Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




When you just can do
The Ploctones featuring Harmen Fraanje & Sanne van Hek, vrijdag 24 april 2009, Jazz Impuls, Musis Sacrum, Arnhem

Van achter uit de coulissen horen we het gelach en geklets van de muzikanten. Het gevarieerde publiek dat aanwezig is wordt er nieuwsgierig van. Klaar voor muziek die helemaal van deze tijd is. Vol energie en kracht, en met een vleugje humor.

Het Jazz Impuls-concert wordt door de vier Ploctones geopend. Saxofonist Efraïm Trujillo speelt gepassioneerd in een vloeiend spel met wisselende maatsoorten. Hij weet hoe hij moet omgaan met dynamiek en speelt intrigerend. De jarige Anton Goudsmit speelt hartstochtelijke melodieën tegenover veelzijdige riffs in zijn herkenbare stijl op gitaar. Hij laat verschillende dynamisch improviserende verhaallijnen zien.

Bassist Jeroen Vierdag speelt strak en virtuoos. Drummer Martijn Vink is een uiterst regelmatige muzikant met een ongekende techniek. Hij wisselt stuwende drive moeiteloos af met subtiel raffinement. Beide muzikanten onderbouwen elkaars spel en zijn goed op elkaar ingespeeld. Toch moet de band het hebben van de charme van de frontline Trujillo en Goudsmit.

Bij het tweede nummer komt pianist Harmen Fraanje de band versterken. Dat komt het geheel voor mij ten goede; hij voelt het viertal goed aan en voegt zich moeiteloos in hun muziek, hoewel hij niet geheel tot zijn recht komt in deze samenstelling. Sanne van Hek (op bugel) sluit zich aan bij het vierde nummer, waarin ze jammer genoeg niet geheel overeind blijft. Ze klinkt zacht, voorzichtig en zoekend in haar spel. Het samenspel tussen Trujillo en Van Hek kan mij meer overtuigen.

De kracht van de groep zit in verrassende expressieve uitspattingen, wat goed terug te horen is in het geniale nummer 'Paalangst', met al zijn weirde twists. En het heerlijke slingerende, rockende, opwindende '050', waar je geen genoeg van kunt krijgen. Verschillende stijlen als groovy jazz en funk komen voorbij, zoals in 'Ernesto' en 'Paka Marijat', ook al zo'n feest voor je oren.

De Ploctones zorgen meestal overal voor een overweldigend optreden. Je wordt meegenomen in een opzwepend feestje. Vanavond is dit helaas niet helemaal het geval; de band heeft de bijdrage van gastmuzikanten eigenlijk niet nodig om uit te blinken. Daardoor verliezen de Ploctones voor mij wat aan identiteit, aan hetgeen wat er werkelijk toe doet. Dat neemt niet weg dat hun laatste cd '050' een echte aanrader is voor je verzameling.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Josien Lucassen, 3.7.09) - [print] - [naar boven]





Michiel Braam's Wurli Trio - 'Non-Functionals!' (BBB, 2009)
Opname: 2008

Met de korte openingstrack (weinig meer dan een muzikaal idee en een drumsolo) zet Michiel Braam de luisteraar meteen op het verkeerde been, als zou het hier een tussendoortje betreffen van de Nederlandse pianist. Nochtans is dit al het tweede album van deze formatie, waarin Braam zich bedient van een Wurlitzer-piano en geflankeerd wordt door een basgitarist en een drummer. De kleurige mix van jazz, funk en een flinke scheut psychedelische seventies-rock zorgt op 'Non-Functionals!' voor een hoop denderende grooves vol amusement en de nodige tegendraadsheid.

Het heeft geen zin om Wurli Trio te vergelijken met het andere trio van de pianist, Trio BraamDeJoodeVatcher. Op 'Non-Functionals!' wordt duidelijk gekozen voor een rock-attitude, met de nadruk op ritme en groove, maar met aandacht voor bepaalde subtiele ingrepen die de muziek altijd spannend weten te houden. Zo vertelt Braam op 'Non-Funtional 8' wel vijf verhalen tegelijkertijd, waardoor de luisteraar overdonderd wordt door een karrenvracht Wurlitzer-noten, aangedreven door het opgefokte tempo van drummer Dirk-Peter Kölsch en bassist Pieter Douma. Op 'Non-Functional 2' zijn het dan weer de kleine uitstapjes in de polyritmiek die de knuppel in het hoenderhok gooien. De oorspronkelijke slome, bluesy drive wordt hierdoor steeds opnieuw wakker geschud, volgetankt en terug in de strijd gegooid. Braam raast hierbij als een bezetene over zijn klavier en zorgt zo voor een muzikale intensiteit waar veel musici alleen van kunnen dromen. Op zulke momenten komt niet alleen de klasse van de individuele groepsleden naar boven, maar ook het spelplezier dat binnen deze groep duidelijk aanwezig is.

Zonder afbreuk te willen doen aan de eigenheid van dit trio, moet toch wel worden gezegd dat op sommige momenten (zoals in de derde track) de sprong naar het oudere werk van Medeski, Martin & Wood snel gemaakt is. Niet alleen omwille van de gelijkaardige bezetting (MM&W bestaat uit de combinatie orgel/bas/drums), maar doordat ook bij het Wurli Trio de klemtoon ligt op een allesbepalende groove van waaruit de muziek zich ontvouwt. Braam en co onderscheiden zich echter door meer risico's te nemen en wat losser of speelser om te gaan met de muzikale fundamenten, zoals in de jazzy drum'n'bass van 'Non-Functional 6'. Het samenspel van Douma en Kölsch, vol subtiele, interactieve accenten en boeiende afwisselingen is al reden genoeg om na vijf minuten even op de repeat-knop te drukken. De klavierpartij met een suggestieve linkerhand en enkele vliegensvlugge loopjes van de rechter, zorgen voor de feestelijke verpakking.

Iedereen zal op 'Non-Functionals!' wel andere invloeden horen. Focus, King Crimson of Miles Davis' 'Bitches Brew', ze kunnen allemaal wel op één of andere manier aan dit album worden gelinkt. Het belangrijkste is echter dat dit trio vooral leuke, originele muziek maakt en deze bovendien op een interessante en spannende manier weet te presenteren. Luisterplezier is bij deze gegarandeerd.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van het Wurli Trio kun je de volgende tracks van dit album beluisteren: 'Non-Functional 3', 'Non-Functional 6' en 'Non-Functional 8'.

(Joachim Ceulemans, 30.6.09) - [print] - [naar boven]



     

Radio 6 op North Sea Jazz

Voor de derde keer zendt Radio 6 uit vanaf het North Sea Jazz Festival in het Rotterdamse Ahoy. Radio 6 doet 10, 11 en 12 juli 2009 als enige radiozender live en exclusief verslag van het Nederlandse jazzfestival. Radio 6 verwent luisteraars met veel livemuziek en verzorgt haar uitzendingen vanuit een glazen studio.

