
Chris Potter - 'Follow The Red Line' (Universal, 2007)
Tenorsaxofonist Chris Potter geldt als een van de meest veelbelovende talenten van de Amerikaanse (lees: New Yorkse) jazzscene. Hij toont zijn talent in deze ruim bemeten live-cd, opgenomen in de roemruchte jazzkelder Village Vanguard: een krachtige toon, een glanzende techniek, een onafgebroken stroom van ideeën, een goed gevoel voor interessante ritmiek.
Potter wordt bijgestaan door Craig Taborn op Fender Rhodes (elektrische piano), Adam Rogers op gitaar en Nate Smith op drums. Geen bas? Nee, geen bas. Wat mij betreft is dat het enige minpuntje aan deze productie; ik mis een beetje de diepte in het groepsgeluid. Maar het kwartet levert wel een sterke prestatie, met energieke, gedreven improvisaties en een goed voelbare creatieve interactie. Over het algemeen hoor ik liever een echte piano dan een Fender, maar Taborn speelt wel de sterren van de hemel. In het bijna acht minuten durende 'Arjuna' (een van de vijf eigen stukken van Potter op het programma) bijvoorbeeld gaat het dak er zo'n beetje af.
Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.(René de Cocq, 6.3.08) - [print]
- [naar boven]

Mâäk's Spirit's 'Stroke' benadert muzikaal orgasme
vrijdag 8 februari 2008, Vooruit, Gent
Ik pik nu al een tweetal jaar concerten mee in het Gentse – vorig jaar heb ik er 140 beluisterd – en ik zou het niet meer willen missen. Op zijn 'slechtst' tref je er een groep die nog iets te jong is voor de doorbraak, op zijn best maak je er een muzikaal orgasme mee van mensen die hun ziel in hun muziek leggen en dat weten over te brengen op het publiek. Iets wat ook zo'n jonge groep kan, overigens.
Het concert van vrijdag kwam dat orgasme vervaarlijk dicht in de buurt. Een fan van Mâäk's Spirit kan ik bezwaarlijk worden genoemd. Vaak vind ik ze iets te theatraal, te arty zelfs, zoals tijdens het concert met Misha Mengelberg in Middelheim vorige zomer. Dat de groep goed is, is echter een understatement van formaat; dat is iets wat zelfs iemand wiens ding dit totaal niet is, zal erkennen.
'Stroke', de jongste cd van Mâäk's Spirit, is te koop via hun website voor een luttele € 7,50 (verzendkosten inbegrepen). 'Stroke' als project is al een tijd aan de gang. In 2004 ging de groep onder impuls van Vooruit naar het verre Johannesburg om er samen te werken met twee zwarte woordkunstenaars, Kgafela en Samanta7. Meteen werd ook een cd opgenomen in een oude studio, maar daar werd niet meteen een uitgever voor gevonden. Nu, bijna vier jaar later, wordt deze cd eindelijk uitgebracht, en via een tournee aan het publiek voorgesteld. Verouderde troep, zo kan u denken, maar zo werkt dat niet bij jazz, en al zeker niet bij Mâäk's Spirit, waar de muzikale interpretaties door de tijd veel homogener worden, zoals de smaken en geuren in een stoofpotje dat lange tijd op een zacht vuur kan staan pruttelen.
Want samenhangend is het verhaal van dit Zuid-Afrikaans project wel geworden. Een totaalspektakel, een 21e eeuws Gesamtkunstwerk (ik ben verzot op zaken die vanuit chaos allemaal netjes samenvallen), waaraan zeven artiesten samenwerken: Laurent Blondiau (trompet), Jeroen Van Herzeele (tenorsax), Jean-Yves Evrard (gitaar), Sébastien Boisseau (contrabas), Eric Thielemans (drums), Kgafela Oa Mgogodi (vocal performer) & Sam Mary (licht). Eigenlijk zijn het acht artiesten, maar door persoonlijke omstandigheden kon Samanta7 niet op het concert aanwezig zijn. Het meest opvallende in dit lijstje is mogelijks de lichtman, Sam Mary, die sinds 2007 een vast element binnen de groep is geworden. Ook tijdens deze voorstelling was zijn inbreng duidelijk zichtbaar. Vaak pokkelicht voor de fotograaf, maar een zeer interessant schouwspel en een absolute meerwaarde voor dit concert.
