Draai om je oren
Jazz en meer - Interview



home  
    
    
 

John Engels
"Ik zit niet te trommelen, ik zit muziek te maken!"

John Engels is een van de meest aansprekende drummers in ons land, maar ook internationaal is hij ongekend populair. Grote namen als Stan Getz, Dizzy Gillespie en Chet Baker speelden graag met hem. De bijna zeventigjarige zou het liefst tijdens het spelen van de blues achter het drumstel sterven. Zover is het gelukkig nog niet. Hij is nog altijd zeer actief in het jazzcircuit, speelt in diverse formaties en is een geliefde mentor in masterclasses. Hieronder een openhartig interview.

door Tanya Wijngaarde, 2002

John Engels (Foto: Cees van de Ven)De Amsterdamse jazzdrummer John Engels (1935) is bijna 50 jaar professioneel muzikant. In die halve eeuw speelde hij met vrijwel alle bekende jazzmusici, zoals Stan Getz, Ben Webster, Dizzy Gillespie en Chet Baker. Hij ontving meerdere jazz-prijzen en werd in 2001 geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Maar ondanks alle prijzen en waar-dering blijft Engels een ingetogen mens. "Tja, die onzekerheid hè, die is heel erg."

Engels groeide op in de Haagse Schilderswijk, in een gezin met 13 kinderen. Vader Engels was muzikant en het gezin had het niet breed. "Dat was inderdaad vreselijke armoede. Wel heel gezellig hoor, iedereen was welkom. Als iemand jarig was, kochten we gewoon een half brood om te trakteren. Alleen in de hongerwinter hebben we écht honger geleden. Aten we af en toe suiker-bieten en tulpenbollen, en ging ik aardappelen pikken op het Malieveld. Nee, dat gun ik niemand."

"Omdat ik de oudste was, moest ik al heel jong gaan werken. Ik heb van alles gedaan: in fabrieken, als piccolo bij Maison de Bonneterie, op de markt gestaan. En ik ben een tijdje typograaf geweest, dat was volgens een test het enige wat ik kon. Maar ik vond dat ik daar helemaal niet thuis hoorde, ik wilde muziek maken. Alleen was het conservatorium ook geen succes. Bij de eerste les bleek namelijk dat ik linkshandig was en dat kon in die tijd niet. Moest ik rechts gaan leren spelen. Nee joh, dat zag ik niet zitten. Ik speelde altijd op mijn gevoel en gehoor. Doe ik nog steeds trouwens. Mijn vader wilde absoluut niet dat ik 'het vak' in ging. Dat was me een drama thuis. Vreselijke ruzies, het servies vloog soms door de kamer. Eigenlijk wilde hij me beschermen denk ik, omdat het zo'n armoe was in de muziekwereld. Hij had liever dat ik een 'normaal' vak leerde. Ja, tussen mij en mijn vader was het echt een haat-liefde verhouding. Hij heeft me nooit geholpen de muziek in te gaan."

John Engels (Foto: Cees van de Ven)

"Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Engels liep van huis weg en vertrok op zijn zeventiende naar het buitenland. Op tournee met de Surinaamse saxofonist Kid Dynamite, als enige blanke in het orkest. "Tja, dat was in die tijd misschien wel bijzonder, daar heb ik me eigenlijk nooit in verdiept. Ik ben kleurenblind, zeg ik altijd. In de muziek speelde dat volgens mij allemaal niet. Of ben ik te naïef? Ik groeide ook op met alle soorten mensen. Voordat we in 1940 naar Den Haag verhuisden, woonden we boven het Negro Palace op het Thorbeckeplein in Amsterdam. Daar speelden altijd zwarte muzikanten, als klein kind zat ik nog op schoot bij saxofonist Coleman Hawkins. Ik heb midden jaren '50 een hele tijd voor het Amerikaanse leger gespeeld in Duitsland. Toen trok ik altijd met die zwarte vogels op, Amerikaanse muzikanten. En daarvoor ben ik een keer op het matje geroepen door een commandant. Ik mocht niet te veel met 'die mensen' omgaan. Joh, het is toch verschrikkelijk wat er allemaal gebeurt in die wereld?"

