Take Ten
Eric Boeren: "Het is fantastisch om te mogen spelen met al die mensen waar ik twintig jaar geleden met open mond naar ging kijken."
Autodidact/cornettist Eric Boeren (1959) zou een gerede kans maken om bij een 'Blindfold Test' direct te worden herkend aan zijn typerende spel en toon. Korte snelle lijnen, pruttelend, sputterend, expressief scherp uithalend, dan weer verrassend ingetogen. Iedereen die deze sympathieke 'Brabantse Amsterdammer' ooit live aan het werk heeft gezien, zal kunnen beamen dat Boeren bovenal gedreven speelt. Doet door zijn gebruik van dempers en growls denken aan trompettisten uit het big band-tijdperk als Cootie Williams. Zijn manier van componeren ligt veeleer in het verlengde van de on the spot-improvisaties van Ornette Coleman. Ook in de composities van Boeren ligt de nadruk op vrij vloeiende lijnen die via melodische cues en thema's aaneengeregen worden. De twee bij BV Haast uitgebrachte albums van zijn eigen 4tet, 'Joy Of A Toy' (1999) en 'Soft Nose' (2001), bieden wat dat betreft een fraai staaltje van zijn kunnen met een uitgekiende melange van Coleman-composities en stukken van Eric zelf. Eric Boeren is het levende bewijs dat je het muzikaal zeer ver kunt schoppen door puur enthousiasme, toewijding en doorzettingsvermogen.
25 augustus 2003
mijn Ding:
"Eric Boeren Quartet met Michael Moore (Eb- en alt-klarinet, altsax), Wilbert de Joode (contrabas) en Han Bennink (slagwerk).
Eric Boeren Quintet met Guus Janssen (piano en celesta), Cor Fuhler (orgel, keyolin en piano), Oren Marshall (tuba) en Michael Vatcher (slagwerk).
Eric Boeren Double Quartet met Maartje ten Hoorn (viool), Wolter Wierbos (trombone), Cor Fuhler (orgel, keyolin en piano), Sean Bergin (altsax), Wilbert de Joode en Ernst Glerum (contrabas) en Michael Vatcher (slagwerk).
Available Jelly met Wolter Wierbos (trombone), Michael Moore (Bb- en bas-klarinet, altsax), Tobias Delius (tenorsax), Ernst Glerum (contrabas) en Michael Vatcher (slagwerk).
Sean Bergin's MOB.
Bik Bent Braam.
Franky Douglas' Sunchild 2."
mijn Achtergrond:
"Brassband Ulicoten: solo euphonium 1972-1975, Eb-tuba 1975-1978. Cornet sinds 1978: autodidact. Twee maanden Sweelinck conservatorium te Amsterdam (eind september - eind november 1983), daarna uitgenodigd door Available Jelly enz."
mijn Instrument:
"Conn 40A cornet met 'vocabell', 1935, verzilverd. Mengt goed met andere blazers, kan er ook tussenuit 'piepen'."
mijn Jazz:
"Belangrijkste aspect in jazz voor mij is improvisatie. Niet alleen improvisatie over een onderliggend schema of parafrasering van het thema. In mijn muziek kan je ook met kleinere componenten uit de composities aan de haal gaan. Ik ben erg bezig met het à l'improviste ontwikkelen van grotere vormen: composities en bijbehorende improvisaties kunnen leiden naar een volgende compositie en zo verder. Zo kunnen grotere vormen (soms van een set lang), ontstaan waarin thema's meerdere malen terugkomen of het ene thema als het ware als 'brug' functioneert tussen twee andere stukken etc."
mijn Inspiratie:
"Voor mijn instrument vooral de trompettisten uit de eerste helft van de vorige eeuw: Louis Armstrong, Rex Stewart, Cootie Williams, Bubber Miley, Charlie Shavers, Roy Eldridge, Hot Lips Page, Harry Edison.
Bepoppers Fats Navarro, Dizzy Gillespie, Miles Davis, Clifford Brown.
'Moderne' trompettisten: Lester Bowie, Butch Morris, Don Cherry.
Mijn generatie: Herb Robertson, Dave Douglass, Cuen Vu, Angelo Verploegen, Jarmo Hoogendijk, Eric Vloeimans en vele andere goede trompettisten.
Als muziekliefhebber luister ik graag naar strijkkwartetten (vanaf Beethoven), componisten als Stavinsky, Britten, Ligeti, Janssen, Termos, Copeland, Ives en Debusy.
Als jazzliefhebber luister ik graag naar muziek uit de hele jazzgeschiedenis. Ben vooral onder de indruk als er 'oorspronkelijk', op het scherp van de snede gespeeld wordt. Ben niet zo geïnteresseerd in goede instrumentalisten die alleen maar 'styleren' en hun stijl consolideren (Phil Woods bijvoorbeeld, en ook Chet Baker)."
mijn Rek:
"Ornette Coleman: alles.
Charlie Parker: alles.
Miles Davis: 'Relaxing', 'Cooking', 'Working', 'Steaming', 'Milestones'; vooral die periode.
Louis Armstrong: Hot 5's en 7's, sommige van de bigband-opnames en 'Plays Fats Waller/ W.C. Handy'.
Duke Ellington: alles.
Art Ensemble Of Chicago: alles.
Van die platen die je op de kop tikt als 'Coleman Hawkins meets the trumpets' of 'Jam session with Hot Lips Page' en dat soort dingen. Altijd fascinerend.
Igor Stravinsky: bijna alles.
Veel Ives, Debussy, Copeland."
mijn Voorbeeld:
"Muzikanten uit mijn directe omgeving die stimuleren dat je je 'huiswerk' blijft doen, anders 'blazen' ze je van het podium. Het is fantastisch om te mogen spelen met al die mensen waar ik twintig jaar geleden met open mond naar ging kijken."
mijn Drijfveer:
"Nog meer platen maken die goed ontvangen worden en dan de concerten spelen die daar het gevolg van zijn. Ook wil ik mijn muzikale verworvenheden (ontdekkingen over hoe improvisatie werkt, de algemeenheden daarvan) doorgeven aan jonge muzikanten."
mijn Hoogtepunt:
"Eerste concerten met Available Jelly (tour door Duitsland en Frankrijk), plaatopnames met mijn eigen kwartet ('Joy Of A Toy' en 'Soft Nose'), en merken dat mensen in het publiek in Canada mijn composities meezingen."
mijn Toekomst:
"Tournee Canada Eric Boeren Quartet (juni 2003).
Concert Eric Boeren Double Quartet in Lissabon (2 augustus 2003).
4tet concerten in Duitsland en Oostenrijk (september 2003).
USA/Canada tour met Available Jelly (oktober 2003).
Istanbul met Available Jelly (oktober 2003).
Concerten in Nederland met Available Jelly (oktober 2003).
Concerten in Wellington (Nieuw Zeeland) en Wangarata (Australië) met Eric Boeren 4tet (november 2003).
Concerten Bik Bent Braam (januari 2004).
Tournee Canada met Sean Bergin's MOB (april 2004)."
Meer weten?
Bekijk de biografie van Eric Boeren.
tekst intro: Maarten van de Ven
foto: Cees van de Ven