
Cd
John Coltrane Quartet - 'Live In France July 27 & 28, 1965 - The Complete Concerts' (AMG Records, 2010)
Opname: juli 1965
Slechts weinig figuren uit de jazzwereld spreken zo tot de verbeelding als John Coltrane. Als saxofonist veroverde deze in 1957 de wereld met zijn album 'Blue Train' en hij bleef vanaf toen gestaag aan populariteit winnen. Zijn verhaal eindigt, tragisch genoeg, reeds tien jaar later, wanneer hij op 17 juli 1967 plots sterft aan leverkanker. In de tien jaar tussen 'Blue Train' en 'Expression', één van zijn laatste albums, doorloopt Coltrane in ijl tempo een immense evolutie. Hij erft de modale jazz van Miles Davis' 'Kind Of Blue' (waarop hij nota bene zelf meespeelt) en evolueert vanaf begin jaren zestig zeer duidelijk richting de free jazz. Intussen heeft zijn kwartet met pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison (dat eind 1965 onvermijdelijk uit elkaar spatte, omdat Coltrane een ander soort jazz voor ogen had dan Tyner en Jones) mythische proporties aangenomen. Geregeld verschijnen nog nieuwe releases van het legendarische kwartet, waaronder deze live-set uit Frankrijk.
Vooral de datering van deze opname doet menig jazzfanaat watertanden. Eind 1965 zou het Coltrane-kwartet zoals het er ruim vijf jaar had uitgezien, ophouden te bestaan. In de fase waarin het kwartet hier vereeuwigd werd, was Coltrane reeds aan het opnemen met andere muzikanten en barstte hij harmonisch totaal uit zijn voegen. Dat 'stapje verder' is af en toe te horen. Het kwartet zit kortom op het uiterste van zijn kunnen en nooit eerder legden de muzikanten de lat zo hoog voor elkaar.
De legende wil dat Coltrane gevraagd werd om in Frankrijk zijn absolute meesterwerk 'A Love Supreme' voor te stellen. Het Franse publiek reageerde echter niet altijd even enthousiast en op 26 juli 1965 werd hij publiekelijk uitgejouwd, omdat zijn optreden in een nachtclub amper dertig minuten duurde. Eenzelfde risico wilde Coltrane in het vervolg niet meer lopen, waardoor op deze cd - een weergave van de concerten die hij de twee volgende dagen speelde in Frankrijk - vooral 'veiliger' repertoire te horen is.
Hoewel, veilig? 'Live In France' bevat onder andere twee versies van Coltrane's geroemde compositie 'Ascension', een werk dat in freejazz-kringen aanbeden wordt. De albumversie die dag op dag een maand eerder opgenomen was, bevatte een hele resem extra muzikanten. Deze beide kwartetversies zijn kaler, maar lopen eveneens over van de ongebreidelde energie. De Fransen kenden het werk echter nog niet, en toen een recensent na het concert aan Coltrane vroeg hoe het stuk heette, zou die iets gemompeld hebben waar de journalist 'Blue Valse' van maakte. Vandaar beide titels op de ommezijde van de kaft. De eerste versie bevat een bijzonder potige improvisatie van Coltrane zelf. Tyner bouwt een mysterieuze solo op naar een spannend hoogtepunt, terwijl Jones een naar zijn kunnen ondermaatse drumpartij neerzet. De tweede avond lijkt Tyner zijn piano kapot te rammen in een bikkelharde solo, die Garrison poëtisch compenseert met een lang uitgesponnen bijdrage. Coltrane zelf mag besluiten, met zelfs naar zijn doen duivels genoegen.
Het Coltrane-kwartet speelde die avonden echter vooral gekend repertoire. Opener 'Naima' is bijvoorbeeld één van Coltrane's lijfstukken, dat hier in een ijzingwekkend krachtige versie ten gehore wordt gebracht. Alleen Coltrane soleert, met de typische verbetenheid en overgave die men van hem kan verwachten. 'My Favorite Things' wordt met ongewoon veel pit uitgevoerd. McCoy Tyner kent de akkoorden door en door en steekt een diepe, ietwat melancholische swing in zijn zware improvisatie. De solo van Coltrane barst anderzijds (vooral in het slotsegment) totaal uit zijn voegen en illustreert dat het huidige kwartet inderdaad aan zijn zwanenzang toe was. Van 'Afro Blue' is helaas het begin verloren gegaan, waardoor de luisteraar slechts een segment van de uitvoering in handen krijgt. De solo van Tyner is echter eens te meer zeer begeesterd, terwijl Coltrane een majestueus slot breidt aan de compositie.