Nu ja, concert, dit is ook een vertoning, een schouwspel, klankspel, lichtspel, waarin voortdurend van plaats en stemming wordt gewisseld. Het meest hyperkinetische element van de groep, gitarist Evrard, bleef het ganse concert op een stoel zitten, wat hem er niet van verhinderde in weidse bewegingen alsnog zijn glas omver te stoten. Zelfs Thielemans ging soms naast in plaats van achter de drums plaatsnemen, en de andere muzikanten maakten gretig gebruik van de intieme ruimte van de Domzaal om zich verdwaald op te stellen. Hun imposante schaduwen dwongen op de hoge zijmuren nu eens een rijzig-statische, dan weer een intimiderende grootsheid af.
Elke beweging, of ze nu muzikaal dan wel fysiek was, leek als bij toeval op een voorbestemde plaats te vallen, en op geen enkel moment overkwam mij de gekunsteldheid die de groep op Middelheim voor mij zo had getypeerd. Zonder twijfel heeft de ruimte daar erg veel mee te maken. Het contact tussen de groep en het publiek was bij momenten bijna tastbaar, terwijl men niet de impressie kreeg dat de grens van zijn rol van toehoorder werd overschreden.
De cd-versie van 'Stroke' is goed, en interessant als project om te beluisteren, maar wat de concertganger vrijdag kreeg voorgeschoteld, bevestigde mijn impressie dat dit vooral moet worden meegemaakt, en niet alleen gehoord. Edoch, als u zich ietwat voor (grensaftastende) jazz interesseert, koop dan deze erg goedkope (en origineel verpakte) cd, en weet dat u een schitterende gebeurtenis hebt gemist.
(Bruno Bollaert, 5.3.08) - [print]
- [naar boven]

Mark O'Leary - 'Waiting' (Leo Records, 2007)
Mark O'Leary is een Iers gitarist met al een hele reeks eigen albums op zijn actief, maar die jammer genoeg redelijk onbekend blijft, en dat is onterecht. Op dit album gaat O'Leary werkelijk nog een hele stap verder dan op zijn vorige cd 'Awakening' uit 2006 (ook op Leo Records), in een trio met Cuong Vu (trompet) en Tom Rainey (drums), beiden uitzonderlijke muzikanten met hun eigen stijl en benadering, en ze blijken een perfecte keuze te zijn geweest voor O'Leary's elegant en avontuurlijk project.
Dit album is opgedragen aan Samuel Beckett, de Ierse toneelschrijver van onder andere 'Waiting For Godot', van wie de honderdste verjaardag van zijn geboorte in 2006 werd herdacht. Beckett was een pionier van het absurd en surrealistisch theater van de naoorlogse periode, die godsdienst, de zin van het leven en de zogenaamde maatschappelijke waarden in vraag stelden en de onmogelijkheid van reële communicatie tussen individuen centraal plaatste. Maar als er nu één ding absoluut wel fantastisch is op dit album, dan is het wel de sublieme communicatie en samenspel van dit trio.
Het titelnummer 'Waiting' begint met akoestische gitaar, waar de trompet een mooie en zachte solo aan toevoegt, verwachtingen creërend die nadien anders zullen uitdraaien. Het gaat hier niet over dissonantie of naast elkaar praten - wat je zou kunnen verwachten van een aan Beckett opgedragen cd - maar het is het omgekeerde, namelijk zeer strak samenspel tussen drie topmuzikanten. Dit wordt nog beter geïllustreerd in het tweede nummer. 'Endgame' is een strakke compositie, met zenuwen onder hoogspanning en een sterke tonale attack van de trompet, waar tegenover O'Leary kwetterende contrapunt op zijn elektrische gitaar biedt, opnieuw met een zeer diepe toon, en prachtig ondersteund door Rainey. Het derde stuk 'Lucky' brengt het soort esthetiek dat je bij ECM verwacht: sterk gestileerd, beelden oproepend van wijd open ruimten. De zaken worden wilder in 'Mr. Krapps Neurosis', met krijsende trompet en hogesnelheidsgitaarspel met full distortion, en de weg naar waanzin en verwarring wordt nog groter met 'Assumption', waar elektronische effecten en echo het e-bow spel op de gitaar versterken.
