Draai om je oren
Festivalverslag



home  
    
    
 

40 jaar North Sea Jazz: overdonderende jubileumeditie

Menige 'echte' jazzliefhebber haalt tegenwoordig zijn neus op voor het North Sea Jazz Festival. Het zou te druk zijn, te commercieel en veel te veel aandacht besteden aan pop. Waar is de jazz gebleven? Nee, dan vroeger in Den Haag...

Een festivalverslag door Ben Taffijn, met foto's van Louis Obbens.
Vrijdag 10 juli t/m zondag 12 juli 2015, Ahoy, Rotterdam.

Welnu, na de drie dagen van deze jubileumeditie - want de 40e keer sinds de oprichting in 1976 - is er maar één antwoord mogelijk. De spijtoptanten hebben ongelijk. Want ja, het was druk en er was veel muziek die de jazzliefhebber niet direct met jazz associeert, maar er was ook héél veel te zien en te horen waar de echte jazzliefhebbers, waaronder natuurlijk uw recensent, voor warm liepen.

En dat is toch dé grote kracht van North Sea Jazz: met zo veel concerten zit er altijd wel iets van je gading bij. En dankzij een slimme programmering kun je de grote massa's prima ontlopen.

Vrijdag 10 juli
De concerten van vanavond pasten alle binnen een van de thema's van dit jaar op het festival: Serial Killers. Het betreft hier musici die kiezen voor uitgeschreven composities als basis van hun werk, daarbij in meer of mindere mate ruimte creërend voor improvisaties. In hun stijl van componeren slaan ze vaak bruggen: tussen jazz en hedendaagse gecomponeerde muziek, tussen jazz en wereldmuziek, tussen jazz en elektronica, rock en pop, of natuurlijk combinaties hiervan. Het Tyshawn Sorey Trio is daarvan een goed voorbeeld. Het zijn boeiende, maar zeer complexe patronen die dit trio ten tonele voert, waarbij het opvalt dat slagwerker Sorey zijn eigen spel ondergeschikt maakt, ten dienste stelt van de compositie en dus ook van het samenspel. Het trio weet herhaaldelijk spannende momenten te creëren, juist door dit samenspel. Solo's ontbreken dan ook vrijwel.

Eenzelfde manier van werken zien we bij het trio van Vijay Iyer. Zijn muziek, hier vooral afkomstig van het laatste album 'Break Stuff', is ritmischer en melodischer dan die van Sorey, maar ook hier draait het weer om het collectief. In 'Starlings' bereikt het trio er een hoge mate van intensiteit en dramatiek mee: het ragfijne, detailrijke pianospel van Iyer, de warme tonen van Stephan Crumps basspel en het ritmische slagwerk van Marcus Gilmore, het valt allemaal op een perfecte wijze samen.

Sluiten Sorey en Iyer vooral aan op het hedendaags gecomponeerd repertoire, Nik Bärtsch haalt zijn inspiratie voor de Ronin Rhythm Clan vooral uit de wereldmuziek en de psychedelische funk. Maar ook hier is het collectief, als een geoliede machine, aan zet bij het creëren van weelderige meditatieve patronen, die echter even abrupt over kunnen gaan in ruige, zelfs dreigende dynamiek. Met een hoornsectie bestaande uit vier blazers ligt in dit concert de nadruk op het funkelement.

Ook het trio Bugge Wesseltoft, Henrik Schwarz & Dan Berglund zoeken hun inspiratie in andere culturen en elektronica. Dan weer lyrisch, hét handelsmerk van Wesseltoft, dan weer verstild. Soms zelfs zwaar op de hand, vertrouw dat Berglund maar toe, en dan weer ritmisch, soms overdonderend, de techno-achtergrond van Schwarz verradend. Maar net als je denkt op een dansfeest te zijn beland, gooit het trio het roer weer volledig om.

Zaterdag 11 juli
Ook Kris Davis past goed in het rijtje van de Serial Killers. Wellicht nog wel het beste. De muziek die zij gecomponeerd heeft voor haar nieuwe octet Infrasound, te horen op het nieuwe album 'Save Your Breath', geeft regelmatig meer associaties met hedendaagse gecomponeerde muziek dan met wat we traditioneel onder jazz verstaan. De aparte bezetting van dit octet - piano, orgel, gitaar, slagwerk en vier klarinetten - draagt hier zeker aan bij. Sterk harmonische momenten, waarbij het octet klinkt als één instrument, worden afgewisseld met broeierige onrustige momenten, waarbij de inventiviteit van de individuele musici maximaal wordt aangesproken. Vooral de solo's van de blazers zorgen hier voor bijzonder momenten.

