
Steely Dan op North Sea Jazz 2007
De eerste twee namen voor het North Sea Jazz Festival dit jaar mogen er zijn: de Zweedse pianist Esbjörn Svensson en Steely Dan.
Voorafgaande van het festival is er een Jazz Cruise, waar tal van jazzartiesten zullen optreden. Herbie Hancock is als special guest toegevoegd aan de line-up van deze eerste editie. Tijdens deze luxe cruise treden dagelijks wereldberoemde jazzartiesten op, waaronder gastheer Marcus Miller, David Sanborn en het Dee Dee Bridgewater Trio. De North Sea Jazz Cruise vindt plaats van 5 tot en met 17 juli 2007.
Na negen dagen op de Noordzee en de Elbe, en bezoeken aan steden als Kopenhagen (vertrekplaats), Gotenburg, Oslo en Hamburg, meert de m/s Rotterdam af in de thuishaven voor een driedaags VIP-bezoek aan het North Sea Jazz Festival 2007 (13 tot en met 15 juli 2007). Tijdens het festival fungeert het cruiseschip als luxe hotel, met aan boord concerten die alleen voor de gasten toegankelijk zijn.
Bron: Festivalinfo
Meer horen?
Beluister hier het laatste album van Steely Dan: 'Everything Must Go'.(Maarten van de Ven, 6.3.07) - [print]
- [naar boven]

Ongelooflijk jazzy solo's op de steelpan
Van Merwijk's Music Machine, vrijdag 23 februari 2007, Bimhuis, Amsterdam
De bezetting is zeker origineel; Carlo de Wijs op hammondorgel, Roberto Vizcaino op percussie, Lucas van Merwijk op drums en misschien wel de meest bijzonder instrumentalist: Konkie Halmeier op steelpan. Met zo'n combinatie van instrumenten wordt de nieuwsgierigheid naar de muziek wel gewekt. Overigens blijkt dit de primeur te zijn van een hammondorgel met een steelpanspeler samen op één podium.
Na een compositie van Eddy Louis te hebben gespeeld, volgt een ode aan de steelpan, 'Corazon Di Mi Panchi', geschreven door Halmeier. Zijn solo klinkt ongelooflijk jazzy, wat je van tevoren misschien niet zou verwachten van een steelpanspeler; dit geluid roept namelijk vrijwel meteen associaties op met Caribische muziek.
Van Merwijk's Music Machine blijkt echter in veel verschillende muziekstijlen thuis te zijn. Het stuk 'Relation', gecomponeerd door Carlo de Wijs, heeft een duidelijke fusion-bijsmaak. De veelzijdigheid van de muzikanten zorgt voor veel variatie gedurende het concert, maar hierdoor ontbreekt wel een zekere spanningsboog, die liveconcerten soms juist zo interessant maken. Ook in de stukken zelf wordt de opbouw nooit helemaal goed uitgewerkt, De Wijs probeert af en toe in z'n eentje een climax te bereiken, wat enigszins lukt als hij hulp krijgt van Van Merwijk, maar Halmeier en Vizcaino lijken niet helemaal mee te kunnen gaan in deze opzwepende klanken.
Het solostuk van de steelpanspeler is wel een van de opmerkelijkste momenten van de avond. Het is fascinerend om te zien hoe Halmeier de steelpan-kunst beheerst en er de meest betoverende muziek mee kan maken. Het stuk duurt niettemin iets te lang om te blijven boeien. Van Merwijk en Vizcaino spelen een aantal keer samen een percussiestuk, waarin ze laten zien hoe goed ze elkaar aanvoelen; de dynamiek tussen de twee muzikanten is onvoorstelbaar krachtig. Door de overdaad aan percussie blijft de jazz jammer genoeg tijdens dit concert achterwege. Is dit wereldmuziek met een westers randje of popmuziek met Caribische fusionelementen?