Ook 'Impressions' werd op beide avonden gespeeld, een stuk dat eveneens al vijf jaar bij Coltrane op de agenda stond. De eerste opname van het nummer opent met een tien minuten durende, hypervirtuoze solo van Garrison, die wellicht uitsluitend door basfanaten naar waarde kan geschat worden. Wat volgt is een typisch staaltje Coltrane-beklemming, dat de luisteraar moeiteloos meeneemt naar de heiligste regionen van de jazz. De tweede versie is minder helder qua geluid, maar Tyners solo klinkt nog steeds bijzonder krachtig en Coltrane's improvisatie laat eens te meer weinig overeind. Als het Franse publiek 'A Love Supreme' niet kon smaken, wat moest het dan hiermee aanvangen?
Een belangrijke vraag is hoe 'Live in France' gekaderd kan worden binnen het oeuvre van Coltrane. Wel, het is een bijzonder interessant hebbeding voor de doorwinterde fans en een boeiende aanvulling op het materiaal dat reeds bestaat uit de slotperiode van het klassieke Coltrane-kwartet. Alleen zijn er ook veel andere uitvoeringen van dit repertoire op de markt van eenzelfde niveau, en met een betere geluidskwaliteit. Vooral op de tweede avond gaan immers veel nuances verloren en klinkt de opname nog eens twintig jaar ouder dan ze in feite is. Coltrane en zijn begeleidende trio overleven het stoffige karakter van de opname probleemloos, maar de korrelige sound werpt een spijtige schaduw over het zeer vurige concert. Een steengoed album nochtans, maar zeker geen must.
Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be(Jan-Jakob Delanoye, 5.3.10) - [print]
- [naar boven]

Concert
Pelgrimstocht en polonaise bij Gatecrash
vrijdag 12 februari 2010, Paradox, Tilburg
Op dit moment toert trompettist Eric Vloeimans met zijn Fugimundi door de VS en Canada. Wat moet het gelukzalig zijn om in diverse bezettingen en bands je veelzijdigheid te kunnen tonen!
Kenmerkend voor het geluid van Gatecrash zijn de elektronische effecten die gebruikt worden op de trompet van Vloeimans en de keyboards van Jeroen van Vliet. Mede daardoor heeft de band een geheel eigen geluid en heeft Gatecrash inmiddels een permanente plek veroverd in de harten van de (steeds groeiende schare) jazzfans. Hun eerste cd 'Gatecrashin’' werd niet voor niets onderscheiden met een Edison Award! Na de opvolger 'Hyper' verscheen in september 2009 'Heavens Above', welke tijdens dit concert werd geïntroduceerd.
Het is natuurlijk niet eenvoudig om een eerder succes te evenaren of zelfs te overstijgen. Dat blijkt ook wel uit de nogal uiteenlopende recensies over de laatste cd. Maar volgens mij is het deze dynamische band zeer wel gelukt om daar iets moois aan toe te voegen. Prachtige nieuwe composities als 'Snow' en 'Floratone' werden tijdens dit uitverkochte concert afgewisseld met Gatecrash-krakers als 'Hyper' en 'Prince Of Darkness', die door het publiek met veel enthousiasme en luid applaus werden ontvangen.
'Floratone' is geschreven door drummer Jasper van Hulten, die hiertoe geïnspireerd werd door een workshop van Steve Coleman. Hij gebruikte de typische Coleman-ritmiek om een speciale sound te creëren. Het werd een kunstwerkje met ingewikkelde ritmische changementen, waarmee hij nog maar eens zijn enorme talent toont. Vloeimans zet aan het einde van deze compositie nog eventjes een zinderende impro neer. Drumtalent wordt mijns inziens niet enkel bepaald door het kunnen toepassen van ingewikkelde ritmische kunstjes, maar juist ook door het 'klein' en toch onmisbaar te kunnen zijn. Het bewijs dat Van Hulten dat talent heeft, levert hij onder meer in 'Snow', een prachtige compositie van gevoelspianist Van Vliet, waarin Vloeimans zó mooi bij de tere melodie blijft, dat je er werkelijk een brok in de keel van krijgt. De door Van Vliet toegepaste elektronische effecten geven het geheel iets sinisters en spiritueels. Spiritualiteit als inspiratiebron is trouwens een wederkerende component in composities van dit bijzondere viertal.