De publieke jazz-zender registreert in samenwerking met de NPS in vijf zalen meer dan zestig optredens. Hoogtepunten van deze optredens zijn gedurende drie dagen te horen op Radio 6. In de studio spreken de presentatoren met nationale en internationale artiesten. Verslaggevers gaan op pad om reacties uit het publiek te peilen. Ze brengen verslag vanuit de coulissen en kleedkamers.

In een glazen studio op een centrale binnenplaats maken de presentatoren van Radio 6 gedurende drie dagen 31 uur radio. Namens Radio 6 zijn Winfried Baijens, Jaap Brienen, Vincent van Engelen, Co de Kloet en Steef Cuijpers in Rotterdam aanwezig. Op vrijdag 10 juli zendt Radio 6 van 16.00 tot 01.00 uur uit vanaf North Sea Jazz. Op zaterdag 1 juli en zondag 2 juli is het festival van 14.00 uur tot 01.00 uur op Radio 6 te volgen.

Aanvullend op de radio- en televisie-uitzendingen bieden Radio6.nl en NPS Nieuwe Media concerten on demand aan in audio en video. Tevens zijn er op de website van Radio 6 recensies, interviews, unieke foto's en sfeerreportages te vinden van North Sea Jazz. Het digitale themakanaal Cultura brengt rechtstreeks vanaf het festival het mooiste van vrijdag, zaterdag en zondag.

Klik
hier voor de website van Radio 6.

(Maarten van de Ven, 29.6.09) - [print] - [naar boven]





Amina Figarova - 'Above The Clouds' (Munich Records, 2008)

Dit album is, als ik het wel heb, het tiende van de Nederlands-Azerbeidzjaanse pianiste. Figarova heeft een internationale reputatie opgebouwd als arrangeur en componiste. Op 'Above The Clouds' wordt die bevestigd. Het is een elegante productie, waarin de balans net overslaat naar de romantische kant van Figarova.

De muziek is enerzijds stevig verankerd in de verworvenheden van Blakey en Mingus, zoals meteen in het eerste nummer, '‘A’ Dance' blijkt. In de ballads komen we iets van het klassieke impressionisme tegen, zoals in 'Bedtime Story', het titelstuk of 'Nico’s Dream'. De basisbezetting bestaat hier uit vier blazers: echtgenoot Bart Platteau op dwarsfluiten, de trompettisten/bugelspelers Ernie Hammes en Nico Schepers, en tenorist Kurt van Herck. Vooral de ritmesectie met Jeroen Vierdag (bas) en Chris Strik (drums) maakt indruk.

Over het geheel genomen is Figarova ook de meest interessante soliste, al moet gezegd worden dat ik niet de indruk heb dat de blazers altijd op de toppen van hun kunnen spelen. De belangrijkste rol is weggelegd voor de arrangementen, die buitengewoon evenwichtig klinken, en dan vooral in uptempo stukken als 'Ernie’s Song', 'Sharp Corners' en 'Chicago Split'.

De compositorisch misschien meest ambitieuze stukken zijn 'Sailing Through Icy Waters' en 'River Of Mountains (Muhheakunnuk'), dat is geïnspireerd door de tocht van Hudson in 1609 en zijn ontmoeting met de autochtone bevolking. Het eerste stuk verbeeldt een spannend avontuur, terwijl het tweede zich grotendeels afspeelt vauit het perspectief van de Indianen, met Platteau op een Indiaanse fluit. Ook is de bezetting dan op haar grootst, met als gasten altsaxofonist Tineke Postma en trombonist Louk Boudesteijn.

De arrangementen van Figarova klinken altijd heel evenwichtig en enigszins ingetogen. Soms iets te ingetogen, zoals in de langzamere stukken 'Nico’s Dream' en 'Blue Wonder', waarin je iets meer van de verrassingen in de dynamiek van de andere stukken zou verwachten. Een elegante productie, die Figarova's kunnen andermaal bevestigt en naar meer doet smaken.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Amina Figarova kun je twee tracks van dit album beluisteren: '‘A’ Dance' en 'Ernie’s Song'.

(Ken Vos, 28.6.09) - [print] - [naar boven]





Robin Verheyen was er. En het publiek?
Robin Verheyen Quartet, woensdag 29 april 2009, Vooruit, Gent

De trend zet zich voort. Helaas. Onlangs konden we nog lezen dat Robin Verheyen in zijn eigen stad (Turnhout) met moeite volk weet te trekken. In Vooruit was dat jammer genoeg niet anders. Er was mogelijks meer volk tijdens de concerten van Misha Mengelberg, terwijl dat Nederlandse enfant terrible doorgaans toch wel iets minder toegankelijke muziek brengt. Zelf laat de saxofonist het niet aan zijn hart komen, lezen we in datzelfde artikel: "zolang ik het publiek maar kan laten genieten". Gisteren zat een groot deel van jazzminnend Gent waarschijnlijk in De Bijloke van de Amerikaanse vibrafonist Stefon Harris te genieten, en terwijl de keuze tussen beide groepen misschien niet hartverscheurend was, is het wel enigszins te begrijpen dat men de zeldzaamheid van Harris-in-Belgium liet primeren op die van Verheyen-in-Gent. Niettemin vliegt Verheyen eerdaags terug naar New York en kunnen wij alleen nog reikhalzend uitkijken naar de opvolger van 'Painting Space', die voor ergens later dit jaar is voorzien.

Deze avond kregen we overigens een pak nieuw werk te horen, dat hopelijk de weg naar dat nieuwe album gaat vinden. Een aantal van die stukken waren zo nieuw dat ze zelfs nog geen titel hadden, of enkel voorlopige, soms bevreemdende werktitels, zoals 'New York 8, Nah!'. Het tweede nummer van de set was een eerder atypisch 'Lamenting', met een elegische (duh — hoe kan het ook anders met zo'n titel), zelfs bijna stroperige melodie er middenin. Voor het overige konden we echter rekenen op de kenmerkende dynamiek en drive van de composities. Boem!, Klop! en andere uithalen die in een eerst voorzichtig aangezette melodie een paar rake punten wisten te stellen. Verheyen trad in dialoog met Bill Carrothers aan de piano, vocht even met drummer Dré Pallemaerts, en liet vervolgens kort even Nicolas Thys soleren. Alle muzikanten kregen overigens de kans om even het voortouw te nemen, en de setlist bevatte niet alleen composities van Verheyen, maar ook van Pallemaerts ('TGV'), Bill Carrothers ('Voice Of The People') en Thys ('Long Island City').

Het was een mooie set. Ik was hondsmoe en word al een dikke week geplaagd door een ergens half aanwezige, maar zich niet doorzettende migraine, maar ik heb van zowat elk moment (met uitzondering misschien van dat zoetsappige stuk in 'Lamenting') van dit concert genoten. Uit de rest van de nieuwe stukken onthouden we graag de afsluiters van de eerste set: 'Leaving Again' en 'Roscoe Padre' (als ik dat tenminste goed heb verstaan). Vooral in dat laatste werd heerlijk geduwd en getrokken. Wij lieten ons maar al te graag meeslepen.

