
Satoko Fujii Trio - 'Trace A River' (Libra, 2008)
'Trace A River', het titelnummer van deze cd, wordt geopend door Mark Dresser met een hoge arco bas, bedachtzaam broedend, met spaarzame pianoakkoorden van Satoko Fujii en zachte accentueringen door drummer Jim Black. Dan slaat de langzaam kabbelende flow om in een vloedgolf van heftige akkoorden en percussieve kracht, waarbij Dresser de aandacht naar zich toetrekt met een snelle pizzicatto solo, zonder de allesverzengende rivier te stoppen, terwijl Fujii in volle kracht de spanning weer opbouwt met een interessant georkestreerd en onverwacht unisono thema. Black volgt daarop solo met een percussieve waterval, waarna de rust en schoonheid wederkeert. De stroming heeft vlakker landschap bereikt en leidt tot een verbluffende arco solo van Dresser. Deze vloeit over in een langzaam, prachtig repetitief klagend thema, dat wordt ondersteund door strak ritmische uptempo percussie, terwijl Fujii zich beperkt tot enkele spaarzame piano-akkoorden. Expressief en indrukwekkend.
In 'A Maze Of Alleys' begint de piano met een geestdriftig jazzy Mozartiaans thema, dat even later opeens in elkaar stort - alsof het met piano en al de trap afdondert, bij het neerkomen hard in aanraking komt met de muur, maar zich vervolgens herpakt en doorgaat alsof er niets gebeurd is. Je ziet het voor je hoe de tune zijn weg vindt door het doolhof, draaiend en kerend, tegen dingen aanbotsend, aarzelend. Even vertragend, om vervolgens weer snelheid te krijgen als de uitgang in zicht lijkt te komen. Leuk en slim gedaan. Het is zacht én hard, het is serieus, maar ook weer niet. Het daaropvolgende 'Day After Tomorrow' is een stuk voor solopiano: zacht, gevoelig en sereen. In een woord geweldig.
Satoko Fujii bezit onmiskenbaar een eigen stijl, vol met onverwachte dynamiek, twists and turns en een sterk melodische en structurele aanpak, die desondanks toch doordrenkt blijft van improvisatie. Zo is 'Take Right' een showcase voor haar sterk ontwikkelde gevoel voor ritme en veranderingen daarin.
Het is echt jammer dat het Satoko Fujii Trio slechts eens per zoveel jaar een nieuw album maakt; dit is pas de vierde release sinds 1997. Het samenspel tussen deze drie muzikanten is excellent en vol van verrassingen. De mengeling van fijngevoelige impressionistische momenten, harde accenten, expressionistische diepte en kracht is ongewoon, maar werkt perfect.
Meer zien, horen en weten?
Maandagavond 9 februari speelt Satoko Fujii's Ma-Do op uitnodiging van stichting Jazzpower in café Wilhelmina te Eindhoven. De Japanse pianiste treedt daar aan met haar nieuwe kwartet, bestaande uit echtgenoot/trompettist Natuski Tamura, bassist Norikatsu Koreyasu en drummer Akira Horikoshi. Klik hier voor meer informatie.(Stef Gijssels, 7.2.09) - [print]
- [naar boven]

Nominaties Deloitte Jazz Award 2009 bekend
Saxofoniste Marike van Dijk, pianiste Kaja Draksler, bassist Clemens van der Feen, hoornist Morris Kliphuis, gitarist Marzio Scholten en trompettist Rob van de Wouw zijn genomineerd voor deelname aan de Deloitte Jazz Award 2009. Dit heeft de jury bekendgemaakt. Zij spelen op dinsdag 3 maart een voorronde in Comedy/Jazzclub Toomler in Amsterdam, waarin drie kandidaten geselecteerd worden om op woensdag 8 april een finaleronde te spelen in het Bimhuis. De uiteindelijke winnaar ontvangt een geldprijs van 20.000 euro, de andere twee finalisten krijgen een stimulansprijs van 2.500 euro.