Als je het over onmisbaarheid hebt, mag de naam van bassist Gulli Gudmundsson niet ontbreken. Zijn bescheiden aanwezigheid verhult bijna zijn karakteristieke aandeel in de muziek die Gatecrash zo speciaal maakt. In 'Pèlerinage' (bedevaart, pelgrimstocht) begint Gudmundsson met een regelmatige bastoon als van een hartslag of voetstappen. Steeds in een strak ritme herhalend. Van Vliet en Van Hulten vallen in. Vloeimans speelt een bijna door de ziel snijdende, van dramatiek doorspekte melodie, langzaam aanzwellend tot de misère van het voetvolk voelbaar is en je bijna bezwijkt. Zeer geloofwaardig. Geheel in tegenstelling tot bovenstaande staat in 'Fète De La Musique' vrolijkheid centraal. In Breda resulteerde het in een polonaise. Hier ging het publiek echter niet verder dan het opstaan uit de stoel en meedeinen op de feestmuziek. Het plezier aan weerskanten was er niet minder om!
Wat Gatecrash componeert en speelt is echt, en het doel bereikt het publiek. Het is voelbaar. Mensen raken geëmotioneerd en worden blij. Ook op het podium. Zoiets kun je als band alleen bewerkstelligen met een gezonde dosis integriteit en muzikaal talent. Techniek alleen is niet voldoende. Met een onverklaarbare aanwezigheid van aantrekkingskracht misschien?
Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.
(Donata van de Ven, 3.3.10) - [print]
- [naar boven]

Nieuws
Jazz Maastricht Masters 2010
Als traditioneel sluitstuk van het internationaal cultuurfestival 'TijdensTefaf' presenteert Jazz Maastricht op vrijdag 19 en zaterdag 20 maart de achtste editie van de Jazz Maastricht Masters. Het festival is een ontmoeting van artiesten op wereldniveau met de beste artiesten uit de Euregio rond Maastricht. Het brengt een sterk afwisselend en toegankelijk programma, waarin plaats is voor gevestigde namen én aanstormende talenten.
Op vrijdag brengen het Duitse pianotalent Pablo Held energieke en avontuurlijke jazz. Daarna brengt de Noorse trompettist, componist en producer Nils Petter Molvær de avond naar hogere atmosferen met zijn cross-over sound van jazz, hiphop en elektro. De geroutineerde Amerikaanse jazzdiva Sheila Jordan treedt op met de jonge Duitse zangeres Sabine Kühlich. De headliner van de vrijdag is gitaarvirtuoos Kurt Rosenwinkel met zijn Standards Trio.
Op zaterdag presenteert Jazz Maastricht het Jean-Luc Ponty & Wolfgang Dauner Duo. Deze pioniers op viool en piano in het jazzrockgenre brengen een intiem concert op het hoofdpodium. De avond krijgt een twist met de humor en het speelplezier van het Italiaanse duo Musica Nuda en talent van het Conservatorium Maastricht brengt volgens traditie een thematische voorstelling. De headliner zaterdag is de Kameroense bassist/zanger Richard Bona, die vorig jaar tijdens Gent Jazz veel indruk maakte in het Richard Galliano All Star Quartet.
Kijk voor meer informatie op de website van Jazz Maastricht. Draai om je oren zal verslag doen van dit festival.
(Cees van de Ven, 3.3.10) - [print]
- [naar boven]

Cd
New York Art Quartet - 'Old Stuff' (Cuneiform, 2010)
Opname: oktober 1965
Het New York Art Quartet was midden jaren zestig maar een kort leven beschoren. Onder leiderschap van altsaxofonist John Tchicai en trombonist Roswell Rudd hield de groep het slechts anderhalf jaar vol in 1964 en 1965, waarbij ze er evenwel in slaagden twee uitstekende albums af te leveren: 'New York Art Quartet' en 'Mohawk'. De drummerstoel was tijdens die periode min of meer steeds bezet door Milford Graves, terwijl verschillende bassisten de revue passeerden, waaronder Reggie Workman en Lewis Worrell. De beperkte discografie - in 2000 nam de groep wel nog een reüniealbum op - heeft ondertussen voor wat mythevorming gezorgd, en net daarom is de vondst van live-opnames uit 1965 een wel heel speciale gebeurtenis.
Het betreft registraties van twee concerten die de groep gaf in Denemarken, niet lang na het verschijnen van hun debuut in de Verenigde Staten. John Tchicai (zelf een Deen) en co-leider Roswell Rudd lieten zich tijdens deze tournee bijstaan door twee musici die zich op dat moment lieten opmerken in de Europese vooruitstrevende jazzscene. Louis Moholo was Zuid-Afrika ontvlucht met zijn groep The Blue Notes en had zich daarmee in Europa al snel een plaats veroverd bij de top van de avant-garde. Van bassist Finn von Eyben wordt gezegd, dat hij zowat de enige avontuurlijke bassist in Kopenhagen was in die periode, wat zijn status als huurling binnen dit kwartet rechtvaardigt.
