
Kenny Drew – 'Undercurrent' (Blue Note, 2006)
Opname: 11 december 1960
Pianist Kenny Drew was één van de belangrijkste en succesvolste hardbop-pianisten. In 1950 maakte hij in trompettist Howard McGhee's formatie zijn plaatdebuut. Sindsdien speelde hij met onder meer Coleman Hawkins, Lester Young, Charlie Parker, Art Blakey & The Jazz Messengers en Buddy Rich. Hij was tevens te horen op het befaamde Coltrane-album 'Blue Train'.
Niet zo lang na de opname van 'Undercurrent' vertrok Drew naar Europa, waar hij zich vestigde in Denemarken. Daar manifesteerde hij zich in de Kopenhaagse jazzscene. Gedurende die jaren was hij begeleider van andere expatriates als Dexter Gordon, Johnny Griffin en Ben Webster. Hij overleed in 1993. Zijn zoon Kenny Drew Jr. is eveneens een uitstekend jazzpianist, maar dit terzijde.
De cd 'Undercurrent' is een – toentertijd zeer gebruikelijke – studiosessie van een ad-hoc groep. Maar wat voor één! Freddie Hubbard op trompet, Hank Mobley op tenorsax, Sam Jones op bas en Louis Hayes op drums.
Het openingsnummer 'Undercurrent' is meteen al raak. In een razend tempo en opgejaagd door de ritmetandem soleren Mobley, de relatief jonge Hubbard en Drew zeer vitaal en met een ongekende drive. De enigermate - overigens ten onrechte - onderschatte Hank Mobley is op dit album in topvorm. Zijn toon is helder en zijn improvisaties zijn logisch en worden relaxed gespeeld.
Alle composities, op de ballad 'Ballade' (what's in a name) na, zijn in up- en medium-tempo en van de hand van Kenny Drew. De door Rudy Van Gelder geremasterde muziek, klinkt - ook mede door de originele composities - zeer up-to-date. De solistische prestaties van elk van de musici zijn van absolute topklasse. Hoor hoe de ritmesectie stuwt en swingt tijdens de puntige pianosolo in 'The Pot’s On'. De cd wordt afgesloten met het melancholieke 'Ballade', waarin Drew lyrisch, preluderend en smaakvol soleert.
De enige bassolo op deze schijf, van Sam Jones in 'Groovin’ The Blues', is alleen al de aanschaf van deze formidabele hardbop-cd waard.(Jacques Los, 10.4.07) - [print]
- [naar boven]

Triomfantelijke terugkeer van oude meester
Belmondo & Yusef Lateef Sextet, zaterdag 24 maart 2007, Bimhuis Amsterdam
Eigenlijk is het ongelooflijk. Je besluit op 86-jarige leeftijd na 27 jaar terug te keren naar het Amsterdamse Bimhuis, en dan blijkt dit podium nog steeds tot de nok toe gevuld te zijn voor jou. Veel toeschouwers hadden het er zelfs voor over om het hele concert te blijven staan. Wij hebben het hier dan ook over de als William Emanuel Huddleston, beter bekend als rietblazer Yusef Lateef. Een man waar Jazz (Nu) en Jazzism de afgelopen 15 jaar niet of nauwelijks de moeite voor hebben genomen om aandacht aan te besteden, ondanks vele verzoeken hiertoe. Onbegrijpelijk!
Al sinds de jaren vijftig is deze tenorsaxofoonlegende bezig om zijn assortiment instrumenten uit te breiden. Met dwarsfluit, hobo, argol, shenai en een hele rits van bamboefluitjes. Zijn participatie in de ensembles van Dizzy Gillespie, Charles Mingus en - met name - Cannonball Adderley, naast zijn eigen groepen waarvan gelukkig nog steeds veel albums beschikbaar zijn, hebben zijn reputatie als jazzbeďnvloeder gevestigd. Ook zijn roemruchte concerten in The Jazz Bakery in Los Angeles (juni 1995) en in het Teatro Romano van Verona (juni 1997), vastgelegd op twee cd's, zijn monumenten in de recente jazzgeschiedenis. Gelukkig leeft Yusef Lateef nog steeds en treedt hij nog regelmatig op, onder andere periodiek op het North Sea Jazz Festival.
Dit keer trad Yusef Lateef eindelijk weer aan in het Bimhuis, met een sextetformatie waarvan de kern werd gevormd door de uit Frankrijk afkomstige gebroeders Belmondo. Beiden zijn sinds hun jeugd grote bewonderaars van Lateef, met wie zij hun album 'Influence' opnamen. Lionel Belmondo speelt tenorsax, sopraansax en fluit, Stephane Belmondo bugel en trompet. Lateefs groep werd gecompleteerd met een meesterlijk klinkende ritmegroep, bestaande uit pianist Laurent Fickelson, bassist Sylvain Romano en drummer Laurent Robin.
Het concert werd geopend met twee stukken. Een kort in unisono gespeeld stuk in mineur, gekoppeld aan een lekker lang stuk met de bekende Lateef-sound en een uiterst krachtige solo van bugelspeler Stephane Belmondo, waarin hij ook Coltrane's 'A Love Supreme'-thema verweefde.
Maar eigenlijk ging het dit hele concert om sfeer en om mystieke geluiden. Met rinkelende belletjes aan het begin en krachtige pianoakkoorden werd het eerste stuk melodieus en goed van opbouw verder uitgewerkt. Met als resultaat een laaiend enthousiast publiek en een zichtbaar genietende Yusef Lateef, die in het tweede stuk op een soort uitschuifbaar fluitje ging spelen. Dit instrument paste hem weliswaar uitstekend, maar kwam niet zo tot zijn recht. Drummer Laurent Robbin ondersteunde hard meppend en verloor een van zijn sticks. Maar geen nood, want alles kwam toch nog mooi op zijn plaats terecht en het publiek werd constant teruggevoerd naar voorbije tijden. Groots!
Ook na de pauze: fluitjes, allerlei soorten vreemde schelpen als instrument en regelmatig de prachtig hypnotiserende zang van Lateef wisselden elkaar af ('Sometimes I feel like a motherless child'...). Een magistraal concert, met een intens genietend publiek, dat na een donderend applaus een mooie toegift gepresenteerd kreeg. Met Lateef weer prachtig op zijn tenorsaxofoon in een hoekig gestileerd stuk werd dit memorabele concert afgesloten.
Klik hier voor Hans Sirks' fotoverslag van dit concert.
(Rolf Polak, 9.4.07) - [print]
- [naar boven]

