Draai om je oren
Interview



home  
    
    
 

Waarom het Blue Lines Trio even het Blue Lines Sextet wordt

De opening van 2016 in het Bimhuis wordt verzorgd door het Blue Lines Sextet. Deze uitbreiding van het Blue Lines Trio treedt dan voor het eerst op. Ook het Trio zelf, bestaande uit musici van drie verschillende generaties: Michiel Scheen (1963), Raoul van der Weide (1949) en George Hadow (1992), is nog niet bepaald veel te zien geweest. Dat ondanks een uitstekend album 'Blue Lines Trio' (Casco 2014). Voor het sextet worden Ada Rave, de in Amsterdam wonende Argentijnse saxofoniste, trombonist Wolter Wierbos en de Gentse trompettist Bart Maris aan het trio toegevoegd.

door Ken Vos, december 2015
foto's: Ken Vos

Michiel Scheen maakte naam in het begin in de jaren tachtig, maar vanaf 1991 tot 2002 speelde hij nauwelijks. Wat is er toen gebeurd?

Het interview is ook een goede gelegenheid om kennis te maken met de andere twee leden. Contrabassist Raoul van der Weide was al actief aan het eind van de jaren zeventig, maar verdween in de jaren negentig van de scene om iets meer dan 15 jaar geleden weer terug te keren. De jonge Engelse drummer George Hadow (23) is een opvallende nieuwe naam in Nederland en zeker iemand om in de gaten te houden.

Michiel Scheen (MS): "Ik vind het leuk om stukjes te maken en zij verdragen het."

Raoul van der Weide (RvdW): "Verdraaien het."

Eerst wil ik weten hoe zijn carrière zich heeft ontwikkeld tot zijn terugkeer in 2002. Michiel Scheen werd bekend als improviserende pianist in 1986.

MS: "Kenvermogen was een initiatief van Wiek Hijmans. Het werd een samenwerking tussen Wiek, Hans Hasebos en mij. Daarnaast speelde ik in Gaviaal, de formatie van Jan Nijdam. Later kwam Chris Abelen erbij. We hebben toen op het Hollandse Nieuwe-festival gespeeld."

Dan richt Michiel Filiaal op, waarin Nijdam, Jaap Blonk en Michael Vatcher zitten.

MS: "Toen ben ik bij het Maarten Altena Ensemble (1988) en het Paul Termos Tentet (1989) gekomen. Daarna heb ik kort in Loos gezeten. Ik was zo'n beetje klaar met het Altena Octet. Er waren zo veel persoonlijke omstandigheden, zoals het hebben van kinderen, dat ik even iets anders moest doen."

"Op het moment dat ik voorzitter werd, verdween de SJIN (Stichting Jazz en Improvisatiemuziek Nederland) en werd het MTN (Muziek- en Theaternetwerk Nederland). Een heleboel beleidsmakers hebben toen de jazzsector vergeten. Ik heb er toen erg veel energie in gestoken om dat tegen te gaan. Het was een gevecht tegen de bierkaai. Ik was dus in 1999 zo'n beetje gestopt en in 2002 vroeg Tobias Delius - met wie ik al sinds 1983 een duo heb - om in te vallen in zijn kwartet, omdat Tristan Honsinger ziek was. Dat was de eerste keer dat ik optrad nadat ik eruit was gestapt. Toen ik stopte met de muziek, zocht ik iets anders en toen ben ik in de boekhandel terechtgekomen. In 2003 was er wel het Michiel Scheen Kwartet. Daarnaast had ik niks vasts in de muziek, kreeg ik kinderen en had ik al een vaste baan in de boekhandel. Ik heb nu het duo met Tobias, Blue Lines Trio en Blue Lines Sextet. Ik deed tijdens het kwartet met Ab, Ernst en Han niet zoveel, al was ik toen wel thuis actief, in tegenstelling tot mijn retraite daarvoor. Die heeft bijzonder goed geholpen. Het schept een gezonde afstand, het heeft erg goed geholpen. Het heeft ook een boel dingen muzikaal duidelijk gemaakt. Raoul heeft dit trio bijeengebracht in 2012."

Raoul organiseert sinds 2009 de Oorsprong-serie waarin curatoren mensen bijeen brengen.