In de voorronde en de finale spelen de kandidaten met een ritmesectie onder leiding van bassist en voormalig Deloitte Jazz Award-winnaar Stefan Lievestro. De presentatie is in handen van Wilfried de Jong. De vakjury bestaat uit Benjamin Herman (musicus), Amanda Kuyper (journalist, recensent), Jan Menu (musicus, producer), Jacobien Tamsma (impresario) en Bert Vuijsje (journalist, recensent) en wordt voorgezeten door Rutger Hafkenscheid (Deloitte).
De Deloitte Jazz Award, de grootste Nederlandse aanmoedigingsprijs voor jazzmusici, is een initiatief van Deloitte. De prijs wordt evenals de twee stimulansprijzen ter beschikking gesteld met als doel een bijdrage te leveren aan de verdere beroepsontwikkeling. Eerdere winnaars waren Oene van Geel (2002), David Kweksilber (2003), Joris Roelofs (2004), Stefan Lievestro (2005), Jeffrey Bruinsma (2006), Ben van Gelder (2007) en Michal Vanoucek (2008). Kijk ook op ons overzicht Nederlandse jazzprijzen.
(Maarten van de Ven, 6.2.09) - [print]
- [naar boven]

Overtuigend eerbetoon aan Gerry Mulligan
Jan Menu Quartet, maandag 2 februari 2009, Old Quarter, Amsterdam
Het is alweer bijna twaalf jaar geleden dat baritonsaxofonist Gerry Mulligan op 68-jarige leeftijd overleed. Programmeur Paul Lehwald van de Old Quarter in hartje Amsterdam moet gedacht hebben dat dit een mooi moment was om onder het motto 'Mulligan Moods' het kwartet van onze eigen baritonreus Jan Menu uit te nodigen. Die trad aan met contrabassist Clemens van der Feen (ook actief in het Concertgebouworkest), gitarist Jesse van Ruller en drummer Joost van Schaik.
De sfeervolle Old Quarter was afgeladen met publiek, en dat voor een koude en gure maandagavond. Met het openingsstuk 'Festive Minor' werd direct de bekende melodieuze Mulligan-sfeer opgeroepen. Het thema werd ingetogen melodieus ingezet met subtiel brusheswerk van Joost van Schaik en ingekleurde accenten door Jesse van Ruller en Clemens van der Feen. Eigenlijk zou deze toonzetting gedurende het gehele concert zo gehanteerd blijven; een vaak melodieus en ingetogen spelende Jan Menu - al kon hij ook explosief voor de dag komen - met soepele en vakkundig opgebouwde overgenomen solo's van de overige kwartetleden.
De regelmatig gespeelde unisono-passages tussen bartitonsaxofoon en gitaar waren echt wonderschoon en leverden terecht applaus op. Stukken als 'Night Lights', 'Flash' (met een mooi arrangement van Van Ruller), 'Ontet' (gebaseerd op 'Godchild'), 'Tell Me When' en 'Walking Shoes' vulden de eerste set.
Opnieuw was deze avond vast te stellen dat wij in Nederland beschikken over opvallend goede jazzmusici. Het Jan Menu Quartet speelde de vaak moeilijke passages uiterst geconcentreerd, maar toch relaxed, en wist aan de vertolkte Mulligan-stukken een geheel eigen dimensie toe te voegen. Het gevolg was dan ook, dat het vaak luidruchtig aanwezige publiek nu erg geďnspireerd aan het luisteren sloeg, wat de ambiance uiteraard ten goede kwam.
De tweede set bestaat in de Old Quarter steevast uit een jamsessie, die altijd wordt ingezet door de uitgenodigde groep. Zo ook deze avond. Het openingsstuk was 'Bernie’s Tune', in een uitermate origineel arrangement. De jamsession kreeg een bruisend vervolg, dat tot in de kleine uurtjes voortduurde. Een avond van grote klasse.
(Rolf Polak, 6.2.09) - [print]
- [naar boven]

Petitie 'Red De Werf!'
Kunstencentrum De Werf in Brugge heeft met verontwaardiging kennis genomen van een pre-advies van de beoordelingscommissie Kunstencentra, waarin het centrum een onvoldoende kreeg voor zijn voorstel voor de subsidieronde 2010-2012. 'Te weinig vernieuwend' en 'jazz heeft niet meer de speerpuntfunctie van weleer', oordeelt de commissie.