Tijdens de tweede set probeert De Wijs ook nog wat elektronica uit om de mix maar helemaal compleet te maken. Dit wordt helaas niet genoeg uitgediept om ook daadwerkelijk iets aan de muziek toe te voegen. Het laatste stuk voor de toegift is het stuk 'Spirit', ook een compositie van Carlo de Wijs. Het heeft een sterke reggae-achtige klank en weer zorgt De Wijs hier voor de climax, hoewel Halmeier nu ook eindelijk de smaak te pakken lijkt te hebben gekregen.
Het publiek reageert aan het einde van het concert ontzettend enthousiast met een staande ovatie. Dat mag ook wel, gezien de kwaliteit van de spelers en de toegankelijkheid van de muziek. Er miste een zekere rode draad in de opbouw van het concert en de muziek, maar meer mogen we misschien ook niet verwachten van vier muzikanten die op dat moment nog maar tweeënhalve week samen spelen.
Klik hier voor een fotoverslag door Govert Driessen.
(Alexandra Mientjes, 5.3.07) - [print]
- [naar boven]

Hamid Drake, Albert Beger & William Parker - 'Evolving Silence Vol. 2' (Earsay, 2006)
Ondertussen moet het duidelijk zijn dat ik nogal wild ben van Hamid Drake en William Parker als het beste drum 'n' bass-duo ter wereld. En ook deze 'Evolving Silence' bevestigt dit. Dit is de tweede cd van een reeks opnamen die het duo in Israël had met Albert Beger, een Israëlische saxofonist/fluitspeler, die niet gekend is, en duidelijk volledig onterecht. Zijn spel is creatief, warm, precies, melodieus, gevoelig, en dit op beide instrumenten.
Dit album is in twee delen uitgegeven. Dat is een beetje bizar, want ze vormen duidelijk één geheel, zelfs tot in de titels van de nummers toe. Beide zijn ook relatief kort (42 minuten en 40 minuten) en ze hadden dus bijna op één cd gekund. Ze zijn enkel te bestellen in Israël, maar ik moet zeggen dat ik ze al na één week had, zonder enig probleem of bijkomende taksen.
De muziek dan: net wat ik graag heb. Pulserende en complexe ritmes met een zee van vrijheid voor het trio om zijn ding te doen. Je hoort ze genieten van hun eigen samenspel, reagerend, van richting veranderend, terugvallend op het basisthema, om dan weer vrij te improviseren. Het eerste nummer is krachtig, furieus soms, maar ook melodieus. Het tweede nummer is een spontane improvisatie van dwarsfluit en bas, met Beger die zingt, roept, hijgt en knort door zijn instrument, maar altijd ritmisch, om te eindigen in een trage en mooie solo. Op 'Funky Lacy' neemt Drake het initiatief, en krijgen we zijn typisch sterke slag met tussentikken, roffels, weggelaten slagen. Verder een repetitieve Parker en Beger, die er hard tegen aan gaat, funkend als de pest. Halverwege laat Beger de ruimte aan de ritmesectie om hun kunnen uit te stallen, om dan weer in te vallen voor de finale.
'Skies Of Israel' is een dreigend en traag nummer, geleid en beheerst door Parker, die een prachtige melodie uit zijn strijkstok tovert. Unisono dan met Beger op sax, om dan als slangen rond elkaar te kronkelen, de melodielijn volgend in zijn mogelijke en onmogelijke variaties. Je hoort de pijn, het verlies, de angst, de wanhoop... Het eindigt met de bas die schril gestreken wordt in de hoogste tonen, dwars door je hart gaand, dan weer gevoelig met sax en drums samen. Prachtig! Dit stuk alleen maakt deze cd de aanschaf waard.
Parkers dochter studeert in Israel, wat verklaart waarom hij erheen ging en er vorig jaar ook zijn Europese tournee startte. Het album is zo te verkrijgen.
(Stef Gijssels, 4.3.07) - [print]
- [naar boven]

Sterren van de hemel spelen
Javier Girotto & Luciano Biondini, donderdag 15 februari 2007, Bimhuis, Amsterdam
In de toelichting van de Bimhuis-programmafolder stond: 'Nieuwe bruggen slaan tussen jazz en tango, dat is het doel van Girotto, een van oorsprong Argentijnse, aan het Berklee Institute opgeleide en in Italië wonende saxofonist. Dat doet hij al jaren met zijn Aires Tango Quartet en in dit duo met de Italiaanse accordeonist Biondini. Zij combineren neoklassieke composities met een vrije, hedendaagse uitwerking, daarbij nooit de elegantie en melancholie van de tango uit het oog verliezend.' Informatie die het publiek verwachtingsvol deed uitzien naar dit duo.
