
Baars/Henneman/Mengelberg - 'Sliptong' (Wig, 2009)
Opname: 2008
'Sliptong', de nieuwste cd van Ab Baars (tenorsax, klarinet, shakuhachi), Ig Henneman (altviool) en Misha Mengelberg (piano), is volstrekt authenthiek, uniek, onnavolgbaar en van groot belang voor iedereen die geïnteresseerd is in de ontwikkelingen van jazz anno nu. Alle composities zijn gedrieën geschreven. Daarmee draagt deze voortreffelijk opgenomen cd (Bimhuis, Micha de Kanter, 8 december 2008) dan ook in belangrijke mate hun DNA. Naast Baars' prominente bijdrage wil ik in een adem de substantiële en beeldbepalende inbreng noemen van Ig Henneman en de hier uiterst 'spaakzame' Misha Mengelberg.
Ab Baars speelt zoals hij gebrild is; stevig, recht door zee, markant, maar vooral zichzelf. Ik ken geen ander die ook maar enigszins met hem te vergelijken is. Alleen die constatering maakt hem voor mij een musicus om in je hart te sluiten. Op een avond dat het Bimhuis gesloten was, nodigden Baars en zijn levenspartner Henneman Misha Mengelberg uit voor een etentje en aansluitend een opname van hun gezamelijke improvisaties. Op het menu dat in de kleedkamer van het Bimhuis werd geserveerd stond sliptong. Het werd de titel voor deze cd.
Ongekend en ongehoord is Mengelbergs frisse, avontuurlijke en jeugdige spel hier. Je beluistert de onbevangenheid en onbekommerdheid van het spelen op het podium van een verlaten Bimhuis. Je hoort de rondwarende vibe van deze muziektempel, waar in het nog korte bestaan ervan al zoveel onvergetelijks plaatsvond. Deze opname is een schitterend bewijs van hoe deze avond alles op zijn plek viel. Baars, die al vele jaren deel uitmaakt van het ICP Orkest, speelt hier met een van de grondleggers ervan. En in elke gespeelde noot of interactie hoor je op deze compilatie van 43 minuten van dit creatieve avontuur respect voor deze eminence grise van de avant-garde jazz in Nederland. Anderzijds geeft ook Mengelberg het beste van zichzelf retour. Het resultaat is een hoogtepunt in de catogerie hedendaagse jazz in Nederland.
Meer weten?
Lees hier de liner notes van dit album, geschreven door de Amerikaanse journalist Kevin Whitehead.(Cees van de Ven, 7.6.09) - [print]
- [naar boven]

Respect voor de jazztraditie... of toch niet?
Ben Sluijs Quintet: The Unplayables, maandag 19 januari 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven
Ben Sluijs (altsax, fluit), Jeroen Van Herzeele (tenorsax), Erik Vermeulen (piano), Manolo Cabras (bas), Marek Patrman (drums): daar moesten de aanwezigen in café Wilhelmina het mee doen vanavond. Het bleek ruimschoots voldoende! Er werd gespeeld in de traditie van de hardbop, maar toch ook weer niet. Er werd gespeeld in het freejazz-idioom, maar toch ook weer niet. Respect voor de harmonische en melodische jazztraditie was er wel, maar ook vaak niet. Spannend, fascinerend en beroerend: dat is wat het was. Het Ben Sluijs/Jeroen Van Herzeele kwartet werd uitgebreid met pianist Erik Vermeulen, die eerder met Sluijs samenspeelde op de cd 'Stones'.
Het was opvallend hoe het kwintet erin slaagde het doorzicht te behouden. Ook in heftige passages bleven het groepsgeluid en de individuele instrumentalisten haarfijn verstaanbaar. Muzikale verrassingen waren er te over, zoals in 'Odd Flute Playing'. En wat een schoonheid viel er te genieten onder zo'n 'onnozel' fluitriffje! In het in medium tempo gespeelde 'Major Step' doseerde Vermeulen doeltreffent tussenpel, terwijl Sluijs en Van Herzeele eerst unisono en later op eigen kompas op impro-avontuur gingen. Geruggensteund door stuwend en inspirerend walking-bass spel in dubbel tempo van Cabras en 'in-de-roos-spel' van Patrman.