Het uiteindelijke advies van de beoordelingscommissie gaat naar de minister van Cultuur, die daarna beslist of De Werf nog subsidie krijgt. Het gaat om een bedrag van 1 miljoen euro. Als de minister het definitieve advies volgt, kan De Werf de deuren sluiten. Maar zo ver is het nog niet, want De Werf is een petitieactie gestart.
De Werf in Brugge is een begrip voor wie van jazz en theater houdt. Al ruim 20 jaar passeren hier wereldsterren en is het kindertheaterfestival Jonge Snaken een voltreffer. Andere unieke concepten van De Werf zijn Jazz Brugge, het cd-label W.E.R.F. en de Flemish Jazz Meeting. Al deze activiteiten zorgen jaarlijks voor zo'n 10.000 bezoekers. Desondanks geeft de beoordelingscommissie die advies uitbrengt aan de minister De Werf een onvoldoende; zo zou het centrum te weinig innovatief en te weinig dynamisch zijn.
Vanuit een diepe verontwaardiging start De Werf nu een petitieactie op hun website. De Werf heeft nu tien dagen de tijd om in het verweer te gaan. Daarna volgt een definitief advies. Of de minister het uiteindelijke advies zal volgen is nu de vraag. Het antwoord volgt eind april.
Meer weten?
Lees hier ons verslag van een bezoek aan een concert van Trio BraamDeJoodeVatcher in De Werf in oktober 2004.
(Maarten van de Ven, 6.2.09) - [print]
- [naar boven]
70-Jarig jubileum van Blue Note van start gegaan
Met een geweldig feest in het Lincoln Centre te New York is dinsdag 27 januari een aftrap gegeven voor een waar Blue Note-jaar.
Het legendarische jazzlabel startte in 1939 en bleek al snel de graadmeter van de beste jazz te zijn. De gloriejaren waren de jaren vijftig en zestig, waarin waanzinnig veel klassieke jazzopnamen werden vastgelegd. John Coltrane, Art Blakey, Herbie Hancock en ook Horace Silver en Grant Green maakten gedurende die jaren legendarische opnamen voor Blue Note. Met een dip in de jaren zeventig werd halverwege de jaren tachtig een mooie doorstart gemaakt. Onverwacht groot succes werd er vervolgens rond de eeuwwisseling gescoord met Norah Jones. Niet zo zeer een jazzartiest, maar juist een opvallende singer-songwriter met een fraaie jazzy stem bracht het label terug aan de top.
Het jazzlabel werd in 1939 gestart door Alfred Lion en kreeg niet alleen door de geweldige opnamen maar ook door het opvallende artwork grote bekendheid. De platenhoezen en de naam Blue Note daarop bleken alleen al garant te staan voor aanschaf. Hoezen die werden ontworpen door de vermaarde Reid Miles. Diep betrokken bij het platenlabel was ook geluidstechnicus/producer Rudy Van Gelder. Hij ontving alle grote jazzhelden in zijn huisstudio in New Jersey en maakte daar de grote jazzalbums. Ontelbare opnamen hebben daar plaatsgevonden. Van Miles Davis tot aan John Coltrane.
Op het feest wat afgelopen dinsdag in het Jazz in Lincoln Centre in New York werd gegeven, werden beide mannen gelauwerd. De vaak als mensenschuw omschreven Rudy Van Gelder, die de laatste jaren druk is met het remasteren van de oude opnamen uit zijn eigen opnamestudio, was op de avond aanwezig en werd uitgebreid in het zonnetje gezet.
Naast de vele Blue Note-artiesten die op het feest aanwezig waren, werden ook Michael Cuscuna en Bruce Lundvall met lof overladen. En zeer terecht. Lundvall was de belangrijke man die, overgekomen van de jazzafdeling van Columbia, halverwege de jaren tachtig het doodgewaande Blue Note met de zeer belangrijke hulp van producer Cuscuna van nieuw elan voorzag. Artiesten als Cassandra Wilson, Joe Lavano, Terence Blanchard en Norah Jones kregen via hen onderdak bij het label.
