Wadada Leo Smith & Adam Rudolph - 'Compassion' (Meta Records, 2006)
Een unieke cd - trompet en percussie. Wadada Leo Smith en Adam Rudolph zijn beiden freejazz avant-gardisten, met een technisch zeer ruime bagage, niet bevreesd om totaal nieuwe uitdrukkingsvormen te vinden, maar altijd met een spirituele inslag. Vaak mislukken dit soort initiatieven omdat het muzikale minder aandacht krijgt dan het zoeken naar een nieuwe vorm. Zo hebben zowel Smith én Rudolph elk afzonderlijk al albums gebracht waar je echt héél open oren voor moet hebben om ze aan één stuk tot het eind te kunnen beluisteren. Anderzijds hebben beiden ook al zeer (relatief) toegankelijke en zeer mooie cd's uitgebracht (Smith: 'Kulture Jazz', Rudolph & Pharoah Sanders: 'Spirits').
'Compassion' is opnieuw een spirituele reis, die begint met eenzaam en stemloos trompetgesputter, dan aangevuld met wat losse roffels, als de beperkte klanken van de nacht. In het tweede nummer breekt de zon dan door en brengt Wadada langgerekte klanken, ondersteund door Tibetaanse bel en gong van Rudolph. Dit is vrije en intimistische improvisatie zonder enige vooropgestelde structuur, een zeer authentieke gezamenlijke zoektocht naar ingetogen schoonheid en emotionele uitdrukking. Op 'Fragrance Of Light' brengt Rudolph een wisselend ritme op kleine handtrommels, met een knappe improvisatie van Wadada.
Het pičce de resistance is het lange 'Love Rhythms, Heart Songs', waar Rudolph ook op zingt, soms met overtonen. In het allerlaatste stuk, 'The Caller And The Called', haalt Rudolph zijn dousn' gouni boven en krijgen we klanken die herinneren aan 'Codona' met Don Cherry. Deze muziek zal iets moeilijker liggen bij wie duidelijke melodieën, structuur en harmonie verwacht. Dit is in elk geval geen flauw new-age gedoe, want ondanks de beperkte bezetting is deze muziek boeiend van begin tot eind, en blijft de focus van de twee muzikanten volledig gericht op het afleveren van een coherent muzikaal avontuur. Sterk!
Meer weten?
Onze recensie van het concert van Wadada Leo Smith's Golden Quartet op zondag 16 juli 2006 tijdens het North Sea Jazz Festival.
Philip Catherine Trio opent nieuw jazzpodium in Neerpelt donderdag 15 februari, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt (B)
'Gestrand in Beringen', klonk het door de GSM... Philip Catherine, gewapend met twee gitaren, met de trein afgezakt vanuit Brussel, had in Berchem, bij de overstap naar Neerpelt, voor het foute rijtuig gekozen, waardoor hij niet in Neerpelt maar in Beringen verzeilde. Het lot van een jazzlegende on the road. Om half zeven ter plekke, geen tijd voor koetjes en kalfjes voor de meester: een snelle soundcheck, een nog snellere hap om stipt half negen het podium van Dommelhof op te stappen voor een subliem concert.
Een zichtbaar vermoeide Philip Catherine, maar na de eerste noten van 'Letter From My Mother', een song van zijn prachtige cd 'Summer Night', waarmee hij het concert opende, leek alle vermoeidheid verdwenen en werd het nummer met de bezieling en de frisheid van een beginner gebracht. En het talrijke publiek liet het zich smaken!
De toon was meteen gezet, intimistische sfeervolle stukken werden afgewisseld met steviger werk, altijd boeiend en verrassend. Catherine heeft een eigen sound ontwikkeld, lyrisch en vol hartstocht, waarbij hij met zijn inventieve gitaarspel de grenzen van zijn instrument verkent. Zijn speelstijl is snel en virtuoos maar ook subtiel en beheerst en getuigt van vakmanschap, passie en speelplezier. Verbazend is ook hoe hij de moderne technologie op een harmonische manier in zijn werk integreert. Bijvoorbeeld in 'Gilles et Mirona', waarin hij via een opnamesysteem eerst de basismelodie speelde, om daarna te soleren rond deze melodielijn. "Tweemaal Catherine voor hetzelfde geld", zoals hij zelf aankondigde.
Verder genoot ik van volgende pareltjes: het opgewekte 'Circus', waarbij Catherine de melodie meeneuriede, het wondermooie melodieuze en met tempowisselingen gespeelde, aan zijn dochter opgedragen 'Janet', en 'All The Things You Are', waarin hij voluit ging en werd voortgestuwd door Philippe Aerts op contrabas en Mimi Verderane op drums, waarbij hij beiden ook voldoende ruimte liet om te soleren. Vrolijk en lichtvoetig was 'Merci Afrique', waarin het publiek op zijn uitnodiging inging om zijn gitaardeuntjes mee te zingen.
Het concert werd besloten met 'Francis’ Delight', een uitbundig nummer opgebouwd rond een stevige groove, waarmee de grootmeester menig rockgitarist met blozende kaken zou verbazen. Een mooier begin had JazzCase zich niet kunnen wensen. De toon is gezet en de artistieke lat van het JazzCase-project ligt hoog. Het begin van een avontuurlijke jazzzwerftocht.
De ochtend na het concert, om half zeven op de trein naar mijn werkplek in Brussel, meen ik bij het opstappen op het perron in Neerpelt in de ochtendmist de gitaargrootmeester te ontwaren met aan elke hand een gitaar. Wanneer hij nadert blijkt het een vroege reiziger te zijn, met twee zware reiskoffers. Soms droomt men zijn eigen jazzmythen...
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.
POW Ensemble - 'Birdsong From Inside The Egg' (X-OR, 2006)
Het POW Ensemble van Luc Houtkamp kan naast de leider bestaan uit Han Buhrs (zang), Guy Harries (zang, piano en computer), DNA (draaitafels en synthesizer), Joseph Bowie (trombone, elektronica en zang), Tom Tlalim (computer en theremin), Marije Nie (tapdans) en Jan Trützchler (computer). Op deze compilatie van opnamen tussen 2004 en 2006 zijn bovendien ook nog de nodige gasten (onder meer Wiek Hijmans, John Dowie, Wilbert de Joode en Behsat Üvez) te horen, zodat de dertien stukken zeer verschillen in aard en vorm zijn.