Alle composities waren van topkwaliteit en iedereen kon er perfect mee uit de voeten. Er zaten aansprekende melodische stukken bij, niet nafluitbaar vanwege de atonale harmonieën en vlijmscherpe dissonanten. Maar ondanks deze aanstekelijke dwarsliggerij werden hart en ziel geraakt. Het kwartet rond Ben Sluijs en Erik Vermeulen heeft lak aan de structuur en de begaanbaarheid van de weg van het avontuur die zij begingen. Zij zetten de omstandigheden daadkrachtig en overtuigend naar hun hand. Geen kunst met zulke voortreffelijke musici. Vanavond musiceerde men niet op kasseien maar op zoab zonder geluidsreductie, waarbij onderweg veel te genieten viel.
Sluijs, Van Herzeele en Vermeulen waren enerzijds weerbarstig, dwars en onvoorspelbaar en op andere momenten plooibaar, meegaand, coöperatief en welluidend, maar pertinent nooit vrijblijvend. Hun spel was intimistisch, extrovert, maar vooral creatief en indringend. Maar ook de eminente en solide ritmetandem werd op waarde geschat. Dit duo stelde de drie melodie-instrumentalisten immers in staat zich maximaal en uiterst comfortabel te exposeren. In hun ruim toebedeelde soloruimte getuigden ook zij overduidelijk van hun grote muzikale statuur met ideeënrijke improvisaties.
De avond werd besloten met 'Where Is The Joy'. Een wat overbodige, infantiele vraag. Het publiek hoefde na zoveel speelplezier immers niet naar het antwoord te gissen.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
(Cees van de Ven, 6.6.09) - [print]
- [naar boven]
Interview Bert van den Brink
In 2007 won pianist, componist, arrangeur, docent en producent Bert van den Brink de VPRO/Boy Edgar Prijs. 'Zijn spel is direct herkenbaar, iets wat alleen de groten in de jazz weten te bereiken. Qua spel herkenbaar, qua stijl onherkenbaar: weinigen kunnen zich muzikaal zo als een kameleon tonen, zonder aan karakter en zeggingskracht in te boeten. Van den Brink soleert niet vanuit een bepaalde stijl, maar vanuit de melodie. Altijd op zoek naar die ene noot die kan worden weggelaten.' Lovende typeringen in het juryrapport ter motivatie van de toekenning van de prijs.
"Ik wil wel mensen raken met mijn muziek, maar ik doe het er niet om. Ik heb geleerd dat wanneer het mij emotioneert, het ook voor anderen emotioneel is. Het moet vanuit de muziek gebeuren. Ik vind ook dat er veel te veel effectbejagmuziek is. Er is te veel show en tamtam om de muziek heen. Ik hou heel erg van de wat oudere klassieke opnames en denk dan: wat is dit universeel, wat is dit waar! Bijna mediamiek. Dat raakt me toch het hardst."
Donata van de Ven had een interview met deze bijzondere pianist. Klik hier om het te lezen.
(Maarten van de Ven, 6.6.09) - [print]
- [naar boven]

De geest van avontuur
Diederik Rijpstra Kwartet, zondag 24 mei 2009, De Badcuyp, Amsterdam
Diederik Rijpstra, Nederlands componist en trompettist, begon op zijn negende met trompetlessen bij Paul Poulissen. Later studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam. Dit jaar rondde hij zijn studie met een masters degree af. Hij deed veel ervaring op met het Gideon van Gelder Kwartet, pianist Jonathan Batiste en regelmatige optredens met zijn band Quincey. Verder hield hij zich voor een half jaar in Italië bezig met compositieleer en het verder ontwikkelen van zijn eigen mogelijkheden. Onder eigen regie creëert hij diverse ensembles met afwisselende bezetting, waar met name vrije improvisatie en muzikale contrasten op de voorgrond staan. Rijpstra is sowieso door spontaniteit en flexibiliteit gekenmerkt.
Op zoek naar nieuwe muzikale mogelijkheden en uitdagingen trad hij in de Badcuyp aan met een nieuw project: een kwartet met pianist Dimitar Bodurov, bassist Johannes Felscher en drummer Bob Roos. De Bulgaarse Dimitar Bodurov heeft al naam gemaakt voor zichzelf. Zijn samenwerking met zangeres Margriet Sjoerdsma en zijn succes bij de Young Pianist Foundation Jazz Competition, die hij in 2007 won, hebben daar zeker aan bijgedragen. Johannes Felscher is een veelgevraagd bassist, die onder meer speelt in het Amsterdam Jazz Orchestra en het Anne Guus Teerhuis Trio. Met het Jonas Ganzenmüller Kwartet wist hij dit jaar de finale van de eerste editie van de Keep an Eye Jazz Award van het Conservatorium van Amsterdam te bereiken. Bob Roos is op verschillende internationale jazzfestivals te horen, bijvoorbeeld met de Marzio Scholten Group op The Hague Jazz, IJAZZ en het North Sea Jazz Festival.