Mooie en afwisselende bloemlezing van oud en nieuw werk
John Abercrombie Quartet, zaterdag 31 maart 2007, Lantaren/Venster, Rotterdam
"Everything in life is timing", vertelt John Abercrombie lachend wanneer hij vertelt dat de nieuwe cd van zijn kwartet uitkomt op de laatste dag van de bijbehorende tournee. Hij lijkt zich er niet echt druk om te maken; hij is de rust zelve. Losjes is ook het ruim anderhalf uur durende optreden, waarin de band een mooie en afwisselende bloemlezing van oud en nieuw werk (de cd 'The Third Quartet') geeft. Wat daarbij opvalt, is dat deze band live veel beter uit de verf komt dan op cd-opnames, die verdrinken in een laag galm.
De dynamiekwisselingen, verschillende tempi en variatie in stijlen van het materiaal maken dat dit concert in een vloek en een zucht voorbij is. Het vakmanschap van zijn begeleiders, die allemaal zelf bandleider zijn, zorgt ervoor dat Abercrombie zich niet nadrukkelijk hoeft te profileren als bandleider en zich volledig kan concentreren op sterke, heldere solo's zonder veel noten en onnodige geluidseffecten. Die speelt hij, net als Wes Montgomery, met zijn duim. Mooi ook is het samenspel en wisselen van rollen als begeleider/solist met violist Mark Feldman, die schittert in jazzy walsjes en het titelstuk van Abercrombie's vorige cd 'Class Trip'. Drummer Joey Baron is met zijn wilde, enthousiaste spel een blikvanger, maar zijn kracht zit 'm in het feit dat hij nooit het groepsgeluid domineert.
Het lijkt erop dat Abercrombie na een aantal cd's met dit kwartet erin geslaagd is een balans te vinden tussen de individuele kwaliteiten en het schrijven van materiaal waarin die het beste tot uiting komen. Abercrombie weet nu veel beter wat hij wil en wat hij met dit kwartet kan. Dit werkt ook door in de zekerheid waarmee de muziek wordt gespeeld door de leden van zijn band en het niveau van de solo's. Waar op de cd 'Class Trip' weinig verschillende stijlen aan bod komen, hoor je onder het nieuwe materiaal een luchtig Braziliaans nummer en een sterke uitvoering van Ornette Colemans 'Round Trip'.
Humor is een andere belangrijke factor om het publiek bij het optreden te betrekken. In de muziek is het vooral Mark Feldman die meer dan eens refereert aan klassiek repertoire in zijn solo's, tussen de nummers zorgt Abercrombie voor een komische noot: als hij zijn bril opzet om de muziek van 'Class Trip' te lezen, ziet hij dat het papier ondersteboven ligt. "It doesn't matter... I'm a guitarist", zegt hij met zelfspot, en draait het papier nogmaals om.
(Eric van Rees, 6.4.07) - [print]
- [naar boven]