Houtkamp zelf is al een eclecticus met een voorliefde voor allerlei expressieve muziekvormen, van country en blues via Ayler en Sun Ra tot piepjes van de laptop. Het is daarom tegelijk onmogelijk om enige lijn te ontdekken in deze intrigerende verzameling. Dat is dan ook het enige nadeel van deze cd, want al het materiaal is van bijzonder hoge kwaliteit, waarbij nuances in geluid en verschillende keuzes van dynamiek centraal staan. Iemand als John Zorn had van vergelijkbaar materiaal meteen twintig cd's geproduceerd. Opvallend is ook dat Houtkamps muziek in al haar (post)moderniteit steeds stevige wortels in de muziekgeschiedenis blijft behouden.
Het is onbegonnen werk om hoogtepunten uit te kiezen, maar een album waarop funktrombone, rockzang, folksentimentaliteit, tapdans, jazztenorsax, klassieke ud en live elektronica in zowel grotendeels spontaan geďmproviseerde context en als vastgelegde partijen een logische plaats krijgen, is iets bijzonders. Als humoristisch en muzikaal verantwoord intermezzo is ook een versie van Dowies bekende 'British Tourist' opgenomen, een ode aan geborneerdheid.
Het album lijkt een soort biografische snapshot van waartoe het zich nog altijd ontwikkelende talent van Houtkamp in staat is, maar zelfs in deze tijd van muziekoverload had ik liever wat meer gehoord van de verschillende muzikale interacties. In die zin is de cd een topje van Houtkamps ijsberg. Een indrukwekkend document dat nieuwe perspectieven in de geďmproviseerde muziek opent.
Te bestellen en deels te horen op de website van Luc Houtkamp.
Een kwintet dat een kwartet werd Pieter de Mast Quartet, vrijdag 9 februari, Kraaij & Balder, Eindhoven
Na het verschijnen van zijn cd 'Vista' was er nu de gelegenheid om Pieter de Mast in kwartetvorm live te beluisteren in Jazz at the Crow, met Kris Goessens (piano), bassist Guus Bakker en Joost Kesselaar (drums). Nagenoeg alle gespeelde stukken waren van De Mast en te kwalificeren als neo-bebop.
Pieter de Mast speelde afwisselend sopraansax en dwarsfluit. Op de sopraansax heeft hij een kort vibrato, waarvan je moet houden. Maar zijn toon op dwarsfluit is aangenaam en veelzeggend, zijn spel lenig en swingend. Kris Goessens was een naam die ik nog niet kende, maar dat is nu anders. Hij maakte indruk en was vindingrijk in aansprekende solo's. Dat hij en ook De Mast hun improvisaties zo fraai konden uitbouwen, was mede te danken aan het voortreffelijk ritmetandem Guus Bakker en Joost Kesselaar.
Het was opvallend dat dit puike kwartet zo sporadisch de handen op elkaar kreeg van het publiek, dat het spel toch in hoge mate apprecieerde. Misschien was het de afwezigheid van gitarist Andreas Suntrop, die een week eerder in Eindhoven bij de formatie New Niks zo'n positieve indruk maakte. Hij had het geheel zeker nog meer kleur en reliëf en pit gegeven.
Deze kanttekeningen doen echter geen afbreuk aan het feit dat het kwartet zeer de moeite waard was om gehoord te worden. Het is toch geen kleinigheid om twee sets lang met eigen werk zo te boeien. Voor de programmeur (zie ondergetekende) was het boeken van dit kwartet in plaats van het kwintet mogelijk verkeerde (zij het noodgedwongen) zuinigheid. Mea culpa!
Column Herbert Noord Investeren in een cd wordt linke soep
"Vormde nog niet zo lang geleden het binnenhalen van een platencontract de hoofdprijs voor menig musicus, dat is vandaag de dag beslist niet meer zo. Veel musici brengen cd's in eigen beheer uit als onderdeel van hun merchandising en niet in de eerste plaats als lucratieve inkomstenbron. Want daar zijn de meesten wel achter gekomen; het zijn niet allemaal gouden platen die er blinken. De investering in een cd komt er maar zelden uit."
Herbert Noord over de teloorgang van het platencontact en de overvloed van gratis downloadbaar geluid. Klik op bovenstaande button om de complete column te lezen.
Herb Geller overtreft eenieder in Bud's Night Trio Rein de Graaff + Bud Shank, Herb Geller, Toon Roos & Niels Tausk, zaterdag 10 februari 2007, Vredenburg, Utrecht
Twee beroemdheden had de onvolprezen jazzinitiator en pianist Rein de Graaff naar Nederland gehaald om de jazzmuziek van de vroegere West Coast eigentijds te doen herleven: de 80-jarige Bud Shank en de twee jaar jongere Herb Geller. Beiden op altsax. Na de pauze werd de formatie uitgebreid met tenorist Toon Roos en Niels Tausk op trompet en bugel. Geller speelde toen helaas slechts mee in het laatste nummer.
Voor de pauze echter werd er door de twee oude altisten een programma van standards gespeeld, onder andere 'You Go To My Head', 'The Touch Of Your Lips' en 'Softly As In The Morning Sunrise'. Het merendeel van de nummers werd in uptempo gespeeld. Het was duidelijk merkbaar dat Bud Shank lipproblemen had (hij was die dag gevallen en zijn lip moest gehecht worden). Hij had moeite met zijn embouchure. Daardoor produceerde hij een nogal dun geluid. Ook had hij enigszins last van ademtekort. Jammer, want in goede doen is Shank een meer dan voortreffelijk altist met een volle warme toon.
Gelukkig was er nog een andere grootmeester, Herb Geller. Evenals Shank, heeft hij zijn sporen reeds verdiend in vijftiger jaren, toen de West Coast jazz op z'n hoogtepunt was. Hij speelde toen onder meer in het orkest van Billy May en met Shorty Rogers, Chet Baker, Maynard Ferguson en André Previn. In de zestiger jaren vestigde hij zich in Duitsland en speelde in de Big Band van Radio Berlijn. Met een prachtig vol geluid en sprankelende rapsodische moderne improvisaties - denk aan Benny Carter, maar dan meer speedy en moderner – vertolkte hij met meesterschap het American Songbook. Mede dankzij de als vanouds zeer competente begeleiding van Rein de Graaff en zijn trio (bassist Marius Beets en drummer Eric Ineke) was het optreden van de eminente Geller het hoogtepunt van het concert.