(Bruno Bollaert, 27.6.09) - [print] - [naar boven]





Subliem kwartet creëert louter hoogtepunten
Ray Anderson/Marty Ehrlich Quartet, vrijdag 19 juni 2009, Bimhuis, Amsterdam

Twee co-leaders in één formatie. En dan nog beiden sterke muzikale persoonlijkheden. Als dat maar goed gaat, dat ze elkaar geen vliegen afvangen... Dat valt alleszins mee. Ze kennen elkaar dan ook al lang. Zo'n jaar of dertig. Als broekjes speelden ze eind jaren zeventig in de band van Anthony Braxton. Rietblazer Marty Ehrlich, toen 24 jaar, en trombonist Ray Anderson, destijds 27 jaar. Het zijn vrienden. Dat is ook merkbaar op de bühne. Ze hebben zichtbaar plezier met elkaar, met hun ritmesectie – bassist Brad Jones en drummer Matt Wilson – en met het publiek.

Anderson gromt, snuift, kreunt, sist, zucht en – vooral – spreekt door zijn trombone. Zijn techniek kent geen grenzen. De trombone is een enigszins log en lastig schuifinstrument, edoch Anderson schuift behendig en virtuoos, en produceert weergaloos swingende en spannende solo's. Klarinettist en altsaxofonist Ehrlich speelt wat behoedzamer. Hij heeft op alt een mooie ronde toon en weet dat te combineren met fraaie en melodieus opgebouwde improvisaties.

Beide leaders kunnen ook de pen zeer vaardig hanteren. Hun composities klinken zeer aangenaam en uiterst melodieus en aan de arrangementen is aandacht besteed: fraaie samenklanken, contrapunt en ingepaste collectieve overgangen, tussenstukken en uitgebreide riffs. Inspiratie voor deze kleinoden wordt geput uit het historische Amerikaanse jazz-arsenaal: swing, bop, funk, fusion en blues. Het openingsnummer (Andersons 'Lips And Grids') is exemplarisch voor de op de roots geïnspireerde composities: een lekker boppisch, groovy nummer met gevarieerde tussenstukken.

Het gehele uit twee sets bestaande concert kende louter hoogtepunten. Bijvoorbeeld de ballad 'For Leroy' van de hand van Ehrlich. Een respectvol eerbetoon aan de in 2007 overleden freejazz-violist Leroy Jenkins. Gloedvol werd door Ehrlich op klarinet gesoleerd, waarna Anderson onder een groovy ritme een grommende en gepassioneerde trombonesolo produceerde. In het laatste nummer voor de pauze excelleerde drummer Matt Wilson met een geweldig swingende drumsolo met brushes, waarna een subtiel en evenzo swingend duo met Anderson volgde.

Zowel Wilson als bassist Brad Jones zijn niet alleen formidabele begeleiders, maar eveneens voortreffelijke solisten. Wilson hanteert de brushes en de sticks zeer soepel, muzikaal en swingend. Jones heeft een stevige toon op de bas. Hij stuwt enorm en soleert intens, met een duidelijke en exacte toonvorming.

Als reeds aangekondigd in de programmafolder: 'Anderson en Ehrlich hebben allebei de gave om met hun avontuurlijke, melodieuze spel de kloof tussen mainstream en avant-garde te overbruggen'. Daar is niets te veel mee gezegd. Het kwartet incorporeert al de historische verworvenheden van de moderne jazz, van bebop tot en met free-jazz, en borduurt daar met eigen interpretaties op voort. Terecht kan gesteld worden dat dit kwartet behoort tot de buitencategorie van de internationale hedendaagse jazzformaties. Wederom dus een concert van grote klasse vanuit Nederlands jazztempel het Bimhuis.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Jacques Los, 25.6.09) - [print] - [naar boven]





Stefano Bollani wint Paul Acket Award

De winnaar van de Paul Acket Award 2009 'Artist Deserving Wider Recognition' is dit jaar de Italiaanse jazzpianist Stefano Bollani. Hij zal de prijs tijdens het North Sea Jazz Festival in ontvangst nemen. "Stefano Bollani is een avontuurlijke pianist met een opvallend persoonlijk geluid; verlicht, virtuoos en menselijk," aldus de jury, bestaande uit Huub van Riel (Bimhuis), Koen Schouten (de Volkskrant) en Hein van der Geyn (bassist/voormalig Bird-Winnaar). Voorts vindt de jury zijn improvisaties tegelijk helder, intelligent en fris. De muzikale mogelijkheden lijken bij Bollani onbeperkt, waardoor hij in de ogen van de jury een ware jazzmuzikant is. Andere genomineerden voor de Paul Acket Award 2009 waren Tineke Postma (saxofoon), Esperanza Spalding (bass), Christian Scott (trompet) en Marcin Wasilewski (piano).

De Paul Acket Award wordt uitgereikt aan groepen of personen, al dan niet musici, die een belangrijke bijdrage hebben geleverd of leveren aan de ontwikkeling van de jazzmuziek. De prijs is vernoemd naar de oprichter van het North Sea Jazz Festival, Paul Acket. Vanaf 1985 tot 2006 stond deze internationale prijs bekend onder de naam 'Bird Award'. Stefano Bollani zal de award tijdens het aanstaande North Sea Jazz Festival in ontvangst nemen. Daarnaast zal hij ook een optreden geven met zijn band I Visionari; ze spelen op vrijdagavond 10 juli in de Madeira-zaal, aanvang 19.45 uur.

(Maarten van de Ven, 25.6.09) - [print] - [naar boven]





ToBe Big Band Battle 2009: JazzArt Orchestra

Na een enerverende battle is JazzArt Orchestra uit Zwolle uitgeroepen tot winnaar van de ToBe Big Band Award 2009. Dit maakte juryvoorzitter Henk Meutgeert (dirigent-arrangeur Jazz Orchestra Of The Concertgebouw) afgelopen zaterdag bekend na afloop van de finale van de vierde editie van de Dordrechtse ToBe Big Band Battle. De vakjury bestond verder uit Juan Martinez (artistiek leider Wereld Jazz Dagen) en Nils van Haften (Dutch Jazz Orchestra). De eerste prijs bestaat verder uit een concert tijdens de Wereld Jazzdagen te Dordrecht op 29 en 30 augustus en een beker.

Volgens de vakjury verdiende Jazz Art Orchestra de eerste plaats omdat de bigband een ongekend hoog spelniveau behaalt. Verder viel hun originele repertoirekeuze en sterke arrangementen op. Zanger Herman Nijkamp is een uitstekende zanger en improviseert een prachtige scat-solo. Verder is een leuk element tijdens hun optreden de cabareteske act van de pianist.

De prijs voor de meest talentvolle bigband is dit jaar toegekend aan de Big Band Enterprise. Deze bigband uit Dordrecht heeft een goede ontwikkeling doorgemaakt en bezit een mooie bandklank met veel potentieel. Enterprise krijgt een masterclass aangeboden die geleid wordt door Henk Meutgeert.

Meer weten?
Klik hier voor de website van JazzArt Orchestra.

(Jacques Los, 24.6.09) - [print] - [naar boven]





Jarmo Savolainen overleden

Jazzpianist en pianodocent Jarmo Savolainen is donderdag 11 juni in de Finse hoofdstad Helsinki overleden aan een plotselinge ziekte. Savolainen was juist 48 jaar geworden en was een van de grootste persoonlijkheden in de Finse jazz van de afgelopen jaren.