Voor een kleine groep van nieuwsgierige luisteraars bracht het Diederik Rijpstra Kwartet een fris, onderhoudend en spannend concert met eigen repertoire. Hoewel de muzikanten professioneel op elkaar waren ingespeeld, was de geest van avontuur voortdurend voelbaar. Er werd prachtig geïmproviseerd met een open natuurlijkheid. Mooi ook dat Rijpstra's jarenlange muzikale metgezel saxofonist Floris van der Vlugt tijdens dit concert spontaan een gedeelte meespeelde, tussen zijn andere verplichtingen door. De twee muzikanten, die elkaar goed kennen en harmoniëren, lieten hun individuele artisticiteit de vrije loop en daagden elkaar uit tot een topprestatie.
Ontroerend was het duet van Rijpstra met Bodurov. De ernstige, kalme intonatie van de pianist, die plotseling omsloeg in swingend spel, leidde tot een mooi contrast met het improviserende en energieke spel van de trompettist. Die tegenstelling toonde de authenticiteit en originaliteit van twee muzikanten die elkaar veel te bieden hebben. De hoge mate van interactie gold ook voor de bassist en de drummer, die vanuit hun begeleidende rol steeds uitgenodigd werden om buitengewoon terrein te betreden.
Een impressie overigens, die voor het hele concert en het kwartet gold. Men schrok niet terug van wrijving en vrije geluiden; hier lag de nadruk niet uitsluitend op harmonie. Veel meer was er sprake van een onconventionele brug tussen traditionele en moderne muziek, humor en melancholie, vitaliteit en fijngevoeligheid.
Diederik Rijpstra is nog steeds zoekende naar muzikale formaties en nieuwe uitdagingen. Zijn muzikale indentiteit heeft hij echter al gevonden.
(Sabine Fleig, 5.6.09) - [print]
- [naar boven]

Young VIPs tussen lopen en vliegen
Young VIP Tournee met The Black Napkins & The Blazin' Quartet, maandag 25 mei 2009, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven.
Het idee achter de jaarlijkse Young VIP Tournee is sympathiek. Twee jonge jazzgroepen krijgen de gelegenheid om in dubbelconcerten diverse Nederlandse podia aan te doen. Hoe plezierig het ook is om met twee relatief onbekende bands kennis te maken, het is een andere zaak of de muziek van voor tot achter de moeite waard is. Dat gold voor zowel The Black Napkins als The Blazin' Quartet, die maandag optraden bij Jazzpower in Wilhelmina.
The Black Napkins, het trio van de Eindhovense trompettiste Sanne van Hek, gitarist Jasper Stadhouders en drummer Gerri Jaeger, speelde met zichtbaar plezier. De laatste twee ontregelden de muziek met verrassende invallen. Ze musiceerden alsof ze bij het afdalen van een heuvel over een steentje gestruikeld waren en het enige wat erop zat was hollen en springen om niet onderuit te gaan. Jaeger schakelde van een wilde swing naar trage, loodzware rock, en door naar klappen waar elke ritmische richting aan ontbrak. Stadhouders maakte veelvuldig gebruik van samples van zijn eigen spel. Hij bewerkte zijn gitaar met omwoelde trommelstokken, met een ontbijtmes; was de ene keer ruig, maar kon even zo vrolijk betoverend ijzige klanken voortbrengen. Van Hek beperkte zich tot melodisch spel, waar weinig reliëf en verrassing in zat. Aanvankelijk was haar kalmerende invloed prettig, maar gaandeweg ging je verlangen naar een breder palet, naar invallen waarmee ze de muziek kon laten vliegen. Nu hield ze de zaak veilig aan de grond.
The Blazin' Quartet was op zijn best buiten de oevers van het jazzidioom. Met drie leden uit het voormalige Joegoslavië sprongen Balkaninvloeden in het oog, met name in de ritmes die drummer Srdjan Ivanovic uit zijn kit klopte. Saxofonist/klarinettist Alex Simu en bassist Mihail Ivanov deden daar in hun melodievorming nog wat schepjes bovenop. Maar zodra ze vanuit die basis gingen soleren werd het ineens doorsnee jazz. Goed gespeeld, maar weinig opzienbarend.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.