Na de pauze werd een programma van gearrangeerde stukken, overwegend West Coast jazz, gespeeld door het trio met Shank, Toon Roos en Niels Tausk. Ook de composities waren van West Coast-coryfeeën als Gerry Mulligan, Zoot Sims, Frank Rosolino en Shank zelf. Dat betekent dus keurige en fraai klinkende swingende muziek, waarbij vooral de solo's voor spannende en verrassende momenten kunnen (en eigenlijk moeten) zorgen. Toon Roos was degene die wat dat betreft daaraan voldeed. Hij blies interessante, aparte en fraaie lijnen en vermeed voor de hand liggende clichés. Jammer dat zijn geluid enigszins nasaal klonk. Tausks spel was competent, zeker op bugel, maar ook wel een beetje braaf. Zijn technische mogelijkheden zijn zeker niet beperkt en als hij bewonderaar van Tom Harrell is (dat zegt hij op zijn website), raad ik hem aan diens intensiteit over te nemen.
In ieder geval was het goed te zien dat de oude West Coasters het spelen nog steeds niet verleerd zijn en - sterker nog - harder swingen dan ooit.
Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.
Klankkleur belangrijk in muziek Amina Figarova Jazz Impuls Dubbelconcert met Amina Figarova en Boi Akih, zaterdag 10 februari 2007, Orpheus, Apeldoorn. Herhalingen: 28/2 Utrecht, 8/3 Groningen, 16/3 Rotterdam, 14/4 Beverwijk.
Ergens in het mistige Nederlandse medialandschap bestaat een radioprogramma met de naam 'Is dit nog wel jazz?' Die (wanhoops)kreet is ook van toepassing op de muziek van Monica Akihary, die met haar trio Boi Akih optreedt in de cyclus Dubbelconcerten van Jazz Impuls. Wat mij betreft is het antwoord ontkennend: Akihary gebruikt ergens in haar programma wel een snufje jazz, maar verder gaat het vooral om stemacrobatiek op basis van tal van exotische elementen. Sfeerbeelden uit de Molukken (waar haar roots liggen), ritmes en frasen uit de muziek van India, het Nabije Oosten, Spanje (flamenco). Wereldmuziek dus. Knap gedaan (met ondersteuning van percussionist Bart Fermie, die zelfs nog muziek haalt uit een plastic waterflesje, en gitarist Niels Brouwer), en Monica heeft een prachtige lenige stem met een fabelachtig bereik. Maar jazz? Nee.
Het programma werd wel met jazz geopend, door een kwintet onder aanvoering van Amina Figarova. Klinkt ook wat exotisch, en dat klopt: deze pianiste/componiste is geboren in Azerbeidzjan. Maar ze woont en werkt wel in ons land, en haar muzikale taal is reguliere jazz, meer specifiek: neobop. Ze heeft wel een voorkeur voor ongebruikelijke klankkleuren, vandaar dat er mooie geblazen samenklanken voorkomen in haar arrangementen. Ze werkt meest in septetformaat, maar heeft deze keer maar twee blazers mee. Die leveren wel heel mooie duetten. Het apartste al aan het begin, met de fluit (Bart Platteau) tegen de sopraansaxofoon (Kurt van Herck). De meeste indruk maken twee deeltjes uit haar 'September Suite', geďnspireerd door de aanslagen in Amerika in 2001. Het emotionele 'Numb', met een ijzingwekkende tenorsolo van Van Herck, en het triostuk 'When The Lights Go Out', met de briljante Figarova subliem ondersteund door bassist Wiro Mahieu en drummer Chris Strik. Razendsterke muziek.
Deze recensie verscheen eerder in dagblad De Stentor.
Energiek concert door exponenten van de improjazz Ken Vandermark & Paal Nilssen-Love, zaterdag 3 februari 2007, SJU Jazzpodium, Utrecht
Het wereldje van de ex-freejazzers, thans improjazzers, is erg klein. Men kent elkaar, vindt elkaar en zoekt elkaar op. Worldwide. Zo ontstaan er internationale en interessante muzikale samenwerkingsverbanden, zoals Peter Brötzmann's Chicago Tentet, de Territory Band, Tony Oxley's Celebration Orchestra, Gobe Unity Orchestra, European Jazz Ensemble en de New Eternal Rhythm Orchestra. Zowel Ken Vandermark als Paal Nilssen-Love zijn exponenten van die scene. Zij vormen sinds 2002 een duo en hebben inmiddels drie cd's uitgebracht.
De Amerikaan Vandermark tourt veelvuldig in Europa (ook met andere eigen groepen, onder andere zijn eigen Vandermark 5). Hij is momenteel één van de belangrijkste figuren in de Amerikaanse improscene. Hij speelt in talrijke formaties met onder meer Hamid Drake, Peter Brötzmann, Mats Gustafson, Paul Rutherford, Jeb Bishop, Joe McPhee, Kent Kessler en Paal Nilssen-Love.
Omdat Vandermark en Nilssen-Love ook gezamenlijk in andere formaties spelen, is het niet verwonderlijk dat het duo zeer goed op elkaar is ingespeeld. Het getuigt niet alleen van vakmanschap, maar ook van groot improvisatievermogen met zo'n bezetting – drums en tenorsax/klarinet – gedurende lange tijd te boeien. Wat dat aangaat was het welhaast ongekend hoe drummer Nilssen-Love met een arsenaal aan variaties en aparte drumtechnieken het gemis van andere begeleidingsinstrumenten (bas en gitaar of piano) compenseerde. Uiterst geconcentreerd volgde hij de muzikale exercities van rietblazer Ken Vandermark en begeleidde, stuwde, varieerde en vulde aan op sublieme wijze.
Vandermark toonde zijn grote klasse vooral op de tenorsax. Hij is een heftige blazer, die een helder geluid produceert en qua techniek niet van de straat is. Zijn improvisaties waren apart en zeer goed te volgen. Zowel in het lage register (soms zelfs honkend) als in het hoge beheerste hij het instrument volkomen. Het duo speelde twee uitermate energieke sets waarbij dan toch naar het eind toe, vanwege de summiere bezetting, de aandacht enigszins verflauwde.
Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.
Liever Rita Reys in een klein café op een zondagmiddag vrijdag 19 januari 2007, Carré, Amsterdam
Op 19 januari jongstleden stond de inmiddels 82-jarige zangeres weer op het podium, van Carré welteverstaan. Voor deze gelegenheid werd ook een dvd opgenomen, die in april 2007 zal uitkomen. Ze was niet alleen, maar samen met Ruud Jacobs (bas), Peter Beets (piano), Ferdinand Povel (sax), Martijn van Iterson (gitaar) en Joost Patocka (drums), in grote kleine bezetting dus.
Het kwintet opent de voorstelling met twee uptempo cool jazz-stukken die niet de aandacht van het publiek lijken te trekken; dat praat gewoon door terwijl de muzikanten geen al te opvallende solo's neerzetten. Als dan Hans van Willenburg, de presentator van de avond, het podium op komt lopen en de jazzdiva aankondigt, wordt het publiek opeens wel enthousiast en stil. Rita Reys begint met het nummer 'You’re My Everything', gevolgd door 'I’m Old-Fashioned'. Twee jazzstandards, waarvan er gedurende het concert nog velen zullen volgen. De originaliteit van de uitgekozen stukken is ver te zoeken. Beide nummers worden nogal plichtmatig uitgevoerd en klinken, ondanks de solo's van Van Iterson en Povel, vrij inspiratieloos.
Wanneer het stuk 'I Don’t Know What Time It Was' net lekker op gang komt en de muzikanten en Reys zelf er plezier in beginnen te krijgen, is het alweer afgelopen. Rita zingt hier met veel dynamiek en klank- en stemwisselingen, die op zich wel interessant zijn, maar wat mij betreft verder uitgesponnen hadden mogen worden. De ruimte voor de solo's is redelijk, zoals ook bij 'Love For Sale', waar Reys eindelijk eens flink uithaalt en Peter Beets de eerste is die zowaar een climax weet te bereiken met zijn solo. De rest van de muzikanten, 'de boys', zoals de zangeres ze noemt, zijn (nog) erg voorzichtig, de solo's zijn cool en vallen qua dynamiek erg tegen.
Na 'When Sunny Gets Blue' en 'I Thought About You' zijn we bij 'Russian Lullabye' aangekomen en verklaart ook Rita Reys zelf tegenover het publiek dat ze er nu een beetje in komt. Jammer genoeg is dit het voorlaatste nummer voor de pauze. Na de pauze doet ze nog een stuk in kleinere bezetting. Hierbij valt de toch oude breekbaarheid van haar stem op, maar dit maakt het stuk niet minder mooi. Het blijft ingetogen, maar deze breekbaarheid bij Reys maakt het juist een oprechte uitvoering.
Bij de bossanova 'Quiet Nights And Quiet Stars' - oftewel 'Corcovadao' - gaat de zangeres halverwege over op het Braziliaans. Er volgt dan iets wat lijkt op vrije improvisatie, maar dit blijkt afgesproken werk te zijn, aangezien Peter Beets precies hetzelfde lijntje speelt op zijn piano. Dit is een van de grote minpunten van het concert, er is weinig ruimte voor echte improvisatie. Alles is zodanig geregisseerd en moet zo vlekkeloos verlopen, dat het ten koste gaat van de creativiteit van de muzikanten. Zoals Rita zelf ook al opmerkt: "Ik sta in Carré, eigenlijk zou ik nu iets heel geks moeten zeggen".
De laatste stukken van het concert zijn het bekendst, onder meer 'On Green Dolphin Street', 'Watch What Happens' en als slot 'Fly Me To The Moon'. Het publiek wordt hierdoor erg enthousiast en gelukkig slaat dit ook enigszins over op de muzikanten, behalve bij de ballad 'The Shadow Of Your Smile'. Zelden heb ik deze standard zo ongeďnspireerd en saai uitgevoerd gehoord; er gebeurt echt helemaal niets, de chemie tussen de muzikanten ontbreekt volledig. Als toegift spelen ze 'Summertime', waarbij Peter Beets laat zien dat hij de vertegenwoordiger is van de nieuwe generatie muzikanten en alsnog redelijk los gaat met zijn solo.
Na de tweede toegift mogen we echter nog niet weg; bij de opnames van een aantal stukken schijnt er iets te zijn misgegaan bij de techniek en dus moet het over. De muzikanten proberen er nog het beste van te maken, maar eerlijk gezegd wil ik zoiets liever niet meer meemaken. Rita Reys staat de tekst met haar ogen naar beneden gericht van een vel papier van de vloer af te lezen en de rest van het kwintet brengt de nummers met moeite tot een goed einde.
Misschien dat Carré toch niet echt de plek is waar Rita Reys en haar 'boys' het best tot hun recht komen. De volgende keer graag in een klein cafeetje op zondagmiddag, waar ze tenminste niet hoeven te voldoen aan de verwachtingen van het Carré-publiek en de dvd-makers.
Porgy and Bess sterke inspiratie voor Izaline Calister Jazz Impuls Dubbelconcert met Peter Beets Trio & Izaline Calister, vrijdag 2 februari, Deventer Schouwburg, Deventer. Herhalingen: Enschede 16/2, Roosendaal 23/2, Middelburg 11/3, Hilversum 16/3, Woerden 17/3 Groningen 22/3, Hoofddorp 28/4.
Even ben je bang dat Izaline Calister meteen aan het begin van haar set het beste al heeft weggegeven, met een wonderschone vertolking van het beroemde 'Summertime'. Maar daarna ebt die vrees snel weg: George Gershwin heeft in 'Porgy And Bess' zóveel ijzersterke melodieën verwerkt dat Calister, die haar bijdrage in het teken heeft gesteld van die volksopera, meer dan voldoende materiaal heeft om drie kwartier te kunnen schitteren.
Dat doet ze dan ook, met als hoogtepunt een spitsvondige versie van het duet 'Bess, You Is My Woman Now', voor deze gelegenheid tekstueel aangepast; de Porgy-partij wordt op contrabas gestreken door Frans van Geest, een mooie vondst. Izaline Calister, die zich op blote voeten, als een soort charmant heksje, met bezwerende gebaren door dit inspirerende songmateriaal werkt, heeft een lekker gevoileerd, soepel swingend stemgeluid, weet effectief om de tel en de toon heen te draaien, en toont een sterke dictie.