Aansluitend is het tijd voor twee concerten van oudgedienden: het Lee Konitz Quartet en het Made In Chicago-project van Jack DeJohnette. Beide concerten vallen tegen, helaas. Konitz gebruikt slechts spaarzaam zijn altsax voor korte solo's - voor meer ontbreekt hem overduidelijk de energie - en kiest er daarentegen voor om hele nummers te scatten. Het is ontroerend om hem zo bezig te zien op zijn zevenentachtigste (!), maar daar is dan ook alles mee gezegd. Goed scatten is een kunst en die beheerst Konitz maar mondjesmaat. Het concert van Jack DeJohnette en de zijnen is een stuk beter, maar kent ook zeker zwakke plekken. Vooral Roscoe Mitchell laat de nodige steken vallen en blaast menige valse noot. Maar bovenal vertilt hij zich aan de veel te lange solo's. Komt het door het feit dat Henry Threadgill er niet bij is? In het originele project dat is vastgelegd op de gelijknamige cd is hij immers de tweede blazer. Nu moet Mitchell het alleen doen en dat is hem duidelijk teveel.

De jaren tellen dus. En dat valt vooral op in vergelijking met het concert van The Bad Plus Joshua Redman, één van de hoogtepunten van dit festival. Zelden was Redman zo goed. Hij voelt zich duidelijk thuis bij dit eigenzinnige pianotrio, dat hem uitdaagt om het onderste uit de kan te halen. Redman neemt die uitdaging met zwier aan en speelt de ene moordende solo na de andere. Maar ook andersom zie je de drie mannen van The Bad Plus - Ethan Iverson, Reid Anderson en David King - genieten. Met diep respect voor elkaars kunnen trekken ze gezamenlijk op, maar geven elkaar ook de ruimte om te excelleren. Vooral de samenwerking Iverson/Redman levert meerdere malen momenten van pure magie, maar ook bij het ritmetandem Anderson/King voelt Redman zich prima op zijn gemak. Zij leggen een perfect tapijt voor Redmans energieke kunsten.

Zondag 12 juli
Rudresh Mahanthappa speelt met zijn kwintet een aantal, bijzonder langgerekte, nummers van zijn laatste album 'Bird Calls', een hommage aan Charlie Parker. Eigen composities, met in alle gevallen een solo van Parker als uitgangspunt. 'Bird Calls' is een perfect voorbeeld van jazz die voortbouwt op de geschiedenis, zonder te vervallen in simpel kopieergedrag. Het album is onlangs uitgeroepen tot album van het jaar door DownBeat en Mahanthappa tot altsaxofonist van het jaar. Het concert maakt duidelijk hoe verdient deze onderscheidingen zijn. Mahanthappa's spel is helder als kristal, krachtig en tegelijkertijd intens gevoelig. Slechts een paar noten zijn genoeg om je kippenvel te bezorgen. Maar ook de manier waarop hij zijn Indiase roots vermengt met de jazz is bewonderenswaardig. Alle lof ook voor trompettist Adam O'Farrill, waaraan hij een perfecte kompaan heeft die zijn muziek volledig begrijpt.

Deze avond brengt ook een Serial Killer van eigen bodem: gitarist Reinier Baas. Hij kreeg de compositieopdracht voor dit jaar en lanceerde met een septet de compositie 'Princess Discombobulatrix'. Of, zoals Baas het zelf zegt, de muziek voor een (nog) niet bestaande opera. Welnu, beeldend is deze compositie zeker en de vier blazers kwetteren er bij tijd en wijle lustig op los op de beat die Baas, drummer Martijn Vink en bassist Clemens van der Feen neerleggen. En Baas zelf laat zich meerdere keren horen in zijn kenmerkende solo's: scherp, ietwat hoekig, maar altijd vol swing en verve.

Bill Frisell en Oran Etkin hebben één ding gemeen: ze halen allebei hun inspiratie uit de volksmuziek. Voor Frisell is dat de muziek uit zijn jeugd. Lees: country, folk en blues. Hij wijdde er een heel album aan: 'Guitar In The Space Age', verwijzend naar de eerste landing op de maan in 1969. De band, met naast Frisell op gitaar Greg Leisz op pedal steel en gitaar, Tony Scherr op bas en Kenny Wollesen op vibrafoon, drums en percussie, brengt een aantal standards vol nostalgie. Naast Frisell, die zijn gitaar laat janken en huilen in alle toonaarden, is het vooral Leisz op pedal steel die bijdraagt aan het specifieke geluid dat zo goed past bij deze muziek. Vernieuwend is het geenszins, maar het speelplezier spat ervan af en ieder nummer klinkt alsof het gisteren geschreven is en dat is meer dan voldoende.

Ook de Amerikaanse klarinettist Oran Etkin ontleent zijn inspiratie aan de volksmuziek. In zijn geval uit zijn roots in Israël en verder uit Indonesië, Japan en China. Hij voelt zich duidelijk wereldburger en incorporeert alle indrukken in een lyrische, dynamische wijze van spelen.

Keerzijde van dit grootse muziekspektakel is dat het toch zo snel voorbij lijkt te gaan. Op maandag rest een voldaan gevoel met een vleugje weemoedigheid.

Louis Obbens maakte fotografische verslagen van North Sea Jazz 2015, die je hier kunt bekijken: vrijdag 10 juli, zaterdag 11 juli en zondag 12 juli.