Gaan de meeste concerten met een rustige opbouw van start, Javier Girotto en Luciano Biondini hadden een héél ander plan van aanpak. Allereerst werd gekozen voor een staccatoachtig stuk door sopraansaxofoon en accordeon. Virtuoos spel, in de hoogste versnelling, als het ware om elkaar heen tollend, gaf een ongelooflijke drive aan dit eerste stuk. De beide musici speelden alsof hun leven ervan afhing en met een enorme schoonheid en gedrevenheid in hun spel. De toeschouwers hapten na dit beginstuk bij wijze van spreken meteen naar adem. De toon was duidelijk gezet; dit concert beloofde wat!
Het tweede stuk 'Desaparecidos' begon met een lange accordeonintro in medium-tempo en leek op een huppelend, klassiek aandoend kinderliedje. Girotto voegde zich erbij, dit keer spelend op een spiksplinternieuw ogende glinsterende baritonsaxofoon. Het middendeel werd steeds sneller qua solo-opbouw gespeeld. De accordeonpartij van Biondini werd ritmisch op de voet gevolgd door de baritonsaxofoon, een manier van spelen waardoor welhaast een hele ritmesectie werd vervangen. De sax klonk soms net zo knorrend als de blaaspijpen van de Aboriginals. En de tango-invloed werd nooit uit het oog verloren. Beide extended stukken vulden het gedeelte voor de pauze.
Javier Girotto vond het een eer om hier, na vier jaar, opnieuw te mogen spelen. Beide muzikanten hebben nog slechts één album op hun naam staan: 'Terra Madre', waaruit deze avond rijkelijk werd geput. Girotto richtte zich in een humoristische getinte toespraak tot het publiek met te stellen dat 'Terra Madre' nu steeds wordt herperst met een nieuwe inlay, om zodoende de indruk te wekken dat er al meerdere albums zijn uitgebracht.
Na de pauze hetzelfde beeld. Twee musici die het uiterste van zichzelf gaven. Javier Girotto speelde veelal in de hogere register en liet zijn sopraansax soms huilen. Luciano Biondini speelde zó ingespannen, dat hij al zittend met zijn voeten los kwam van de grond. Het slotstuk had men speciaal voor deze gelegenheid de titel 'Amsterdam Tune' gegeven. Met een ritmisch bespeelde baritonsaxofoon en een accordeon die als een orgel klonk. Een oorverdovend applaus met 'bravo'-geroep barstte daarna los en een toegift kon dan ook niet uitblijven. Gekozen werd voor een snel en vrolijk melodieus stuk, dat ook op het album 'Terra Madre' is terug te vinden. Een buitengewoon geslaagd optreden met een laaiend enthousiast publiek. Wat een avond!
Klik hier voor Hans Sirks' fotoverslag van dit concert.
(Rolf Polak, 3.3.07) - [print]
- [naar boven]

Rik Mol - 'What’s On Tonight' (eigen beheer, 2007)
Hij is de meest veelbelovende trompettist van de jonge generatie. Creatief en trefzeker is zijn spel. Hij beschikt over veel technische bagage en heeft een brede muzikale belangstelling. Met dit cd-debuut toont hij een nieuw aspect van zijn veelzijdig talent en laat hij onomwonden horen what's on tonight. Frisse eigentijdse, hippe composities die velen zullen aanspreken. Een geslaagd amalgaam van hardbop, funk en hiphop. Vertolkt door niet de minsten: Ben van den Dungen (sopraan- & tenorsax), Rob van Bavel (Fender Rhodes, piano), Jeroen Vierdag (bas & basgitaar), Joost Patocka (drums), Wiboud Burkens (keyboards), Ed Verhoeff (gitaar), Claus Tofft (percussie) en een strijkkwartet.