Ze wordt begeleid (en ondersteund) door het Trio Peter Beets, met bassist Van Geest en drummer Gijs Dijkhuizen. Het trio verzorgt zonder zangeres ook het deel voor de pauze, waarbij Beets, voormalig pianowonderkind uit de Achterhoek, zich lijkt te ontpoppen als een nieuwe Pim Jacobs. Hij gaat een beetje op Jacobs lijken, heeft dezelfde motoriek aan de vleugel en een vergelijkbare droge humor in de presentatie ("Jazz is heus niet zo ingewikkeld, toonladder omhoog en omlaag, een paar akkoorden, een beetje ritme").
Hij speelt alleen een paar keer beter piano dan Jacobs, wiens stijl wel effectief was, maar technisch redelijk beperkt. Beets is een alleskunner, met een enorme technische bagage, die hij overigens wel in dienst stelt van de muziek. Hij speelt met het trio een paar uptempo bebopnummers (in de snellere loopjes met een vertederende tong uit de mond), een mooie ballad, een funky swinger en een jazzbewerking van een nocturne van Chopin. De jazz zoekt zijn themaatjes nu eenmaal overal, en waarom zou je wel Gershwin en niet Chopin als inspiratie mogen kiezen? Het werkt prima, de ongeveer zeventig bezoekers hebben er schik in, en de intieme sfeer wordt benadrukt door een gezellig Perzisch kleedje onder de drumkit.
Deze recensie verscheen eerder in dagblad De Stentor.
Jesse van Ruller & Bert van den Brink - 'In Pursuit' (Aja Records, 2006)
Een mooi duo, dat van gitarist Jesse van Ruller en pianist Bert van den Brink. Het trekt dit seizoen door het land in het kader van de dubbelconcerten die de ambitieuze stichting Jazz Impuls in schouwburgen en concertzalen organiseert, en maakt indruk met zijn gedrevenheid, zijn mooie repertoire (waaronder enkele nieuwe stukken van Van Ruller), en de manier waarop de twee musici elkaar aanvoelen, aanvullen en met elkaar in dialoog gaan.
Gelukkig is het nieuwe concept vastgelegd op cd; het album is een waardige herinnering aan deze bijzondere samenwerking. Van den Brink, vooral bekend om zijn fantastische gevoelvolle toucher, toont zich hier van een andere kant: hij speelt hier en daar uitgesproken fel, soms bijna explosief. Zonder ritmegroep weten de twee een levendig pulserende dynamiek vast te houden. Opvallend in het programma is een eigenzinnige versie van het aloude 'House For Sale' (Cole Porter), nu in zevenkwartsmaat. Het slot is een spannende uptempo vertolking van 'Stablemates' van Benny Golson.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd in HVT Magazine.
Meer weten?
Bert van den Brink won dit jaar de VPRO Boy Edgar Prijs. Lees het hier.
Expressieve Nederlanders versus bedachtzame Duitsers Border Hopping, donderdag 1 februari 2007, Bimhuis, Amsterdam
Basklarinettist en baritonsaxofonist Eckard Koltermann heeft aan zijn Duitse kwartet twee Nederlandse prominente improvisatoren van hedendaagse jazz toegevoegd – altist Paul van Kemenade en trombonist Wolter Wierbos - en die formatie de toepasselijke naam Border Hopping gegeven.
Koltermann is in de Duitse actuele improvisatiescene beslist geen onbekende. Hij maakte onder meer opnamen met klarinettist Theo Jörgersmann, de WDR-Bigband, Collage 11 en het Creative Works Orchestra. In Nederland is hij ook bekend; zo speelde hij in Willem van Manens Contraband. De rietblazer heeft inmiddels als componist een omvangrijk oeuvre opgebouwd. Hij schreef zowel stukken voor moderne jazz bigband als theater- en kamermuziek. Het is niet verwonderlijk dat zijn kwartet een ingetogen, bedachtzame en intellectualistische improjazz produceert.
Het contrast tussen de expressieve en explosieve Nederlandse blazers en het Duitse kwartet is aanzienlijk. Drummer Achim Krämer kon zich gelukkig aan het concept van het kwartet onttrekken en stimuleerde met alert stuwend drumwerk Van Kemenade en Wierbos tot inspirerende solo's. De ballad 'Pace' – een compositie van pianist Stevko Busch - werd door hem en Van Kemenade als duo zeer intens en indrukwekkend uitgevoerd. De fraaie, felle toon op de altsax gecombineerd met een funky benadering van het melodische thema en de zeer subtiele begeleiding van Busch, vormden de ingrediënten om van deze vertolking het hoogtepunt van het concert te maken.
Andere memorabele momenten waren de collectieve improvisaties in enkele nummers en de voortreffelijke interactie tussen de ritmesectie en de blazers. In die collectieven bleek Wolter Wierbos (we zijn dat natuurlijk ook van hem gewend) met inventieve inzetten en muzikale aanwijzingen de leader te zijn. Zijn virtuositeit op de niet al te gemakkelijk trombone is ongekend. Daarnaast lijkt zijn ideeënstroom niet te stoppen.
De solistische prestaties van zowel Busch als Koltermann vielen niet altijd mee. De wat onzorgvuldige en twijfelende aankondigingen van pianist Stevko Busch waren van eenzelfde orde als zijn pianospel. Wat Koltermann betreft: wellicht had hij zijn dag niet, of waren zijn rieten niet meer strak, want zowel op basklarinet als op baritonsax maakte hij geen sterke indruk. Gelukkig gaf het Duitse kwartet de Nederlanders ruimschoots de gelegenheid hun superieure solo's te etaleren. Met drummer Krämer en, in wat mindere mate, bassist Marcus Conrads was er dan toch met enige regelmaat sprake van uitstekende en geďnspireerde Europese improjazz.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert van Govert Driessen.