(René van Peer, 3.6.09) - [print]
- [naar boven]
The Jazztube #41
Billie Holiday - 'Fine And Mellow'
Het is moeilijk de waarheid te achterhalen rond Billie Holiday. Er zijn tientallen lezingen over verkrachtingen, afkomst, tippelpraktijken, drank- en drugsgebruik. Haar autobiografie wordt soms voor onbetrouwbaar versleten, hetgeen het allemaal nog lastiger maakt. Zelfs haar precieze geboortejaar 1915 wordt tegenwoordig nog wel eens aangevochten. Zo blijft er van de waarheid weinig over. Maar wat maakt het uit? Dat ze een onaangenaam leven leed, lijkt vast te staan. Drank, drugs, verkrachtingen; wat maakt het dan uit op welke dag in welk jaar dit gebeurde? Niets. Bezopen is bezopen. Dood is dood. Leuk is anders.
Er waren natuurlijk ook mooie momenten. Welke zou ik mij niet voor de geest kunnen halen, maar ze moeten er zijn. Ik zou het willen uitzoeken met een tijdmachine, zodat ook het geluk van Billie Holiday voor het nageslacht kan worden vastgelegd. Met een camera zou ik achter haar aan willen lopen en minstens eenmaal haar sensuele glimlach willen vangen. De glimlach waarmee ze een tijd lang haar klanten lokte.
Tot geluk van de mensheid bestaat er zo'n opname. In 1957 werd Holiday uitgenodigd voor een optreden in het tv-programma 'The Sound Of Jazz', samen met een groep muzikanten die niets minder is dan een wie-is-wie van de swing, met onder meer Coleman Hawkins, Ben Webster, Roy Eldridge, Milt Hinton, Mal Waldron en bovenal Lester Young, de man die de bijnaam Lady Day bedacht. Als wederdienst verzon Holiday 'Prez' - een afkorting voor President, omdat alle adellijke titels al bezet waren - voor Young. Dit was de basis voor een vriendschap tussen de schijnbaar stoere Holiday en de intens kwetsbare Young, die terug te horen is op hun samenwerkingen.
De charme van deze Jazztube zit dan ook in de reactie van Holiday op Youngs solo. Ze knikt, schudt, grijnst en lijkt oprecht aangedaan te zijn. Het lijkt alsof ze troost vindt in de extreem simpele zinnetjes die Young uit zijn saxofoon zucht. Ze kijkt bijna als een verliefd meisje die een roos met een briefje op haar kussen vindt. Later in het fragment is die blik verdwenen. Die tijdens de solo van Coleman Hawkins verraadt eerder bewondering, terwijl de blik naar Gerry Mulligan er meer één van een trotse moeder is.
Nergens anders heb ik haar zo zien kijken. Ze was misschien wel gelukkig, die twaalf maten lang.(Sybren Renema, 2.6.09) - [print]
- [naar boven]

Volkse impro en een stem uit het verleden
De Drie Dagen, vrijdag 22 & zaterdag 23 mei 2009, Grand Theatre, Groningen
Zeg nou zelf, een bandje waarvan de leden diezelfde dag met elkaar kennis hebben gemaakt, daar geef je toch geen cent voor? Nee. Behalve wanneer het gaat om stemkunstenaar Han Buhrs, trombonist Johannes Bauer en percussionist Alan Purves, oftewel Gut 3. Hun optreden in het Grand Theatre had het frisse van een eerste ontmoeting en werd bijeengehouden door humor en een fenomenaal vermogen om stante pede op elkaar te reageren en te anticiperen. "Ik houd mijn hart vast / Knijp er goed in / Kijken wat er uitkomt," zingt Buhrs en Purves, die een compleet Intertoys-filiaal heeft leeggeroofd, stopt piepende speeltjes onder zijn oksels en speelt tegelijkertijd op kwakende balgjes en zeurende neusfluitjes. Bauer probeert intussen de gekte te bezweren met bescheiden danspasjes, abstract Unterweltgegrom, toonladders met twee sporten en royaal bemeten klankvelden.
Dat alle drie de kunstenaars schizotrekjes vertonen, zal niemand verbazen. Buhrs verenigt Drs. P. en Howlin' Wolf in zich, Purves herbergt Zero Mostel en Popeye's maat Wimpy en Bauer zit vanzelfsprekend ergens halverwege Konrad en Franz. Structuur wordt verkregen door herhalingen - tekstueel en ritmisch – en door verdomd goed naar elkaar te luisteren.