Rik Mol heeft met deze cd een origineel en persoonlijk werkstuk afgeleverd. Hij maakt knap gebruik van elektronische geluidsmanipulaties en nam zelf ook de productie voor zijn rekening. Ondanks zijn jeugd klinkt Mol volwassen en gerijpt. Je hoort levenswijsheid in het trage 'Without Goodbye', een compositie die hij opdroeg aan zijn overleden moeder. Maar er zijn ook vrolijke en aanstekende catchy nummers, zoals 'Shoulders Down' of 'Stay On It'.
De wijze waarop hij zichzelf in het totale geluidsbeeld heeft geplaatst is kenmerkend voor zijn bescheidenheid, maar maakt je als luisteraar wel extra attent op zijn verbluffende spel. Regelmatig maakt hij gebruik van de harmonmute, een weerbarstige demper die hij moeiteloos temt, en zijn toon op flugelhorn klinkt als zalf. Het doet goed om ook weer eens te kunnen luisteren naar het sublieme spel van Ben van den Dungen. 'What’s On Tonight' is een eigentijdse, oorspronkelijke debuut cd en is vooralsnog alleen via de website van Rik Mol verkrijgbaar.
(Cees van de Ven, 3.3.07) - [print]
- [naar boven]

Melodieuze en vrije interpretaties van Bronnenbergs composities
Wim Bronnenberg's Connected, vrijdag 16 februari 2007, De Tobbe, Voorburg
Sinds jaren worden er in de intieme foyer van theater De Tobbe met een zekere regelmaat niet te versmaden jazzconcerten georganiseerd. Dat allemaal onder de bezielende leiding van programmeur Paul Beijerling. Een keur van prominente jazzmusici en groepen hebben er ooit acte de présence gegeven.
Vrijdag was de relatief recente formatie Connected van gitarist Wim Bronnenberg aan de beurt. Onlangs nog heeft Bronnenberg onder de naam van zijn groep een nogal lovend besproken cd uitgebracht. Het was dus niet zo verwonderlijk dat het repertoire voor een groot deel uit nummers – allen van de hand van de leider - van dat album bestond. Uitzonderingen waren Joe Hendersons 'Jinrikisha' en een door Bronnenberg gevoelig en ingetogen gespeelde 'Darn That Dream' van Jimmy van Heusen.
In het rijtje van de Nederlandse topgitaristen – Ruller, Iterson - hoort Bronnenberg beslist thuis. Met zijn open en relaxte speelwijze en avontuurlijke interpretaties van zijn eigen zeer melodieuze en interessante composities behoort hij tot de 'buitencategorie'. Zijn geluid is vol en warm en zijn lyrische improvisaties houden de aandacht vast. In combinatie met het warme sonore geluid van John Ruocco's tenorsax wordt een volle ensembleklank gecreëerd, die de kracht van de composities alleen maar versterkt. Ruocco soleerde met groot meesterschap en sierlijke moderne lijnen over de merendeel modale, melodische thema's. Hij heeft een uniek geluid. Niet al te krachtig, maar sonoor en warm. Een soort van Paul Gonsalves-sound. Het is jammer dat Ruocco, die een enorme staat van dienst achter de rug heeft, te weinig op de podia te beluisteren is.
Harmen Fraanje, de vaste pianist van Connected, thans bezig met de Young Vips Tournee, werd voortreffelijk door pianist Rob van Bavel vervangen. Dat lag natuurlijk ook in de lijn der verwachtingen, want Van Bavel heeft in de loop der tijd in diverse combinaties bewezen tot de beste pianisten van het land te behoren. Drummer Thorsten Grau - die een niet al te zekere indruk maakte, en mijns inziens wat té bescheiden drumde - en bassist Uli Glazman vormden de ritmesektie van dit welluidende en interessante kwintet. Muziek vanuit het hardbop-idioom, maar dan wel met interpretaties en improvisaties die neigen naar vrijere richtingen.
Klik hier voor Geneviève Ruocco's fotoverslag van dit concert.