Savolainen startte in Finland bij de bands Finnforest en Blue Train. Als bewonderaar van Keith Jarrett en Chick Corea volgde hij enige klassieke pianostudies en daarna de jazzopleiding aan het befaamde Berklee College of Music in Boston. Aanvankelijk formeerde hij een eigen nonet. Daarnaast trad hij op met zijn landgenoten Jukka-Pekka Uotila (drums) en Pekka Pohjola (bas), UMO, het kamerorkest Avanti! en de Espoo Big Band. Verder speelde hij samen met vooraanstaande muzikanten als Dave Liebman, Rick Margitza, Tim Hagans en Billy Hart.

Door zijn compositorische talent werd hij veel gevraagd voor films en tv-programma's en schreef hij stukken voor het Finse Radio Symfonie Orkest en de Nationale Opera. Sinds 1994 trad hij op met zijn eigen trio, waarvan bassist Uffe Krokfors en drummer Markku Onnaskar jarenlang deel uitmaakten. Deze groep begeleidde vele Amerikaanse solisten. In ons land trad hij najaar 2000 succesvol op met dit trio en gastsolist trompettist Eric Vloeimans. Met Vloeimans toerde hij ook regelmatig door Europa en maakte hij twee albums voor het label A-Records: 'Grand Style' (2000) en 'Times Like These' (2002).

Hij won de Finnish Jazz Federation's Georgie Award in 1994.

Bronnen: JazzPress & Finlandsite

(Maarten van de Ven, 23.6.09) - [print] - [naar boven]





Floratone - 'Floratone' (Blue Note Records, 2007)

Ik heb altijd een haat-liefde verhouding gehad met de muziek van Bill Frisell, net zoals met die van John Zorn, maar om de omgekeerde reden: Frisell maakt knappe muziek, maar toch valt hij dikwijls in een bad van zoete meligheid waarin je enkel kunt verdrinken, terwijl Zorn vervalt in doornig struikgewas met weerhaken waar je enkel met gescheurde ziel uitkomt. Beide toestanden zijn hoogst onplezierig.

Gelukkig hebben beiden ook nog muziek in het midden van het spectrum, die toch nog voldoende creatief en origineel is om aantrekkelijk te zijn. Deze cd behoort tot de realisaties van Frisell die ik met plezier beluister, samen met 'The Elephant Sleeps But Still Remembers', 'East West', 'The Intercontinentals' en 'Blues Dream'. Deze cd is in feite groepswerk, met Frisell en Matt Chamberlain op drums, die na de opname van de gitaar-drums improvisaties alles hebben laten verwerken door Tucker Martine en Lee Townsend, wier productiewerk achteraf weer door Frisell en Chamberlain werd bewerkt. Gastmusici zijn bassist Viktor Krauss, cornettist Ron Miles, en viola-speler Eyvind Kang.

En het resultaat? Niet slecht, prima speltechniek zoals kan worden verwacht, zeer goede klankkwaliteit, en een interessante en uiterst nauwgezette productie. En toch... het lijkt allemaal net iets te 'geprocessed' voor mijn oren, net iets te afstandelijk. Inderdaad soundscapes, maar dan van een omgeving waar je geen deel van uitmaakt, alsof je naar een landschap kijkt dat op het televisiescherm verschijnt. Het mist de directheid en emotionele band die je van goede jazz verwacht. Wat ontbreekt: de geur, de wind, de insecten, de ruwe bodem en de persoonlijke inspanning die je verwacht van je aanwezigheid in een echt landschap, en dus ook veel van het plezier en de voldoening ervan. Desondanks heeft deze cd zijn grote momenten.

Meer zien en horen?
Klik
hier voor een videoclip van Floratone over dit album. Met muziekfragmenten en commentaar van de groepsleden.

(Stef Gijssels, 23.6.09) - [print] - [naar boven]





Toon Roos Quartet op tournee met Steely Dan

Het Toon Roos Kwartet zal deze zomer het voorprogramma verzorgen van Steely Dan tijdens hun tournee door Europa. De tournee begint aanstaande vrijdag in de Heineken Music Hall in Amsterdam, daarna zullen Brussel, Edinburgh, Birmingham, Londen, Parijs, Rome en Milaan volgen. Het kwartet bestaat uit Toon Roos op tenor- en sopraansax, Karel Boehlee op toetsen, Hein van de Geyn op contrabas en Joost van Schaik op drums. In Italië speelt Clemens van der Feen mee op contrabas.

Toon Roos is door Walter Becker persoonlijk uitgenodigd om het voorprogramma te verzorgen van de aanstaande Steely Dan-tournee. Zij hebben elkaar acht jaar geleden ontmoet bij een concert van Roos in Amsterdam. Becker was zeer gecharmeerd van zijn spel en composities.

Toon Roos: "Dit is voor ons een jongensdroom die uitkomt. Steely Dan is al heel lang een van mijn absolute favorieten. Om hiervoor uitgenodigd te worden is geweldig, een mooie uitdaging en bijzonder eervol." De tournee leidt naar grote zalen, waaronder de Hammersmith Apollo in Londen en de Olympia in Parijs.

Klik hier voor een interview met Toon Roos, onder andere over zijn ontmoeting met Walter Becker.

(Maarten van de Ven, 22.6.09) - [print] - [naar boven]





Dan vindt een man de sleutel
Eric Boeren Quartet, donderdag 14 mei 2009, JIN, Lindenberg, Nijmegen

De nadruk in het kwartet van cornettist Eric Boeren, dat in de Lindenberg verder bestaat uit Michael Moore (altsax), Arjen Gorter (bas) en Han Bennink (drums), ligt op het werk van Ornette Coleman. De thema's van deze vermaarde freejazz-saxofonist zijn catchy, melodieus en pakkend. Die lijn wordt ook doorgetrokken in de eigen composities van het kwartet.

Deze avond wordt ingeleid door dichter, classicus en essayist Piet Gerbrandy. Hij schrijft beschouwingen voor De Groene Amsterdammer en poëziekritieken voor de Volkskrant. Het gedicht dat hij ons voordraagt werd speciaal voor deze gelegenheid geschreven.

"Geen maat geen ritme want geen ademhaling. Geen hartklop geen etmaal geen jaarkring geen leefloop. Om geboren te kunnen worden moet ritme eerst oren doen ontstaan. Om gevoeld te kunnen worden moet maat eerst ogen geboren doen worden. Ogen meten in te delen ruimte. Oren tellen hartklop van geluiden. Voeten banen paden door de herrie. Adem hijgt pandemonium tot muziek." En over Coleman: "Dan vind een zwarte man de sleutel van de afgesloten ruimten. Hij vormt met zeven schurken een joelende bende. Twee die met stokken beuken tot ze breken. Twee die aan snaren rukken dat ze zoemen. Twee schel kwakende toeters om kalmte te scheuren. Twee rieten snerpen koordloos door zwerk dat zich open spreidt voor ongehoorde vlucht. Spieren zwepen lucht op tot orkaankracht. Orde maakt weer plaats voor het ongetemde."