Het zijn de twee aanvoerders die de richting aangeven. Lange solopartijen van zowel Tchicai als Rudd zijn het belangrijkste bestanddeel op 'Old Stuff'. Korte thema's en melodieën, vaak gecontrasteerd met een hoog gezamenlijk tempo van bas en drums, zorgen daarbij voor een bebopgevoel, maar dan in een vrijere context. Deze ritmische strakheid die in de meeste tracks domineert, wordt opvallend afgewisseld met vrijere stukken, waarbij er slechts sprake is van een simpele melodieuze frase als centrale as.
Moholo gaat het niet te ver zoeken en spreidt de meest sobere, maar erg doeltreffende partijen voor zich uit. Tempoaanduidingen op het ride-cimbaal en een consequente slag op de tom en snaredrum, vaak is het niet meer dan dat. Von Eyben houdt het als bassist voornamelijk bij de fundamentele taken. Zijn instrument wordt niet zelden als een muzikaal anker uitgegooid en houdt op die manier de drie andere musici binnen hetzelfde parcours, zoals in het lange 'Rosmosis'. Voor de rest vult hij waar nodig de gaten met korte solopartijen, walking bass en veel ritmische accentueringen.
Tchicai en Rudd maken er meestal een sport van om tegen elkaar op te spelen. De twee solerende frontmannen zorgen daarbij niet zelden voor een kletterend spektakel. Het valt op hoe Rudd zijn solo's en andere partijen van veel body voorziet. Zo blaast hij zijn medemaats in een bevlogen moment wel eens van het toneel. Terwijl zijn improvisaties vooral bestaan uit korte, gebalde uitbarstingen, gaat Tchicai duidelijk anders te werk. Hij gaat minder voor een muzikaal effect maar breit zijn ideeën aan elkaar in een eindeloze ketting. De snelheid en de moedwillige toononvastheid waarmee hij dit soms doet, zorgt onder meer in 'Pa Tirsdag' voor een heus vocaliseer-effect. Hoewel het erg leuk is om te horen hoe Rudd en Tchicai elkaar uitdagen door de ander kort te onderbreken of zelfs te imiteren, lijkt het duo de daverende ritmesectie in hun rug echter vaak te vergeten. Er is dan ook zelden sprake van hoogspanning binnen de groepsinteractie, wat waarschijnlijk te wijten is aan de ingehuurde achterhoede.
Wat ongetwijfeld een unieke en waardevolle toevoeging is aan de minimale discografie van het New York Art Quartet, is op muzikaal vlak echter niet bijster bijzonder. De kracht van het duo aanvoerders tilt 'Old Stuff' weliswaar boven de middenmoot, maar zelden komt het viertal hier in de buurt van hun twee eerste studioalbums.
Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be
Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Cuneiform Records kun je van dit album de titeltrack 'Old Stuff' beluisteren.
(Joachim Ceulemans, 2.3.10) - [print]
- [naar boven]

Nieuws
Nieuw festival: Jazz & Sounds
Dinsdag 12 januari 2010 is in Gent een nieuw festival boven de doopvont gehouden. Er werd niet meteen over één nacht ijs gegaan, want in 2008 tastte men het het Blue Note Records Indoor Festival reeds voorzichtig de wateren af. Al gauw bleek echter dat zo'n project te groot was voor één partner, waardoor men in 2009 besloot een sabbatical in te lassen om te herbronnen. Aan de tafel op de persconferentie zaten dan ook vertegenwoordigers van vijf grote Gentse organisaties: Bertrand Flamang van Gent Jazz, Wim Wabbes van Vooruit, Frank Pauwels van De Bijloke, Filip Rathé van het conservatorium en Hendrik Leper van het KASK. We gaan daar nu wel snel over, maar eigenlijk is het lang niet zo vanzelfsprekend dat vijf dergelijke organisaties, elk met hun eigen muzikale visie en programma, elkaar in dit festival hebben gevonden. Het programma dat ze voor het festival in elkaar hebben gestoken, ziet er alvast razend interessant uit.
Jazz & Sounds is een festival voor creatieve muziek, waaronder wordt verstaan dat er bruggen worden gebouwd tussen verschillende actuele muziekgenres, met de nadruk op jazz en hedendaags klassiek (ik verwacht een paar dreigbrieven voor die laatste term). De omschrijving creatieve muziek is geen toeval, want in juni 2009 werd Gent door de UNESCO nog de titel 'Creative City of Music' toegekend. Gent is dan ook een bruisende muziekstad, getuige daarvan de vele muzikanten uit zowat elk muziekgenre die er een onderkomen hebben gevonden.
Het festival vindt plaats in het conservatorium, in De Bijloke, en in Vooruit; voor een aantal projecten wordt - naast de vijf grotere spelers - ook samengewerkt met Stichting Logos, het IPEM en El Negocito. Voor volgende edities is het ook de bedoeling om ook samen te werken met buitenlandse partners en festivals.