(Jacques Los, 2.3.07) - [print]
- [naar boven]

Jean-Louis Rassinfosse & Jean-Philippe Collard-Neven - 'Regency’s Nights' (Fuga Libera, 2006)
Opname: 2005
Dit is aan de ene kant een ideaal geluidsdecor voor een sfeervolle avond bij de open haard, met een goed glas wijn. Maar aan de andere kant is het ook fantastische muziek, zonde om te verstoren met geknetter van houtblokken, getinkel van glaswerk en romantische conversatie. Daar zijn deze duetten van de Belgische musici Jean-Louis Rassinfosse (bas) en Jean-Philippe Collard-Neven (piano) gewoon te goed voor.
Collard schreef zelf vier van de tien stukken, andere komen van zeer verschillende bronnen (Gismonti, Morricone, Rodgers-Hart). Ze worden (bijna allemaal) gespeeld in een ingetogen ballad-tempo, waarbij bas en piano elkaar in groot wederzijds respect afwisselen in het vertolken van de hoofdrol. Sfeermuziek, jawel, maar van superieur niveau en sublieme elegantie.
Ronduit indrukwekkend is het weemoedige 'Song For My Father' van Collard, waarin alle genoemde elementen samenvallen; het bevat tevens een prachtige dubbeltempo bassolo van Rassinfosse, ondersteund door schitterend akkoordenwerk.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd in HVT Magazine.
(René de Cocq, 2.3.07) - [print]
- [naar boven]

Driewerf alaaf voor Jeroen van Vliet
Jeroen van Vliet Trio & Eric Vloeimans, maandag 12 februari, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven
Nee, het klappen van de balonnen - die als voorbode voor het naderende carnaval boven het podium hingen - viel helaas niet helemaal vermakelijk raak in het ritme. Maar dat mocht de pret niet drukken, want vanwege het hoge muzikale gehalte van dit concert liet het publiek zich hierdoor niet afleiden.
Het trio, met Van Vliets soulmate Pascal Vermeer (drums) als vervanger voor Dré Pallemaerts, speelde een korte eerste set met enkele stukken van zijn cd 'Red Sun'.
In de tweede set voegde zich Eric Vloeimans bij het gezelschap en in het verlengde van Fender en sequencer waarvan Jeroen van Vliet zich bediende, speelde ook Vloeimans met zijn "elektronische effectenbakkie". En voegde nieuwe dimensies toe aan zijn zo rijk gevulde expressiebagage. Ook de drumkit van Vermeer liet zich van zijn beste kant klinken. Geen wonder ook, nu Pascal Vermeer een endorsement heeft met Ludwig en Istanbul. En dat heeft geloond. Zijn cymbals klonken fraai en gedifferentieerd. Vermeer zal na enige tijd beslist de optimaal hem passende set bijeen hebben.
Jeroen van Vliet gedroeg zich muzikaal als een vis in het water en is voor luisteraars met Fenderallergie een must. Zoals in het swingende juweeltje 'Front Door'. In 'Solid Air' doet ook de suberbe spelende bassist Frans van der Hoeven een bescheiden elektronische duit in het zakje. En Vloeimans liet hier de met circular breathing gespeelde lange tonen via elektronische weg nog langer doorgaan, waarop hij zijn spel verder uitbouwde. Interessant waren de door hem toegepaste mogelijkheden om zijn spel in verschillende akkoorden tweestemmig te laten klinken. Spaarzaam ingebracht gaf dit een boeiend effect. Op deze videoclip is dit effect te beluisteren.
Met 'Mete’s Dance', een compositie voor Van Vliets goede vriend saxofonist Mete Erker, besloot men dit concert. Maar een toegift was onafwendbaar. Het werd de bekende Van Vliet-standard 'Dreamland'. Een fraaie compositie die door Erker al eens werd gearrangeerd en opgenomen op de cd van 'Artvark - The Jazz Saxophone Quartet'. En deze uitvoering was er ook weer een die zal heugen. Tegen het einde gaf voor de laatste maal nog 'n carnavalsballon balorig aritmisch de geest. Alaaf!
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
(Cees van de Ven, 1.3.07) - [print]
- [naar boven]
Lees verder in het archief...