RvdW: "Die Oorsprong-serie was een goede vorm om mensen bijeen te brengen. Je hoeft om daaraan mee te doen niet te repeteren. Toen begon ik aan Michiel te trekken en heb ik George erbij gehaald. Paul Termos schepte altijd op over Michiel. Michiel paste heel goed in Pauls concept. Hij was volgens hem het anker van het Tentet en de Dubbel Expres."

Hoe heb je George ontmoet?

George Hadow: "We zagen elkaar voor het eerst in STEIM. Jasper Stadhouders nam me daarna mee naar Oorsprong."

RvdW: "Zo'n serie is heel geschikt om allerlei verschillende mensen te integereren."

MS: "Je deed de Impro Academy van dOeK, vier jaar geleden."

George is 23, komt uit zuidwest Devon, niet ver van Exeter.

GH: "Ik woonde daar tot ik naar Nederland ben gekomen. Na de Dutch Improvisation Academy kwam ik hier. Ik was daarvoor drummer in de rock, op mijn 15e-16e begon ik ook jazz te spelen. Op mijn 17e-18e begon ik ook geïnteresseerd te raken in impro, maar ik kende niemand in die scene. Ik wilde les hebben van Han, dat lukte ook, al was het alleen zo'n vijf dagen tijdens de Impro Academy. Ik had ook nog geen contact met de scene in Londen. Ik wilde eerst naar Birmingham om te studeren. Ik kende de New Yorkse scene beter en ging dus eerst een maand daarnaartoe en kreeg les van Chas Smith en Mary Halvorson. Ik ken nu wel veel mensen hier [Amsterdam, KV]."

RvdW: "Het idee was dat George een stijl heeft die moderne drummers niet meer hebben; hij kan ook ouderwets swingen in tegenstelling tot bijvoorbeeld Onno Govaert. Laten we kijken of we vanuit eigen stukken ook connecties kunnen maken naar de jaren 50, of we de vitaliteit van die tijd terug kunnen brengen. Ik vind het heel goed werken. Je kunt dingen herdefiniëren.

MS: "Wel met de verworvenheden tot nu, inclusief Guus Janssen, Misha Mengelberg, Paul Termos, Han Bennink."

RvdW: "Heel belangrijk is dat we niet dogmatisch zijn. We sluiten niets uit, maar we doen ook aan recycling."

MS: "We hebben een brede scope. De meest brede die ik tot nu toe heb meegemaakt. Daardoor is de trio-cd heel kleurrijk."

Heeft het trio een beetje weerklank gevonden bij de pers en het publiek?

RvdW: "Wel in Nederland en België."

MS: "Brian Morton wilde ons in de Penguin Guide to Jazz opnemen, maar die verscheen vanaf 2014 niet meer in druk. In het buitenland zijn we wel besproken in Groot-Brittannië en Denemarken, maar niet in Frankrijk of Duitsland."

RvdW: "Je stuurt dan via ToonDist 98 cd's en de output is dan 6 reviews. Je vraagt je af of dat überhaupt zin heeft. Een cd is een duur visitekaartje."

MS: "Ik heb eens gelezen dat bij alle marketing-uitingen de respons 5% is."

RvdW: "De scene is enorm uitgebreid, ook door de communicatie en de conservatoriummensen die instromen."

Waarom nu een sextet?

MS: "Ik wilde eerst nog wat zeggen over het trio. Sinds 2012 repeteren we zo'n drie keer per maand. Dat is een luxe situatie. We zijn heel erg de diepte ingegaan met dingen uitproberen. Je gaat over de grens van je comfort zone en smaak. Dan kan je weer focussen, dingen uitproberen, een ideale manier van werken is dat. Niet zo vluchtig als met projectmatig werken. Dit is een duurzame relatie."

RvdW: "Het is een ongoing workshop."

MS: "Wat mij betreft gaan we hier jarenlang mee door. Raoul heeft een enorm netwerk. Hij kent zo veel musici die Amsterdam bezoeken en we hebben mensen uitgenodigd om hier in de repetitieruimte te spelen, zoals bijvoorbeeld kort geleden Mars Williams [een toonaangevende saxofonist uit Chicago, KV]."

RvdW: "We zijn nog een groep vergeten te noemen: Boucalé, dat stukken speelde van Paul Termos (1952-2003), in 2011 opgericht door Michiel. Daarin zaten naast mij Wolter Wierbos en Michael Vatcher. Voor het sextet dacht ik meteen aan Wolter. Bart Maris had ik kort daarvoor gehoord. Ada Rave is een heel goede tenorsaxofoniste met een fantastisch geluid."