Altsaxofonist Michael Moore speelt met fluweelzachte toon, die hij opeens kan afwisselen met onverwachte shrieks. Zijn geluid is warm en rond. Hij geeft op inspirerende wijze tegengas als Boeren soleert. De even creatieve als theatrale Han Bennink - met opgetrokken broekspijpen – volstaat vanavond met een simpele snaredrum. Daarmee weet hij volop te variëren, bijvoorbeeld door de snaren van de snare af te halen, zodat het geluid compacter en minder fel wordt. Bennink haalt vanavond alles uit de kast; hij strooit met rimshots, gooit zijn voet op de snare en gebruikt deze als dempende en tevens toonvormende factor. Humoristisch als hij is steekt hij de drumstok in zijn mond voor geluidsartistieke effecten. Bennink legt een tapijt van ritmisch snelle variaties onder het rustige spel van de blazers. Tijdens het nummer 'Song For Tracy Turtle', geschreven voor de dochter van Boeren, verrast hij iedereen door offstage plotseling mee te spelen op een in de coulissen staande piano.

Het samenspel van Boeren en Moore in 'The Sphinx' klinkt lekker rootsy. De gevoelige tonen die Boeren hier neerzet vragen je jezelf te openen en geven je een goed gevoel. De compositie 'Andes Waltz' springt eruit. Boeren - met plunger - combineert hierin wederom sterk met Moore. Deze speelt met een mooi vibrato, die zijn altsax doet klinken als een panfluit. Boeren fabriceert fluweelzachte tonaties. Bassist Arjen Gorter, die deze avond invalt voor Wilbert de Joode, speelt virtuoze riffs en laat strijkend mooie overgangen horen met zwierende en melodieus resonerende lijnen. Samen met Bennink zorgt hij voor een bluesy groovende drive in het nummer 'Embraceable You'.

De mooie toegankelijke swing, pakkende Coleman(achtige) thema's en het samenspel van deze vier heeft een bijna zuiverende werking. De vier muzikanten benutten hun improvisatieruimte gelijkwaardig. Er is genoeg te zien en te beleven. Het leidt tot een verrassende avond, die extra karakter krijgt door een verfijnde poëtische omlijsting.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Josien Lucassen, 21.6.09) - [print] - [naar boven]





Charlie Mariano overleden

Afgelopen dinsdag overleed de Amerikaanse altsaxofonist Charlie Mariano in een ziekenhuis in zijn woonplaats Keulen, waar hij sinds februari was opgenomen, aan de gevolgen van kanker. Hij is 85 jaar oud geworden.

De in 1923 geboren Mariano begon zijn professionele carrière in een dansband in Boston. Het repertoire bestond uitsluitend uit standards als 'Lady Be Good' en 'Blue Skies'. In zijn diensttijd was hij gelegerd in Los Angeles. Daar maakte hij een liveconcert mee van Charlie Parker en Dizzy Gillespie, die dan voor het eerst aan de West Coast spelen.

In 1945 verliet hij het leger en ging Mariano studeren aan de gerenommeerde Berklee School of Music in zijn woonplaats Boston. Daar jamde hij met vele bekende musici als Quincy Jones, Gigi Gryce, Serge Chaloff en Sam Rivers en speelde hij in de formaties van Shorty Sherock en Nat Pierce. Begin jaren vijftig maakte hij veel indruk met zijn spel op de altsaxofoon. Hierop ontwikkelde hij een eigen stijl, na aanvankelijk duidelijk beïnvloed te zijn geweest door Charlie Parker. Gedurende deze jaren vestigde hij zijn naam in de rietsectie van befaamde bigband van Stan Kenton, waarin hij gedurende twee periodes speelde. Daarna verhuisde Mariano naar Los Angeles, waar hij musiceerde met trombonist Frank Rosolino en deel uitmaakte van de formatie van drummer Shelly Manne.

In 1960 trad Mariano in het huwelijk met pianiste/bandleider Toshiko Akiyoshi, een combine die ook een album zou opleveren: 'The Toshiko-Mariano Quartet'. Midden jaren zestig speelde de saxofonist mee op twee baanbrekende platen van bassist Charles Mingus: 'The Black Saint And The Sinner Lady' en 'Mingus, Mingus, Mingus, Mingus, Mingus', beide uitgebracht in 1963 op het Impulse-label. Daarnaast gaf hij les aan de Berklee School of Music en leidde hij kortstondig de jazzrockformatie Osmosis. Vervolgens trokken Mariano en Akiyoshi naar Japan, waar ze een kind kregen. Het stel scheidde in 1967.

De open minded Charlie Mariano kwam in contact met andere muzieksoorten – pop, rock en folk - en liet zich daardoor inspireren. Hij reisde naar India en het Verre Oosten en formeerde de fusiongroep Osmosis. In 1971 nodigde fluitist Chris Hinze hem uit naar Nederland te komen, waar hij een optreden gaf op het Holland Festival. Hij ontmoette diverse Europese musici, waar onder Jasper van 't Hof, Stu Martin, Philippe Catherine en besloot zich begin jaren zeventig in Europa te vestigen.

Hij leidde de groep Pork Pie met gitarist Philip Catherine and pianist Jasper van 't Hof. Midden jaren zeventig keerde Mariano kortstondig terug naar de Verenigde Staten, waar hij vooral studiowerk deed. Daarna trad hij op uitnodiging van de Duitse contrabassist Eberhard Weber toe tot diens jazzrockformatie Colours, waarmee hij een tweetal albums maakte. Hij speelde ook nog een tijdje in de laatste editie van de Nederlandse popgroep Supersister.

Mariano raakte meer en meer geïnteresseerd in Zuid-Aziatische muziek. Zo leerde hij tijdens een trip naar Maleisië de Nadaswaram, een soort dubbele hobo uit Zuid-India, te bespelen. Hij zou geregeld terugkeren naar dit continent om te studeren en zijn vaardigheden aan te slijpen.

De altsaxofonist speelde nooit op routine; elk concert zag hij als een nieuwe uitdaging. Met name zijn toonvorming was bijzonder. In maart 2006 stond Mariano op het Bimhuis-podium in het kader van een tournee met het European Jazz Ensemble, dat zijn 30-jarig bestaan vierde. Onze recensent hoorde hem daar een prachtig opgebouwde en zeer melodieuze solo spelen in een adembenemende duovertolking van een Duke Ellington-ballad met pianist Rob van den Broeck.

Het aantal onder zijn naam verschenen albums is enorm, evenals de lijst van musici met wie hij heeft samengewerkt: Jaki Byard, Dick Twardzik, Lennie Niehaus, Bill Perkins, Richie Kamuca, McCoy Tyner, Tete Montoliu, Niels Henning Orsted Pedersen, Albert Mangelsdorff en vele anderen. Hans-Jürgen Schaal van Enja Records schrijft terecht: "Zelfs nog op 85-jarige leeftijd bezat Charlie Mariano één van de meest originele en creatieve stemmen in de jazz en kon hij zijn publiek tot tranen toe roeren".