Het feest was niet alleen een huldigingfeest, want muzikaal was als verrassing saxofonist Lou Donaldson met zijn kwartet aanwezig. Een heerlijke set voorzag het feest van nog meer sfeer. Helemaal toen ook Dr. Lonnie Liston Smith achter de keyboards plaats nam. Donaldson nam in het verleden vele albums op voor Blue Note en is met zijn 82 jaar nog steeds in topvorm.
Het feest was tevens de opening van een heel bijzonder Blue Note-jaar. Niet alleen in New York maar wereldwijd zullen er vele speciale Blue Note-concerten gaan plaatsvinden. Daarnaast zullen er vele oude opnamen opnieuw worden uitgebracht. Daaronder een flinke trits aan door Rudy Van Gelder opnieuw onder handen genomen albums. Ook vinylversies van die albums zullen weer voorradig zijn. Op de diverse jazzfestivals over de wereld zullen dit jaar ook speciale Blue Note-avonden worden ingeruimd.
Dit artikel verscheen eerder op NU.nl
(Dick Hovenga, 5.2.09) - [print]
- [naar boven]
Interview Ernst Glerum
"Juist nu valt alles op zijn plaats in mijn loopbaan. Ik heb door al die samenwerkingen zoveel kennis verzameld, dat ik nu een realistische klankvoorstelling heb van wat ik nog wil maken en onderzoeken."
Bassist, pianist en componist Ernst Glerum is de winnaar van de VPRO/Boy Edgarprijs 2009. Zijn empathische on-top basspel en volle sound siert menig jazz-cd, en hij is regelmatig op een podium in den lande te bewonderen.
Maartje den Breejen had een interview met deze opmerkelijke bassist. Klik hier om het te lezen.
Met dank aan De Gelderlander, waarin het interview eerder verscheen
Meer weten?
Lees ons bericht 'VPRO/Boy Edgar Prijs 2009 voor Ernst Glerum'.
(Maarten van de Ven, 4.2.09) - [print]
- [naar boven]

Talking Cows – 'Dairy Tales' (Morvin Records, 2008)
Hun debuut-cd 'Bovinity' was al een zeer aangename kennismaking met de Talking Cows, een kwartet dat zijn inspiratie haalt uit de sprankelende Amerikaanse jazz van de jaren vijftig en zestig, maar dan wel bekeken door een Nederlandse impro-bril: het viertal speelt met open vizier, frank en vrij. 'Muziek voor hoofd en hart' noemen ze het zelf, waarmee ze de spreekwoordelijke spijker op de kop slaan, want het is precies in die regionen dat de Cows toeslaan.
Op de eind vorig jaar verschenen opvolger 'Dairy Tales' vallen alle puzzelstukjes samen in een even kleurrijk als coherent geheel. Luisterend naar deze cd zou je bijna niet zeggen dat die is samengesteld uit opnamen van vier verschillende locaties en dito tijdstippen - een teken dat de Talking Cows hun niche hebben gevonden. Nederjazz van grote klasse, catchy like hell, met dank aan de composities - voornamelijk afkomstig van saxofonist Frans Vermeerssen en pianist Robert Jan Vermeulen - die zijn gebaseerd op sterke melodische cues.
In dat licht bezien is het niet zo vreemd dat her en der op het album echo's van Thelonious Monk, Herbie Nichols en Misha Mengelberg weerklinken in het spel van Vermeulen, al geeft hij daar een eigen draai aan. Zijn pianospel is helder en trefzeker; een stortvloed aan noten heeft hij niet nodig om zijn punt te maken. Drummer Yonga Sun en bassist Dion Nijland vormen een hechte, empathische twee-eenheid, die alle nummers voorzien van een aangename, vaak zeer swingende basis.
Vermeerssen klinkt heerlijk diep op zijn tenor, zijn klank is alomvattend; hij trekt de luisteraar naar zich toe, of zijn toon nu emotierijk en berouwvol is - zoals in het bluesy 'Hellaluiah!' of het spirituele 'Answered Prayers' - of knorrend en schurend - zoals in 'For Dewey', opgedragen aan wijlen saxofonist en free-jazz prominent Dewey Redman. Het thema van dat nummer is fascinerend, door de samensmelting van het uptempo ritme van bas en drums met de vrije en langzamere eigen weg die sax en piano bewandelen.