En zo gaat het verder, zich dieper en dieper wagend in nog nooit betreden muzikaal terrein, muziek creërend met hoge energie en hoge intensiteit zoals ik dat in de voorbije jaren niet heb gehoord, en dat alles met een duidelijke en coherente muzikale visie, met tevens een prima evenwicht tussen kalme en snelle momenten, waardoor een sterk gevoel van diepte en variatie ontstaat. Want ook op de kalme nummers, zoals 'Godot', is de intensiteit zeer hoog, met trompet en gitaar die klinken als communicerende walvissen, met langgerekt eindeloos droevig gejank en gehuil, terwijl Rainey hen in vierde versnelling ondersteunt. Wat je denkt dat vrije improvisatie is, blijkt dan perfect georkestreerd en getimed. Wonderlijk. Zonder enige twijfel één van de beste albums van vorig jaar.
Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Mark O'Leary kun je vier tracks beluisteren, waaronder het hierboven
genoemde 'Mr. Krapps Neurosis' en 'Collateral' van het binnenkort te verschijnen nieuwe album
'Radio Free Europe'.
(Stef Gijssels, 5.3.08) - [print]
- [naar boven]

Verrassende jazz en dampende Haggis bij Andy Bruce & Rigidly Righteous
maandag 28 januari 2008, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven
De Schotse trombonist Andy Bruce woont en werkt al sinds begin jaren '90 in Nederland. Zijn verbondenheid met de Schotse muziek en cultuur was de aanleiding voor zijn project 'The Rigidly Righteous'. De muziek was een prettige melange van Schotse composities, traditionals, Bruce-originals en improvisaties. De bezetting: Andy Bruce (trombone), Hermine Deurloo (altsax, chromatische mondharmonica), Martin Fondse (Fender Rhodes, melodica), Sander Hop (gitaar), Frans Cornelissen (tuba) en Alan Purves (drums, percussie).
Het concert opende met de traditional 'Balulalow'. Met een fraai intro van Purves op een hoog gestemd trommeltje, waarna het orkest harmonieus het thema speelde in het Salvation Army-idioom. Plotseling werd deze harmonie opzettelijk verstoord en gedwarsboomd en swingde Fondse op Fender Rhodes verder om tenslotte samen met het orkest met een fade-out af te ronden. Het vervolg was een stuk met abrupte stops en oprispende uithalen op trombone en saxofoon. Absurdistische muziek met een hoog Monty Python-gehalte. Met slidings in crescendo en decrescendo dreigde het stuk als een begrafenismuziekje te eindigen, ware het niet dat Hop er op gitaar een verrassende draai aan gaf.
Stukken met een sterke melodielijn waren er te over. Bruce wist door zijn aanpak treffend het verleden in het heden te laten klinken. Solistisch mankeerde er ook niet veel. Hop met zijn weirde toonvormingen en Deurloo op altsax waren beide uitmuntend in 'As I Was A Wand'ring'. "Het wordt tijd voor een sad song", kondigde Bruce aan en hij zong de traditional 'The Four Marys', met Hops gitaar als tweede stem. Vervolgens speelde Fondse fraai op melodica met mondslangetje en met een miniscuul speeldoosje bracht hij op een drone van de tuba dit stuk pianissimo naar het einde. Het meest verrassende stuk van de eerste set was 'Haggis Hunt' van Bruce. Speels en enigszins verwant aan het idioom van Spike Jones. Met een genoeglijk klinkende match van trombone en tuba, en Deurloo swingend in uptempo op haar mondharmonica kwam een einde aan deze jacht op de Haggis.
Schotten vinden het amusant onwetende toeristen wijs te maken dat de Haggis een klein, wild dier is, waarop gejaagd moet worden. Bruce gaf echter op 'Jazz & Cooking'-wijze het recept vrij van de eetbare Haggis. Traditioneel wordt Haggis geserveerd bij het Burns Supper, een op 25 januari gehouden diner ter viering van de verjaardag van de Schotse nationale dichter Robert Burns, die ooit een ode op de Haggis schreef.
De tweede set begon met de binnenkomst van de lekkernij en de declamatie van de Haggis-pojem (Schots voor poem). Onder de tonen van 'The Broom O' The Cowdenknowes' doorkliefde Bruce de dampende Haggis. Deze ceremonie is altijd het absolute hoogtepunt van een Burns Supper en dus ook hier in Wilhelmina. Daarna werd het publiek uitgenodigd om deze Schotse delicatesse te proeven, waaraan ook gehoor werd gegeven. Met name drummer Purves deed zich er tegoed aan! Een fraai stukje folklore dat door de aanwezigen op prijs werd gesteld. Deze ogenschijnlijk niet ter zake doende informatie dient slechts als sfeertekening voor de wijze waarop (Willem Breuker Collectief-lid) Andy Bruce met humor en liefde voor het Schotse cultuurgoed zijn muziek communiceert en ook het oog wil bedienen.