John Engels (Foto: Cees van de Ven)"Muzikaal gezien heb ik altijd ontzettend veel contact met Amerikanen, wit en zwart. Weet je wat het is, Amerikanen laten mij muziek maken. Die zien me niet als iemand die alleen de maat aangeeft. Want ik zit niet te trommelen, ik zit muziek te maken. En ik wil niet negatief zijn over Europeanen hoor, maar die willen vaak dat ik gewoon netjes in de maat speel; tsjikke boem tsjikke boem. Ik heb er nooit wat van gezegd, maar dat begint nu te veranderen. Vroeger durfde ik mijn mond niet open te doen, omdat ik geen scholing heb gehad. Ja, als ik gedronken had, dan durfde ik wel. Maar als ik dan begon te praten zeiden de mensen: "Oh, daar heb je Engels weer, laat maar lullen want die is dronken". Die onzekerheid is heel erg, daar heb ik veel problemen mee gehad. Mensen maken er wel eens misbruik van."

"Soms maak ik de balans op en dan denk ik: het is toch niet niks wat ik allemaal gedaan heb? Ik heb met alle groten van deze aarde gespeeld, en dat iedereen dan toch zo over je heen loopt. Ook met geld. Je vertrouwt erop dat alles in orde is, en dan merk je achteraf dat je te weinig hebt gekregen. Of ze vragen of ik kom spelen voor een paar tientjes! Zeggen ze gewoon tegen me: 'take it or leave it'. Zo respectloos. Maar ja, ik wil toch spelen hè, dat weten zij ook wel."

"Als ik slimmer was geweest, had ik commercieel gezien meer kunnen bereiken. Maar als ik moest kiezen tussen een avond veel verdienen of lekker spelen, koos ik voor het laatste. Ja, dat is fout van mezelf, ik ben niet zakelijk ingesteld. Ik heb wel commerciële dingen gedaan hoor, bijvoorbeeld met Ramses Shaffy en Liesbeth List. Daar heb ik hele goeie herinneringen aan. Geweldige musici, die hadden wat ik noem het heilige vuur. En ook met het trio van Louis van Dijk heb ik goed verdiend. Vreselijk gelachen ook. Ik weet nog dat we een keer speelden ergens in het Gooi, en op een gegeven moment ruik ik een brandlucht. Komt de eigenaar van pand naar ons toe en zegt met zo'n kakstem: 'Zeg jongens, we hebben een klein brandje maar ik wil geen onrust in de zaal. Speel maar gewoon door'. Dus wij spelen, maar die brandlucht werd steeds sterker. En hij maar zeggen dat alles onder controle was. Maar het eind van het liedje was dat we hebben moeten vluchten, ik met m'n hele drumstel door een raampje heen. Ha ha, vreselijk gelachen. Wel zonde hoor, we hebben dat hele gebouw zien afbranden· Ja, dat was een mooie tijd. Slordige tijd ook, we dronken nogal veel."

John Engels (Foto: Cees van de Ven)

"Thuis kwamen alle muzikanten over de vloer, 't was net open huis. Dat werd op een gegeven moment allemaal wel wat vervelend voor mijn vrouw Erika. Nou, die heeft wat met mij meegemaakt. Mijn vrouw regelde alles voor me, privé en zakelijk. Eigenlijk heb ik alles aan haar te danken, ik hoefde niks te doen. Soms werd er gebeld voor een gig en had ik al ja gezegd. Dan vroeg mijn vrouw op de achtergrond: 'Wat betaalt het eigenlijk?', want dat vergat ik te vragen. Ik wou alleen maar spelen en verder verdiepte ik me nergens in. In 1984 werd ze ernstig ziek en binnen een paar maanden was ze dood. Ja, dat was de grootste klap die ik in mijn leven heb gehad. Ontzettend ingrijpend. Niet alleen vanwege het verlies, maar ook omdat ik niets zelf kon, nog niet eens een girootje invullen. Ik stond werkelijk helemaal naakt. Iedereen dacht dat ik eraan onderdoor zou gaan, maar nee. Dat kon ik tegenover haar niet maken."

"Ik heb er nog steeds moeite mee, maar het is de realiteit. Ze is er niet meer. Soms is het wel eenzaam als ik thuis ben. Nou ja, de buurtkatten komen regelmatig langs. Even goeiedag zeggen, happie eten. Soms slaapt er eentje op bed, vind ik het einde. Kijk, een normaal mens heeft een sociaal leven, en een gezin met alle toestanden die daarbij komen kijken. Voor mij was het altijd muziek. En wanneer ik lekker zit te spelen, dan kom ik in een andere dimensie terecht en dat is het mooiste wat er is. Alleen klap ik daarna soms in elkaar, dan denk ik: van mij hoeft het niet meer. Misschien zou ik er even uit moeten, rust nemen. Maar ja, na vier dagen vakantie word ik knettergek, dan wil ik weer spelen. Eigenlijk ben ik getrouwd met de muziek. En ik zou ook niet anders kunnen. Nee echt niet, als ik nu dood zou omvallen, is mijn leven mooier geweest dan ik ooit had kunnen dromen."