De variatie in stijlen en sferen, kenmerkend voor de negen tracks van 'Dairy Tales', is een absoluut pluspunt, die 61 minuten zonder aandachtsverlies voorbij doet glijden. Van het bijna achteloos relaxte 'Ruminating' tot het aanstekelijk dartelende 'Meantown': de muziek van de Talking Cows smaakt eigenlijk alleen maar naar meer.
Meer horen en zien?
Luister naar vier tracks van dit album op de MySpace-pagina van Talking Cows: 'Meantown', 'Ruminating', 'Cow’s Samba' en 'Hellaluiah!'.
Kijk op de website van Talking Cows voor een leuk promofilmpje voor dit album.(Maarten van de Ven, 2.2.09) - [print]
- [naar boven]

Trio zorgt voor rode oortjes
Harriet Hubman, maandag 24 november 2008, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven
Het trio Harriet Hubman is vernoemd naar de historische Afro-Amerikaanse heldin, die zichzelf en driehonderd lotgenoten van de slavernij bevrijdde. Het vrijheidsideaal is dan ook hun permanente bron van inspiratie. Hoe intens ze daarmee bezig zijn, was te horen in hun vertolking van 'I’ll Shall Overcome Someday'. Een bijzondere spanningsvolle uitvoering met zang van gitarist Brandon Ross.
Met 'There Goes The Neighborhood' zetten zij de toon; stevig, basaal en doordringend, mede met behulp van samplers en loops vormgegeven. Groot waren de tegenstellingen. Van heftig naar klein intimistisch, met subtiel spel van gitaar en bas. Bassist Melvin Gibbs maakte onder meer veelvuldig gebruik van voetpedalen, waaronder een wah-wah effect. Drummer J.T. Lewis gooide vaak roet in de rust met het inbrengen van puntige, pittige ritmes. Deze veranderden en verschoven dan weer met volstrekt organische accellerandi onder hartverscheurende gitaarsolo's van Brandon Ross, die uitmondden in een landscape van lange akkoorden.
Op die momenten zag bassist Gibbs zijn kansen schoon voor solospel. Lewis plaatste in juiste proporties rake accenten. Regelmatig werden er loops en samples ingebracht als bedding voor solo's van gitaar, basgitaar of declamatie. Bij het banjospel van Gordon reisden we door de country met cowboy-achtige soundscapes, waarbij je het basgeluid in je lijf kon voelen. Bepaald indrukwekkend was de beklemmende, dreigende ballad 'Le Code Noir 1724', waarbij de spanning te snijden was bij de verhalende, communicatieve solo van Ross. Een elegie waarbij de opgenomen loop van de melodie als uitro werd gebruikt. Een grootse uitvoering met impact. Dit was een concert waarvan je met de ogen gesloten nog het meest intens alle details kon waarnemen.
Een trio met ballen, waarbij een zitplaats te dicht tegen het podium niet de beste keuze was, want het ging er soms heftig aan toe - de gemeentelijke decibellenwachters hadden handenwringend hun hartje kunnen ophalen! In het rock 'n' roll-nummer 'Can’t Tarry Aka Cardwell', het laatste stuk voor de pauze, zong Ross unisono met zijn gitaarspel over de snoeiharde afterbeat van Lewis. Na de pauze in 'Wayne World Wide' klonk de gitarist als de reďncarnatie van Jimi Hendrix zelve. Met ook hier weer die tegenstelling die als een rode draad door het optreden liep. Het volume nam af en over een zelfgemaakte loop begon Ross aan een fluisterzachte solo. Helaas moest hij deze afbreken, omdat een snaar van zijn gitaar er door metaalmoeheid de brui aan gaf. Geen wonder ook.
Gibbs nam het over met een solo vol distortion uit de diepste krochten van zijn basgitaar. Effectvol was het onderliggende spel in double time van de drummer met daarop de solitaire laid back bassolo van een breed uitgesponnen melodielijn. De uitsmijter werd 'Where We Stand'. Een niet te missen, heftige eruptie van dit trio, waarbij het spel weer diep onder de huid ging en de bas en bassdrum de ingewanden deden trillen. Alles werd nog een keer uit de kast gehaald en het was een wonder dat de stoppen van de installatie in Wilhelmina het hielden!