De improvisatie-opera komt ook uitgebreid aan de orde op de radio. Maandag 12 februari op de Concertzender bij het programma Cantina, tussen 12.00 en 14.00 uur, en zaterdagavond 17 februari van 21.00 tot 24.00 uur, wanneer de VPRO op de Concertzender een liveregistatie vanuit het Bimhuis brengt als onderdeel van het programma Zaterdagavond. De programma's kun je ook later beluisteren via de websites van deze programma's.
Orginaliteit in zipfiles bij New Niks maandag 29 januari 2007, Wilhelmina, Eindhoven
Het moet hen worden nagegeven: New Niks is new. Dat idee overheerst bij deze eerste kennismaking met het nieuwe kwartet van drummer-en-wat-al-niet Arend Niks. De bezetting is er ook naar: Jasper le Clercq (viool), Andreas Suntrop (gitaar), Erwin Hoorweg (Rhodes piano) en Arend Niks (drums). Het merendeel van de gespeelde stukken staat op hun onlangs uitgekomen cd 'Pinguin Village'. De composities zijn van Niks, Le Clercq en Suntrop. Veelal korte werkjes van vier minuten, waarin qua ritmische escapades volop te beleven viel. Dit tijdsbestek vond New Niks voldoende om kort en bondig te vertellen wat men op de lever had. Al was er soms een stil verlangen naar meer qua improvisatie, vrijheid en interactie.
Het is de verdienste van deze formatie dat zij erin slaagde het ontbreken van een bassist te doen vergeten. Bij tijd en wijlen deed Hoorweg wat aan de zwaardere kant van het klavier, maar overwegend was iedereen op zichzelf aangewezen in dit verband. Le Clercq was geheel zichzelf en dus excellent. Altijd binnen de perken en ter zake doende maakte hij soms gebruik van een klankkastje om zijn spel of geluid subtiel te vervreemden. Hoorweg oogde wat onderkoeld, maar in zijn spel was daarvan geen sprake; hij zorgde veelvuldig voor fraaie klankkleuringen en had een groot aandeel in het aangename groepsgeluid. Aangenaam was ook de kennismaking met gitarist Erwin Suntrop. Een creatieve muzikant die een uitstekende indruk maakte. Hij ging lekker loos in 'Where Does This Come From' en liet in het smakelijke 'Cookie Escape' horen, waarom hij op zijn zeventiende jaar de switch maakte van accordeon naar gitaar.
Niks' spel was fris, verrassend en speels, en zijn gevoel voor humor wist hij perfect in deze New Niks te incorporeren. Net als bij zijn eerste cd 'Future Museum' uit 1996, die overigens nog steeds zeer van belang is, is Arend Niks er wederom in geslaagd een oorspronkelijk en aansprekend project te presenteren. Niks' instrumentkeuze, musici, composities en uitstekend drumwerk getuigen van zijn orginaliteit.
I Compani en DZIGA brengen spektakel met Circusism
Onder leiding van saxofonist Bo van de Graaf en in samenwerking met DZIGA Nijmegen, een werkplaats voor filmmakers en videokunstenaars, brengt I Compani het komende weekend in LUX Nijmegen een nieuw project, gebaseerd op de principes van een circusvoorstelling: Circusism.
Circusism gaat over timing, illusie, bedrog, zinloze hoogstandjes, exotisme en absurditeit. Het programma heeft de sfeer van een circusvoorstelling, zonder dat er clowns, acrobaten of wilde dieren met hun kunstjes in beeld worden gebracht. Een artistieke en hilarische duik in het wezen van het circus. Acht filmers maken een korte film waarin al deze elementen uitgewerkt worden. De films zijn van Bea de Visser, Paul en Menno de Nooijer, Erik Urlings, Harrie Timmermans, Maayke Kleinbussink en Maaike Lange, Judit Hettema, Huub Kistemaker en Douwe Dijkstra en Coen Huisman. Vijf componisten - Michael Moore, Albert van Veenendaal, Bo van de Graaf, Hans Hasebos en Martin Fondse - voorzien deze films van muziek, die live wordt uitgevoerd door acht jazzmusici van I Compani.
Zoals in elk circus ontbreekt ook de spreekstalmeester niet. Veejay Martijn Grootendorst smeedt van de visuele onderdelen een totaalspektakel. Terts Brinkhoff (de man van De Parade) werkt mee aan de vormgeving van dit programma. De voorstelling gaat op morgenavond in premičre in LUX Nijmegen. Ook zaterdag en zondag is Circusism nog te zien op deze locatie.
Energiek en enerverend concert door meestersaxofonist Chris Potter zaterdag 27 januari 2007, Bimhuis, Amsterdam
Reeds op 15-jarige leeftijd werd Chris Potter door pianiste Marian McPartland als groot talent gekenschetst. Sinds 1993 is Potters muzikale loopbaan dan ook zeer indrukwekkend. Vooral zijn regelmatige samenwerking met bassist Dave Holland heeft tot zijn wereldwijde bekendheid bijgedragen. Met zijn recente formatie Chris Potter's Underground tourt hij momenteel door Europa en aansluitend in de VS. De groep bestaat uit Craig Taborn (Fender Rhodes), Adam Rogers (gitaar) en Nate Smith (drums).
"I want people to dance if they can, to feel the music and not think of it as something complicated and forbidden", aldus een uitspraak van Potter, die in het volgepakte Bimhuis zeker werd bewaarheid. Het kwartet produceerde een overwegend goovy, funky muziek waarbij het moeilijk was stil te blijven zitten. Chris Potter is niet alleen een uitmuntend saxofonist, maar eveneens een uitstekend componist. Het repertoire bestond grotendeels uit eigen en deels recente composities, enkele zelfs unnamed, die gekenmerkt werden door een open structuur, originaliteit, wisselende tempo's en dynamiek.
Hoewel het donkere resonerende geluid van een bas enigszins werd gemist, wisten zowel Taborn als Rogers – soms wisselend, soms tezamen – spelend in het lage register van hun instrumenten die omissie adequaat op te vullen. Naast Joe Lovano, James Carter, Joshua Redman en Branford Marsalis kan Potter gerekend worden tot de toppers van de hedendaagse saxofonisten. Naast zijn eigenzinnige compositorische kwaliteiten is zijn speelwijze op de tenorsax uiterst origineel en zijn techniek formidabel. Dat alles gaat gepaard met een prachtige, volle, warme toonvorming. Ontegenzeggelijk is hij beďnvloed door mensen als Coltrane, Rollins, Henderson, Shorter en grondleggers als Hawkins, Young en Parker, maar met die bagage creëert hij zijn eigen unieke muzikale vocabulaire.
