Draai om je oren
Jazz en meer - Artikelen



home  
    
    
 

Het jazzgehalte van Bert van den Brink

Uitreiking VPRO/Boy Edgar Prijs aan Bert van den Brink, woensdag 11 april 2007, Bimhuis, Amsterdam

door Herbert Noord, april 2007

De toekenning van de VPRO/Boy Edgar Prijs 2007 aan Bert van den Brink riep meteen een vraag op: waarom een jazzprijs - die ten overvloede vernoemd is naar een jazzliefhebber/musicus - toekennen aan een musicus die eigenlijk liever geen jazzmuzikant genoemd wil worden? Deze diepere beweegredenen ontgaan mij ten enenmale.

Woensdag 11 april was het zover, in het Bimhuis werd de prijs uitgereikt aan de winnaar. Ter opluistering van het feestelijke gebeuren had de ontvanger zelf een programma mogen samenstellen. Mooie gelegenheid om het jazzgehalte van Bert te testen.

Eerste constatering: Bert is inderdaad geen jazzmusicus. Geen swing, geen blues, helaas, dan ook geen jazz. Tweede constatering: Bert is een begaafd musicus die zijn muzikale zegje met verve brengt, maar er geen opwindend verhaal van maakt. Iets wat al bleek bij de duetten die Bert aanging met een keur aan musici uit het Nederlandse jazz- en impro-circuit.

Natuurlijk is het een loffelijk streven om vanuit het 'Blaues hinein' te beginnen met spelen. Voorwaarde is wel dat je dan muzikaal wat te vertellen hebt. En juist daar schortte het aan. Het was een reis terug in de tijd naar de zestiger zeventiger jaren, de jaren van de Amerikaanse free jazz, maar ook de jaren van de Nederlandse 'piep-piep-knor'. Berts Nederlandse wortels waren duidelijk en dat ging na vijf minuten behoorlijk vervelen. De opgetrommelde bandgenoten konden daar weinig aan veranderen.

Na de pauze en na de uitreiking van de aan de prijs verbonden sculptuur - met op Berts verzoek een muzikale beschrijving door de aanwezige musici van het kleinnood, wat mij een onmogelijke taak leek en ook zo uitpakte - werd er een interview afgenomen door Vera Vingerhoeds.

Geestig is Bert zeker te noemen en hij had de lachers op zijn hand. Wederom achter de vleugel gezeten, vertolkte Bert een eigen compositie, 'Tristesse' genaamd. Een avond met een lach en een traan, zo'n gevoel. De stemming zat er meteen weer goed in bij het publiek, waarvan de gemiddelde leeftijd ruim boven de vijftig lag. Dat de jazz dood is, hoor je mij niet ontkennen.

Na zijn solo kondigde Bert aan "dat er nu muzikaal geduelleerd ging worden" en betrad gitarist Jesse van Ruller het podium. Het duel bestond eruit dat Jesse in vijven speelde en Bert in drieŽn of omgekeerd, daar wil ik even van af zijn. Dit duel werd niet op het scherp van de snede gestreden en ging bij gebrek aan echt vuur als een nachtkaars uit.

De hierop volgende combinatie van John Engels en Hein van de Geyn was er bijna in geslaagd om Bert in zijn compositie 'For Horace' over de swingstreep te trekken, maar het feestvarken liet het afweten. Je kan dan wel een compositie voor Horace (Silver?) bedenken, maar beter is het naar hem te luisteren en daar had het toch aan ontbroken.

Na deze exercitie nam Bert plaats achter het orgel. Op John na verliet iedereen het podium. Een gewijde stilte daalde neder. Orgels hebben dat effect op in naam seculiere Nederlanders van boven de vijftig. Het publiek hield de adem in, want een week na Pasen waren zij getuige van een heuse wederopstanding. Cor Steyn was tot ons gekomen.

Het orgelgeweld was nauwelijks tot bedaren gekomen of alle aanwezige musici barstten in een laatste oprisping uit. Het werd gevolgd door een ovationeel applaus.

Ik ben benieuwd wie volgend jaar het douceurtje van 12.500 euro's en plastiek in ontvangst mag nemen. Persoonlijk gok ik op Fay Claasen.

Klik hier voor Hans Sirks' fotoverslag van dit concert.