Verrassende, onverwachte wendingen en eigentijdse vrije improvisaties ontrolden zich in 'The Pleugh Sang', een Schotse traditional uit de 14e eeuw, en 'Honest Jacob' of het met passie gezongen 'Orthodox, Orthodox'. Het concert werd besloten met 'Jean's Armour' waarin Hops talking gitaar tot de verbeelding sprak. De toegift werd 'Auld Lang Syne' van Robert Burns. En net als bij een een echt Burns Supper werd hiermee een vermakelijk, sympathiek en afwisselend concert besloten.
Andy Bruce & Rigidly Righteous moet je net als de Haggis proeven!
Klik hier voor een fotoverslag.
(Cees van de Ven, 4.3.08) - [print]
- [naar boven]

Audiocenter
Brussels Jazz Orchestra
"Wie zoekt naar een kloon van de bands van Ellington of Basie komt hier bedrogen uit. Het Brussels Jazz Orchestra is volstrekt uniek. Nergens hoor je zo'n perfecte balans in alle secties of zo'n gevoel voor verfijning van dynamiek en kleurrijke harmonisatie. (...) Laten we hopen dat de verantwoordelijken in de culturele sector dit kroonjuweel van de Belgische jazzscene zullen blijven koesteren en ondersteunen, om op dit niveau te kunnen blijven schitteren." Zo schreef onze recensent Cees van de Ven over het concert waarmee het Neerpeltse jazzpodium JazzCase op 20 september vorig jaar het seizoen 2007-2008 opende in Dommelhof.
Van dat concert zijn een achttal opnamen gemaakt, die wij u hierbij graag willen presenteren. Klik hier om de concertopnamen te beluisteren.
Meer weten?
Klik hier voor de recensie en het fotoverslag van dit concert.
(Maarten van de Ven, 4.3.08) - [print]
- [naar boven]

Russell Malone – 'Live At Jazz Standard Volume Two' (Max Jazz, 2007)
Het label Max Jazz lijkt een serie begonnen te zijn met de titel 'Live At Jazz Standard'. Het gaat om opnamen die gemaakt zijn van de geweldig melodieus excellerende gitarist Russell Malone.
Malone is hier in Nederland niet erg bekend, ondanks het feit dat hij vanaf begin jaren negentig enkele albums heeft opgenomen voor Columbia Records en Verve. Daarnaast toerde hij in de jaren tachtig met Hammond-icoon Jimmy Smith en Harry Connick Jr., al is hij internationaal vooral bekend geworden door zijn samenwerking met Diana Krall.
Deze Russell Malone blijkt een gedegen jazzgitarist met een enorme swingende drive, die schijnbaar moeiteloos verschillende stijlen speelt, of het nu om bebop, swing, contemporary of meer experimentele vormen gaat. Dat is niet zo verwonderlijk, want deze in 1963 in Albany geboren musicus speelt al gitaar sinds zijn vijfde levensjaar.
De nu uitgebrachte tweede cd met live-opnamen vanuit de Jazz Standard heet heel toepasselijk 'Live At Jazz Standard Volume Two' en laat naast Malone (net als op 'Volume One') ook pianist Martin Bejerano, bassist Tassili Bond en Jonathan Blake op slagwerk aan het werk horen. Van de zeven opgenomen nummers blijken er vier van deze kwartetleider. De nummers hebben een minimale speelduur van vijf minuten, waardoor alle kwartetleden buitengewoon veel ruimte krijgen om hun soli uit te werken.
Vooral het openingsnummer 'Mugshot' en 'Sugar Buzz' hebben buitengewoon aansprekende thema's en onverwachte ritmische wendingen. Aan de andere kant is het in low-tempo gespeelde 'How About You' niet de vertolking die Irving Berlin in gedachten moet hebben gehad. Het zijn vooral de eigen stukken die heel plezierige en stimulerende muziek bieden, waardoor dit album in elke discografische collectie beslist een plaatsje verdient.(Rolf Polak, 2.3.08) - [print]
- [naar boven]
The Jazztube #26
Bobby Hutcherson Quartet - 'Little B’s Poem'
Vibrafonist Bobby Hutcherson (Los Angeles, 1941) mag binnen de jazz zonder enige twijfel een vernieuwer worden genoemd op zijn inst