Op de basklarinet kwam Potter niet erg uit de verf. Het is voor alle rietblazers een onhandig instrument en dus niet populair. Daarbij stond de microfoon amper open. Slechts in de subtiel en pianissimo begeleide gedeelten was het instrument te horen. Gelukkig ging het om twee als ballad ingezette nummers, die later overgingen in een medium groovy tempo, waarop Potter de tenorsax maar weer aan de mond zette. Eén van de weinigen die de basklarinet goed kon hanteren was wijlen Eric Dolphy.
Ook de solistische prestaties van Craig Taborn en Adam Rogers waren voortreffelijk. Vooral na de pauze soleerde Rogers muzikaal en geďnspireerd. Behalve de leider was drummer Nate Smith de tweede 'grote' man in het kwartet. Hij toonde zijn klasse zowel in het subtiele slagwerk als in het hevig opzwepende funky drummen, maar ook in de solo's (met of zonder sticks) bleek hij een muzikale en inventieve drummer. Na twee interessante en enerverende langdurige sets had het terecht enthousiaste publiek er nog niet genoeg van en dwong het de groep een toegift af.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert van Maarten Jan Rieder.
Column Herbert Noord De wolharige mammoet is ook verdwenen
"Rasechte optimisten vertellen mij vaak, dat eens het moment komt dat de jazz weer triomfen zal vieren. Dat de jeugd plotseling tot de conclusie komt dat er nog meer muziek is buiten opgefokte hiphoppers en in hun jeugd gemaltraiteerde dj's. Ze brengen vaak te berde dat door beluistering van bijvoorbeeld de wanproducten van dj's St. Germain of Maestro de geďnteresseerde luisteraar toch op zoek gaat naar de oorspronkelijke bron. Hij of zij hoort Grant Green met een fijn St. Germain-beatje erachter en dan is de drang om naar het origineel op zoek te gaan plotseling gewekt. Ik geloof daar niet in."
Herbert Noord over door verjaardagsbezoek vervuilde cd-collecties en de vervocalisering van de jazz. Klik op bovenstaande button om de complete column te lezen.
Tom Beek Quintet geďnspireerd en overtuigend donderdag 25 januari 2007, Bimhuis, Amsterdam
Waarom gaan jazzliefhebbers eigenlijk de deur uit, de koude avond in, om zich na een behoorlijk gecompliceerde autorit of met stagnerend openbaar vervoer naar deze jazztempel te spoeden? Die vraag was dit keer niet zo moeilijk te beantwoorden, want op het programma stond een optreden van het Tom Beek Quintet, in het kader van een cd-presentatie.
De groep is samengesteld uit saxofonist en leider Tom Beek, gitarist Martijn van Iterson, pianist en Fender Rhodes-bespeler Karel Boehlee, bassist Jeroen Vierdag en drummer Marcel Serierse. Stuk voor stuk musici die hun sporen al hebben verdiend. Het was dus te verwachten dat het Bimhuis uit zijn voegen zou gaan barsten. En inderdaad, de zaal was redelijk tot goed gevuld.
Een zichtbaar gespannen Tom Beek (1969) betrad in een flitsend wit kostuum het podium en de andere musici namen onder een verwachtingsvol applaus beheerst hun plaatsen in. Beek maakt deel uit van een relatief nieuwe generatie saxofonisten en heeft al een herkenbare sound weten te ontwikkelen. Hij is op diverse albums te beluisteren van onder anderen Rob Madna, Michiel Borstlap en Anna Figarova. En nu is hij dan voor het eerst onder eigen naam te beluisteren op het album 'White & Blue', met zes van de elf stukken van eigen hand.
Het concert werd geopend met 'Mr. DJ', dat bewust wat rommelig begon, direct gevolgd met een krachtig tenorgeluid. Van meet af aan swingde Tom Beek behoorlijk, daarbij dynamisch ondersteund door de ritmesectie. De toon was gezet: de groep had er zin in! Daarna weerklonk 'Nefertiti' van Wayne Shorter, in een arrangement van Rob Madna. Karel Boehlee was inmiddels achter de vleugel gekropen en het stuk ontvouwde zich; na een rustige opening door Tom Beek nam Martijn van Iterson het heft in handen, krachtig en soepel akkoordenreeksen spelend op zijn gitaar, daarbij relaxed ondersteund door bas en drums. Na een schitterende gitaarsolo bewandelde Beek in zijn spel niet de gemakkelijkste weg. In de moeilijk te doorgronden opbouw - van laag naar hoog - laveerde hij behendig door de complexe structuur en kwam goed op stoom. Van Iterson ging zich hierna in de solo wringen en samen vormden zij het spel tot één geheel.
De set werd vervolgd met 'Under The Sun', dat door Tom speciaal voor Boehlee werd geschreven. Deze opende haast symfonisch op zijn piano, met een doodse stilte van zijn medespelers en uiteraard ook van de zaal. Tom Beek nam opnieuw de solo over, ondersteund door een fijn latinritme, met Marcel Serierse soeverein achter zijn drumstel. De solopartij werd haast jubelend door Beek opgebouwd, Vierdag begon op zijn bas als het ware wat kapsones te krijgen, en ook Serierse roerde zich behoorlijk, maar de saxofonist bleef onverstoorbaar sterk en stabiel zijn partij blazen. Het nummer werd heel mooi melodisch beëindigd.
En zo bouwde dit kwintet aan een zeer krachtig optreden, met als uitschieter voor de pauze een stuk met een funky thema, door Tom 'Marathon' gedoopt. Zo herkende het publiek Tom Beek: krachtig en vrij spelend, met snel en melodisch spel, soms met lange uithalen, afgewisseld door snelle notenreeksen in het midden- en hoge register. De zaal begon ook te swingen. Na de pauze hetzelfde beeld, met als uitschieter 'Caravan', lekker fel gespeeld. De leider gaf werkelijk alles, weer perfect ondersteund door het duo Vierdag en Serierse, met daarna een prachtige solo van Van Iterson. Maar ook in het als eerbetoon aan John Coltrane gespeelde 'Naima' wist de band te overtuigen.
