, Weasel, was klein en nogal bewegelijk tijdens het spelen van 'Body And Soul.'"

Maar Illinois was ook een klein gastje dat beweeglijk was.

"Maar hij bewoog niet zoals Weasel!"

"In Chicago werkten we met - god hebbe haar ziel, ze is overleden - hoe heette dat meisje dat dood is, liefje?"

Mrs. Hudson: "Sarah Vaughan?"

"Sarah Vaughan. Sarah stond ook op het programma. Een ander meisje met wie we in een theater zouden werken was Ruth Brown. Cab Calloways zus was haar manager. Die ging naar New York, naar het Apollo..."

En toen kreeg ze een ongeluk, toch?

"Hoe weet jij dat nou weer?"

Daar heb ik het met Ruth over gehad.

"O ja? Door dat ongeluk kon ze niet met ons optreden."

Ze was er bijna geweest.

"Klopt. She almost killed herself. De keer daarop, toen we weer in het Apollo stonden, was ze er wel."

Dat was een paar jaar later, dacht ik.

Mrs. Hudson: "Harry Belafonte."

"Harry Belafonte. Die verving haar die eerste keer, toen zij op het programma stond. Die had van onze band gehoord."

Zat Clark er toen bij?

"Clark zat er toen bij."

Microfoons de grond in

Paul Williams vertelde mij een verhaal...

"In Baltimore!"

In het Regal Theater, of zo? Nee, niet het Regal. Het Royal.

"Het Royal Theater, daar heb ik met hem gestaan."

Was u niet vóór hem? Hij hoorde toen de trompetten krijsen, waardoor het publiek uit zijn dak ging en hij dacht, o mijn god, hoe kan ik hier nog wat van maken? Vervolgens speelde hij zijn honk-stuff. En het publiek dacht dat hij de microfoon de grond inblies. Omdat de technicus onder het podium probeerde de afstand tussen de microfoon en de beker van de baritonsaxofoon constant te houden.

"Hij was een aardige kerel. Ik heb ervan genoten."

"Basie. Als ik hem iets hoorde spelen wat mij beviel, wilde ik dat kopiëren. Ik heb heel wat bladmuziek hier met Basies naam er op. Hoe heette die gast ook weer die al die muziek overschreef? Tenorist, zat in New York. Basie had een witte jongen op tenor en daarna een zwarte, lange gast. Die kopieerde veel voor mij en schreef ook veel spul voor Basie. Tall fellow." [Wardell Gray?]

U begon voordat swing populair werd en de bigbands op gang kwamen en u bleef actief tijdens de Swing Era en de bebop. Moest u uw stijl aanpassen met het verloop van de tijd?

"Niet met die beboppers, dat trok ik niet. Toen ik die hoorde vond ik er niets aan. Billy Eckstine kwam hier en hoorde mijn band. Hij is een jongen uit Pittsburgh. Daar kende ik hem van. Hij wilde met mij toeren, maar dat heb ik niet gedaan. Alhoewel ik hem dus wel begeleid heb. Ik speelde gewoon mijn arrangementen, maar hij had zijn eigen muziek."

'Jelly Jelly', neem ik aan.

"Dat speelde ik allemaal. Dat waren we gewend. Omdat we in The Plantation werkte en daar speelden we met..."

Jan en alleman.

"All kind of people. We hadden alleen maar lui die a prima vista konden spelen. Er werd geen noot gemist! Don't miss nothing. We repeteerden de hele tijd."

Intussen heeft Mrs. Hudson kleinzoon Nando gebeld, die aan de overkant woont en overweg kan met de antieke geluidsinstallatie. En zo klinkt even later een ruisend cassettebandje met de 78-toeren opnamen van 7 februari 1949 voor King Records.

"Dat ben ik!", roept de voormalige bandleider trots als een trompet aanzwelt na een gonzende bronzen vocal van Danny Knight. Aan het eind van de song speelt het orkest een bopfiguurtje. "En dit heeft Ernie [Wilkins] geschreven." Dat is de 'Applejack Boogie', met een frisse solo van trompettist Tommy Turrentine en stevig baritonwerk van Wallace Brodis. De stijl van de bigband van Erskine Hawkins, ooit een maatje van de jeugdband waar Hudson ook inzat, daar is die van het George Hudson Orchestra misschien nog het best te vergelijken. Heeft hij geen heimwee naar de band? Mist hij die niet? "Ja."

Zou u de band niet weer bij elkaar willen brengen, al was het maar voor een paar weken?

"Zou ik zeker willen. Er zitten hier heel wat goede muzikanten te niksen. Yeah, I would like that very much. Ze hebben het daar altijd over."

Mrs. Hudson: "George, dat kan niet, denk toch aan je gezondheid."

George Hudson overleed op 10 juli 1996 in zijn woonplaats St. Louis, Missouri.

Interview: St. Louis, 2 november 1992