MS: "We schrijven stukken, het is niet alleen improvisatie."

RvdW: "Het is eigenlijk hetzelfde concept, maar je krijgt meer orkestratie. De blazers geven enorme mogelijkheden. De esthetiek blijft hetzelfde. We hebben ook met Tobias gespeeld, met het trio als platformpje waarop allerlei dingen kunnen ontstaan."

MS: "Het trio blijkt een basis te zijn, een unit die goed werkt. Het sextet is wezenlijk hetzelfde, maar je krijgt ook een ander type improvsisatie."

Gaan jullie ook aan groepsimprovisatie doen?

RvdW: "Ja."

MS: "Het is voor nu even een project. Ons bestaande repertoire hebben opnieuw gearrangeerd. En er zijn een paar nieuwe stukken."

RvdW: "Op een gegeven moment komt Michiel met een nieuwe stuk of een oud stuk. Soms ontstaat er een stuk tijdens het spelen. George brengt nog geen stukken aan."

GH: "Vaak spelen we een stuk dan brengt Michiel een insertable in, een stuk muziek dat je ertussen stopt."

RvdW: "Ik had een idee om een catalogue of traceables te maken, stukjes uit stukken die je opnieuw gebruikt, van bijvoorbeeld Leroy Vinnegar, Steve Lacy, Silver of Mingus. Het is een manier om de jazzgeschiedenis opnieuw te gebuiken."

"Die sporen, traces of insertables worden een soort dynamische bouwstenen binnen een bestaand stuk. Het is een manier om niet banaal naar de traditie te kijken."

MS: "Een van de fundamenten van muziekmaken is dat je jezelf verrast. Dat ik opeens iets doe wat ik nooit eerder heb gedaan door de interactie met anderen."

RvdW: "Iedereen moet zich vrij voelen om die conventies los te laten, laten zien wat je leuk vindt. Er is niets waar we voor terugdeinzen."

Zijn er nog andere groepen waar George in speelt?

GH: "Het Galm Quartet met Michael Foster, Andreas Fulgosi en Laurens van der Wee, een trio met John Dikeman, Gonçalo Almeida en een band die Molino heet. Ik speel ook in een popband, Palmen & Reijmerink. Met Jan Nijdam en Michael Moore heb ik ook een trio, er zijn veel dingen. De laatste tijd denk ik dat ik me moet beperken in het aantal projecten waarop ik me kan focusssen."

RvdW: "Vaste groepen kunnen lastig zijn voor de acquisitie. Groepen worden zelden een tweede keer uitgenodigd."

GH: "Er is een nieuwe groep met drummers Michael Vatcher en Onno Govaert. Ik speel ook met Andy Moore en Terrie 'Ex' Hessels."

Ben je al wat bekend in Engeland?

GH: "Nee, helemaal niet."

RvdW: "Ik heb eerst klassiek viool gespeeld. Toen ik ging studeren was dat helemaal uit. Mijn buurjongen in Alkmaar, Bob Driessen, kwam terug met platen van Ornette Coleman, eind jaren zestig. Hij is overgestapt van gitaar naar altsax. Ik als autodidact begon aan de bas. Ik studeerde sociologie in Amsterdam. Ik kwam in een dixielandband met Wim Janssen terecht. Het was een soort gevangenis. Ik kwam bij Wim Janssen thuis. De film 'Burengericht', een idee van Martin van Duynhoven, was gebaseerd op dat huis waar ook Guus, Paul Termos, Arnold Dooyeweerd, Martin en zo woonden."

"Bert Koppelaar had het Punt Uit Orkest met Paul Termos, Peter Cusack, Guus Janssen. Dat was in 1978. Dat was mijn eerste serieuze ding. We waren de eersten die Nino Rota speelden. Bert Koppelaar had ook een goed oor voor Sun Ra, maar ook circusmuziek. We speelden ook een reggae. Op een gegeven moment hadden we iets van 20 concerten geboekt. Toen zei Bert: 'Peter wants to take over, I quit the band.' Peter wist van niets. Bert had last van een enorme paranoia. Dat was wel heel jammer, want het was heel aanstekelijke muziek. In de Punt Uit-tijd was ik nog bekend als Roel van der Weide."