Tin Hat - 'The Sad Machinery Of Spring' (Hannibal/Rykodisc, 2007)
Tin Hat (Trio) is een groep die ik wel kan smaken. Noem het kamerjazz, noem het folkjazz, leuk is het wel. Hun kern bestaat uit Mark Orton (gitaar, dobro, banjo, piano, basdrum, basharmonica) en Carla Kihlstedt (viool, viola, celeste, trompetviool, piano, bas, vocals). Accordeonist/pianist Rob Burger heeft nu blijkbaar het trio verlaten en is vervangen door Ben Goldberg (klarinet), Ara Anderson (trompet, speelgoedpiano, celeste) en Zeena Parkins (harp). (Weg 'trio' dus!)
Ik vind hen fantastisch omdat ze zo buiten elk genre staan, toch creatief zijn, een duidelijke muzikale visie hebben en omdat de muzikanten hun instrumenten zo juist beheersen voor het soort muziek dat ze maken. En die muziek is zacht, niet opdringering, vriendelijk met karakter, bij momenten zoet, maar met stekels. Om naar te luisteren op een zondagmorgen als het buiten regent. Is het jazz? Natuurlijk wel. Natuurlijk niet. Maar omdat jazz de spons is van alle genres, mogen we dit ook wel jazz noemen.
(Stef Gijssels, 6.4.07) - [print]
- [naar boven]

Jazz met Pasen: East of Eastern 2007
Op 9 april (tweede paasdag) vindt in Nijmegen-Oost voor de vierde maal in successie de jazztafette 'East Of Eastern' plaats. Ruim veertig acts in verschillende muziekstijlen, met de nadruk op jazz, zullen op die dag vanaf 11.30 uur plaatsvinden op vijftien verschillende locaties. Om 12.00 uur wordt gestart met de vorig jaar geďntroduceerde jazz-gospelviering, dit keer uitgevoerd door het 20-koppige gospelkoor Deliverance featuring Denise Jannah, gevolgd door een drietal masterclasses van Sjoerd Dijkhuizen (sax), Martijn van Iterson (gitaar) en Stefan Lievestro (bas).
Daarna zijn er om 14.00 uur voor de fijnproevers een aantal zeer speciale EaSTERn-concerten op bijzondere locaties, waarvoor een toeslag geldt van vijf euro. Wat te denken van het Yuri Honing Trio in de Lutherse Kerk, Denise Jannah & het Amina Figarova Trio (met festivalprogrammeur Wiro Mahieu op bas en Chris Strik op drums) in de Antonius van Paduakerk en het Benjamin Herman Kwartet in het Canisius College.
En naast dit alles is er vanaf 16.00 uur natuurlijk weer de jazztafette, die tot ongeveer 22.00 uur duurt. In diverse kroegen en op de al eerder genoemde locaties treden dan vele interessante formaties op, die borg staan voor een zeer gevarieerd muziekaanbod. We noemen slechts het Gijs Hendriks Nonet, Bo van de Graaf en Kees Molhoek, het Rob van Bavel Trio met de nieuwe vocal-jazz formatie Sister Pop, en het Jesse van Ruller Trio.
Dit alles is toegankelijk met een passe-partout van slechts € 5,-. Voor kinderen onder de 12 en 65-plussers is de entree gratis. De passe-partouts zijn uitsluitend op de dag zelf verkrijgbaar bij de entree van de 15 locaties.
Klik hier voor het complete programma van East of Eastern 2007.
(Maarten van de Ven, 6.4.07) - [print]
- [naar boven]

Veel noten, maar te weinig muziek
Mâäk's Spirit, maandag 26 maart 2007, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven
Na het beluisteren van de onlangs uitgebrachte cd 'Mâäk 5', was hier nu de gelegenheid om deze Belgische freejazz-formatie live te beleven. En free was het zeker. Het concert bestond uit twee lange sets van elk ruim een uur zonder onderbreking. Er werd collectief individueel naar hartelust geďmproviseerd en vaak op doordringend luide toon. Maar daar zat hem nu juist ook het probleem. Laurent Blondiau (trompet/bugel), Jeroen Van Herzeele (tenorsax), Jean-Yves Evrard (gitaar), Sébastien Boisseau (bas) en Eric Thielemans (drums)... allemaal persoonlijkheden op hun instrumenten. Neem nu Jeroen Van Herzeele, zijn statuur als improvisator in diverse formaties is groot. Maar hier deed iedereen zijn ding in een kader dat nauwelijks muzikale wetten kende.
In het programma van vanavond bleef het zoeken naar boeiende momenten van collectief of i