Verscheidenheid troef: Impressions Of A Blue Kind en daags nadien Steve Reichs 'New York Counterpoint' voor soloklarinet in de prachtige Miry Zaal (Hoogpoort), Ben Sluijs met Jules Deelder en Remco Campert in de Balzaal (Vooruit), Flat Earth Society met John Watts van Fisher Z in de Theaterzaal (Vooruit), Ellery Eskelin en de dag erna Miroslav Vitous' 'Remembering Weather Report' in de Concertzaal (De Bijloke). Maar ook Peter Brötzmann, Joëlle Léandre, Elliott Sharp en documentaires over Han Bennink, Charlie Haden en Herman Leonard.
Hartverscheurende keuzes zullen gemaakt moeten worden door de vele parallelle sessies: gaat u voor Sluijs/Deelder/Campert of voor saxofoonwonder Colin Stetson, voor Ernst Reijseger of voor Fred Van Hove, voor Thielemans/De Pauw of voor contrabassiste Joëlle Léandre, een van de leidende figuren van de hedendaagse muziekscene? Wij kunnen in elk geval niet zo meteen een keuze maken.
Het ziet ernaar uit dat de lat van bij de eerste editie hoog wordt gelegd. En dat we stevige schoenen zullen aantrekken om al die zalen plat te lopen en ons te laten overdonderen door wat een weldaad aan muzikale impressies wordt. Laat ons u dit splinternieuwe festival meteen met stip aanraden. Niet te missen!
Klik hier voor meer informatie over Jazz & Sounds 2010.
(Bruno Bollaert, 1.3.10) - [print]
- [naar boven]

Concert
De schilfers van het behang
The Ex & Brass Unbound, zaterdag 30 januari 2010, Contemporary Art Center, Glasgow
In een stad als Glasgow, waar toch vooral indiebandjes zoals Franz Ferdinand vandaan komen, zie je niet iedere dag een goede geïmproviseerde set. Daarom was het concert van The Ex, grootmeesters in de geïmproviseerde rock, iets om naar uit te kijken. De aanwezigheid van vier van de beste blazers ter wereld maakte het tot misschien wel een van de meest gewilde kaartjes van 2010. Op deze tournee, die alleen Groot-Brittanië aandoet, heeft de band versterking gekregen van Wolter Wierbos (trombone), Ken Vandermark (baritonsax, tenorsax en klarinet), Mats Gustafsson (baritonsax) en Roy Paci (trompet). Solo zouden al deze muzikanten makkelijk 250 man publiek moeten kunnen trekken. Het was dus geen wonder dat er mensen uit alle landen van Europa voor de deur om kaartjes stonden te bedelen.
Toen het aanvankelijk beroerde geluid was verbeterd, werden zij die binnen stonden getracteerd op een onvergetelijk optreden. De band was strak en - ondanks dat dit pas de tweede halte van de tournee was - goed op elkaar ingespeeld. Er werden klassiekers gespeeld ('Hidegen Fujnak A Szelek') en ook nieuwe dingen, die duidelijk op de situatie waren geschreven. Door het hoge tempo en de aard van de muziek waren de solo's van de blazers kort en werkten ze naar een duidelijke climax toe. Met name Gustafsson, die vaak met dit soort bezettingen speelt (denk aan The Original Silence met onder meer Thurston Moore, Terrie Ex en Paal Nilssen-Love) blies de schilfers van het behang. De gitaristen van The Ex lieten hem en zijn medegasten alle ruimte.
Wat het optreden het leukste maakte, was het enorme spelplezier van de muzikanten: Wierbos, die met zijn trombone naar de andere muzikanten zwiepte om ze aan te sporen, of Gustafsson, die vrolijk zijn tong naar de rest uitstak na een verbazingwekkende solo. Het is te hopen dat deze bezetting Nederland aandoet of in ieder geval een album gaat opnemen. Terrie Ex wilde daar nog niets over zeggen, maar ergens is te verwachten dat dit wel gaat gebeuren. Niemand zou deze kwaliteit laten schieten.
(Sybren Renema, 1.3.10) - [print]
- [naar boven]

Column Herbert Noord
Prijzenfestival
"Het mooiste 'nieuw' is voor deze scribente wanneer er een grote kookpot op het muzikale vuur staat, waarin alle ingrediënten uit de wereldmuziekcultuur gedumpt worden en het brouwsel uiteindelijk bestaat uit een Amerikaanse jodelaarster met een doedelzak om haar nek die hiphoppend 'Satin Doll' ten gehore brengt. Dat is in haar ogen pas echte jazz."