Eigenlijk was dit hele concert een feest te noemen, waarin Tom Beek zich als een echt dragende leider manifesteerde. Opvallend ook was het uiterst geconcentreerd spelen van Toms collega's. Een zeer geslaagd optreden, waarvoor men terecht de deur is uitgegaan!
Speelplezier en enthousiasme kleeft aan je verhemelte 'The Itch', Benjamin Herman Quartet, zondag 21 januari 2007, Porgy & Bess, Terneuzen
Benjamin Herman: altsaxofoon / Anton Goudsmit: gitaar / Ernst Glerum: bas / Joost Kroon: drums.
Het is tweeduizendzeven, geniet van het leven! Dat is dan ook precies wat er gebeurt op het podium. Er wordt veel plezier gemaakt en dat enthousiasme slaat over op het publiek. Benjamin Herman speelt met zijn kwartet één van de laatste concerten van zijn VPRO/Boy Edgar Prijs Tour. Je zou kunnen zeggen dat de heren muzikanten ondertussen heel goed op elkaar ingespeeld zijn. Een gevoel dat het concert routineus wordt afgewerkt, krijg je echter zeker niet mee.
Bandleider/arrangeur/componist/saxofonist Benjamin Herman schotelt een consistente hutspot van diverse muziekstijlen voor. Blues, bop, ballad, avant-garde, improvisaties, foxtrot en cocktailjazz worden op natuurlijke manier afgewisseld en leveren een spannend en boeiend programma. De meeste muziek is afkomstig van zijn cd 'The Itch'. Een van de eerste nummers heet 'Arachibutyrophobia'. De titel staat synoniem voor de ziekelijke angst dat pindakaas aan je verhemelte blijft kleven. De fobie levert in ieder geval een mooi up-tempo nummer op met mooie sax- en drumsoli en een dienende rol (als klevende pindakaas?) van bass en gitaar.
Het wondermooi uitgevoerde nummer 'Left Shoe, Right Shoe' is een compositie van Ernst Glerum en laat horen hoe een balad moet klinken. Pianist/bassist Glerum bespeelt zittend strijkend en plukkend zijn contrabas. Via zijn website kun je overigens een aantal prachtige filmpjes zien, waarin de schoonheid van vorm en geluid van zijn instrument tot uiting komt ('Woody Exterior').
'Do The Roach' is een blues geschreven voor gitarist Anton Goudsmit. De zeer beweeglijke Goudsmit heeft op het podium duidelijk fysiek de meeste ruimte nodig. Op sommige momenten lijkt hij zelfs in gedachten boven het podium uit te stijgen als hij de snaren van zijn Gretsch uit 1953 laat gieren en snerpen. Het stuk 'M.M.', opgedragen aan Misha Mengelberg, biedt ruimte voor improvisatie en overtuigend slagwerk. Met stokken, brushes, handen, voeten en ellebogen bespeelt Joost Kroon alle kanten van het vierdelige drumstel. Een bassdrum, snaredrum, hihat en een crashbekken: meer is er niet nodig!
'Would I Love You, Love You, Love You' is een serieuze slijper voor op de dansvloer. Voor Benjamin Herman roept het de beelden op van een naar liefde hunkerende Doris Day toen zij dit nummer ooit zong met het orkest van trompettist Harry James. Bij het als toegift afsluitende 'The Itch' deelt de Boy Edgar Prijs winnaar 2006 een recente persoonlijke droomervaring met het publiek. Het nummer wordt opgedragen aan collega Candy Dulfer.
'Sfumato' van Vinny Golia is één van die cd's van vorig jaar die ik ontelbare keren na elkaar heb opgelegd (deels tijdens het schilderen van mijn badkamer - en dit is geen achtergrondmuziek: de muren hebben geleden). In dit kwartet wordt hij vergezeld door Bobby Bradford (trompet), Ken Filiano (bas) en Alex Cline (drums). Golia, die zelf sopraansax, basfluit en basclarinet speelt, heeft op 'Sfumato' sterke composities neergezet, die na het initiële thema al snel overgaan op groepsimprovisaties rond het thema.
De manier waarop Bradford deze groep bijtreedt en de juiste dreigende sfeer weet te vinden, is sterk. Golia zelf haalt uit zijn instrumenten wat er uit te halen is: hoge dubbelklanken, schreeuwen, lange staccato stukken, maar bij momenten ook een fluwelen zachtheid. Cline is nooit minder dan efficiënt, met veel lichte toetsen. De echte pluim gaat voor mij naar Ken Filiano, wiens strijkwerk op de bas verbluffend precies is, en die zelfs de hoogste tonen van de solisten mee blijft ondersteunen. Deze muziek is free, maar dan gestructureerd vrij, geankerd in bop en blues, en het blijft swingen. Een aanrader dus!
Dynamische standards in het SJU Jazzpodium 'Stan Tracy Heterogenity', Benjamin Herman Quartet, zaterdag 20 januari 2007, SJU Jazzpodium, Utrecht
Met de bekende standard 'The End Of A Love Affair' werd in het overvolle SJU Jazzpodium het concert van het Benjamin Herman Quartet geopend. De saxofonist, bezig met een volle VPRO/Boy Edgar-tournee, had zichtbaar zin in het optreden. Dit was namelijk een optreden buiten de tournee om en met een eenmalige bezetting. Met een welhaast ongekende energie raasde Herman in up-tempo door de changes van de openingsklassieker. Het was fascinerend te zien en te horen hoe hij virtuoos en met een krachtig embouchure in talloze chorussen het nummer 'in- en outside' tot op het bot verkende.
Het gehele programma bestond uit evergreens en moderne jazzstandards ('Ju-Ju' van Wayne Shorter, Benny Golsons 'Stablemates' en de easy swingende toegift 'In A Mellowtone'). In de aankondigingen benadrukte Benjamin dat hij het erg prettig vond een dergelijk programma op een zo prominent podium als dat van de SJU te kunnen spelen. Hij mompelde nog zoiets als: 'dit repertoire is toch meer iets voor kroegenjazz'. Laat dit zo zijn, de benadering van dit repertoire door het kwartet was buitengewoon verfrissend, dynamisch, muzikaal avontuurlijk en buitengewoon interessant in de improvisaties.