(Jacques Los & Maarten van de Ven, 21.6.09) - [print] - [naar boven]





Sun Ra - 'Some Blues But Not The Kind That’s Blue' (Atavistic, 2008)
Opname: 1977/1973

Daar waar het Evidence label ophield in de late jaren negentig, nam Atavistics Unheard Music Series het over en bracht het enkele van Ra's zeldzaamste en meest intrigerende sessies opnieuw uit. Sun Ra heeft maar weinig opnames met een kleine begeleidingsgroep gemaakt; in dit geval slechts negen muzikanten. Omdat deze albums maar zelden op standards focussen, is 'Some Blues But Not The Kind That’s Blue' een zeldzaamheid in Ra's omvangrijke discografie. Aan de heruitgave van het in eigen beheer uitgegeven studio album uit 1977 zijn een tot op heden onuitgebrachte collectieve improvisatie en twee interpretaties van 'I’ll Get By' uit 1973 toegevoegd. Die eerder obscure opnames zijn niet meteen een introductie in het omvangrijke oeuvre van Sun Ra, maar vormen zeker een interessante aanvulling voor de fans.

Ra's composities ervaar je als luisteraar meestal als experimenteel, maar 'Some Blues' toont dat Ra eerst alle jazzregels beheerste voor hij ermee brak. De titeltrack - slechts een van de twee originele composities - opent de cd met anderhalve minuut chaos van een ingekorte en basloze versie van het Arkestra, tot Ra plots herhaaldelijk een kort motief op de piano speelt en de band stil valt. De jam vervolgt met onder andere een opmerkelijk samenspel tussen Ra's groovy pianopartij en de uithalen van John Gilmore op tenorsax. Voor de fans is er de zeldzame opname van een onconventionele interpretatie van 'My Favorite Things', een standard die meteen aan de versie van het John Coltrane Quartet herinnert. Ra negeert de akkoordenwissels en speelt quasi-percussief, zodat ruimte vrijkomt voor solo's die de originele melodie slechts bij momenten laten doorschemeren.

Op de opnames verkiest Ra voornamelijk de akoestische piano boven de voor hem zo typerende orgels. Die keuze werd hoogstwaarschijnlijk genomen in functie van de standards. Met slechts in drie composities een bassist, speelt Ra's linkerhand gebroken basmotieven die bij momenten een eerder onconventionele, maar swingende puls voortbrengen. Het tweede originele werk - tevens de enige vrije improvisatie op het album - 'Untitled' werd aanvankelijk opgenomen voor 'Some Blues', maar haalde de uiteindelijke selectie niet. Vreemd, want de pianosolo vormt een heel bescheiden hoogtepunt van de cd; Ra zoekt en vindt een perfecte balans in zijn pianospel, waarna een ontketende Gilmore de improvisatie naar zijn hand zet.

Een atonale versie van 'Nature Boy' volgt. De bitse en scherpe uithalen van Gilmore staan in mooi contrast met het zachte pianospel van Ra, dat bij wijlen ver weg van Sun Ra's reputatie swingt. Atavistic voegt twee alternatieve versies (repetitieopnames) van 'I’ll Get By' uit 1973 toe, met Sun Ra op orgel en Ronny Boykins op bas. Een opname met Gilmore op tenorsax en een met trompettist Akh Tal Ebah vormen een interessante vergelijking met de originele versie op 'Some Blues'.

De ongewone interpretaties van de jazzstandards en de onuitgegeven tracks maken van 'Some Blues But Not The Kind That’s Blue' een interessant document voor de fans. De bijzondere samenstelling van het Arkestra en Ra's expressieve pianospel, dat getuigt van een pianistiek meesterschap in de lijn van de grote jazzpianisten, geven dit album een heel specifieke kleur. Sun Ra en zijn Arkestra komen op het album nu eens intiem, dan weer bombastisch tot ongeëvenaarde versies van de standards.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

(Jan De Moor, 21.6.09) - [print] - [naar boven]





Eenzaam de kramp negeren
Paul Bley, vrijdag 15 mei 2009, Vooruit, Gent

Het is niet vanzelfsprekend om een concert zoals dat van Paul Bley, vrijdag in de Theaterzaal van Vooruit, te beoordelen. Een luttele twee jaar geleden schonk de man ons – 35 jaar na zijn ophefmakende eerste soloplaat – een niet te negeren album 'Solo In Mondsee'. Voor de jazzwereld leek het wel alsof Bley herboren was – niet dat hij ooit was weggeweest, maar Bley maakt nu eenmaal geen muziek die als zoete broodjes over de toonbank schuift. Het album werd overigens reeds in 2001 opgenomen, maar pas in 2007 op het ECM-label uitgebracht. 77 Kaarsjes mag hij later dit jaar uitblazen, en het historisch belang van Paul Bley kan eigenlijk moeilijk overschat worden.

Van deze pianist wordt verteld dat hij de studio binnenstapt, exact een cd volspeelt, en dan weer naar huis trekt. Zijn (dure) autobiografie die in 1999 werd gepubliceerd bevat dan ook een Selected Discography die meer dan 10 bladzijden beslaat; een afzonderlijke discografie werd voordien, in 1995, gecompileerd, en bevat meer dan 400 albums.

Bleys leeftijd begint ondertussen een beetje zijn tol te eisen. Toen het publiek de zaal binnen mocht, zat hij reeds aan de piano, en aan het einde van het concert schuifelde hij moeizaam de coulissen in, waar hem in het halfduister een kruk werd aangereikt. Het behoeft weinig verwondering dat die tekenen van ouderdom ook in het optreden doordringen; de Paul Bley die we vrijdag te horen kregen, kwam heel verschillend over dan degene van de heel gekuiste ECM-sound op 'Solo In Mondsee'.

Begrijp dat niet verkeerd: Bley speelt meesterlijk. De virtuositeit zit samen met het vakmanschap in zijn vingers en handen, die probleemloos onafhankelijk van elkaar spelen. De manier waarop hij lyriek met dissonantie vermengt is vaak verbazingwekkend om te horen. Alleen wil artrose die vingers tegenwoordig wel eens overmeesteren. En waar Wayne Shorter een complete band rond zich heeft om even tegen de piano geleund te kunnen uitblazen, moet Paul Bley eenzaam die kramp negeren. "Je kunt beter inspelen op de verzuchtingen van je handen", liet Bley optekenen, een citaat dat nu misschien op een andere manier van toepassing wordt.

Als introductie tot Bley kon het concert wel tellen. Het free gedeelte werd voorzichtig en schijnbaar met mondjesmaat geserveerd, veelal een beetje verscholen onder een lyrisch laagje vernis. Thema's werden aangesneden en verhaspeld, en de pianist stak vol overtuiging de draak met zichzelf én met het publiek. Vergelijkingen met de klankkleur van Keith Jarrett zijn vanzelfsprekend, terwijl die laatste veel meer en gemakkelijker ingang heeft gevonden bij het grote publiek.

Ook daar ligt een deel van het belang van dit concert; iemand als Paul Bley mag niet zomaar worden genegeerd of vergeten. En als het publiek achteraf benieuwd of geprikkeld naar huis kan keren, dan is de opdracht geslaagd. Misschien wordt het tijd om die biografie eens te herlezen.