In zijn nieuwe column stelt Herbert Noord voor een prijs in te stellen voor "de meest knullige benadering in de pers van de muziek die in dit land door die pers onder jazz gerangschikt wordt." Klik op bovenstaande button om zijn messcherpe column te lezen.
(Maarten van de Ven, 27.2.10) - [print]
- [naar boven]

Concert
Marcus Miller geeft wat het publiek verwacht
woensdag 2 december 2009, Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven
Marcus Miller is bij het grote publiek voornamelijk bekend geworden door zijn samenwerking met Miles Davis in de jaren tachtig. Hij speelde niet alleen mee op platen als 'Amandla' en 'Tutu', maar was hier ook actief als arrangeur, componist en producer. Niet alleen bij Miles was hij sideman; hij speelde met zeer veel gerenommeerde musici, zoals Lonnie Smith, Grover Washington Jr. en McCoy Tyner (zo leverde Miller een fenomenale bijdrage aan diens plaat 'Double Trios').
Deze avond speelde hij met zijn eigen band onder de noemer 'Tutu Revisited' een eerbetoon aan Miles Davis. Zoals de naam al zegt, werden er voornamelijk nummers van de plaat 'Tutu' gespeeld.
Miller had voor deze serie concerten relatief jonge muzikanten meegenomen. Christian Scott had als trompettist uiteraard de meest gewaagde taak om de muziek van Miles te vertolken. Dit deed hij gezien zijn nog jonge leeftijd zeer behoorlijk. Saxofonist Alex Han echter was als solist wat prominenter aanwezig met een iets steviger en rijper geluid. Drummer Ronald Bruner speelde strak, maar vooral heel erg hard en met weinig variatie. Dat was jammer, het deed geforceerd aan en de blazers moesten op behoorlijk volume blijven spelen om hier nog bovenuit te komen.
Het was bovenal Miller zelf die de avond maakte. Met gevarieerd spel en een bijna perfecte techniek, zoals het bekende slap and thumb, stal hij de show. Met verschillende basgitaren (waaronder een fretloze) toonde Miller zijn meesterschap en wist hij het publiek te enthousiasmeren. Verrassend was de avond niet, maar dat deerde het publiek niet. Het kreeg waar het om vroeg: jazzrock en fusion van het degelijke soort. Na een staande ovatie voor Miller en band - beloond met een toegift - keerde het publiek dan ook tevreden huiswaarts.
Klik hier voor een uitgebreid fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.
(Koen Scherer, 25.2.10) - [print]
- [naar boven]

Cd
Miles Davis - 'Best Of' (Blue Note, 2009)
Opname: 1949-1958
Op de keper beschouwd heeft trompettist Miles Davis helemaal niet zoveel voor Blue Note opgenomen: drie sessies, in de periode 1952-1954. Zijn meest relevante werk uit de jaren vijftig is op Prestige en Columbia uitgebracht. Maar Capitol hoort ook bij de EMI-stal, waardoor de 'Birth Of The Cool'-opnamen beschikbaar waren. En cd nummer drie van dit drieluik is gevuld met het album 'Somethin’ Else' van altist Cannonball Adderley, waarop Davis als sideman meespeelt. Voorts zijn er nog twee nummers van een jamsessie met tenorist Eddie 'Lockjaw' Davis uit 1951 opgescharreld. Vandaar.
Al met al biedt dit album een fraai overzicht van Davis' eerste periode als jazzicoon, tot het moment dat hij, met de lp 'Milestones', nieuwe wegen insloeg. Goed te horen is hoe hij zich altijd aan de zijlijn van de bebop heeft opgesteld, ondanks zijn grote bewondering voor Charlie Parker, Dizzy Gillespie en de overige architecten van deze muziekstijl. Bij hem ging het nooit om het spervuur, doch om de innerlijke gloed. In ballads als 'Yesterdays' en 'How Deep Is The Ocean?' belijdt hij zijn bewondering voor trompettist Freddie Webster, misschien wel zijn belangrijkste inspiratiebron. De kwaliteit van de sound, dat was de crux.
En over geluid gesproken: alles staat er voorbeeldig op, beter in ieder geval dan wat ik al in de kast had staan. De echte verzamelaar, ja, die heeft al dit materiaal vermoedelijk reeds jaren in huis. Maar 'Best Of Miles Davis' biedt een prima introductie tot de vroege Miles. Voor een vriendelijk prijsje, naar ik mag aannemen.
Deze recensie verscheen eerder in Jazz.(Eddy Determeyer, 24.2.10) - [print]
- [naar boven]

Concert
Buiten vriest het -6, binnen loopt de temperatuur hoog op!
maandag 8 februari 2010, WHO Trio, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven
'Less Is More' heet hun nieuwe cd. Een betere titel is nauwelijks denkbaar. Het W(intsch) H(emingway) O(ester) Trio bestaat meer dan 10 jaar. De kracht ervan zit hem in de eenvoud en de coherentie in hun opmerkelijke en bijzondere samenspel. Elke speler is bedreven in free jazz.
