
Tony Overwater Kwintet - 'Kikker Heeft De Blues' (Jazz In Motion, 2007)
Opname: december 2006
Jazzmusici zijn soms ook gewoon vaders. Op dit album verenigt een aantal van hen (bassist Tony Overwater, trompettist Angelo Verploegen, rietblazer Maarten Ornstein, pianist Marc van Roon en percussionist Joshua Samson) die eigenschappen, door samen met verteller Nico de Vries verhaaltjes rond Kikker, de in brede kring geliefde schepping van Max Velthuijs, te verklanken.
Voor de jazzliefhebbers onder de meeluisterende ouders valt er tussen en achter de vertelling te genieten van de originele composities en arrangementen. Leuke muziek, met allerlei stilistische uitstapjes. Erg aardig: de hier en daar mysterieus rondfladderende klarinet van Maarten Ornstein, en de speelse percussie van Joshua Samson.
In het algemeen gaat het natuurlijk vooral om de tekst, die door Nico de Vries met overtuigende dictie ten gehore wordt gebracht. Of de doelgroep dit allemaal net zo leuk vindt als de gebruikelijke klassiekers (Berend Botje, Pippeloentje, dat soort kinderhelden) weet ik niet, ik denk dat het ze muzikaal boven de pet gaat, en dat ze op de momenten dat de jazzvaders de verteller aflossen snel hun aandacht verliezen – peuters en kleuters zijn snel afgeleid.(René de Cocq, 6.12.07) - [print]
- [naar boven]

Abstracte uitstapjes van Marc Ribot
woensdag 7 november 2007, Bimhuis, Amsterdam
Het publiek dat was toegestroomd voor een solo-optreden van Marc Ribot in het Bimhuis, was nog altijd niet uitgepraat over het optreden van de gitarist eerder dit jaar. Ribot maakte toen indruk met zijn trio met de naam Ceramic Dog. Met een indrukwekkende staat van dienst behoort Ribot tot één van 's werelds meest gehuurde sessiegitaristen. Deze woensdagavond stond er een solo-optreden gepland, waarbij Ribot nogmaals liet zien waarom zoveel muzikanten de man inhuren voor tournees en opnameklussen.
Met zijn kleine gestalte, grijzende haren en bril op de neus maakte Ribot een bescheiden indruk. Gezeten op een pianokruk tussen een bonte hoeveelheid apparatuur, versterkers en gitaren speelde hij in het Bimhuis een combinatie van nieuw en oud werk, covers en eigen materiaal. Ribot hanteerde hierbij een soort 'mooi-lelijk' principe, waarbij experimenteel, atonaal werk werd afgewisseld met toegankelijkere stukken. Alsof hij leek te willen zeggen: 'oké, dit vind je misschien niet mooi, maar wat ik hierna ga spelen wel'. Dat deze aanpak werkte, bleek uit de reacties uit het publiek, dat de soms wel erg abstracte uitstapjes van Ribot voor lief leek te nemen.
Songstructuren zijn voor Ribot slechts één van de vele manieren om muzikale ideeën vorm te geven, zo leek het wel. Uitgangspunt voor een aantal stukken was niet meer dan een interval van twee noten, dat vanuit verschillende posities op gitaar werd gespeeld, of een paar akkoorden die eindeloos werden herhaald. Mooi was een stuk dat deed denken aan de gitaarpartij uit Kurtágs 'Grabstein für Stephan'.
Hoewel Ribot allereerst een muzikant is en pas in tweede instantie een performer, kwam die laatste kant naar voren in twee korte gitaarétudes uit John Zorns 'Book Of Heads'. Hier werden nieuwe, bijzondere gitaartechnieken verkend. Denk daarbij aan balpennen tussen de snaren, de klankkast als percussie-element, dat soort werk. Het resultaat klonk als drukke tekenfilmmuziek van Carl Stalling, maar dan uitgevoerd door een eenmansorkest.
Visueel was dit alles erg aantrekkelijk, helemaal wanneer Ribots voeten in plaats van het bedienen van effectpedalen feestballonnen gingen pletten. Met groot genoegen blies hij later op de avond een nieuwe ballon op, die vervolgens tegen de snaren werd geduwd en - na met speeksel te zijn voorzien - de meest vreemde geluiden opleverde.
Op deze noise-uitstapjes na werd de elektrische gitaar nauwelijks aangeraakt, want deze avond was Ribot het meest in de weer met een nylonsnarig, Spaans model. Er volgden een aantal schitterend mooie stukken, waarin de klassieke technieken van Ribot te zien waren. Ik hoopte op werk van de Haïtiaanse componist Franz Casseus, wiens werk op cd is gezet door Ribot, maar hoorde voornamelijk onbekend werk.
Het mooist was een fluisterzacht gespeeld stuk filmmuziek halverwege de tweede set. Mooi was ook het commentaar dat erop volgde: "This last piece was written for a film that's not gonna come out. Not my fault though."
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
(Eric van Rees, 5.12.07) - [print]
- [naar boven]

Toots Thielemans wint Klara Carrièreprijs
Afgelopen zaterdag reikte de Belgische radiozender Klara in de Bijloke te Gent zijn jaarlijkse Muziekprijzen uit. Het Klara-team koos uit het ongemeen rijke cd- en dvd-aanbod deze zomer de allerbeste producties: 40 absolute aanraders uit de periode juni 2006 - mei 2007. Veel klassiek, maar ook jazz en wereldmuziek. Daaruit kiest Klara zelf vier laureaten, de luisteraars beslissen over de publieksprijs.
De Klara Muziekprijs 2007 voor de beste jazz-cd ging naar Dré Pallemaerts. De drummer ontving hem voor zijn album 'Pan Harmonie' (B-Flat), waarop hij wordt bijgestaan door Mark Turner, Stephane Belmondo, Bill Carrothers en Jozef Dumoulin. 'Pan Harmonie' laat zich kennen als een vernieuwend, origineel en creatief jazz-album.
Bij de Klara Muziekprijzen gaat het niet enkel om de bekroning van de meest opmerkelijke cd-uitgaven. Klara wilde er met de Carrièreprijs ook een soort van 'Lifetime Achievement Award' aan toevoegen, op Vlaamse leest geschoeid. Een eerbetoon dus aan een musicus van bij ons met internationale uitstraling. Afgelopen zaterdag mocht Jean-Baptiste 'Toots' Thielemans deze prijs in ontvangst nemen.
Geboren op 22 april 1922 in het hartje van de Brusselse Marollen debuteerde Thielemans als accordeonist in het café van zijn vader. Al heel snel leerde hij gitaar en mondharmonica. Vanaf het begin was hij voortdurend op zoek naar nieuwe klanken en nieuwe melodieën. Hij zocht zijn eigen stijl en wilde door niemand beïnvloed worden.
Toots speelde in bars en restaurants. In 1946 nam hij zijn eerste professionele grammofoonplaat op met het orkest van Robert De Kers voor de film 'Modern Mood'. Een jaar later reisde hij met zijn oom naar New York. Daar schuimde hij de jazzclubs af en ontmoette Billy Shaw, de impresario van Benny Goodman. De populaire klarinettist was zo onder de indruk van Thielemans dat hij hem engageerde en meenam op tournee, in het gezelschap van Roy Eldridge en Zoot Sims.
In 1952 kreeg Toots via een kennis een baantje bij luchtvaartmaatschappij Sabena in New York. Daar ontmoette hij Ella Fitzgerald en Ray Brown, en jamde met Charles