(Bruno Bollaert, 18.6.09) - [print] - [naar boven]





The Jazztube #42 / DVD
Michel Petrucciani - 'Non Stop Travels' (Dreyfus Jazz, 2007)

Opname: 1998

Het is alweer ruim tien jaar geleden dat Michel Petrucciani overleed: de vertederende Franse jazzkabouter die oogde als een soort E.T. achter de vleugel (met een speciaal verhoogstukje voor de pedalen) maar daar volwassen jazz op speelde – als hij muziek maakte was er niks vertederends aan hem, maar nam hij je onontkoombaar mee in een muzikaal avontuur, gebaseerd op een fantastische (en onbegrijpelijke) techniek, een neus voor jazztiming en een haast instinctief gevoel voor harmonie.

Het concert op deze dvd dateert van een jaar voor zijn dood, hij wordt bijgestaan door Anthony Jackson op (vijfsnarige) basgitaar en Steve Gadd op drums (met een meesterlijke brushestechniek). Sublieme triojazz, met als hoogtepunt een indrukwekkende en subtiele vertolking van de Miles Davis-klassieker 'So What'. Wat de dvd extra interessant maakt is de toevoeging van een gevoelige documentaire (uit 1995) van bijna een uur, waarin de Duitse regisseur Roger Willemsen indringende gesprekken voert met Petrucciani over zijn jeugd in Orange, zijn ziekte (hij leed aan een erfelijke afwijking van het beenderstelsel, gecombineerd met een groeistoornis), zijn liefde voor muziek in het algemeen en jazz in het bijzonder, zijn vriendschappen, het leven in het algemeen.

Aangrijpend is zijn ontmoeting met tenorsaxofonist Charles Lloyd, die hij ooit als achttienjarige nieuwkomer in Californië uit diens zelfverkozen isolement haalde en weer tot spelen bracht. De twee zijn gefilmd in een spectaculaire zonsondergang op de rotskust bij Big Sur. Mooi is ook de reportage van een opnamesessie met de vioolveteraan Stéphane Grappelli, grappig is het bezoek aan de Steinway-fabriek, sfeervol zijn de slotbeelden waarvoor een vleugel op de top van een New Yorkse wolkenkrabber is gezet; we zien vanuit een helikopter Michel Petrucciani daar spelen, geheel in zijn eentje, in de loeiende wind, met die fameuze skyline om hem heen.

Petrucciani was, vertelde hij aan Willemsen, niet bang voor pijn; die hoorde bij zijn leven, hij had altijd pijn. Maar wel was hij bang voor de dood; hij was bang dat er toch niets meer zou komen na het leven, en zei met een twinkeling in zijn ogen dat hij zich dan zeer bekocht zou voelen. Maar zijn ziekte was niet dodelijk, zei hij er opgelucht bij. Hij ging ervan uit dat hij nog lang zou leven en steeds bijleren. Het is er niet van gekomen, weten wij nu; hij stierf in januari 1999, 36 jaar oud, niet aan zijn beenderziekte of aan zijn groeistoornis, maar aan een aandoening van de longen – misschien rookte hij wel te veel.

Ik hoop dat hij in het hiernamaals nog jazzplezier heeft, bijvoorbeeld met de door hem zeer bewonderde Duke Ellington, wiens muziek hem inspireerde om de klassieke muziek te verruilen voor de jazz.

Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

Een voorproefje?
Klik links bovenin op de afbeelding om het nummer 'So What' van deze dvd te bekijken en te beluisteren.

(René de Cocq, 18.6.09) - [print] - [naar boven]





Nette jazz
Jeremy Pelt Quintet, vrijdag 12 juni 2009, Bimhuis, Amsterdam

Het kwintet van de vijf keer op rij winnende 'rising star on trumpet' van het Amerikaanse jazzblad Down Beat, Jeremy Pelt, heeft zich geworteld in het moderne postbop-idioom. Pelt heeft als trompettist de lijn van Miles Davis (vóór diens 'elektrische jaren'), Woody Shaw en Freddie Hubbard consequent doorgezet. Helaas heeft hij de bravoure en het technische vermogen van de twee laatstgenoemden niet in huis.

Desondanks heeft de 33-jarige trompettist al een imposante discografie op zijn naam staan, onder andere de cd's 'Insight' op het Nederlandse label Criss Cross en 'Close To My Heart' en 'Shock Value: Live At Smoke' op MaxJazz. Schier eindeloos is het aantal opnamen waarop hij als sideman meespeelt op labels als Fresh Sound, High Note en het eerder genoemde Criss Cross met onder meer Wayne Escoffery, Vincent Herring, Gerald Wilson, Mingus Big Band, Ralph Peterson en Cedar Walton.

Het repertoire, deze avond, bestond grotendeels uit composities die eveneens te beluisteren zijn op zijn recent verschenen cd 'November' (MaxJazz). Merendeels korte thema's waarop naar hartelust geïmproviseerd kan worden. Hoewel Pelt in de medium en snellere stukken niet bewonderenswaardig soleerde, imponeerde hij wel met een beheerste toonvorming en een spaarzame doch muzikale notenkeus in twee prachtige ballads. Tenorsaxofonist JD Allan had een nogal droge sonore toon. Hij improviseerde vooral academisch en gebruik makend van korte motiefjes. Erg spectaculair was het niet. In Pelts compositie 'Monte Christo' speelde hij één van zijn betere solo's op een lekkere swingend groove van bassist Vicente Archer en drummer Gerald Cleaver.

Pelt kan zich gelukkig prijzen met een goed geoliede ritmesectie. Bassist Archer stuwde stevig en enorm. Zijn enige solo was van grote klasse. Cleaver is een lekker swingende relaxte drummer die, met een goede timing, zijn bekkens gevarieerd beroert en passende, muzikale fills produceert. Pianist Danny Grissett is een uiterst muzikaal en bekwaam begeleider. Zijn solo's behoorden tot de hoogtepunten van het concert. Hij heeft een lichte aanslag en een snelle rechterhand. Hij speelde sprankelende en interessante melodische lijnen. Hij was de solistische uitschieter van het kwintet dat weliswaar bekwaam - maar niet meer dan dat - nette jazz speelde, zonder één enkele rafelrand of emotionele uitschieters.

Klik hier voor een fotoverslag van Fred van Wulften van dit concert.

(Jacques Los, 17.6.09) - [print] - [naar boven]





Ad Colen Quartet – 'Free' (Sweet Briar Music, 2009)

'Free' is inmiddels alweer het vierde album dat de Utrechtse saxofonist Ad Colen onder eigen naam uitbrengt. Op 'KPT' na zijn alle composities van de hand van de leider. Alleen heeft pianist Gé Bijvoet een handje geholpen bij 'Lost And Found'.