Michel Wintsch was oorstrelend op het klavier of vorsend naar sferische bijdragen uit de binnenkant van zijn vleugel. Hij plaatste met zijn linkerhand donkere dissonantakkoorden en met zijn rechterhand lichte, luchtige lijnen. Minimaal spel dat maximaal rendeerde. Zijn kracht zit onder andere in de summier maar raak geplaatste noten en akkoorden. Bänz Oester kon fluisteren op zijn bas of speelde met handen percussie op het corpus van zijn bas. Gerry Hemingway kleurde voortdurend met brushes, sticks of een combinatie van beiden. Of ontlokte met strijkstok intimistische klanken uit zijn cimbaal.
Een spel vol subtiliteiten bij elke triolid. En alles droeg egoloos bij aan de compositie en het creëren van een WHO-totaalklankbeeld. Je kwam oren te kort voor het absorberen van de grote verscheidenheid aan details en kleurschakeringen. WHO's spel golfde qua tempo en dynamiek als eb en vloed in windkracht 2 tot 10. De eerste set werd een suite van ruim vijftig minuten.
Hemingway manifesteerde zich zoals we hem kennen: toegewijd en beeldbepalend. Hij schiep de vrije ruimtes voor piano en bas of legde met zachte hand onafwendbare, organische grooves op, waarin elk zich kon vinden en inspiratie uit kon putten. Als een muzikale meesterkok koos hij van zijn tafeltje met attributen precies datgene wat hem paste om het spel te kleuren. Oester bespeelde zijn snaren soms met een plectrum, waarmee hij voor verrassingen zorgde.
Wintsch liet zijn vleugel op een bepaald moment klinken als een klavecimbel. Heel bijzonder! Een nog niet eerder gehoord klankeffect dat helaas te kort duurde. Vermakelijk was ook zijn bijdrage aan Hemingway's spel met een niet te bedwingen ritmische voetenshuffle. Fascinerend was het aaien van zijn hand over de toetsen, zonder of met af en toe een enkele toets hoorbaar aan te slaan. Een subtiel en nauwelijks hoorbaar klankeffect en aanvulling op het toch al rijke klank- en kleurpalet van dit trio.
De bassist leverde met ijle, gestreken flageoletten passende bijdragen aan de fraaie soundscapes waarin het trio grossierde. Deze waren spannend, onderhoudend en hielden de toehoorders voortdurend bij de les. Een verbluffend staaltje pianistiek was de passage waarin Wintsch met de linker- en rechterhand in medium tempo doorlopende dalende toonladders speelde, waarbij hij onderweg van hand wisselde zonder de minste onderbreking of hapering in gelijkmatigheid! Met gevoel voor drama werd in de tweede set vanuit het niets suspensief, gestaag en met een pulserende voelbare groove spanning opgebouwd. Als een vulkaan op weg naar een uitbarsting bereikte men fortissimo de climax.
Als ontlading speelde Wintsch plotseling 'Et Maintenant' van componist/zanger Gilbert Bécaud. De melodie werd vervolgens in stukjes gehakt en in fragmenten of met spaarzame verwijzingen omspeeld. Oester op bas hernam solo de melodie. Vervolgens namen Wintsch' piano en Hemingway - met handenspel op zijn snaredrum - in een latingroove over. Zo loodsten zij deze set uiterst zacht naar het eindpunt. In de toegift zat nog een lange bevlogen solo van Gerry Hemingway. Daarmee kwam met tegenzin van de toehoorders een einde aan dit sublieme concert.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
Donderdag 11 maart treedt het WHO Trio op in RASA tijdens het Utrecht Jazz Fest. Klik hier voor meer informatie.
(Cees van de Ven, 22.2.10) - [print]
- [naar boven]

Cd
Stefan Pasborg - 'Pasborg’s Odessa 5' (Stunt Records, 2008)
De Deense jazzscene is in Nederland vrij ondergewaardeerd. De andere Scandinavische landen staan er - met helden als Jan Garbarek, Esbjörn Svensson en alles wat er in hun kielzog volgt - stukken beter voor.
Dat is jammer, want in Denemarken moet het voor de jazzliefhebber, ook na de legendarische tijd waarin grootheden als Ben Webster en Dexter Gordon het land als ballingsoord hadden gekozen, goed toeven zijn. In ieder geval wijzen de recente cd's van Stunt en Sundance Records, van acts als Ibrahim Electric en Pasborgs Odessa 5 hier op. Om niet een hele horde vermoeiende jazzpuristen te schofferen, zal ik Jazzkamikaze hier maar even buiten beschouwing laten.
