|
Draai om je oren Jazz en meer - Artikel |
home |
||
|
| |||
Het betere leven van Frank Morgan "It's great to be alive," mompelde Frank Morgan in de microfoon. Toen stond hij op en slofte gebogen en nietig naar achter, waar het podium duister was. door Eddy Determeyer, december 2007 Nee, hij voelde zich prima, had hij me in de kleedkamer nog toegevoegd. Tja, die rechterhand en dat rechterbeen werden er door de jaren niet beter op. En hij had last van evenwichtstoornissen, wat hem onzeker maakte bij het traplopen. Maar was dat niet zijn eigen schuld? Had hij na die beroerte niet gebeden of hij alstublieft weer saxofoon mocht spelen? "Dan zou ik een manke poot of zo voor lief nemen." Hij antwoordde me niet, ik kreeg geen ja of nee te horen. "Maar moet je nu zien: ik loop mank, maar ik spéél." Dat vertrouwde hij me tijdens een interview in 2003 toe. Hij woonde weer bij familie in zijn geboorteplaats Minneapolis, zei hij in De Oosterpoort. Dan ga je zeker met Prince spelen, grapte ik, die heeft een zwak voor goeie saxofonisten. Nou nee – hij dacht er eerder over naar Nederland te verhuizen. De liberale, verlichte sfeer hier, ook ten aanzien van drugs, beviel hem wel. Kijk maar uit voor de Nederlandse skunk, waarschuwde ik hem, dat is heel wat anders dan die muzikantenwiet van jullie daar. Om er serieuzer aan toe te voegen dat collega's van hem Nederland wel gebruiken om van daaruit op het hele continent te kunnen werken.
Hij leerde er ook schaken en deed mee aan interpenitentiaire toernooien. En hij kwam collega-altist Art Pepper in de nor tegen, naast Charlie Parker een grote invloed op zijn eigen stijl. In Amerikaanse gevangenissen zitten altijd ruimschoots voldoende goeie muzikanten om er een puike bigband te kunnen formeren. De muziek kreeg Frank met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten. Zijn vader Stanley Morgan was gitarist in het orkest van saxofonist Harlan Leonard. "Van mijn vader heb ik gehoord dat hij wel naast mijn wiegje zat te oefenen. Daar werd ik dan rustig van. Hij vertelde ook altijd dat ik die gitaar wilde vasthouden." Toen hij drie was had hij een eigen gitaartje. Vier jaar later nam pa hem mee naar een optreden van de bigband van pianist Jay McShann. "Toen Bird opstond om zijn eerste solo te spelen keek ik mijn vader aan en zei: 'Het is wel mooi geweest met die gitaar, maar nu wil ik zó'n ding daar'." Senior nam hem in de pauze mee naar de kleedkamer, om mijnheer Bird een handje te geven. Stanley Morgan en Charlie Parker kenden elkaar van de Rockets van Harlan Leonard, waar Parker een blauwe maandag in had gespeeld. Op zijn vijftiende won Frank een talentenjacht, de eerste prijs was een – kortstondig – contract bij vibrafonist Lionel Hampton. 'Little Bird' werd hij wel genoemd. Frank Morgan was een van de vele kleine Birds in die dagen.
De attaque had uiteraard invloed op zijn welsprekendheid op de alt. Maar net als bij pianist Oscar Peterson leek zijn zeggingskracht, zijn soul, er alleen maar bij te hebben gewonnen. Na de exuberante bebop-watervallen voer hij nu op een wijze, brede rivier. Het hectische leven met heroïne en politiegezeik was definitief verleden tijd. "Het verschil met vroeger is dat wat ze ook doen, het mij niet meer zal raken. Ik heb nu een beter leven." Meer weten en zien?
|
|