Naast Bijvoet wordt het kwartet gecompleteerd door een zeer competent ritmeteam: bassist Wiro Mahieu en drummer Yonga Sun. Op het licht funky 'Tricky Customer' levert fluitist Mark Alban Lotz een boeiende bijdrage, waaruit blijkt dat hij tot het kleine groepje spraakmakende en bepalende Nederlandse jazzfluitisten behoort. In zijn tweede bijdrage, 'Carjive', wordt dat nog eens bevestigd. De andere gast, gitarist Wim Bronnenberg, soleert in het luchtige bossa-like 'Bicicletto' op akoestische gitaar, waaruit blijkt dat hij als enigszins 'underrated' gitarist thuishoort in het rijtje: Goudsmit, Van Ruller, Van Iterson en Van der Grinten.

Als vanouds soleert Colen – in het bijzonder op de tenorsax – vloeiend, modern, intensief en inventief, gepaard gaand met een prachtig, warm geluid. Een geluid dat te plaatsen valt tussen het zoetgevooisde van Stan Getz en het scherpe masculine van John Coltrane. Hij bouwt zijn solo's zeer bekwaam op en weet vaak een climax te bereiken. Exemplarisch: het groovy 'Split' en het heftig funky 'Carjive'. Hoewel Bijvoet overwegend een zeer bekwaam begeleidende pianist is, komt hij vooral in het voornoemde 'Split' tot goede, extraverte solistische prestaties.

Dat Colen eveneens een uitzonderlijk componist is, blijkt uit de zeer melodieuze ballad 'Free', het medium 'Solitude City' en het als duo – sopraansax en piano – fraai en sereen uitgevoerde 'Lost And Found'. De saxofonist heeft kortom wederom een prima cd afgeleverd, mede ook dankzij zijn Utrechtse gasten (Lotz en Bronnenberg) en zijn voortreffelijk begeleidingstrio.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Ad Colen kun je de volgende tracks van dit album beluisteren: 'Lost And Found', 'Tricky Customer', 'KPT' en 'Turkeywalk'.

(Jacques Los, 16.6.09) - [print] - [naar boven]





Daar waar het hart gaat en je een speld kunt horen vallen
Eric Vloeimans' Fugimundi, woensdag 22 april 2009, Paradox, Tilburg

In een uitverkocht en bomvol Paradox komen we als een van de laatsten binnen. Zoekend naar een plekje, klimmend over mensen heen. Vanavond wordt de nieuwe cd van Fugimundi, 'Live At Yoshi’s', gepresenteerd. Trompettist Eric Vloeimans, pianist Harmen Fraanje en gitarist Anton Goudsmit vinden elkaar steeds op verschillende manieren. Het drietal daagt elkaar onderling continu uit en sleept de luisteraar mee.

Het publiek wordt betoverd door het gepassioneerde trio. 'Corleone' klinkt als een filmisch stuk, waarin Vloeimans zijn trompet wonderbaarlijk weet te transformeren, met dubbeltonen, naar de klank van een dwarsfluit. Zeer beheerst. In zijn spel waan je je al gauw in een spiritueel helende sfeer. Hij laat zijn trompet speels en prikkelend klinken. In 'Antwan' komt Goudsmit helemaal tot zijn recht met zijn perfecte timing en exacte akkoorden. De gefocuste gitarist kan in dit nummer met de juist gekozen tonen lekker scheuren. Fraanje speelt deze avond ongekend, afwisselend melancholisch en gedreven stimulerend, met veel tempowisselingen. Ook humor wordt rijkelijk ingezet. Zo steekt Goudsmit op een bepaald moment zijn gitaar tussen zijn benen, om er vervolgens op weg te galopperen. Een leuke intro voor het nummer met western invloeden dat daar achteraan komt.

Vanaf onze positie aan de zijkant van het podium verwonder ik me over de gezichtsexpressies van alle aanwezigen. Iedereen lijkt te worden meegevoerd door de aangrijpende melodieën. Van achter uit de zaal roept plots een mevrouw: "Meneer Anton, mag ik een kus? Want ik moet op de bus!" Nadat Goudsmit aan haar verzoek heeft voldaan, loopt hij blozend en met opgetrokken broekspijpen van de vrouw weg, wat tot hilarische reacties in de zaal leidt.

Schrijver Martin Bril, die de liner notes voor de nieuwe cd schreef, blijkt eerder deze avond te zijn overleden. Dit geeft het bijzondere concert achteraf nog een extra dimensie. Saxofonist en mentor Paul van Kemenade, aanwezig in het publiek, wordt door Eric Vloeimans het podium opgeroepen en krijgt het eerste exemplaar van 'Live At Yoshi’s' uitgereikt. De cd's worden als warme broodjes verkocht en persoonlijk gesigneerd. De trompettist maakt naderhand tijd vrij om een praatje te maken met het publiek.

Deze avond zijn de muzikanten op zoek naar de juiste verbinding met elkaar. Er is vooral veel voelbare passie. Fugimundi heeft een pakkende, betoverende en helende invloed op het publiek. Een genot voor hart en ziel.

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Josien Lucassen, 14.6.09) - [print] - [naar boven]



Noord-Hollandse jazzpodia in nood!

Er is zeer slecht nieuws voor de vijf kleinschalige jazzpodia in Noord-Holland. In het kader van de nieuwe Culturele Nota getiteld 'Cultuur op de Kaart' heeft de Provincie Noord-Holland besloten de reguliere programmering van deze podia niet meer te subsidiëren. Het gaat hierbij om Provadja (Alkmaar), Mahogany Hall (Edam), Nieuw en Diep (Den Helder), JazzAffairs (Hoorn) en New Dutch Swing (Zaandam).

Een zeer slechte zaak. Kennelijk begrijpt men bij de provincie echt niet waar deze podia, die al jaren bestaan en floreren, mee bezig zijn. Er dreigen dus in de toekomst zeker circa 60 concerten teloor te gaan. Dit betekent dat er voor 240 muzikanten in een periode van ongeveer 8 maanden per jaar geen werk meer is. Het is te gek voor woorden.

Ook de landelijke politiek laat het sinds jaren al afweten wat betreft subsidieverstrekking aan jazzgroepen en instanties. Als nu dus de provincies en gemeenten ook al subsidies intrekken of verminderen, is voor de jazzmusici schraalhans king of jazz.

In schril contrast daarmee wist de Volkskrant op zaterdag 13 juni te melden dat 55 grootverdieners in Nederland in 2008 (het jaar dat de crisis is ingezet) 135 miljoen euro aan salaris en gouden handdrukken bijeen hebben gegraaid. En wat hebben de podia op jaarbasis nodig van de provincie? Ongeveer 40 tot 50 duizend euro!

(Jacques Los, 14.6.09) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Blijf op de hoogte via de

Meer draai om je oren:

Zoek in deze website:

Google

web deze website

Redactieadres
Cees van de Ven
Boonskuilstraat 19 B2
3910 Neerpelt
België
T (0032) 11 74 71 80
M redactie@draaiomjeoren.com

Extra & exclusief
www.flickr.com
cees van de ven's JazzCase photoset cees van de ven's JazzCase photoset


Nieuws, tips, suggesties, meewerken? Mail naar de redactie.


Wie zijn er online?




(advertenties)






























[Valid Atom]
(meer informatie)

This page is powered by Blogger. Isn't yours?