|
Draai om je oren Jazz en meer - Artikel |
home |
||
|
| |||
|
ZomerJazzFietsTour 2006 In en tussen de buien door werd er op zaterdag 27 augustus door het merendeel van de bezoekers aan de ZomerJazzFietsTour dapper en goed geoutilleerd (regenpakken en regenponcho's) van rustiek kerkje naar middeleeuws kerkje en soms naar een boerenschuur gefietst. Dit jaar was het alweer de twintigste editie van dit uitzonderlijke en kwalitatieve jazzfestival. door Jacques Los, september 2006 Met een goede planning en het beperken van de fietsafstanden is het mogelijk een vijftal sets van ongeveer drie kwartier bij te wonen. Van de 25 concerten worden er dus een twintigtal gemist, waaronder Trevor Watts, Tobias Delius, Sliphorn, Wierbos met Goudsmit en De Boo, Barbaric Trio met Andy Laster en de Jubilee Five – een formatie rondom bas-sist Bert van Erk met onder meer Paul van Kemenade en Franky Douglas. De vijf uitge-zochte en bezochte concerten waren op één uitzondering na goed tot en met uitstekend.
De in de zeventiger jaren regelmatig in Europa verkerende Ameri-kaanse saxofonist Keshevan Maslak oftewel Kenny Millions, die veelvuldig in Nederland speelde en met Misha Mengelberg de geweldige plaat 'Big Time' maakte, opereerde onder de noemer Tech Jazz als eenmans-orkest in de schoppenfabriek (thans een techno-modern ingericht woonhuis) in Aduard. Totaal in het zwart gekleed (pet, zonnebril, jasje, broek en gympen, zij het met witte strepen) en op gesampelde easy funkritmes en een meeklappend publiek, blies Kenny op de tenorsax moderne bluesy licks. Eigenlijk het moderne honken & screamen. Niet als een ouderwetse 'barwalker', maar wel - al spelend - vanuit de fabriek naar buiten en langs de andere kant weer naar binnen. De avant-garde saxofonist van weleer heeft zich gekeerd tot de roots van de jazz, de blues, maar dan wel de hedendaagse moderne blues.
In hetzelfde Feerwerd, maar dan in de schuur van Dick, speelde als aangekondigd één van de aantrekkelijkste livebands van dit moment: Sexmob. De leider Steven Bernstein, een almaar lachende en enthousiaste man, die zeer vaardig met de schuiftrompet kan omgaan, leidt een kwartet dat op een tamelijk aparte, eigenzinnige manier standards en populaire deuntjes speelt. De bezetting is enigszins kaal (geen piano, geen gitaar) en het ontbreekt ook aan welluidende arrangementen. Het kwartet klinkt als de vroegere Ornette Coleman kwartetten. Het verschil is dan wel dat de solistische prestaties van Ornette Coleman & co aanzienlijk beter en interessanter waren dan die van de club van Steven Bernstein. In het bijzonder was het geluid van altist Briggan Kraus zeer iel en zijn grom-mende embouchure sloeg helemaal nergens op (hij moet maar eens goed naar Earl Bostic luisteren). Zijn improvisaties waren niet opbouwend, spannend of interessant en raakten kant noch wal. Kortom, een tegenvallend optreden.
Klik hier voor een fotoverslag van dit festival door Marijke Kruyt. |
|