Odessa 5, zoals de naam al doet vermoeden een kwintet, heeft een album afgeleverd dat swingt als dixie en kronkelt als free jazz. Dat is te danken aan het instrumentarium; naast Stefan Pasborg (drums) zijn er alleen maar blazers, met als hoogtepunt de sousafoon van Jakob Munck voor de baspartij. Hierdoor is er ruimte voor tailgating (het blazen van een baslijn) en vrije improvisatie zonder akkoordinstrumenten.
Het geheel draagt de sfeer van plezier en het is duidelijk dat de muzikanten hun kans schoon zien om eens wat ongewoons te doen. Zo wordt Ornette Colemans 'Free' gespeeld in New Orleans-stijl en eindigt 'Bastardens Fanfare' in een blaaspartij voor gevorderden. Andere hoogtepunten zijn 'Dogon A.D.' (van Julius Hemphill) en twee nummers waarop aan het geheel nog een baritonsax wordt toegevoegd: 'Mambo Royal' en 'Gullash Baron'.
Knap is het om te horen hoe, ondanks dit instrumentarium (drums, sousafoon, trompet, trombone en tenorsax), het geheel toch flexibel en soms bijna rubberachtig kan klinken. Het is niet vaak dat je het gevoel hebt Charlie Hadens evenknie tegen te komen, en al helemaal niet als twee meter lange, bebaarde Deen met een groot uitgevallen tuba. Grote klasse!
Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Odessa 5 kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Dogon A.D.', 'Bastardens Fanfare' en 'Free'.
(Sybren Renema, 22.2.10) - [print]
- [naar boven]

Concert
Vernuftige melodische lyriek
Joris Posthumus Quartet, Young VIPS Tournee, zaterdag 9 januari 2010, Bimhuis, Amsterdam
Zoals al in deel 1 van de Young VIPS Tounee 2010 viel te lezen, was het de eer aan altsaxofonist Joris Posthumus om met zijn kwartet in de tweede set acte de présence te geven in het Amsterdamse Bimhuis. Met zijn muzikale kompaan Jurriaan Dekker is hij inmiddels aardig geworteld in de Tilburgse jazzscene. Op initiatief van Dekker is hij mede actief in organiseren van sessies waarbij een ontmoeting met muzikanten van naam centraal staat. Onder de naam The New Quartet toerde hij succesvol met David Murray. Het Joris Posthumus Quartet heeft inmiddels een cd uitgebracht: 'The Abyss'.
Dit zegt iets over de energie en bevlogenheid van deze jonge altsaxofonist. Diezelfde bevlogenheid was terug te horen in het Bimhuis. Bruisend ging de groep van start met 'Portrait Of A Picture', net zoals alle stukken van deze set een compositie van eigen hand. Ook in andere stukken werd met een enorme drive gespeeld, waarbij Posthumus knap en gevarieerd soleerde met een hoog hardbop-energetisch gehalte. Ritmiek en melodie liepen in de nummers vernuftig in elkaar over. Met een knipoog naar Coltrane haalde Posthumus regelmatig overtuigend uit met een melodische lyriek.
Pianist Jeroen van Vliet en drummer Pascal Vermeer voelde elkaar - gesterkt door jarenlange samenwerking in verschillende formaties - haarfijn aan en hadden er duidelijk schik in. Bassist Jurriaan Dekker had de moeilijke taak om in deze spetterende muzikale branding de bindende factor te zijn. In rustige stukken, zoals 'The Abyss', had het publiek even de kans om op adem te komen. Van Vliet soleerde uitstekend op zijn kenmerkende lyrische wijze en wist hierin knap te doseren. Ook drummer Vermeer viel op met inventief en rijk spel. Met het strak en kordaat gespeelde 'Daybreak' sloot de groep de geslaagde set af.
Posthumus kan nog groeien in eigenheid en toon, maar dat hij op goede weg is en nu al op hoog niveau musiceert en componeert, liet hij deze avond zeer overtuigend horen. Dat Posthumus een belofte voor de toekomst is, mag duidelijk zijn!
Vanavond treedt het Joris Posthumus Quartet op in Paradox, Tilburg. Met als speciale gast tenorsaxofonist Tom Beek.
Meer weten?
Dinsdag 23 februari is het Joris Posthumus Quartet te zien en te horen in het VPRO-televisieprogramma Vrije Geluiden (10.30 uur, Nederland 1). Klik hier voor meer informatie.
(Koen Scherer, 19.2.10) - [print]
- [naar boven]
Lees verder in het archief...