Een concert dat met zeggingskracht, fraaie soundscapes, pakkende ritmes en een hoog aantal decibels grote indruk maakte en voor rode oortjes zorgde. Dat alles maakte het noodzakelijke unwinden na afloop tot een waar feest.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
(Cees van de Ven, 1.2.09) - [print]
- [naar boven]

Etudes voor Opera: jazz met een vleugje opera
Aanstaande donderdag, 5 februari, slaan saxofoniste Esmée Olthuis en pianist Albert van Veenendaal een nieuwe weg in door jazz te combineren met een vleugje opera. Hun dubbelconcertreeks 'Etudes voor Opera en Fameuze Duo’s' vindt plaats in het Bethaniënklooster te Amsterdam. 'Etudes voor Opera' is een jazzvoorstelling, waarin op speelse, experimentele en improviserende wijze de teksten van Kees van der Zwaard en Oscar van Woensel worden uitgevoerd door een acteur, een zangeres en een jazzkwartet. Na de pauze speelt telkens een Fameus Duo, bestaande uit bekende jazzmusici zoals Han Bennink en Eric Vloeimans.
'Etudes voor Opera' bestaat uit vier afzonderlijk te beluisteren jazzvoorstellingen, waarin zangeres Kristina Fuchs en acteurs Hein van der Heijden en Kevin Walton in songs, improvisaties, aria's, mono- en dialogen de verhalen van 'Sophia’s Passie' (Van der Zwaard) en 'De man met drie gezichten' (Van Woensel) brengen. De nadruk op vocale muziek en het gebruik van verhalende teksten zijn atypische kenmerken voor de jazz. Het wordt dus een voorstelling met een flinke knipoog naar de opera. 'Etudes voor Opera' wordt in het Nederlands gezongen.
'Sophia’s Passie' (5 februari en 3 april) bezingt het oeroude menselijke verlangen om verlicht te worden, om wijs te worden uit de wirwar van het bestaan. 'De man met drie gezichten' (7 mei en 4 juni) vertelt over de gelijknamige hoofdpersoon, die zich staande probeert te houden in de maatschappij van het jaar 2056. Wanneer de man met drie gezichten documenten vindt uit het begin van het millennium, wordt hij geconfronteerd met zijn oorsprong.
De zangeres en de acteur 'vertellen' het verhaal in een muziektheatrale vorm, waarin muziek en tekst gelijkwaardig zijn. De acteur is naast verteller ook muzikant en zal zijn tekst reciteren en zingen. De zangeres acteert niet; haar personage krijgt gestalte door haar stem, de muziek en de teksten.
Tijdens deze concertreeks met muziek en gesproken/gezongen taal worden compositie en improvisatie gecombineerd. De composities zijn speciaal voor deze avonden gecomponeerd door Albert van Veenendaal, Esmée Olthuis en Hans Hasebos. De muzikale uitvoering is in handen van Kristina Fuchs (zang), Kevin Walton (acteur) of Hein van der Heijden (acteur), Esmée Olthuis (saxofoons), Hans Hasebos (marimba, percussie), Albert van Veenendaal (piano) en Alan Purves (drums, percussie). De muziek zal ruw en ongepolijst klinken, onorthodox en scherp, maar ook kwetsbaar en subtiel.
Na de pauze zal een gerenommeerd duo het podium overnemen. Authenticiteit, artistieke inhoud en uitdaging staan tijdens deze optredens voorop. De volgende prikkelende combinaties zullen te zien en te horen zijn: Eric Vloeimans (trompet) & Jeroen van Vliet (piano) op 5 februari, David Kweksilber (klarinet) & Guus Janssen (piano) op 3 april, Han Bennink (drums) & Oscar Jan Hoogland (piano) op 7 mei, en Eric Vaarzon Morel (gitaar) & Oene van Geel (altviool, viool en cajon) op 4 juni.
Meer weten?
Kijk voor meer informatie op de website van het Bethaniënklooster.
(Maarten van de Ven, 1.2.09) - [print]
- [naar boven]
Lees verder in het archief...