Voor de structuur bij Ronin, het geesteskind van pianist Nik Bärtsch, zou je het best een fabriek kunnen visualiseren, een ouderwetse, van vóór de hinderwet. Zo'n suikerfabriek als van Hugo Claus. Dan loop je langs het donderend gebonk en geraas van de bieten in hun schoonmaakgoot, het gestamp van de bietenvermorzelaars, het rangeerterrein waar Heinrich met zijn kop ('krak') voor het wiel van de wagon terechtkwam. Trancemuziek met dieptebommen, zo werkt deze minimal rock uit Zürich. 'Louis Andriessen' staat er op mijn papiertje. Hard-edge volksmuziek is het zelfs, hier en daar.
Het volkse schemerde nog duidelijker door bij het Oostenrijkse Wumm! Zack! van altsaxofonist Max Nagl. Achter elke Alp lokte Salzkammergut. Deels had dat ook te maken met de frontlinie van twee alten, wier samenspel soms een hoornachtige kwaliteit aannam. Waar de leider een rechte toon produceerde, zorgde Clemens Salerny voor de rafels. Het vierspan Wumm! Zack! opereerde duidelijk als een orkest waarvoor Nagl stukken heeft geschreven met dermate grote en scherpe contrasten, dat het leek alsof er een rigoureuze cut-up methode is toegepast.
Electric Barbarian uit Groningen zelf heeft het werk van Langston Hughes, de grote Harlem Renaissance-dichter, verknipt. Hughes was, met Sterling Brown, de meest jazzy van de Harlem-poëten uit de jaren twintig. Opmerkelijk genoeg is bassist Floris Vermeulen, de leider en componist van Electric Barbarian, niet de eerste die zich heeft laten inspireren door Hughes. Diens tijdgenoot Hall Johnson, altviolist en koorleider in Harlem, zette 'Mother To Son' tachtig jaar geleden al eens op muziek. Naar mijn smaak kwam de dichter er een beetje bekaaid af. Uit de registraties van zijn readings weten we dat Hughes een fraaie, jazzy voordracht had - daar had meer mee gedaan kunnen worden. Nu werden de flarden van zijn stem, gescratcht door DJ Irie, vaak verzwolgen door de instrumentale golven voor ze hun werk hadden kunnen doen.
The Ghost Of Langston Hughes was een bezonken, elegisch werk waarin trompettist Bart Maris de link was naar 'Bitches Brew' van Miles Davis, een van de vorige projecten van Vermeulen. De toevoeging van het Belgische Kaas Strijkkwartet gaf een puntige, levendige toets aan het geheel.
(Eddy Determeyer, 1.6.09) - [print]
- [naar boven]

Column Jo Dautzenberg
The Hague Jazz... pizza...
"Eric Vloeimans begeeft zich naar het podium, de grote George Duke heeft net zijn keyboard gemold, de tent plichtmatig op stelten gezet, en vertelt in een diepte-interview dat hij meteen doorreist naar Parijs. Een meisje in een gestreept kermispakje loopt rond met een mandje en verkoopt broodjes kip. Het programma is zeer divers. Boris toont wat ie kan, trekt een bomvolle zaal, net overigens als Sabrina Star, die klinkt als een klok, maar zich vertilt aan de lengte van haar ballade."
Jo Dautzenberg bezocht vorig weekend The Hague Jazz in het Haagse congrescentrum. "Een stukje cross-over, een stukje jazz, een stukje 'van alles'. Eigenlijk is het als bij de pizza; de bodem kenmerkt een pizza, wat je er ook opgooit, als de bodem maar goed is." Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.
(Maarten van de Ven, 1.6.09) - [print]
- [naar boven]

Fotoverslagen The Hague Jazz 2009
Ibrahim Malouf, Yuri Honing Trio, Hugh Masekela, Michiel Borstlap Eldorado, Hugh Masekela, Sanna van Vliet, George Duke, Dizzy Gillespie Allstars featuring James Moody & Slide Hampton, Bennink Borstlap Glerum, Geri Allen Trio, Wolfert Brederode & Joost Lijbaart, Dave Holland Quintet en Jasper van 't Hof: zomaar een greep uit het programma van het festival The Hague Jazz, dat dit jaar plaatsvond op vrijdag 22 en zaterdag 23 mei.
Maarten Jan Rieder en Fred van Wulften bezochten het Haagse festival. Bekijk hier en hier hun fotografische impressies.
(Maarten van de Ven, 1.6.09) - [print]
- [naar boven]
Lees verder in het archief...