"Toen begon Guus Janssen zijn septet. Dat heeft gespeeld tot 1990. Het Paul Termos Trio heeft 5 jaar bestaan. Toen heeft Burton mij in het Bimhuis gezien. Met hem heb ik van 1983 tot 1988 gespeeld. Met hem heb ik in het trio en het kwintet gespeeld, dat was ook met Clarence Becton. Na zes jaar had ik er genoeg van. Daarna zat ik in het Spazio Trio met Konrad Bauer en Günter Sommer. In 1991-92 werd ik ziek, traag en dik, zonder dat ik het door had. Chronisch depresssief. Ik zat nog in de Gravitones, maar midden jaren negentig ben ik gestopt met spelen. In 1999 is dat pas gediagnosticeerd als een schildklierafwijking."

"Daarna moet je weer terugkomen. Toen kreeg ik een tweede leven. Na 8 jaar in een moeras word je dan een ander mens. Waarom het zo lang duurde tot de huisarts de symptomen herkende, was omdat de symptomen zo'n breed spectrum beslaan en ik niet snel naar de huisarts ging. Toen heb ik vanaf 2003 een kwartet gehad met Lee Konitz-stukken, Jorrit Dijkstra, Guus en Wim Janssen, Sound-Lee!. Lee Konitz zei over de muziek: 'They missed the point, but they made a new one.' As If Trio met Wim en Frank. We speelden alleen geïmproviseerd, geen stukken."

"Toen ben ik in 2009 de Oorsprong-serie begonnen. Dat ging eigenlijk geleidelijk. Ik wilde mensen bij elkaar brengen. Het begon op het WG-terrein. Dat springen van dat oor, die blijdschap. Het was ook een sociologische belangstelling om te kijken wat er gebeurt met verticale contacten met andere generaties. Meestal gaan die contacten met peer groups. Het is een curatorenplatform met dans en elektronica. Het wordt eigenlijk beter bezocht dan Zaal 100 bijvoorbeeld. Je krijgt een mix van publiek.

"New Rumours And Other Noises is een nieuwe groep van Ada Rave, Nicolas Chientarola en mij. The White Noise Orchestra bestaat 4-5 jaar, het is een soort pool geworden met 13 musici, dat gaat heel erg over stilte, het niet spelen. Er zijn ook musici geweest die er niet tegen konden en na één keer niet meer teruggekwamen. Het is heel meditatief. Dat vereist veel innerlijke discipline. Daar zit George ook in, er zitten ook twee danseressen in."

Wat is Pintotonics?

RvdW: "Pintotonics is begonnen in Huis De Pinto. Eerst was dat een buurtbibliotheek. Ik ben eerst gevraagd om iets als Oorsprong te doen. Er was echter heel weinig geld. Twee sets per keer konden uiteindelijjk neergezet worden. George helpt ook bij Oorsprong en Pintotonics."

Terug naar het Sextet.

MS: "Over het sextet kan ik nu wel zeggen dat Raoul een meester is in het organiseren. Bij de eerste keer repeteren. Maar het geluid van drie blazers bij elkaar en dan dat van ons erbij, dat zat wel meteen op een heel prettig werkniveau. Er is ook een soort timbre dat je niet eerder hebt gehoord in Nederland, echt een nieuw geluid."

GH: "Een van de stukken die we repeteerden was 'Silence' van Charlie Haden. Bart nam een solo, dook er diep in, het leek niet alsof we repeteerden. Hij speelde een prachtige solo, die meteen werkte."

RvdW: "Dat is ook een voorbeeld van de traditie herverkennen. Het stuk krijgt een nieuwe, bredere structuur. Dat deed hij ook met 'Goodbye Pork Pie Hat'."

MS: "Wat wel jammer is, is dat er maar twee comncerten staan gepland."

Hoe is dat gekomen met het nieuwjaarsconcert in het Bimhuis?

MS: "Op een MusicLab-avond in het Bimhuis kwam ik daar Huub van Riel [artistiek directeur van het Bimhuis, KV] tegen. Hij zei: 'Michiel, je bent een beetje te veel weg geweest van de scene. Kan je niet met het Blue Lines Trio komen spelen, dan maken we er een carte blanche van?' Dat hebben we gedaan met Tobias Delius erbij. Daarna had hij nog steeds het idee dat ik te weinig speelde en zo kwam hij erop om het sextet te programmeren."